Sadhoes & Yogi's van India
Homepage Shiva en zijn volgelingen Vishnoe: Rama & Krishna
Sadhvi's: vrouwelijke sadhoes Ascese en zelfkwelling Kumbha mela's
Vreemdeling sadhoes Noten & Bibliografie Oude foto's
Sakhi's, Sharans en Hizra's
Travestie en transseksualiteit in dienst van de godheid
door Dolf Hartsuiker 1991
Sakhi's en Sharans
De zon werpt al lange schaduwen in de hete straten van Ayodhya, het licht is rood gefilterd door het stof in de lucht, als ik me op weg begeef naar de tempel.
Vanavond zullen er in de tempel sakhi's dansen. Ik ben zeer benieuwd, want dit zijn geen gewone danseressen, maar mannen die vanuit een godsdienstige roeping als vrouw willen leven, en die zich dan ook vaak als vrouw kleden en opmaken.
Net als de Indiase vrouwen dragen ze een korte blouse en een sari die met één uiteinde over het hoofd gedrapeerd wordt, en zilveren of gouden enkelbanden, armbanden, oorbellen en neusringen. Het haar is lang en opgestoken; baard en snor worden geschoren of uitgetrokken, en het gezicht wordt opgemaakt.
De sakhi's dansen alleen tijdens bijzondere erediensten in de tempel, zoals die nu plaatsvinden ter gelegenheid van de aanstaande verjaardag van de god-koning Ram. Mijn slippers laat ik bij de poort achter en blootsvoets betreed ik de duistere, immense hal.
Honderden devote pelgrims, tientallen priesters, sadhoes en muzikanten zitten op kleden op de grond, allen gericht op de helder uitgelichte beelden van Ram en zijn gemalin Sita. Het zijn gestileerde maar toch haast levensechte witte marmeren poppen, gehuld in schitterende gewaden en fonkelende sieraden, als koning en prinses in een oosters sprookje.
Luidkeels wordt het goddelijk paar aangeroepen en geprezen: 'Jay Ram, Sita Ram', in eindeloze herhaling, onder begeleiding van trommels, gongen, bekkentjes en bellen.
Er heerst een feestelijke stemming en de mensen knikken vriendelijk naar mij — de buitenlander — als ik achter aan de rand van de groep plaats neem. Links in het midden van de hal, tegen een massieve pilaar troont op een verhoging van fluwelen kussens de Shri Mahant, de hoogste baas van deze tempel en de daaraan verbonden religieuze organisatie.
Nog steeds binnenstromende sadhoes, priesters, monniken en pelgrims begroeten hem eerbiedig. Velen knielen voor hem neer, buigen het hoofd tot de grond, of strekken zich in volle lengte uit, met hun handen naar zijn voeten. De Shri Mahant maakt een zegenend gebaar, tikt ze soms lichtjes op hoofd of schouder.
Een sakhi komt de tempel binnen. Ondanks de vrouwelijk over het hoofd en rond het lichaam gedrapeerde sari, is zij door haar forse mannelijke gestalte meteen herkenbaar. Bevallig wiegend in de heupen, schrijdt zij naar de Shri Mahant en begroet hem met een lichte buiging. Dan komt er nog een stel sakhi's binnen. Deze zijn uitdagender, minder ingetogen, een beetje ordinair, glitterig gekleed en opgemaakt. Niemand kijkt verrast op. Hun aanwezigheid is vanzelfsprekend. Het optreden van sakhi's hoort gewoon bij het feest van Ram.
Men kent en respecteert deze manier van leven als een van de vele wegen tot spirituele extase en verlichting die binnen het Hindoeïsme bestaan. Men is van kinds af aan vertrouwd met een groot scala van extreme religieuze praktijken en de denkbeelden die daaraan ten grondslag liggen.
De sakhi's stappen tussen de zittende mensen door naar het midden van de tempelhal, hun sari's met duim en wijsvinger iets omhoogtrekkend. Daar beginnen ze langzaam wat te draaien, heupwiegend, met de armen op schouderhoogte traag wuivend, golvend. In slow motion op de niet zo duidelijke maat van gezang en geklang. Hun aandacht is voornamelijk gericht op de beelden van Ram en Sita, want hun dans is natuurlijk in eerste instantie voor hen bedoeld.
Met het controleknopje van de elektronenflitser maak ik een flits. Er gaat een schokje door de menigte en alle ogen, ook die van de sakhi's, richten zich op de flitsende vreemdeling.
Sakhi's dansen in de Ram tempel
De ingetogen sakhi gaat onverstoorbaar door met haar trage dansen, maar de paar 'ordinaire' types beginnen meteen overdreven te poseren. Hun houdingen en gebaren zijn veel uitbundiger en uitdagender dan daarvoor. Ze komen eigenlijk behoorlijk 'werelds' over. Zijn dit wel sakhi's?
Later praat ik erover met een paar bevriende religiosi. Het gesprek komt wat moeilijk op gang, want het heeft met se+ualiteit te maken. In preuts India is dat vrijwel taboe in de conversatie, zeker in religieus gezelschap. Want voor de meerderheid der professionele godsdienst beoefenaren staat het vast dat 'vleselijke' se+ het bereiken van een hoger spiritueel doel in de weg staat. Het omvormen van de se+uele energie tot spirituele energie is eigenlijk de enige manier om daarmee om te gaan. Maar vaak houdt dat in dat se+uele gedachten en gevoelens worden uitgebannen en onderdrukt door een streng ascetische levenswijze, en, zo nodig, met verdergaande lijfelijke boetedoeningen en zelfkwellingen.
De sakhi's gaan er heel anders mee om. In hun filosofie staat menselijke 'vleselijke' liefde op één lijn met de goddelijke, spirituele liefde. Het verlangen naar de eenwording met de godheid is identiek aan het verlangen naar de eenwording van man en vrouw. De orgastische ervaring, hoe menselijk onvolkomen en vluchtig die ook mag zijn, wordt gezien als een soort voorbeel, in miniatuur, van de tijdige versmelting met de Perfecte Ene. Deze wordt als Man voorgesteld, dus de positie van vriendin, minnares of echtgenote is dan het meest geschikt om de eenwording te realiseren.
Veel sakhi's nemen dit zeer letterlijk. Praktische se+ op menselijk niveau is natuurlijk uitgesloten, want ze zijn alleen verliefd op die Ene, maar ze pretenderen wel lijfelijke se+ met Hem te hebben. Er wordt beweerd dat ze 's nachts kreten slaken alsof ze in opperste extase verkeren, alsof ze een goddelijk orgasme beleven. In hun streven naar volledige vrouwelijkheid pretenderen ze ook vier dagen per maand ongesteld te zijn, en ze houden zich dan aan de Indiase traditie, die se+uele gemeenschap tijdens deze onreine periode verbiedt.
Er zijn overigens heel wat sadhoes, behorende tot de sekte der Sharans, die het niet zo letterlijk nemen en die dan ook niet zo ver gaan in hun uiterlijke imitatie van vrouwelijkheid. Als er dan nog se+uele terminologie gebruikt wordt, is het meer als poëtische beeldspraak. Hun liefde is meer platonisch, het is adoratie en devotie.
Janaki Jivan Sharan behoorde tot de Rasik sub-sekte van Vishnoeïeten, de Sharans, die in hun devotie tot de godheid Rama, de positie van ‘vriendin’ van de godin Sita, de echtgenote van Rama, willen personifiëren.
Hij is naar Vaikunth vertrokken.
Sakhi's vormen eigenlijk een betrekkelijk klein onderdeel van een veel grotere stroming binnen het hindoeïsme, waarbij een emotionele, haast sentimentele devotie aan de godheid als Persoon centraal staat.

Deze cultus van aanbidding, welke in minder extreme vorm ook bij een groot deel van de Indiase bevolking populair is, heeft zich voornamelijk uitgekristalliseerd rond twee goddelijke personen: Ram, de heldhaftige koning en trouwe echtgenoot, en Krishna, de lieflijke koeherder en losbandige versierder.
Ze zijn beide incarnaties van Vishnoe, een van de drie oppergoden in het Hindoe pantheon (naast Shiva en Brahma), die in verschillende tijden een menselijke vorm kiest teneinde de mensheid van de ondergang te redden. Sommige sakhi's kiezen voor de rol van minnares van Ram of Krishna, maar anderen juist voor de onzelfzuchtige positie van vriendin en boodschapper. Deze laatste groep zwakt in hun devotie de erotische symboliek wat af of verheft die tot een hoger niveau.
Met hun beweringen dat de godheid tot hen komt als minnaar, worden de sakhi's ook wel van arrogantie beschuldigd. Hun beweringen dat zij 'vleselijk' contact hebben, wijst op een soort zedeloosheid, evenals hun seksewisseling van man tot vrouw. Er zijn dan ook betrekkelijk weinig sakhi's en de meesten staan vrij laag op de statusladder van professionele religiosi.
Tijdens Ramnomi, de verjaardag van Ram, is het waanzinnig druk in Ayodhya. Honderdduizenden pelgrims, boeren en buitenlui zijn hier gekomen om het Ram festival te vieren. De grote tempels puilen uit, een mensenmenigte perst zich door de straten. Ik laat me meevoeren in de onverbiddelijke stromingen van deze mensenzee en zet koers naar een kleine kloostertempel, die midden in het stadje in een smalle steeg gevestigd is.
De twee daar wonende sakhi's hadden mij verteld dat ze zich op deze dag extra mooi zouden aankleden en opsieren omdat ze dan voor Ram zullen dansen. In deze wijk zijn geen populaire tempels, dus is het er een stuk rustiger.

Op een hoge stoep tegenover de tempel zit de mij bekende sakhi Premlatha te praten met twee onbekende sakhi's. Premlatha ziet er inderdaad prachtig uit. Ze draagt een glimmende zijden blouse, een knalgele sari met zilveren boorden, gouden halskettingen en parels, een neusring met een kettinkje naar de oorring, zilveren enkelbanden met rinkelende belletjes, en ringen om de tenen.
Ze is klein en tenger, en maakt nerveuze, iets té vrouwelijke gebaren, haast nichterig, met een slap polsje en zo.
Bij nadere beschouwing zijn de twee onbekende sakhi's opvallend anders. Zijn dat wel echt sakhi's?
Een hizra (?) en Premlatha Sakhi (rechts)
Hun kleding is dan wel hetzelfde, ook een blouse en sari, zij het wat minder mooi, met minder goud en glitter, maar hun voorhoofdbeschildering is duidelijk anders. Premlatha heeft, zoals gebruikelijk voor religiosi, het symbool van Ram midden op het voorhoofd geschilderd: drie verticale lijnen, twee witte en er tussenin een rode. De twee bezoeksters echter hebben en rode stip op het voorhoofd, van het soort dat gewoonlijk door Indiase vrouwen als onderdeel van de dagelijkse make-up wordt aangebracht. Maar nog verdachter zijn hun 'wereldse', voor een Indiase vrouw onbetamelijk manieren. Ze trekken wel 'zedig' de sari over hun hoofd, maar daarbij hebben ze iets brutaals in de uitdagende ogen, iets obsceens in hun gebaren.
De oudste van de twee vraagt me iets, kijkt me samenzweerderig aan, en slaat ritmisch een paar keer met de vlakke rechterhand op de zijkant van de linkervuist, een se+ueel suggestief geluid producerend van vlees kletsend op vlees. Het is wel duidelijk waar hij het over heeft, maar om misverstanden te voorkomen gedraag ik me als een preutse Indiër en pretendeer het niet te begrijpen. De jongste trekt steeds angstvallig de punt van zijn sari ver over zijn hoofd en gezicht. Hij probeert te verbergen dat hij kort haar heeft en dat hij zelfs zijn dunne, vlassige snor niet geschoren heeft. Hij is gewoon een verklede jongen.
De andere sakhi die ook hier in de tempel woont, Onkar, komt er bij zitten. Hij is niet zo opgetut als Premlatha, maar vandaag is hij tenminste wel geschoren. Hij heeft een mannelijke gestalte, gedrongen en breed, maar in zijn bewegingen is hij op een speelse manier juist zeer vrouwelijk.
Er wordt geroepen vanuit de tempel. De dames staken hun gekwebbel. Ze moeten zich gaan voorbereiden voor hun optreden. Bevallig schrijden ze naar de overkant. Als ik achter hen aan naar binnen wil gaan, word ik tegengehouden door de Mahant. Hij wijst: eruit! De aanstaande plechtigheid mag niet door de aanwezigheid van een vreemdeling — eigenlijk een 'onaanraakbare' — bezoedeld worden, denk ik.
Buiten, op een hoge stoep bij de ingang van de tempel praat ik met een oude man, een pelgrim die ieder jaar naar het feest van Ram gaat en dan in deze tempel verblijft. Ik vraag hoe dat nu zit met die sakhi's die zo meteen in de tempel gaan dansen. Eerst beweert hij dat het alle vier echte sakhi's zijn. Maar als ik hem wijs op de verschillen, geeft hij uiteindelijk toe dat er twee echte sakhi's zijn — Premlatha Sakhi en Onkar Sakhi — en dat de twee anderen 'mohammedaanse' sakhi's zijn.
Het lijkt me nogal sterk dat Moslims voor een Hindoe godheid dansen. De omstanders gaan zich in het gesprek mengen. Een man zegt dat ze het alleen voor geld doen en dat ze in alle tempels willen optreden.
Dan laat een van de omstanders het woord hizra vallen. Een tandeloze oude man begint mekkerend te lachen. De anderen glimlachen en wisselen vrolijke blikken van verstandhouding.
Ik vraag naar de oorzaak van deze plotseling hilariteit, hoewel ik het eigenlijk al weet: het heeft met se+ te maken. Op mijn vraag of deze twee 'onechte' sakhi's dan tot de hizra's behoren, krijg ik alleen ontwijkende antwoorden.
Een van de omstanders vraagt aan mij, met een knipoog van verstandhouding: 'zijn er ook hizra's in jouw land?' Het is duidelijk dat hij homoseksuelen bedoeld. Die zijn er natuurlijk wel, maar niet zo als de hizra's.
Shyan Mansi, sakhi of hizra?
Hizra's
Ook wat de hizra's betreft, blijkt India weer eens een land van uitersten te zijn. Het zijn namelijk niet zo maar als vrouw verklede mannen. Nee, om lid te worden van deze sekte is castratie vereist. En dan ook totaal, alles eraf. Hun ontmanning en hun imitatievrouwelijke levenswijze zijn — zoals bijna alles in India — onlosmakelijk verbonden met mythologie, magie en religie.
Binnen het rijk geschakeerde hindoe pantheon met zijn duizenden goden heeft ook deze excentrieke sekte een beschermgodin gevonden. Zij vereren Bahuchara Mata, een incarnatie van de Moeder Godin, die in vele gestalten in India aanbeden wordt. In de legende van Bahuchara Mata wordt verteld hoe zij als jonge vrouw door bandieten overvallen werd. Omdat ze wilde voorkomen dat ze van haar eer beroofd zou worden, sneed ze haar borsten af, offerde die aan de rovers, en overleed aan de verwondingen. Door deze kuise zelfopoffering verkreeg ze goddelijke status.
De godin verschijnt in de droom van haar uitverkorenen en eist dat ze zich laten ontmannen, zich als vrouw kleden en zich aan haar onderwerpen. Niet door iedereen worden de godsdienstige roots van deze sekte serieus genomen. Ze zouden volgens deze opinie afstammen van de harem-eunuchen uit de hofhoudingen van de vroegere moslim overheersers. Hiervoor geldt als sterk argument dat het hizra jargon veel woorden kent uit het Urdu, een moslim taal. Zoals het woord 'hizra' zelf, dat in het Urdu 'eunuch of impotente man' betekent.
Volgens deze zienswijze is het niet de godin die haar 'uitverkorenen' tot het hizra bestaan dwingt, maar is het de homoseksuele of transseksuele geaardheid van de 'uitverkorenen' die hen dwingt dit bestaan te kiezen, waarvoor ze dan een bovennatuurlijke verklaring en rechtvaardiging gevonden hebben.
Maar waar hun oorsprong ook ligt, het willen ondergaan van een zware verminking zoals de grof uitgevoerde castratie is zonder bovennatuurlijk geloof onvoorstelbaar.
De hizra's moeten werken voor hun brood. Een van hun 'commerciële' activiteiten die, vanwege het magisch rituele, religieuze karakter nog enig respect geniet, is van oudsher het optreden bij huwelijken en de geboorte van een zoon. Vaak onuitgenodigd, komen ze naar het feest, waar ze dansen, zingen en vertellen. Hun show, met veel dubbel. zinnige teksten, is zeer vermakelijk.
Wat meer serieus is hun magische functie bij deze vruchtbaarheidsfestiviteiten: hun zegen moet zorgen voor voorspoed en geluk. Voor dit optreden eisen ze een 'symbolisch bedrag', dat echter behoorlijk hoog is, in geld en goederen. Vanuit deze functie van 'magisch bemiddelaar' kunnen sommige hizra's zich tot 'wijze vrouw', raadgeefster in kwesties van geboorte, opvoeding en huwelijk ontwikkelen. Dit zijn de enigen die echt respect genieten.

Het dansen van hizra's bij het geboortefeest van Ram zou vanuit dit respectabele perspectief nogal logisch zijn, en waarschijnlijk tegenwoordig noodzakelijk omdat er nog zo weinig echte sakhi’s zijn. Aan de andere kant is het willen verdoezelen daarvan even logisch, want de hizra's als groep hebben door hun andere 'commerciële' activiteiten de reputatie van schandalig, obsceen, zedeloos schorriemorrie uit de laagste kaste der onaanraakbaren.
Het feit dat veel hizra's door bedelen aan de kost moeten komen, is op zich zelf niet schandalig — in India is dat een redelijk acceptabele bezigheid — maar het is de manier waarop ze het doen. Ze vragen niet om geld, maar eisen het, opdringerig en intimiderend. Als men niets wil geven, slaan ze obscene, dreigende taal uit en tillen zo nodig hun sari op om hun litteken te tonen. Dit schokkendde 'machtsvertoon' heeft meestal het gewenste effect.
Hun reputatie wordt echter het meest geschaad door een derde commerciële activiteit: veel hizra's zijn prostituee. En waarschijnlijk is dat nu hun grootste bron van inkomsten. Blijkbaar zijn er genoeg mannen die het met een eunuch willen doen. Het spreekt vanzelf dat de hizra's door een dergelijke zedeloosheid als religieuze sekte nauwelijks nog geloofwaardig zijn.
De gemeenschap van hizra's is georganiseerd in groepen die een soort huishoudens vormen, met aan het hoofd een goeroe. De relaties in zo'n 'familie' zijn vrouwelijk: ze noemen elkaar moeder, dochter, tante, nicht, zuster. En ze hebben natuurlijk een vrouwennaam.
De keuze voor het leven als hizra wordt vaak al op jeugdige leeftijd gemaakt. Dit kleurrijke, uitbundige gezelschap werkt als een magneet op jongens met een homofiele aanleg. Geleidelijk aan beginnen ze deel te nemen aan het hizra bestaan. Deze ontwikkelingen worden door familie en vrienden niet erg geapprecieerd, maar kunnen in ieder geval voorgesteld worden als een onafwendbare mythologische tragedie: het is de godin die dat wil.
Als ze besluiten definitief toe te treden tot de sekte, dan zullen ze de initiatie moeten ondergaan. Het offer dat de godin daarvoor eist zijn hun afgesneden genitalia.
Promodh, een jonge hizra in de dop?
Hun geloof in het bovennatuurlijke karakter van de castratie blijkt uit het feit dat deze 'nirvana' wordt genoemd, een woord waarmee in het Hindoeïsme de staat van spirituele verlichting, van bevrijding van het aardse wordt aangeduid.
Enige bovennatuurlijke hulp bij de operatie is overigens wel noodzakelijk, want deze wordt zonder verdoving, ongesteriliseerd en met grof gereedschap uitgevoerd, en een dodelijke afloop is niet denkbeeldig. Hoewel deze opzettelijke verminkingen volgens de wet misdadig en strafbaar zijn, blijven ze onverminderd plaatsvinden, maar dan wel in het grootste geheim.
De hizra die de operatie verricht wordt 'vroedvrouw' genoemd, want de 'nirvana' is een soort wedergeboorte. Zij fungeert als vertegenwoordigster van de godin, die via haar handelt. Zo kan er niets fout gaan.
Er gaan uitgebreide rituelen aan de operatie vooraf: om de godin gunstig te stemmen en om tekens van haar te ontvangen dat deze een succes zal worden. Zijn de voortekens gunstig dan ondergaat de aanstaande hizra een 'reinigingsfase': hij wordt een tijdje geïsoleerd en hij mag bepaalde soorten voedsel niet meer eten en geen se+ meer bedrijven. Op het juiste, door de godin bepaalde tijdstip gaat het dan echt gebeuren. Het is meestal vroeg in de ochtend, om een uur of vier, want dan is de goddelijke communicatie optimaal. Begeleid door allerlei rituelen om de godin bij de operatie te betrekken, gaat de aanstaande hizra nakt op een krukje zitten.
Zijn geslachtsdelen worden afgebonden met een touw of afgekneld in een gespleten bamboe stok. Hij wordt vastgehouden door een assistente-hizra en terwijl hij in een soort trance contact heeft met de godin, snijdt de 'vroedvrouw' met één flitsende haal van haar mes zijn genitaliën eraf. Het bloed laat men aanvankelijk ongehinderd stromen, wat geïnterpreteerd wordt als het laten afvloeien van de laatste resten mannelijkheid. De afgesneden delen worden in een pot onder een boom begraven.
Hizra's beweren dat ze geen pijn voelen tijdens hun 'nirvana'. Na deze magische wedergeboorte volgt weer een periode van isolatie. Deze duurt veertig dagen, precies even lang als de herstelperiode van een vrouw na een bevalling. De initiatie wordt afgesloten met een soort bruiloft, een rituele vereniging met de godin, waarmee de bruid volledig wordt opgenomen in de hizra familie.
De godin heeft er weer een nieuwe dienares bij, haar eigen creatie.
Onherroepelijk.

Veel meer info en foto's in mijn boek Contact Dolf Hartsuiker