![]() |
| Adolphus | Sadhoes & Yogi's van India | Christen Asceten |
|
Door Dolf Hartsuiker Januari 2005 |
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
| Inleidende beschouwing over Alexander de Grote en de Gymnosofisten | |
Alexander ontmoet de Gymnosofisten. |
Omdat het de eerste keer is dat de Europeanen iets vernamen over de wijsgeren van India en hun filosofie, is de ontmoeting van Alexander de Grote of zijn loods Onesikritos met de naakte wijsgeren in 327 v.Chr. zeer interessant. Enerzijds verschaft dit verhaal enige informatie over het functioneren van de Indiase heilige mannen in die tijd, de voorlopers van de hedendaagse sadhoes, waarvan verder weinig historische feiten bekend zijn. |
| Anderzijds is deze ontmoeting van belang voor het begrijpen van de ontwikkeling van de ascese in het Christendom, misschien zelfs voor het Christendom als geheel. Ik ga er namelijk vanuit dat deze onder invloed heeft gestaan van Indiase ideeën en praktijken betreffende ascese en mystiek, die, zoals ik hieronder kort aan zal geven, in India zijn uitgevonden en van daaruit zich verbreid hebben. In mijn kritiek op het boek van Jona Lendering wil ik me dan ook beperken tot de beschrijvingen van de contacten tussen de Macedoniërs en de gymnosofisten, de naakte wijsgeren, waarvan het belangrijkste contact, de ontmoeting van Alexander de Grote of zijn loods Onesikritos met de gymnosofisten op paginas 285 tot 286 van zijn boek beschreven wordt. Maar eerst een korte inleiding. |
|
| Alexandrië bij Egypte | |
| In Alexandrië begon met Ptolemaeus, een generaal van Alexander de Grote, die ook mee geweest was op de veldtocht naar India, een koninklijke dynastie die tot Cleopatra (r. 51-30 v.Chr.), heeft stand gehouden. Alexandrië, waar het lijk van Alexander eeuwenlang in een tombe lag opgebaard, was vooral een handelsstad waar goederen uit het Oosten werden overgeslagen voor transport naar het Westen, maar daarnaast was het toch ook eeuwenlang een van de belangrijkste centra voor culturele uitwisseling waar Oost en West elkaar ontmoetten. We denken in dit verband aan de beroemde bibliotheek van het Museon van Alexandrië, de universiteit waar geleerden op kosten van de overheid kennis vergaarden gesticht in 283 v.Chr. door Ptolemaeus die zijn bibliothecaris opdracht gaf boeken uit de hele wereld, dus ook India, te verzamelen. (4) Het Museon omvatte een botanische en zoölogische tuin, en een astronomisch observatorium. Er werkten meer dan honderd geleerden die boeken kopieerden, boeken schreven, les gaven, onderzoek deden en discussieerden. Naar schatting waren er op het hoogtepunt zon zevenhonderdduizend boeken in de bibliotheek. De kennis over en van India en de gymnosofisten die Ptolemaeus tenslotte zelf heeft ontmoet zal daar zeker bewaard zijn gebleven en van daaruit ook verspreid zijn. Ik vermeld Egypte zo nadrukkelijk omdat daar de eerste tekenen van Christelijk ascese zich manifesteerden, via o.a. de Heilige Antonius, wiens leven door bisschop Athanasius van Alexandrië in 356-362 n.Chr. beschreven is (zie ook op deze site). In een andere publicatie zal ik de ontstaanswijze van de Christelijk ascese verder uitwerken. |
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
| De 3 versies van de Ontmoeting | |
Brahmanen, uit Jacob van Maerlant's Der Naturen Bloeme, Vlaanderen, c. 1350. |
In de loop der eeuwen raakten er diverse versies van het verhaal over de Ontmoeting in omloop, die er in hoofdlijnen op neer komen dat:
Ik zal hieronder deze versies even de revue laten passeren. |
| Versie 1 In de eerste, en waarschijnlijk historisch gezien meest correcte versie, was het niet Alexander zelf die met de gymnosofisten contact had, maar zijn belangrijkste loods Onesikritos, die erop uit was gestuurd nadat geruchten over deze groep het kamp hadden bereikt. Volgens de verhalen waren dit asceten die aan extreme zelfonthouding deden, als gevolg waarvan zij door de bevolking met veel respect werden behandeld, heilige mannen die geen vergelijk in de Griekse wereld hadden. Net buiten de stad Taksashila vond Onesikritos de groep van vijftien heilige mannen, die daar de hele dag op een blakerende rots in de woestijn in verschillende houdingen stonden, zaten of lagen, naakt en zonder beschutting tegen de hete zon, en zonder zich te bewegen tot de avond viel. Hij nodigde hen uit voor een audiëntie met Alexander, maar dat sloegen ze af. (5) Degene die de leiding leek te hebben, Dandamis, zei dat de koning maar naar hun moest toekomen, als hij wat over hun doctrines te weten wilde komen, liefst ook naakt. Beloningen konden hen niet verleiden ze hadden niets nodig en voor straffen waren ze niet bang ze hadden de wereld verzaakt; hun kon niets gebeuren. De communicatie had zo zijn beperkingen, want er moesten drie tolken aan te pas komen: van Grieks naar Perzisch, naar Sanskriet, naar het lokale dialect. En er waren zeker ook invloeden van de Cynische achtergrond van Onesikritos op de weergave van de conversatie, maar genoeg authentieks is toch overgebleven. Het detail, bijvoorbeeld, opgemerkt door Onesikritos dat geen van hen bijzonder geleerd waren, is zeer authentiek. Ascetisme verdraagt zich immers zeer slecht met schriftgeleerdheid. |
|
Brahmanen, uit Jacob van Maerlant's Der Naturen Bloeme, Vlaanderen of Utrecht; c. 1450-1500. |
Versie 2
De versie die ik hierboven heb weergegeven waar alleen Onesikritos met de gymnosofisten spreekt, komt waarschijnlijk het meest overeen met de realiteit, maar in latere versies wordt het meestal zo voorgesteld dat Alexander zelf een confrontatie heeft met Dandamis de leider van dat gezelschap. De eerste variant van deze confrontatie, treffen we op een papyrus dat in Caïro in 1950 ontdekt werd, dat stamde uit de tweede eeuw na Christus, en dat zich nu in de bibliotheek van Genève bevindt. (6) |
| In dit verhaal ventileert Dandamis allerlei krasse meningen die aardig overeenkomen met de Cynisch-Stoïcijnse doctrines die populair waren in de Hellenistische wereld in die tijd. Dit verhaal (zowel als de andere variant, die ik hierna geef) toont dan ook grote overeenkomsten met de ontmoeting van Alexander met de Cynische filosoof Diogenes: het thema van de koning die alles heeft in contrast met de filosoof die niets nodig heeft. Volgens dit laatste verhaal lag Diogenes in de zon en stond Alexander voor hem en vroeg of hij hem een gunst kon bewijzen, en Diogenes zou geantwoord hebben, vrij grof, doe een stap opzij, je staat in mijn zon. En in plaats van hem te straffen voor zijn grofheid spreekt Alexander zijn bewondering uit. In de papyrus versie van de ontmoeting van Alexander met Dandamis, uit de laatste scherpe kritiek op de levenswijze van de Griek, waarbij hij als tekortkomingen noemt: het dragen van kleren, het eten van vlees, hebzucht, verspilling, dronkenschap, ruziemaken, oorlog voeren en het onderwerpen van volkeren. Hij vermaant Alexander zijn bloedige carrière op te geven en als een wijsgeer in eenzaamheid te gaan leven. Alexander antwoordt dat hij de wereld wel zou willen verzaken, maar dat niet kan doen omdat de band met zijn soldaten te sterk is. In feite accepteert Alexander, de wereldveroveraar, hiermee de morele superioriteit van de ascetische levenswijze. Hoewel er dus duidelijke overeenkomsten zijn met de Cynisch-Stoïcijnse levensopvattingen, moeten we wel in het oog houden dat het doel van de wereldverzaking zeer verschillend was. Bij de Cynici en Stoïcijnen gaat het om een filosofische levenshouding waarbij het geluk (happiness) vooropstaat, en waarvoor het dus nodig is los te staan van externe factoren die dat geluk zouden kunnen bedreigen. Daar ontbreekt dus de spirituele dimensie, zoals bij de gymnosofisten, voor wie het doel van de ascese en wereldverzaking de mystieke nabijheid van of het contact met de goden is. Versie 3 |
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
| Mijn kritiek | |
![]() |
In zijn boek, Alexander de Grote; de Ondergang van het Perzische rijk, heeft Jona Lendering gekozen voor versie 2 van het verhaal van de ontmoeting en laat hij dus nadat Onesikritos ze eerst ontmoet heeft, Alexander zelf spreken met de gymnosofisten waarvan hij een nogal beknopte weergave geeft op paginas 284-7. Omdat het niet zoveel tekst is, zal ik deze grotendeels hieronder citeren (nog weer een andere moderne, romantische versie zal ik helemaal aan het eind geven). |
| Alexander, buste, British Museum, Londen | |
Toch bleef de kennismaking oppervlakkig, niet in de laatste plaats omdat drie tolken nodig waren om met plaatselijke informanten te spreken, van het Grieks dat de meeste Macedonische officieren machtig waren naar het Perzisch, van het Perzisch naar het Baktrisch en vervolgens naar het Prakrit dat in de Punjab werd gesproken. Spraakverwarring was aan de orde van de dag en het is daarom niet zo vreemd dat een van de in onze bronnen genoemde Indiërs, Kalanos, is voorzien van een naam die een verbastering is van kalyana, 'hallo'. |
|
![]() |
Als we Lenderings beknopte weergave vergelijken met de door mij weergegeven klassieke versies (die eigenlijk ook nogal beknopt zijn), dan zal duidelijk zijn dat qua kennis van de levenswijze van de Indiase asceten en hun filosofisch gedachtegoed middels de diverse versies van het verhaal over de Ontmoeting waren veel meer ideeën tot Europa doorgedrongen zijn dan in het boek van Lendering wordt gesuggereerd.
|
| Alexander met een olifantenhuid op zijn hoofd. Munt van Ptolemaios | |
| Wat mij betreft had de beschrijving (natuurlijk) dan ook wel een pagina langer gekund. Er is veel meer informatie uit klassieke teksten beschikbaar, zoals bijvoorbeeld hierboven aangegeven wordt, en zeker als ik het vergelijk met de minutieuze beschrijvingen van een half dozijn veldslagen (prima hoor, daar niet van), dan komt deze ontmoeting er toch wat bekaaid af. Dat een wereldveroveraar bloedige veldslagen levert en lokale bevolkingen uitmoordt is niet echt nieuws, zelfs al gebeurt het op zon grote schaal als Alexander deed. Het bijzondere waardoor Alexander eeuwenlang in de collectieve herinnering voort bleef leven is omdat hij als Grote Koning een confrontatie aanging met de naakte wijsgeren van India, die hem als het ware in zijn hemd lieten staan. Zij gingen immers niet in op zijn uitnodiging (of bevel) naar hem toe te komen, kwamen door zijn beloningen niet in verzoeking en waren niet bang van zijn dreigementen. |
|
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
| Geen Boeddhisten maar Hindoes Wat goed is in het boek van Lendering, is dat hij deze wijsgeren niet bestempelt als Boeddhisten. Dat is wat in het algemeen wel gebeurt, waarschijnlijk omdat de meeste biografen en geschiedschrijvers wel op de hoogte zijn van de Griekse en Hellenistische geschiedenis maar niet of weinig van de Indiase, en dan hooguit de Boeddhisten kennen als enige Indiase asceten. Het is wel jammer dat hij niet aangeeft hoe hij tot zijn afwijkende mening is gekomen, maar ik ben het er (natuurlijk) zonder meer mee eens dat het Hindoes zijn, en wel behorende tot een Hindoeïstische ascetische groepering die tegenwoordig bekend staat onder de naam sadhoes. Maar de auteur is over deze groepering blijkbaar toch nog niet voldoende geïnformeerd, dus heb ik op zijn verhandeling wel een paar dingen aan te merken. Dat ik deze moeite heb genomen is overigens juist daaraan te danken dat de auteur deze Indiase asceten als sadhoes betitelt. |
| Geen saddhus maar sadhoes Het is vreemd dat de auteur de spelling saddhus gebruikt. Ik meen me te herinneren dat de Oxford Dictionary deze spelling lange tijd hanteerde, maar tegenwoordig schrijven zij het ook als sadhu. En terecht. In het Sanskriet en Hindi bestaat het woord uit twee lettergrepen, de s-met-lange-aa en de dh-met-korte-oe. Ook lijkt mij dat er geen reden is om in een Nederlandstalig boek een Engelse klankweergave als de u te gebruiken, dus het woord als saddhu (of verbeterd als sadhu) te spellen, terwijl de spelling sadhoe de enig juiste is en heel adequaat de klanken zou weergeven. |
|
![]() |
Ik zou er overigens nog wel op willen wijzen dat het woord of begrip sadhoe in 327 v.Chr. waarschijnlijk niet gebezigd werd (net als het woord Hindoe), maar voor de moderne lezer zou dat van ondergeschikt belang zijn. Het belangrijkste is toch dat hier aangegeven wordt dat het om Hindoeïstische asceten gaat.
Voor nog meer sadhoes, zie op mijn site. |
| Geen gymnosofisten? Op pagina 285 geeft de auteur aan dat deze sadhoes vrijwel naakte mannen waren. Maar hoewel de beschrijvingen van Onesikritos c.s. helaas zeer summier zijn, waardoor het bijvoorbeeld moeilijk is wat preciezer hun sektarische affiliatie te weten te komen, zijn deze op één punt toch wel erg duidelijk: deze mannen of in ieder geval een aantal van hen waren geheel naakt. Vandaar dan ook de typerende benaming voor deze mannen: gymnosofisten, d.w.z. naaktlopende wijsgeren. En onder deze benaming zijn deze sadhoes ook eeuwenlang bekend gebleven, maar vreemd genoeg komt het hele woord gymnosofist in het boek van Lendering niet voor. Een ander aspect van hun situatie die in de klassieke beschrijvingen wordt benadrukt en welke niet wordt vermeld in het boek is dat ze niet alleen naakt waren, maar ook zonder enige bescherming de hele dag op een kale rots doorbrachten, vrijwel zonder zich te bewegen. Juist die combinatie maakt veel indruk op de Macedoniërs. |
|
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
Swami Ananda Ashrama, een sadhoe van de Brahmanen kaste, doet linga puja, vergezeld van zijn danda. |
De namen, kaste en sektarische affiliatie De hoogste in rang van deze sadhoes werd door de Macedoniërs Dandamis genoemd. Een andere sadhoe in deze groep van wie we de naam weten, heette Kalanos. In het algemeen wordt geen poging gedaan om de naam Dandamis, die natuurlijk een Griekse verbastering is, te ontraadselen en ook in het boek van Lendering gebeurt dat niet. Dat is jammer omdat de naam van een sadhoe niet zomaar een toevallig gekozen of toegewezen naam is, maar een naam die tijdens de initiatie wordt gegeven en die gebaseerd is op sektarische affiliatie. Zo zou naar mijn mening de naam Dandamis een verbastering kunnen zijn van Danda Swami, of Danda Sami, wat zowel een eigennaam als een aanduiding van rang en sekte zou kunnen zijn. Omdat hij de hoogste in rang is, en blijkens de conversatie zeer goed onderlegd, zou de titel van Swami (of Sami) op zijn plaats kunnen zijn. Een danda is een staf die als symbool van ascetisme door een bepaalde groepering van sadhoes gedragen wordt. |
| De meeste sadhoes dragen wel een of ander wapen (tegenwoordig bijvoorbeeld vaak een drietand), maar de danda mag alleen door Brahmaanse sadhoes gedragen worden. | |
| Dat zou er dus op kunnen wijzen dat Dandamis een Brahmaan was, wat dan voor hem een reden zou kunnen zijn geweest niet in te gaan op de uitnodiging met Alexanders entourage mee te gaan. Maar als dat al zo was, dan denk ik eigenlijk dat dat maar een ondergeschikte reden zou zijn geweest. Het gezelschap van bloeddorstige krijgers (en materialistische hebbers) zou hem als asceet sowieso tegen de borst gestuit hebben. Dit blijkt trouwens ook uit de conversatie tussen hem en Onesikritos (of volgens de wat meer romantische versies: tussen hem en Alexander). Dat zou voor Kalanos geheel anders geweest kunnen zijn. Hoewel een sadhoe een Brahmaan kan zijn, zoals ik in het geval van Dandamis al aangaf, zijn sadhoes in het algemeen juist geen Brahmanen, maar behoren ze tot de lagere kasten. Dit heeft te maken met de historische ontwikkeling van ascetisme en mysticisme in India. In feite zijn deze uitgevonden door de autochtone bevolking van India, voor of tijdens de Indus Vallei Cultuur, d.w.z. minimaal zon 2500 v.Chr. maar waarschijnlijk eerder. (Zie ook Ascese en Zelfkwelling op deze site) Na de invasie van de Ariërs (in ± 1500 v.Chr.), die later de dominante kasten zouden vormen, vindt er een vermenging plaats van de Vedische priester-religie die zij met zich meebrachten en de ascetische en mystieke praktijken (yoga) die zij aantroffen. Maar toch blijft het verschil in afkomst zichtbaar, zodat de Arische Brahmanen de tempelpriesters worden (of blijven) en de aboriginals, de lagere kasten (of zelfs kastelozen) de sadhoes worden. De laatsten kunnen nooit priester worden, maar Brahmanen kunnen wel sadhoe worden. Dat er van enige rivaliteit sprake zal zijn tussen sadhoes en priesters beide groepen zijn immers religieuze experts en bemiddelaars met de goden ligt voor de hand: op beide wordt beroep gedaan door dezelfde cliëntèle, met een beperkt budget. |
|
| Als we deze groep gymnosofisten nog eens nader bekijken, dan hoeven we er niet van uit te gaan dat dit een homogene groep is met allemaal dezelfde kaste achtergrond of met dezelfde sektarische affiliatie. Eigenlijk lijkt het er juist op dat dat niet het geval is. De naam Kalanos wordt door Lendering ontraadseld als komende van kalyana wat volgens hem hallo zou betekenen. Hier kloppen een paar dingen niet. Dat de naam afgeleid zou zijn van hallo zou een zekere lachwekkendheid inhouden, alsof Kalanos in de ogen van de Macedoniërs een soort clown was, en ook dat hij daarmee genoegen zou nemen. Zoals ik al aangaf, is de naam van een sadhoe een ernstige zaak: hij krijgt deze tijdens zijn initiatie van zijn goeroe; de naam heeft niet alleen sektarische maar ook metafysische betekenis. Dus enige verbastering zal Kalanos wel geaccepteerd hebben, maar het moest niet te gek worden. |
|
Santosh Puri, een Italiaanse sadhoe, en zijn goeroe, Kolyan Puri. |
Er moet ook enig respect in geklonken hebben. Dat is belangrijk voor deze naakte wijsgeren (en voor wie niet?), en zoals trouwens ook uit de conversatie blijkt, hadden de Macedoniërs respect voor hen.
Overigens betekent kalyana meer dan hallo, of nog scherper, het betekent eigenlijk geen hallo, maar een heleboel andere dingen. Als ik het Hindi woordenboek (9) er even bijpak, dan lees ik bij kalyana': happiness, welfare, good interest, good fortune, salutariness, benediction, weal, gold, a kind of song; blessed, prosperous, lucky; en bij kalyani: auspicious, propitious, happy, beautiful; a cow. |
| Het zou dus kunnen zijn dat Kalanos de aanroep kalyana! gebruikte om de ander geluk te wensen of zo iets, maar het lijkt me onwaarschijnlijk. Zoals een sadhoe zeker geen hallo als begroeting zal gebruiken, is ook een soort wens uitspreken niet gebruikelijk, maar zal hij een aanroep tot de goden richten, zoals tegenwoordig bijvoorbeeld door Shivaïeten geroepen zal worden: Om namah Shiva! of Om namoh Narayana! Volgens Plutarchus overigens, zoals hij dat beschrijft die in zijn biografie over Alexander de Grote (XI-65) is de naam Kalanos afgeleid van "Cale", wat "in de Indiase taal een vorm van begroeting is." Hoewel Lendering dat niet expliciet stelt, komt hier waarschijnlijk zijn idee vandaan dat "kalyana" 'hallo' zou betekenen. (Op zich zou dit een aardig voorbeeld van hedendaagse verbastering zijn). En in de Autobiografie van een Yogi van Yogananda (hoofdstuk 41), kwam ik de alleszins acceptabele interpretatie tegen dat "Cale" een verbastering van "Kali" zou zijn, wat als aanroep van de godin goed op zijn plaats zou zijn. Maar zowel 'Kali' als kalyana zouden alleen het eerste deel van de naam (Kala) verklaren, en geven geen verklaring voor het achtervoegsel nos. |
|
Kalyana Giri, mahamandaleshwar van de Juna Akhara Naga sadhoes |
De ontraadseling van de naam Kalanos zou in feite veel simpeler kunnen zijn, voorzover Kalyana of Kolyana gewoon namen zijn, die ook heden ten dage nog door sadhoes worden gebruikt. Ik ben zelf een Kolyana Puri tegengekomen, een oude, zeer gerespecteerde goeroe met veel leerlingen, waaronder ook Westerlingen, in Omkareshwar. En een Kalyana Giri, een mahamandaleshwar (een hoge rang) van de Juna Akhara Naga sadhoes. Het zijn namen die op een Shivaïtische affiliatie wijzen. De naam Kalanos zou dus inderdaad een verbastering kunnen zijn van Kalyana en dan bijvoorbeeld in combinatie met de suffix en Shivaïtische sektarische aanduiding Nath, wat heer betekent, dus: Kalyana Nath, uitgesproken als kaaljaannaat. |
| Maar naar mijn menig ligt een andere verbastering nog meer voor de hand, namelijk die van Kala Nath, een andere naam van Shiva, welke Heer van de Tijd betekent. Als naam voor een sadhoe zou Kala Nath uitstekend zijn. Een andere mogelijkheid, die de vorige niet uitsluit, is dat Kalanos deze naam van Shiva als aanroep (en uitroep) ter begroeting heeft gebruikt: Kala Nath! Uitgesproken als kaalnaat. Klinkt niet gek. En heeft betekenis: time flies. Tenslotte, Kali Nath zou ook een goede optie zijn, te gebruiken als aanroep: "Kali!", en met de toevoeging 'nath' is het een prima sadhoe naam. |
|
| Wel op reis gaan en alcohol drinken Als we ervan uitgaan dat nos inderdaad een verbastering is van nath, dan houdt dat in dat Kalanos niet alleen tot een andere kaste maar ook tot een andere sekte dan Dandamis behoort. |
|
| Nu staan alle sadhoes sowieso buiten (of liever nog, boven) de kasten, en gelden voor hen andere regels dan voor de burgers, maar als Nath sadhoe zou Kalanos zelfs tot de Aghoris kunnen behoren. | |
Pir Ganga Nath, een kanphata yogi van de Nath sekte, in meditatieve pose bij zijn mooie dhuni met trishul van Shiva. |
Dit is een sekte die zich totaal niet stoort aan voorschriften die voor normale Hindoes (laat staan voor Brahmaanse priesters) gelden, maar die integendeel juist alles doen wat tegen de taboes indruist. Als gewone sadhoe zouden dus allerlei restricties, zoals reizen (het grote water oversteken), die voor de Brahmanen (p. 285) gelden op Kalanos al niet van toepassing zijn. En als hij ook nog eens een Aghori zou zijn, dan zou ook zijn eventuele consumptie van alcohol (p. 332, zie ook hieronder bij de dood van Kalanos) te verklaren zijn, hoewel uit deze passage niet blijkt dat hij zelf gedronken zou hebben, want dat feest vond plaats ná zijn dood. In ieder geval is voor Brahmanen alle alcohol, en niet alleen overmatig alcoholgebruik (p. 332) taboe. Maar een Brahmaan was Kalanos dus zeker niet, en misschien was hij zelfs voor een sadhoe een buitenbeentje en niet omdat hij uit de Punjab afkomstig zou zijn (p. 332), maar omdat hij een soort Aghori was, die als tegendraads asceet wel het gezelschap van beroepssoldaten, die moorden en verkrachtend rondtrokken, kon verdragen, misschien zelfs appreciëren. |
| We kunnen verder alleen maar speculeren over wat het voor Kalanos betekende om met het leger van Alexander mee te trekken. Er zijn versies van het Alexander verhaal waarin Kalanos scherp bekritiseerd wordt door zijn collega-asceten die het zien als heulen met de materialisten, en als een gevaar voor zijn ascetische levenswijze. Maar hij ging toch. Dus wat had hij eraan? | |
![]() |
Was Alexander voor hem misschien een soort halfgod (zoals Alexander zichzelf inmiddels begon te zien), een reïncarnatie van een van de Hindoe goden zoals die ook bekend zijn uit de epische verhalen. We moeten er wel vanuit gaan dat Alexander een magnetische, charismatische persoonlijkheid was, en dat zelfs een sadhoe makkelijk in zijn ban zou kunnen geraken. |
| Alexander draagt de hoorns van een ram, die van zijn 'vader' de Egyptische god Amon; munt van Lysimachus, c.290. | |
| Geen adviseur, en zeker geen advies tegen de Brahmanen Het lijkt me overigens onwaarschijnlijk dat Kalanos als adviseur met Alexander meereisde. Zoals elders in de tekst blijkt (p. 331 en 337) waren er wel meer Indiërs die meereisden, want de reisrestrictie gold vooral voor Brahmanen die ritueel puur moesten blijven, maar niet (of in mindere mate) voor andere kasten, zoals de krijgerkaste (de Kshatriyas), die waarschijnlijk wel wat nuttiger, in ieder geval wat wereldser adviezen in te brengen hadden. De rol van Kalanos was meer die van exotische curiositeit, als een soort entertainer, zoals je die wel meer aantreft aan koninklijke hoven, met afwijkend maar toch decoratief gedrag (zoals meditatie in de lotushouding), en verkondiger van ongewone wijsheden. |
|
Alexander ontmoet de Brahmanen. |
Hoewel Kalanos als sadhoe misschien geen voorstander zal zijn geweest van het kastensysteem (hoewel dat niet vanzelfsprekend is, want ook tegenwoordig nog zijn er sadhoes ook uit de lage kasten die er wél voorstander van zijn), is het zeker niet waarschijnlijk dat hij de Macedonische staf negatieve informatie heeft verstrekt over de brahmanen (p. 310), zodat Alexanders leger zonder scrupules de stad der Brahmanen met de grond gelijk kon maken. |
| Zoals ik al aangaf was er wel rivaliteit tussen sadhoes en Brahmanen, maar van een zodanige vijandschap was absoluut geen sprake. De Brahmanen waren toen al zon duizend jaar de priesters, de onderwijzers, de artsen en kenners van de religieuze teksten. Op veel terreinen werd hun superioriteit erkend. Ook in de sadhoe organisaties bekleedden de Brahmanen vaak de hoogste posities (zoals dat nu nog steeds het geval is). Dandamis was waarschijnlijk zon Brahmaanse sadhoe, en als intellectuele leiders en goeroes werden deze door hun mede-sadhoes zeer gerespecteerd, ook door ongeletterde types zoals Kalanos er mogelijk een was. Het is dus eigenlijk ondenkbaar dat Kalanos een dergelijke verradersrol gespeeld zou hebben. En al te belangrijk voor de gehele gang van zaken is het nou ook weer niet dat Alexander de stad der Brahmanen vernietigde, want we moeten aannemen dat deze Brahmanen niet de eerste (of de laatste) waren die tijdens de campagne in India werden gedood. |
|
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
| De dood of zelfmoord van Kalanos Een heel ander verhaal dan de Ontmoeting is de zelfgekozen dood van Kalanos op de brandstapel voor de verzamelde troepen in Perzië. Het is een verhaal dat door de eeuwen heen de fantasie heeft geprikkeld, en de herinnering aan de gymnosofisten van India levend heeft gehouden. Ik zal eerst de tekst citeren uit het boek van Lendering, paginas 331-332. |
|
Nu dit alles was geregeld, werd het tijd om verder te gaan naar Sousa, waar een rendez-vous zou plaatsvinden met de vloot van Nearchos en waar Alexander wilde trouwen met twee Achaimenidische prinsessen. Een van zijn hovelingen zou hem echter niet volgen op die reis. De Indiër Kalanos was ziek geworden en verzocht Alexander een brandstapel te laten bouwen waarop hij zich levend wilde verbranden. Hoewel de koning er aanvankelijk weinig voor voelde, willigde hij uiteindelijk het verzoek van zijn adviseur in en gelastte Ptolemaios zorg te dragen voor het bouwwerk, dat werd voorzien van allerlei soorten reukwerk. |
|
![]() |
Naar Indisch gebruik werd Kalanos behangen met kransen en liggend op een draagbaar meegevoerd, terwijl hij liederen zong in zijn eigen taal. De Indiërs zeiden dat het lofliederen waren ter ere van de goden. [...] Zo besteeg hij tenslotte de brandstapel en ging in alle rust liggen, ten aanschouwen van het hele leger. |
Alexander vond dat het onkies was te kijken, omdat het een vriend betrof maar de anderen waren vol bewondering dat Kalanos in het vuur onbeweeglijk bleef liggen. Nearchos zegt dat toen degenen die daartoe aangewezen waren de brandstapel ontstaken, in opdracht van Alexander de trompetten weerklonken en het hele leger strijdkreten liet horen zoals ze deden wanneer ze het gevecht ingingen, en dat de olifanten meededen met schril en krijgshaftig getrompetter, alles ter ere van Kalanos. |
| Zoals de auteur terecht aangeeft is zelfmoord binnen het orthodoxe hindoeïsme verboden. Overigens niet alleen deze vorm, d.w.z. het vrijwillig je laten verbranden op de brandstapel, maar elke vorm. Bovendien niet alleen voor orthodoxe maar voor alle Hindoes. En deze regel geldt ook voor sadhoes. De enige religieuze groepering in India die zelfmoord goedkeurt, is de Jain gemeenschap, maar niet door verbranding, en alleen in bepaalde gevallen. Als een Jain asceet, een Digambar, d.w.z. gekleed in de vier windrichtingen dus een naakte asceet (en de Jains zijn daar zeer consequent in), zijn einde voelt naderen of zelfs al als hij niet meer staande kan eten (een dwingend voorschrift voor een Digambar asceet), dan houdt hij op met eten. Ook van strikte Jain burgers is bekend dat zij soms zo hun einde bespoedigen. Er zijn trouwens wel Jain websites waar beweerd wordt dat al die gymnosofisten Jain monniken van de Digambar orde waren. Zo zie je dat elke sekte die claim kan doen, wat natuurlijk wordt veroorzaakt door de vaagheid van de informatie, want de Macedoniërs hadden geen idee van al die sekten en kasten in India. Nu zou dat misschien voor Dandamis nog wel gegolden kunnen hebben, of voor andere niet met name genoemde asceten in die groep van gymnosofisten, maar toch lijkt het me niet waarschijnlijk. Maar Kalanos was vrijwel zeker geen Jain: die waren toen al strikt vegetarisch en tegen elke vorm van geweld, dus zij zouden absoluut niet met de moordende Macedoniërs meegetrokken kunnen hebben. Aangezien Kalanos op een brancard naar de brandstapel werd gedragen, moeten we er wel van uitgaan dat hij ernstig ziek was en misschien al stervende, en kunnen we zelfs veronderstellen dat hij mogelijkerwijs zijn laatste adem uitblies op de brandstapel voordat deze werd aangestoken en meer nog, dat hij al van te voren wist dat hij precies op dat moment zou sterven en dat het zo dus geen zelfmoord was, maar lijkverbranding. Maar dan nog blijft het vreemd, want lijkverbranding is door de Ariërs in India geïntroduceerd, en de sadhoes, als nazaten van de oorspronkelijk bevolking, laten zich, zoals voor de autochtonen de gewoonte was, meestal begraven, of ze laten hun lichaam onverbrand in een heilige rivier gooien. (Zie verder nog samadhi op deze site) Ook bij de Perzen, waar zich dit nu allemaal afspeelde, was verbranding niet de gebruikelijke manier om een lijk op te ruimen. Integendeel. Voor een Zoroaster was het vuur heilig (evenals de grond trouwens), en mocht deze niet bezoedeld worden door een onrein mensenlichaam. Vandaar hun torens der stilte, waar de lijken in stukjes gesneden aan de aasdieren worden gevoerd. Maar we hoeven er niet vanuit te gaan dat de Macedoniërs zich veel aantrokken van de gevoeligheden van de plaatselijke bevolking. Maar was het nou in Sousa, zoals het altijd wordt aangegeven, of in Pasargadai, zoals Lendering beweert? |
|
| Binnen het normale begrippenkader is het dus eigenlijk niet te verklaren hoe Kalanos op het idee gekomen is, zich levend te laten verbranden. Maar als sadhoe was hij de dood al voorbij (de initiatie is een soort sterven) en als yogi met enige graad van perfectie zou hij zeker in staat zijn geweest, de verbranding met alle zelfbeheersing, zelfs pijnloos, te ondergaan. En als sadhoe van de Nath sekte hoefde hij zich aan geen enkele regel te houden. Het was in ieder geval een mooi theater, dat eeuwenlang indruk heeft gemaakt, dus we kunnen ons afvragen of hij zich niet heeft laten opjutten door de überhaupt nogal theatrale sferen waarin hij vertoefde, zoals Lendering in relatie tot Alexander steeds weer benadrukt. En enig theater is sadhoes, die ik wel eens betitel als performance artiesten, niet vreemd. Als hij dan toch moest sterven, dan maar met een big bang! Het feit dat we er nu 2300 jaar na dato nog steeds over praten bewijst wel dat hij daarmee succes heeft gehad. |
![]() |
| Shiva en Kali op de smashana, of crematieplaats. Als Shiva hier brandt, is dat dan niet zelfgekozen? | |
| Eenzelfde performance werd zon 300 jaar later nog eens opgevoerd, maar toen in Athene, in de tijd van keizer Augustus (r. 27 v.Chr.-14 n.Chr.), door een sadhoe die meereisde in het gezelschap van Indiase ambassadeurs. Zoals Augustus zelf liet vermelden in een inscriptie: naar mij werden ambassadeurs van de koningen van India gezonden zoals er nog nooit eerder gezien waren in het kamp van enig Romeins generaal.(10) Een van deze ambassades kwam uit Pandhya, een land in Zuid India, met een brief van hun koning, geschreven in het Grieks (!) om vriendschappelijk relaties met de keizer aan te knopen. Deze ambassadeurs werden vergezeld door een Indiase heilige man, die zich te Athene publiekelijk liet verbranden. Nu waren het verschrikkelijke tijden, net als in Alexanders dagen, met slachtingen en verkrachtingen van burgers in allerlei oorlogen en twisten, maar zon vrijwillig gekozen dood door verbranding wist de gemoederen toen ook weer aardig in beweging te krijgen. Vanzelfsprekend werd deze daad gekoppeld aan die andere verbranding, die van Kalanos, 300 jaar eerder. Dat was men nog niet vergeten. De naam (of titel) van deze heilige man, zoals die op zijn grafzerk gebeiteld werd, was Zarmanochegas, wat wel eens uitgelegd wordt als shramana acharya, wat dan leraar van asceten zou betekenen. Het was niet duidelijk tot welke religie hij behoorde, maar waarschijnlijk behoorde hij, gezien de term acharya, tot een Hindoeïstische i.h.b. een Vaishnava sekte. (11) Nog zon verbranding kan haast geen toeval zijn. Zou het toch wel een gewoonte zijn geweest, of althans niet zo ongewoon als we denken? En wijst dit er ook niet op dat we nog lang niet alles van die perioden en volkeren kennen? |
|
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
| Invloed op de vroege Christelijke asceten | |
| Om nog even terug te komen op mijn veronderstelling dat onder andere de Alexander-verhalen over deze Indiase asceten, de gymnosofisten, van invloed zijn geweest op de vroege Christelijke asceten en hun ascese mede hebben vormgegeven, zou ik wat poëtisch bewijsmateriaal aangaande de eerste Christelijke kluizenaar, de Heilige Antonius van Egypte willen aandragen, dat geleverd wordt door Gustave Flaubert in zijn toneelstuk La Tentation de Saint Antoine, dat hij schreef in 1874. (12) Het hele toneelstuk geeft er overigens blijk van dat hij Sint Antonius en de tijd waarin hij leefde uit en te na heeft bestudeerd, en ervan uitgaat dat Antonius niet alleen op de hoogte was van de Ontmoeting en de Zelfverbrandingen, maar ook van het Hindoe pantheon, Boeddha, Appolonius, Pythagoras, de gymnosofisten van Egypte, enzovoort. (Zie ook op mijn website) |
|
... [er] zit op een soort houtstapel iets vreemds een man ingesmeerd met koeiedrek, spiernaakt, dorder dan een mummie; aan het uiteinde van zijn beenderen, die dun als talhouten zijn, steken zijn gewrichten uit als knoesten. Aan zijn oren hangen trosjes schelpen; zijn gezicht is langgerekt en hij heeft een haviksneus. Zijn linkerarm is verstijfd en wijst als een staak recht omhoog. Hij zit daar al zo lang dat er vogels nestelen in zijn haar. |
|
Uit Oman's The Mystics, Ascetics and Saints of India. |
Brahmaan van de Nijloevers, wat vind je ervan? Aan alle kanten lekken de vlammen tussen de stammetjes door. DE GYMNOSOFIST gaat verder: Zoals de rinoceros heb ik mij diep in de eenzaamheid teruggetrokken. Ik woonde in de boom achter mij. Inderdaad vertoont de grote vijgeboom in zijn gegroefde stam een natuurlijke, manshoge uitholling. Ik voedde mij met bloemen en vruchten, en nam de voorschriften in acht, zo dat zelfs de honden mij niet zagen eten. Daar het leven voortkomt uit verdorvenheid, verdorvenheid uit verlangen, verlangen uit zintuiglijke gewaarwording, zintuiglijke gewaarwording uit aanraking, heb ik alle doen gemeden, iedere aanraking. |
Zonder mij ooit te bewegen, als een grafzuil, ademde ik met gesloten mond; en mijn blik richtend op mijn neus, schouwde ik de ether in mijn geest, de wereld in mijn ledematen, de maan in mijn hart, en ik peinsde over de essentie van de grote Ziel, waaraan voortdurend, als spranken uit het vuur, de levensprincipes ontspringen. |
|
Dit alles heeft hij met monotone stem gezegd. Om hem heen verschrompelen de bladeren. Over de grond vluchten ratten weg. [Even later herinnert Antonius zich dat hij al eerder van deze wijze van zelfverbranding heeft gehoord, en spreekt tot zichzelf:]
|
|
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
| De Ontmoeting en Zelfverbranding in De Perzische Jongen | |
|
Net zo goed als het wetenschappelijke geschiedenisboek van Lendering leest als een roman, zo leest de roman De Perzische Jongen als een wetenschappelijke geschiedenisboek. Het is wel een roman over Alexander, dus misschien hier en daar wat verfraaid (en daarom leest het zo lekker), maar zoals Mary Renault zelf aangeeft, en wat uit haar boek ook zeker duidelijk blijkt, heeft ze uitgebreide research verricht. Alle openbare daden van Alexander die hier verhaald worden, zijn gebaseerd op de bronnen en de meest dramatische zijn de meest authentieke.(13) Ik zie dan ook geen reden om de geïnteresseerde lezer deze tekst te onthouden, een gefingeerde autobiografie van Bagoas, de Perzische jongen, en de geliefde van Alexander. |
|
De Ontmoeting
|
|
![]() |
Een passerende vrouw legde een krans van gele bloemen bij hem neer en toonde geen schaamte voor zijn naaktheid; hij evenmin, hij bewoog zelfs zijn ogen niet. Nu herinnerde ik me dat dit de naakte filosofen moesten zijn die Alexander wilde zien. Ze leken niet veel op Anaxarchos of Kallisthenes. En inderdaad, daar naderde Alexander zelf met enige vrienden, vergezeld van een van de zoons van koning Omphis. Leermeesters noch leerlingen stonden op of namen enige notitie van het gezelschap. De prins toonde geen boosheid en scheen niets anders te verwachten. Hij riep zijn tolk die hen toesprak en Alexander aankondigde; ik hoorde zijn naam. |
Daarop stond de leider op, gevolgd door alle anderen behalve de man die met gekruiste benen nog steeds naar zijn buik staarde. Ze trappelden enige keren met hun voeten op de grond en bleven stil staan. |
|
![]() |
De oude man hief het hoofd. Hij mocht dan denken dat hij vrij was, maar vrij van trots was hij niet. 'Nee koning. Evenmin zou ik het de minste van mijn kinderen hier toestaan. Wat kun je mij geven of afnemen? Alles wat ik heb, is dit naakte lichaam en zelfs dat heb ik niet nodig; door het mij af te nemen zou je mij bevrijden van mijn laatste last. Waarom zou ik met je meegaan?' 'Inderdaad, waarom?' zei Alexander. 'We zullen je niet meer lastigvallen.' De gehele tijd had de man met de bloemenkrans roerloos naar Alexander zitten kijken. Nu stond hij op en sprak. Ik zag dat zijn woorden de anderen verontrustten; voor het eerst keek de leider boos. De tolk gebaarde om stilte. 'Hij zegt dit, heer koning: 'Zelfs de goden worden hun goddelijkheid moe en zoeken eindelijk bevrijding. Ik zal met je gaan tot je bevrijd wordt'.' |
Alexander glimlachte tegen hem en zei dat hij welkom was. Hij pakte uit een gaffel van de boom een oude lendendoek die hij omsloeg en een houten eetnap en volgde barrevoets. |
|
Zeker is dat hij van de koning niets anders aannam dan voedsel voor zijn houten nap, en dat slechts heel weinig. Omdat niemand zijn naam kon uitspreken, noemden wij hem Kalanos, naar het woord dat hij als begroeting gebruikte. We wenden al gauw aan hem, zittend onder een boom in de buurt van het paviljoen van de koning. Alexander vroeg hem binnen en sprak met hem met behulp van de tolk. Hij zei eens tegen me dat hoewel men dacht dat Kalanos niets deed, hij hard gestreden en overwonnen had om te zijn wat hij was. |
Alexander verslaat Poros (hier afgebeeld met het gezicht van een aap!). Uit Jacob van Maerlant's Spieghel Historiael; Vlaanderen, c. 1325-1335. |
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
'Kan hij nog beter worden?' |
|
Op het plein voor het paleis, waar alle grote plechtigheden hadden plaatsgevonden sinds Darius de Grote, stonden de Gezellen in het gelid, met de herauten en trompetters. Aan de vierde kant stonden de olifanten, opnieuw beschilderd, met draperieën vol lovertjes en vergulde slagtanden. Koning Poros had niet beter kunnen verlangen. |
|
Omdat hij ervan overtuigd was dat geen ziek mens die verzengende pijn kon verdragen zonder een kreet, had hij ervoor gezorgd dat het niet te horen zou zijn. |
Een echte verbranding is niet altijd een prettig gezicht. Hoewel Alexander toch wel het een en ander gewend moet zijn geweest, wilde hij het toch liever niet zien. |
Hij had Alexander laten beloven te feesten en niet te rouwen om hem; als wijsheid goed en helend, behalve dat hij nog nooit met Macedoniërs had gefeest omdat hij zelf geen druppel wijn aanraakte. Ze waren die avond allemaal door het dolle heen, van afgrijzen of verdriet of allebei; maar iemand stelde voor een wedstrijd in het drinken te houden en Alexander stelde een prijs ter beschikking. Ik geloof dat de winnaar bijna tien liter naar binnen sloeg. Velen lagen tot in de ochtend bewusteloos op de ligbanken of op de vloer; niet de beste manier om een koude winternacht in Soesa door te brengen. De winnaar stierf aan een opgelopen kou, samen met verscheidene anderen, zodat Kalanos meer kreeg als offer dan een paard. |
|
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
| Twee films over Alexander | ||
| In de film Alexander the Great van Oliver Stone (2004) komen helaas beide episoden niet voor. Maar het is sowieso een nogal middelmatige film en er komt zovéél niet in voor. Wat de film wel duidelijk toont, is de bloederigheid van de strijd. | ![]() |
|
![]() |
Er is ook een Alexander the Great film uit 1956, met Richard Burton in de hoofdrol. Maar die schijnt nog veel slechter te zijn, met een blonde pruik voor Burton, amateuristische vechtscènes en zwaarwichtige pseudo-filosofische dialogen. | |
| In de kritieken wordt geen melding gemaakt van ontmoetingen met gymnosofisten. | ||
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
| Noten | |
| 1 | Lendering, Jona, Alexander de Grote; de Ondergang van het Perzische rijk. Amsterdam, 2004. Zie ook zijn website, Livius.org |
| 2 | Sedlar, J.W. India and the Greek World; A study in the transmission of culture. New Jersey, 1980. p.32 |
| 3 | Sedlar, p. 56. Kallisthenes, Aristoboulos, Nearchos de admiraal, Onesikritos zijn loods en Ptolemaios de generaal en latere koning van Egypte. |
| 4 | Sedlar, p. 263. |
| 5 | Sedlar, p. 68. |
| 6 | Sedlar, pp. 71-72. |
| 7 | Sedlar, pp. 72-73. |
| 8 | Sedlar, p. 73. |
| 9 | Pathak, R.C. Bhargavas Standard Illustrated Dictionary, Hindi-English. Varanasi, India, 1990. |
| 10 | Sedlar, p. 81. De Ancyra inscriptie. |
| 11 | Sedlar, p.82. Volgens Sedlar zou hij een Boeddhist zijn, maar gezien zijn naam is het toch waarschijnlijker dat hij een Hindoe is. Zoals zoveel onderzoekers in deze materie heeft ook Sedlar een predispositie voor Boeddhisten. |
| 12 | Flaubert, Gustave, vert. Hans van Pinxteren, De verzoeking van de heilige Antonius. Amsterdam, 1985. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1985. Vertaling van: La tentation de Saint Antoine. - 1874. |
| 13 | Renault, Mary. De Perzische Jongen; de laatste levensjaren van Alexander de Grote. Roman. Vertaling van The Persian Boy, door F. Van der Velde, Baarn 1973. p. 379. |
| 14 | Renault, Mary. pp. 260-263. |
| 15 | Renault, Mary. pp. 316-319. |
| inleiding Alexander | drie versies | kritiek op Lendering | kritiek "saddhu's" | kritiek namen | dood Kalanos (L) |
| Heilige Antonius | gymnosofisten (R) | dood Kalanos (R) | twee films | noten | top |
| Adolphus | Sadhoes & Yogi's van India | Christen Asceten |
| contact: dolfhart@ziggo.nl |