![]() |
![]() |
![]() |
| . |
| Korus Kikker in Mirapoli
Een Fabel tekst Dolf Hartsuiker, tekeningen en aquarellen Ilse de Jonge |
| Die kant moest ze op, want huppelkruid groeit meestal bij het water had de dokter gezegd. Turend over een zacht golvend grasland zag ze in de verte een stenen muurtje. Daar kwam die geur vandaan, daar moest het water zijn. Mipi liet zich op de grond vallen en rende zo snel als ze kon door een woud van grassprieten, ondertussen de zon in de gaten houdend om haar richting te bepalen. Helemaal buiten adem kwam ze aan bij de muur van gemetselde stenen, maar ze klauterde meteen naar boven en kwam zo uit op de rand van een ronde waterput. |
![]() |
| Ze liep naar de opening en keek voorzichtig over de rand naar beneden, in een diepe, duistere afgrond. De binnenwand was overdekt met donker mos en hier en daar groeiden kleine groene plantjes. En toen zag ze, helemaal onderin de put, vlak bij het zwarte water, een paar takjes huppelkruid. Dolblij, zonder verder na te denken, stortte ze zich over de rand en roetsjte naar beneden langs het vochtige mos, in één keer door, tot bij het huppelkruid. |
|
![]() |
Niks, meneer, zei Mipi met een benauwd piepstemmetje. Kom nou, maak dat de kat wijs, zei de kikker, en je hoeft niet zo bang te zijn, hoor. Ik zal je echt niet opeten. Ik ben vegetariër, ha, ha, ha hij lachte hartelijk. Mipi begreep niet wat er te lachen viel, maar ze voelde zich wel een beetje gerustgesteld. Wat is dat, meneer? vroeg ze beleefd. Dat is iemand die alleen maar planten eet en zo, zei de kikker, wat onder kikkers bepaald niet de gewoonte is. |
| En, nog iets anders, noem mij maar Korus, want zo heet ik. Goed, meneer, zei Mipi. En jij, hoe heet jij? Ik heet Mipi Mier. Okee Mipi, vertel eens op, wat was je daar aan het doen? En doe het op je gemak, ik heb de hele dag de tijd. Nou, ik heb eigenlijk nogal haast, zei ze, daar gaat het nou juist om. Ik wilde snel wat huppelkruid plukken om naar onze koningin te brengen en toen zag ik een andere mier en toen viel ik in het water. Korus lachte, Die andere mier, dat was je spiegelbeeld, joh, en dat je in het water viel, heb ik ook wel gezien. Maar waarom heeft jullie koningin huppelkruid nodig? |
|
![]() |
Kunt u dat dan, meneer, eh, Korus? Ach, zei Korus, niet om op te scheppen hoor, maar ik kan zo veel. Ik zal je wat laten zien. Voor haar verbaasde ogen begon hij steeds kleiner te worden, steeds kleiner, tot hij net zo groot was als zij. Hij maakte een dansje, van het ene been op het andere, zwaaide met zijn hoed waar haalde hij die nou ineens vandaan? en lachte met een geluid van zilveren rinkel belletjes. Niet te geloven, mompelde Mipi. Oh nee? riep Korus, dan moet je dit eens zien! Kwaak! kwaakte hij, en als een vuurpijl schoot hij recht omhoog, in de richting van de zon. Een witte lichtflits. En hij was verdwenen. Opgelost in het niets! |
| Even voelde Mipi zich vreselijk alleen, maar toen met een luide kwaak, stond hij plots weer voor haar neus, net zo groot als eerst Ach, even een sprongetje door de tijd, zei Korus achteloos, maar ik heb mijn tijd goed besteed, ha, ha, ha, en wat huppelkruid voor je geplukt. En hij wees op de zakken van zijn jas die uitpuilden van de bladeren. Eh, meneer, eh, Korus, eh, bent u soms een Betoverde Prins? vroeg Mipi bedeesd. Nee, dat is een heel ander verhaal. Maar kom, niet langer getreuzeld, we gaan eens kijken hoe het met jouw koningin gesteld is. Klim maar op mijn rug en wijs me eens aan welke kant we zo ongeveer op moeten." Zonder aarzelen klom ze op zijn rug en hij zette zich af met een soepel sprongetje. In een boog zweefden ze over velden en bossen. Eerst voelde Mipi zich een beetje bang, zo hoog in de lucht, maar toen vond ze het heerlijk, zo moeiteloos zoevend door de warme wind, en vond ze het jammer dat haar stad Mirapoli al zo gauw in zicht kwam en dat ze moesten landen. |
|
![]() |
|
| Toen ze de keuken uitkwamen, waren hun begeleiders de soldaten en de trommelende stadsomroepster verdwenen. Het was ook rustiger geworden in de gangen, of beter gezegd, het was er nu een rustige drukte en Korus viel nauwelijks nog op. De meeste bewoners leken al gewend te zijn aan het geruststellende idee dat er een wonderdoener in de stad was die verder wel voor de koningin zou zorgen, maar wat nog belangrijker was: ze moesten weer aan het werk. Ordelijke groepen arbeidsters marcheerden voorbij. Een lange rij verpleegsters droeg korfjes met miere-babys van de kraamkamer naar een zonnig plekje; een colonne werksters vervoerde stukjes blad naar de groentetuinen waar ze als mest voor de zwamspruiten gebruikt zouden worden; en weer een andere rij sleepte takjes en dennennaalden aan, voor het bouwen van nieuwe gangen in Mirapoli. |
![]() |
|
| Korus zei tegen de dokter, Jullie mieren zijn toch altijd maar aan het werk, hè? Ja, onze plichten gaan voor alles, antwoordde ze ernstig, niets doen of lol maken is er voor mieren niet bij, altijd komen we tijd tekort. Maar Mipi piepte ertussendoor, De enigen die niet werken, dat zijn de prinsen en prinsessen! Hé, zei Korus, dat lijkt me interessant, dat wil ik wel eens zien. Die bereiden zich voor op een andere, zeer belangrijke taak, zei Miranda tegen Mipi, met haar wenkbrauwen streng gefronst, en ga jij ook maar eens wat nuttigs doen. De dokter wendde zich weer tot Korus, Maar als u de prinsen wilt ontmoeten, weledelgeleerde heer, dan zal ik u voor gaan. Mipi had verschrikt bevend en buigend afscheid genomen van Korus. De dokter wees de weg en na nog een paar lange gangen en hallen doorkruist te hebben, bereikten ze het stadsdeel waar de vele prinselijke en prinsesselijke vertrekken lagen. Op goed geluk wees Korus een deur aan en ze betraden een weelderig ingerichte kamer. |
| Hoe komt het dan eigenlijk dat een koningin geen vleugels meer heeft? vroeg Korus. Door elkaar heen riepen ze dat alleen maar prinsen en prinsessen vleugels hebben. Zodra een prinses koningin wordt en kinderen krijgt dan vallen haar vleugels af. Want die heeft ze dan niet meer nodig; ze moet toch altijd thuis blijven, haar kinderen opvoeden en haar rijk besturen. Over de koningin gesproken, zei Korus, en hij keek op een dik gouden horloge dat hij uit zijn mouw schudde. Kom, dokter, het is tijd voor haar drankje. Met dokter Miranda voorop betrad Korus weer de koninklijke vertrekken. Hier was alles nog hetzelfde, één en al droefenis. Koningin Mirabella lag nog steeds op bed en huilde. De dokter riep naar een hofdame, Breng de huppeldrank, en snel! |
![]() |
![]() |
Korus ging rustig op de stoel bij het voeteneinde zitten terwijl Miranda zenuwachtig heen en weer bleef ijsberen totdat een kristallen bokaal boordevol hemelsblauwe drank binnen gebracht werd. Majesteit, zei ze, hier is uw medicijn. Als uwe doorluchtigheid zich even op wil richten dan kunt u uw drankje drinken. Maar de koningin leek het niet te horen. Ze bleef op haar rug liggen. Probeer het hier eens mee, zei Korus en hij viste een glazen trechter uit een van zijn jaszakken. De dokter stak de trechter voorzichtig in de mond van de koningin en wenkte een hofdame om hem vast te houden. |
| Beetje bij beetje goot zij er wat huppeldrank in en Mirabella moest het zo wel doorslikken. Beetje bij beetje ook knapte ze ervan op. Ze hield op met huilen, maar bleef droevig kijken, met dikke ogen. Breng me naar de troon, mompelde ze toen zwakjes. En ondersteund door haar hofdames, sleepte ze zich naar haar troon, ging zuchtend en steunend overeind zitten en kreunde, Geef hier die bokaal! |
|
![]() |
| Ze dronk hem helemaal leeg, keek eens wat om zich heen en toen pas, voor het eerst, zag ze Korus. En wie bent u dan wel? vroeg ze uit de hoogte. Ik ben Korus Kikker, Majesteit. En wát bent u? Tja, dat is niet zo makkelijk te zeggen. Ik ben een vrije vogel en die is niet in een paar woorden te vangen. |
![]() |
| 's Avonds, onder het licht van de volle maan, buiten, op de open plek, zaten duizenden mieren aan lange tafels. De koningin troonde temidden van de honderden prinsen en prinsessen en aan haar rechterkant zat Korus, en links dokter Miranda. Ook Mipi had een ereplaats gekregen; ze mocht bij de prinsessen zitten. |
![]() |
Een heleboel werksters waren druk in de weer met het af en aan slepen van grote potten en pannen. Er was wat paniek in de keuken geweest, want wat was er nou feestelijk om te eten? Maar tenslotte had de opperkokkin samen met de koningin een menu opgesteld. Vooraf een bordje venkelsoep en een bladerbroodje, dan paddestoel-bloemkool-puree met zwamspruiten en huppelkruidsalade, en als toetje korenbloempap met vlierbessensaus. |
| Iedereen kreeg ook een glaasje mierzoete honingdauw en voordat ze gingen eten bracht de koningin een dronk uit op Korus. Allemaal hieven ze hun glazen en riepen, Lang leve Korus! En Mirabella gaf Korus een hele dikke kus. Toen ze hun buik rond hadden gegeten, stond Korus op. Hij hield zijn hand omhoog totdat het muisstil werd en sprak, Geachte koningin, dames en heren, ik zal een nu liedje gaan zingen dat ik speciaal voor dit feest gemaakt heb. Het klinkt als k moet dwalen, k moet dwalen, langs bergen en langs dalen. Dat kennen jullie zeker wel, hè? |
![]() |
|
Hij begon te hoppen en te springen, hij zwaaide met zijn hoed, hij stampte met zijn voet, en hij zong als een Hollandse nachtegaal:
|
![]() |
| k Wil springen, k wil zingen, van alle mooie dingen. Ik vloog met Mirabella door de lucht. Ze vond t o zo fijn, om even vrij te zijn. Kom laten wij nu zingen gaan, springen gaan, in het schijnsel van de volle maan. k Wil streven, naar t geven, van vreugde in t leven. Ik vloog met Mirabella door de lucht. Ze vind t o zo fijn, om veilig thuis te zijn. Kom laten wij nu zingen gaan, springen gaan, in het schijnsel van de volle maan. k Moet dwalen, k moet stralen, in nog veel meer verhalen. Ik vloog met Mirabella door de lucht. Ze vind t o zo fijn, om koningin te zijn. Kom laten wij nu zingen gaan, springen gaan, in het schijnsel van de volle maan. |
![]() |
| contact e-mail: Adolf Hartsuiker |