Vita Antonii Abba's Iconografie Vuur Antonianen Kunsten Cultus Folklore Plant Dier Literatuur Paulus Hilarion Maria Simeon Adolphus
Nederlands Frans Italiaans Spaans Portugees Koptisch Duits Orthodox Engels Amerikaans Aziatisch
De iconografie van Sint Antonius
1. Tijdperken, 2. Varken, 3. Vuur, 4. Tau & staf, 5. Klok, 6. Duivel & demonen, 7. Boek & snoer, 8. Hoofd & lijf, 9. Relikwieën
4. T-symbool en T-staf
T-kruis - Uit het oude Egypte - Uit Assyrië, Babylon - Uit Palestina, de Joden, het Hebreeuws - Van de Koptische gebedsstaf - Uit het Grieks (en Bijbel) - Van de Germanen - Van de Kelten - Geopenbaard - Van de kreupelkruk - Franciscus van Assisi - Egypte
Blauw
De staf - De staf is de kreupelkruk - De staf is de Koptische gebedskruk - De staf in de Bijbel - De staf is afgeleid van het kruis van Christus


T-kruis
Bij de onderstaande bespreking van het T-symbool heb ik een artikel van Pieter Noordeloos, "De Tau van Antonius" als basis en uitgangspunt. Zijn informatie heb ik in donkerblauw weergegeven, en bij het begin van de paragrafen voorzien van een .
Het meest typische Antoniaanse embleem, dat wij op een menigte afbeeldingen van S. Antonius uit de latere middeleeuwen aantreffen, is een T, naar het teken van de Griekse hoofdletter van die naam, tau genoemd.
De vorm is over het algemeen sierlijk. De balken lopen aan de drie einden breder uit en vormen door de holle buiging aan elk einde twee min of meer rechte hoeken.
Het blauwe insigne was, volgens voorschrift, genaaid op de linkerzijde van de zwarte tunica en de zwarte mantel der hospitaalbroeders van de Orde van St. Antonius. Het werd daarom ook wel Antoniuskruis genoemd.
De Antonianen hebben zich er niet mede tevreden gesteld met alleen de tau te dragen. De tau werd voor hen hun symbool. Zij droegen het overal uit en brachten het aan op alles wat ook maar enig verband met de orde had.
Philippus Vaecx, commandeur van de Antonianen van Maastricht, 1628-1652.
Zie het T-kruis aan een ketting om zijn hals.
De tau werd aangebracht op het zegel van de abdij en op dat van de waardigheidsbekleders van hogere en lagere rang in de orde. De tau werd aangebracht in de kerken, huizen en hospitalen der Antonianen en zij prijkte op het kleed, dat de zieken in het hospitaal droegen.
Men drukte de tau in de band van missalen en getijdenboeken in gebruik bij de orde van S. Antonius. De tau was het embleem bij uitstek van de Antonianen. Zij was het embleem, waaronder zij tenslotte in het graf wilden rusten.
De schrijn, waarin de relieken van Antonius in Saint-Antoine-l'Abbaye
worden bewaard is getooid met een T.
Van de Antonianen is het embleem overgegaan op de beeltenis van S. Antonius. Wat hier zo stellig door Noordeloos beweerd wordt, beschouw ik als totaal onjuist.
Door de tau op de afbeeldingen van S. Antonius werd dit embleem ook door edelen en burgers, die hem als beschermheer vereerden, gedragen. (Zie ook op mijn pagina over de Antonianen.)
Onder de talloos velen, die dit insigne droegen, behoren op de eerste plaats de ridders van St. Antonius.
Een van de bekendsten onder hen was Adolf van Kleef (‡1448). Hij stichtte "ons oirden van den sent Antoniushuys op den Houwe by onser stat van Cleve". Het insigne van deze orde was blijkbaar een medaillon, waarop een S. Antoniuskruis en daaronder, hangende, een leeuw.
Zie het Antoniuskruis aan het collier van Adolf, waaraan ook het Gulden Vlies hangt.
Even bekend als de orde van Kleef is die van Barbefosse in Henegouwen. Omstreeks 1382 stichtte AIbrecht van Beyeren deze ridderorde, die in 1420 werd omgezet in een adellijke religieuze broederschap. Het insigne van de leden bestond uit "ung coller et pendant à icellui coller une potence et au debout d'icelle une cIocquette sonante". De "coIIer" bestond uit een gouden of zilveren koord met knopen, gelijk het koord van monniken. [zie ook Havré]
Op het schilderij van Van Eyck, Het Lam Gods, op het luik links van het middenluik — de Ridders van Christus — zien we een Ridder behorende tot de Ordre Militaire et Hospitalier de Saint-Antoine en Barbefosse, die te identificeren is als Willem van Ostremont, oudste zoon van graaf Albert van Henegouwen (de oprichter van die Orde) en grootmeester in de Orde van Sint-Antonius.
Hij is de aanvoerder van de groep ruiters in krijgsuitrusting, en van een coalitie van Europese vorsten.

Hij draagt een zilveren schild met daarop een kruis van bloed. Daarop staat de tekst, van boven naar beneden: D(OMINU)S FORTIS ADONAY SABAOT en van links naar rechts EM(MANU)EL LH.S. XR. AGLA.
En wat in verband met Antonius toch wel het interessantst is: in het centrum van het schild staat een T-kruis.

Behalve voor de ridders waren er ook een groot aantal Antonius-broederschappen (leken, geen religieuzen) over heel Europa, voor burgers, die zich ook onderscheidden met een halssnoer met Tau en klokje.

In een ordonnantie van het kapittel, uitgevaardigd op 11 juni 1420, werd voorgeschreven dat de tau en bel, die door ridders en hun dames werden gedragen, van verguld zilver moesten zijn, terwijl die van de gewone burgers van zilver dienden te zijn.

Volgens een andere opvatting:de van goud is voor de ridders der gerechtigheid, die van zilver voor de ridders der genade.

Ook gilden voerden de tau in hun wapen, en dit als insigne, gelijk het busschietersgilde te Gent, dat in de 15e eeuw als wapen had twee geweren tussen vier tau's.
Een nog bestaand gilde is bijvoorbeeld het uit 1551 stammende kloveniersgilde St. Antonius Abt uit Terheijden.
  Het portret van Frank van Borsele, de echtgenoot van Jacoba van Beieren, de laatste grootmeester van de orde van Barbefosse, beter bekend als "de man met de anjer" van Jan van Eyck uit 1423.
Hij draagt het insigne van de orde van Barbefosse, de T met klokje.
De T
Het T-symbool is oeroud en zeer universeel , en dat wekt geen verbazing, gezien de simpliciteit van vorm en 'constructie' en de veelheid van symbolische betekenissen die aan een opgaande en daarmee kruisende dwarse lijn kunnen worden gegeven.
Het T-kruis dat door de Antonianen wordt gebruikt kan hen dan ook op vele manieren bereikt hebben.
De T komt uit Egypte
Met meer voortvarendheid gaan te werk zij, die doordringen in de magische geheimen van de oude Egyptenaren om daarna via de Kopten, de betekenis van het embleem van S. Antonius na te speuren. Als punt van uitgang hebben zij daar een hiëroglief gevonden, die wij thans crux ansata noemen, ofwel ankh. Verwijder hiervan het bovenstuk en de tau blijft over. Dan zou het de beginletter zijn van typhon, en aanduiden de bedwongen typhon; de bevrijding van het kwaad.
Als hiëroglief is de ankh zonder twijfel de grafische voorstelling van het Egyptische woord dat leven betekent.
Misschien is het onder invloed van dit teken geweest, dat op de lijsten van de Romeinse militie de nog levende soldaten met een Τ, de doden met een Θ (voor thanatos) werden aangeduid.
De ankh was geen zeldzaam voorkomende hiëroglief. Zij werd gehanteerd door heel de godenkraam.
Aan het oog gehouden, betekent zij het bezit van het levensbeginsel, bij de steel gevat duidde het aan: leven geven. Aldus kwam het op duizenden oudheden voor en de betekenis kan aan de Egyptenaren niet onbekend zijn geweest.
Hoewel niet met voorbeelden bewijsbaar, moet toch worden aangenomen, dat de Egyptische katholieken reeds voor de 5e eeuw de ankh naast het Griekse kruis voerden als symbool der verlossing, gelijk wij dat later in opschriften en afbeeldingen aantreffen.
In de loop der tijden werd de ankh het kruisteken bij uitstek van de Koptische christenen (zie hieronder). Zij beschouwden het Griekse kruis als een teken van lijden en sterven, iets wat zij met hun theologische inzichten niet konden overeenbrengen.

(Links) Isis, vruchtbaarheidsgodin en meesteres van magie, wordt vaak afgebeeld met de ankh, symbool van leven of levenskracht.
(Onder) Het Koptische kruis.
Nu is Noordeloos in het artikel, waaruit ik hierboven citeer, niet geneigd te veronderstellen dat er een band zou kunnen bestaan tussen S. Antonius de eerste kluizenaar en S. Antonius, de wonderdoener van St.-Antoine. Niet alleen wat de Tau betreft, maar ook voor wat betreft andere attributen, zoals de Tau-staf. Omdat hij zich niet kan voorstellen hoe deze informatieoverdracht plaatsgevonden zou kunnen hebben. (Maar in een ander artikel geeft hij wel degelijk een manier van informatieoverdracht aan, zie het citaat op de pagina Tijdperken.) Dus wat Noordeloos betreft, zou de T nooit uit Egypte kunnen zijn gekomen.
Aangezien Antonius een Kopt was, kunnen we zeker veronderstellen dat hij met dit symbool bekend was, en dat het op een of andere manier (zie Tijdperken) naar Europa moeten zijn gekomen, maar dan, onder invloed van andere opvattingen over het Christelijk kruis, vereenvoudigd werd tot een T.
Ik ben nu toch wel geneigd dit als de meest plausibele theorie te veronderstellen. Hierbij ga ik er ook vanuit dan T-symbool en T-staf aanvankelijk onafhankelijk van elkaar tot de attributen van Antonius behoorden, en dat er in een later stadium, toen de ankh tot "Tau" is omgevormd, een 'versmelting' en werdzijdse beïnvloeding van beide symbolen plaats vond.
Wat deze theorie krachtig ondersteund zijn diverse beeltenissen van Antonius die ik op Spaanse afbeeldingen en beelden ben tegengekomen, waarop de T als ankh is weergegeven.
Op het schilderij (rechts) van de Spaanse schilder Francesco Zurbarán (1598-1564), waarvan de locatie mij onbekend is, zien we Antonius in een hemels licht staan. Achter hem geheel in het duister staat zijn varken. Interessanter is in de huidige context de hemelsblauwe ankh-T die uit de hemel lijkt neer te dalen.
Ook de ankh-T uit Cerdà (hierboven) staat op een wolk, en verwijst zo naar de hemel. Bij deze laatste is het oog van de ankh tot een bolletje omgevormd.
Zeer fraaie voorbeelden van deze ankh-T zien we ook in Trigueros. De gouden T in de hemel van de muurschildering, doet denken aan het kruis in het visioen van Constantijn, zij het dat deze anders van vorm is.
Op deze voorstellingen afgaande zou je kunnen veronderstellen dat de T niet alleen een hemels symbool is, maar wellicht staat voor de weergave van het woord van God.
Interessant is ook dat de ankh-T's in het midden van Antonius' borst zijn gesitueerd — in tegenstelling tot de "normale" positie hiervan: links of rechts hoog op de borst of schouder. Deze positie geeft wel veel meer gewicht aan het symbool.
(links) Antonius in Canals met Ankh midden op de borst.
Het beeld (rechts) is de Antonius van Torvizcon (Spanje) met Ankh midden op de borst.
Zie ook het vuur op de linkerhand, en het opkijkende zwarte varkentje.
Ring, Duitsland, 1400-1500, zilver, door onbekende maker.
[Veronderstellingen van het Victoria and Albert Museum:] Het Tau kruis, mogelijk afkomstig van de Egyptische Ankh, is het symbool van Sint-Antonius Abt. Een ring met het symbool van Sint-Antonius zou de bescherming van de heilige aan de drager kunnen verlenen. Hij kan ook zijn gebruikt door leden van religieuze ordes gewijd aan Sint-Antonius. Het is ook mogelijk dat sommige ringen voorzien van dit symbool een bedevaart naar de kerk van St Antoine de Viennois, Dauphiné, Frankrijk, herdenken.
Vooruitlopend op hieronder volgende redeneringen en andere hypothesen over de herkomst van de T, zou ik nu al willen stellen dat wat mij betreft het T-symbool uit Egypte komt.
De Tau komt uit Assyrië, Babylon
Volgens anderen zou de Tau nog ouder zijn dan de ankh, en oorspronkelijk uit het oude Chaldea (Babylon) komen, waar het werd gebruikt als symbool van de god Tammuz. De mystieke T was het initiaal van zijn naam. Tammuz is de verpersoonlijking van de zonnegodheid, en wordt ook geïdentificeerd met de Griekse Adonis en met de Fenicische Adoni, allen zonnegoden die in de winter worden gedood, en wier terugkeer door een festiviteit in de lente wordt gevierd.
Het Babylonische Tay-symbool van Tammuz werd later door de Egyptische Christenen (Kopten), die door zijn vorm, en misschien door zijn symbolisme werden aangetrokken, als embleem overgenomen.
Dat zou dan betekenen dat de Kopten naast de ankh, ook nog het Tau-kruis gebruikten. Of zou hier toch sprake zijn van enige verwarring tussen Egyptische ankh en Babylonische Tau?
De zonnegod Tammuz die een kruis (!) in zijn hand houdt.
De Tau komt uit Palestina, van de Joden, uit het Hebreeuws
Het woord tau kan betekenen merk, zegel, en werd ook gebruikt voor handtekening. In deze laatste zin wordt het gebruikt bij Job 31,35.
Ach, werd er maar naar mij geluisterd. Ziehier mijn handtekening (Lett.: ‘mijn tau’), nu is het woord aan de Almachtige!
Naast dit alles was het ook de naam van de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet.
Deze letter had in de oude tijd en in de Palestijnse tak van de schriftontwikkeling werkelijk een kruisvorm. De oudste vorm van het schrift komt voor op de stela van den Moabitischen koning Mesa. De tau komt hierop voor als t en +. Dit verschil kan worden toegeschreven aan de onervarenheid van den steenhouwer.
De T is afgeleid van de staf van Antonius
Noordeloos ziet niets in de legende van "Aymarus Falco, de historicus bij uitstek van de orde van St. Antonius, waarin deze beweert dat de tau een herinnering zou zijn aan de stok, waarmede de heilige kluizenaar zich in zijn ouderdom in de woestijn voortbewoog en waarmede twee doden tot leven zijn gewekt."
Voor ons — modernen — klinkt dat laatste niet zo geloofwaardig maar dit wijst wel op het magische karakter dat aan de staf van Antonius (of elke heilige) werd toegekend, de toverstaf, en zeker ook in de handen van Antonius, een staf met geneeskracht.
Overigens wordt er in de Vita (of andere biografische notities) van Antonius niet over een staf gerept. Anderzijds lijkt het wel heel aannemelijk dat hij er een had. Dat hoorde zo bij de uitrusting van asceet en kluizenaar, ook als ze nog jong waren, en deze diende niet zozeer om zich in de woestijn voort te bewegen, maar was eerder een gebedsstaf, waarop de monniken uit die tijd en in dat deel van de wereld steunden tijdens hun langdurige gebeden.
Maar al met al is dat nog geen reden om persé te willen ontkennen dat het T-embleem ontleend zou kunnen zijn aan de stok van Antonius
Naast een direkte import van het T-symbool (wat ik dus het meest waarschijnlijk acht), zou dit nog wel een van de meer plausibele verklaringen kunnen zijn, temeer daar dergelijke bidstaven in T-vorm in Ethiopië nog steeds gebruikt worden. (Zie hieronder)
Maar Noordeloos wil hier niet van weten; zoals hij het stelt: "Om deze interpretatie te kunnen aanvaarden zou er enig verband tussen Oost en West aantoonbaar moeten zijn. Van zulk een verband is er evenwel geen spoor."
Juist op dit punt spreekt Noordeloos zichzelf tegen, zie ook het citaat uit een ander artikel dat ik al eerder noemde (op de pagina Tijdperken), waarin hij spreekt over de "Egyptische import" van "Christen monniken" om te kunnen verklaren dat er al "in de 7e eeuw" in Engeland, Schotland en Ierland afbeeldingen van Antonius en Paulus te vinden zijn.
Sint Antonius Abt. Maître de l'Observance à Sienne. ± 1435. Mogelijk van Sano di Pietro.
Deze Koptische monniken reisden natuurlijk ook in en naar andere delen van Europa — en ook in andere perioden — en vanzelfsprekend zou de Tau op deze wijze bekend geworden kunnen zijn.
En zoals ik al eerder aangaf zijn er nog wel andere manieren denkbaar waarop die staf — en ook het T-symbool — als attributen van Antonius met hem mee uit Egypte kunnen zijn gekomen.
Maar Noordeloos blijft ervan overtuigd dat de staf van Antonius en dus ook het T-symbool afkomstig zijn van de kruk der invaliden.
De tau komt uit het Grieks (en de Bijbel)
In Egypte zijn zeker ook de nodige Griekse invloeden. Al van voor de stichting van de stad Alexandrië door Alexander de Grote, in 331 v.Chr., was het Grieks de lingua franca in het Midden-Oosten en Egypte, wat daarna alleen maar belangrijker is geworden. Ook na de verovering van Egypte door de Romeinen, bleef de Griekse invloed nog honderden jaren gelden, en was zeker nog zeer aanzienlijk in de periode waarin Antonius en Athanasius leefde. Nu sprak Antonius zelf geen Grieks, zoals hij überhaupt niet kon lezen of schrijven, en moest hij in een aantal dialogen met Griekse wijsgeren gebruik maken van een tolk. [§§ 72-80] Uit die gesprekken wordt duidelijk dat hij (of Athanasius) van de Griekse denkbeelden niets moet hebben:

[§74] Maar toen [de Griekse filosofen] probeerden de prediking van het goddelijk Kruis in twijfel te trekken, met de bedoeling dat te bespotten, hield Antonius even stil, en eerst hun onwetendheid beklagend, sprak hij door middel van een tolk die zijn woorden vakkundig kon vertalen: "Wat is mooier, het belijden van het Kruis, of het toekennen van overspel en knapenschennis aan degenen die u goden noemt? Want wat door ons gekozen is, is een symbool van moed en een duidelijk teken van minachting voor de dood, terwijl dat van jullie de hartstochten van de losbandigheid zijn.
[§75] Maar wat het Kruis betreft, wat vinden jullie dat beter is, het te ondergaan, wanneer een complot is gesmeed door gemene mensen, en geen angst te hebben voor de dood in welke vorm dan ook, óf te bazelen over de omzwervingen van Osiris en Isis, de complotten van Tyfoon, en de vlucht van Kronos, en hoe hij zijn kinderen opeet en zijn vader vermoord? Want dat is toch jullie wijsheid.

Je kunt je dus afvragen, na dit soort laatdunkende commentaren op de Griekse filosofie en hun filosofen — waarin de Grieken gelijkgesteld worden aan de heidenen — of Antonius en Athanasius ooit door de Grieken beïnvloed zouden kunnen zijn. En in feite geldt dat natuurlijk ook voor de andere hierboven genoemde 'heidense' symbolen zoals het ankh-symbool.

Maar toch hoeft het een het ander niet uit te sluiten.

Athanasius, zoals alle geleerden van zijn tijd, sprak natuurlijk vloeiend Grieks, en bepaalde symbolen (denkbeelden), zouden hem zo eigen geworden kunnen zijn dat hij de 'heidense' oorsprong niet meer zou kennen.
Bovendien blijft de Egyptische (Koptische, Hebreeuwse, Griekse) invloed doorwerken lang na de dood van Antonius, en zou tijdens de periodes waarin de translaties van zijn relieken naar Alexandrië en Constantinopel plaatsvonden, de beeldvorming (zoals eventueel tot uiting komend op de reliekschrijn) beïnvloed kunnen hebben.
En de rondtrekkende Egyptische monniken, niet te vergeten.

In de loop van de 4e tot de 1e eeuw voor Christus ging het Aramees geleidelijk over in kwadraat schrift en kreeg de letter [T] de vorm van ongeveer onze n in groot model. Door deze wijziging sprak de beeldspraak niet meer tot de christenen.
Hiervoor leende zich echter te beter de zeer vertrouwde Griekse hoofdletter tau, T. Men stelde deze in de plaats van de Hebreeuwse thau uit de profetie van Ezechiël, 4 en 6. En als zij daar lazen:

"Ga door het midden van de stad, door het midden van Jeruzalem en maak een teken op het voorhoofd van alle mensen, die zuchten en wenen om de ongerechtigheden die bedreven worden in haar... Dood alle grijsaards, jongelingen, maagden, kleine kinderen en vrouwen, maar raak niet aan hen op wie dit teken zal zijn en begin bij mijn heiligdom",

dan zag men in de geest de bevoorrechte mensen getekend met een T.

Detail van een staurotheek, waar getoond wordt hoe Mozes het taukruis aanbrengt op de huizen van de Israëlieten in Egypte, waardoor deze gespaard zouden blijven (Exodus 12:22).

De vervanging van thau door tau heeft reeds vroegtijdig plaats gehad. Wij hebben hiervoor bewijzen in verschillende katholieke inscripties uit de 2e en 3e eeuw, waarin de Griekse tau het H. Kruis voorstelt.
Dit gebruik bleef ook later voortbestaan. Zo prijkt Christus met een tau-kruis in de apsis van de kerk van de heilige Cosmas en Damianus te Rome en komt de tau voor op het kleed van de Christusfiguur aldaar

In het klooster van St. Denis kon men een 12e eeuws venster bewonderen, hetwelk voorstelde een man met de inkthoorn van een schrijver, die het tau-teken aanbracht op het voorhoofd der uitverkorenen.
Deze voorbeelden zijn, naar ik [Noordeloos] meen, voldoende om aan te tonen, dat de tau een Christelijke wijding, een heilig karakter had verkregen. Als kruisfiguur deelde zij in de bijzondere kracht, die aan het kruis werd toegekend.

Het Tau kruis en het Griekse kruis waren erg populair in de tijd van de vervolgingen omdat ze gemakkelijk te vermommen waren.

Christus draagt het kruis. Hiëronymus Bosch.1490-1500. Kunsthistorisches Museum, Wenen.
Een T-kruis dus.
Tau kruis crux commissa Koptisch kruis Grieks kruis Latijns kruis crux immissa Tau kruis
Het Tau-kruis, zoals aangebracht op de kleding der Antonianen, is niet zo strak als dat hierboven links, maar lijkt meer op de vorm hierboven rechts.

Overigens worden in de Vita van Antonius Tau-kruis of Koptisch kruis of Latijns kruis niet genoemd, maar in de Vita ontbreekt het sowieso aan dit soort gedetailleerde informatie.
Wel wordt in een aantal paragrafen het "kruisteken" als afweermiddel tegen de duivel en geneesmiddel genoemd, bijvoorbeeld:

[§13] "Jullie moeten je daarom met het kruisteken bezegelen en vol vertrouwen weggaan. Laat hen [de demonen] zichzelf maar voor gek zetten.” Zij gingen toen weg, als met een wal omgeven door het teken van het kruis.
[§23]: "Maar ook dan moet je niet bang zijn voor hun misleidende vertoningen: want zij zijn niets en verdwijnen spoedig, vooral voor wie zich van te voren beschermd met geloof en het teken van het kruis."
[§35] "Maakt dan liever het kruisteken over uzelf en uw woningen en bidt, en u zult ze zien verdwijnen. Want zij zijn lafaards en zijn zeer bevreesd voor het teken van het kruis van de Heer, aangezien de Verlosser juist uit kracht daarvan hen ontwapent heeft en aan de kaak heeft gesteld."
[§75] Of waarom, wanneer jullie het Kruis noemen, zwijgen jullie over de doden die tot leven gewekt zijn, de blinden die ziende werden, de verlamden die genezen werden, de melaatsen die gereinigd werden, het lopen over de zee en de rest van de tekenen en wonderen die toonden dat Christus geen mens meer is maar God?
[§80] [Antonius] riep Christus aan en maakte over de lijders twee of driemaal een kruisteken. En onmiddellijk stonden de mannen op, geheeld en bij hun volle verstand, en meteen dankten zij de Heer.
De tau komt van de Germanen
De tau was in het Westen een even bekend symbool als in het Oosten. Op grond van Germaanse en Scandinavische mythologie wordt het teken geïdentificeerd met de hamer van Thor.
Het lijkt erop dat Noordeloos deze Germaanse connecties slechts volledigheidshalve noemt, want aan het einde van deze paragraaf zegt hij: "De noordse gebruiken kunnen echter geen aanleiding geweest zijn voor de Antonianen om de tau tot embleem te nemen."
En de symbolen kloppen — ook naar mijn mening — inderdaad niet, zowel qua vormgeving, want de hamer van Thor wordt meestal ‘op zijn kop’ afgebeeld en heeft toch ook een andere vorm en de Tyr is duidelijke een pijlpunt, als ook qua inhoudelijke betekenis, beide toch met strijd, oorlog, vernietiging en dood te maken hebbend. En niet met leven, zoals de Tau.
Opmerkelijk is verder dat de rune voor de naam Thor in het geheel niet lijkt op een Tau of op zijn hamer. Deze vorm lijkt eerder afgeleid van de oorspronkelijke neolithische stenen hamer of bijl die asymmetrisch is.
En onder de Germaanse runen treffen wij de tyr aan, T, al zij het dan ook, dat de dwarsbalkeinden, met het oog op de nerven van het hout, waarin ze gestoken werden, vaak [altijd] benedenwaarts zijn gericht. De runen bezaten volgens de Germanen toverkracht en dienden ter bescherming, genezing en vernietiging.
Het ligt dan ook voor de hand dat de heidense Germanen onder invloed van herinnering aan de hamer van Thor en van de geheimzinnige kracht, die aan runen werd toegeschreven, aan de rune tyr, de rune bij uitstek, bovennatuurlijke kracht toekenden.
Dat kan wel zijn, maar daarmee is het nog geen Tau! Het lijkt mij ook dat de Germanen de vorm van hun symbolen met "bovennatuurlijke kracht" niet lieten bepalen door de "de nerven van het hout".
De rune hoort bij Tyr en staat voor rechtvaardigheid, discipline, en zelfopoffering. Tyr is de god van de oorlog in de Noordse mythologie. Aangezien Tyr voor gerechtigheid zorgt, is hij ook de god van het 'ding' (de germaanse volksvergadering), en als zodanig leeft hij voort in 'dinsdag' en 'Tuesday'.
De tau [maar dan wel de T en niet deof de] voorkomende ... op pestamuletten, pestmunten, op ringen en aanhangsels in gebeden tegen beheksing van mensen en vee, ... in huisbeschermingsbrieven van de 16e eeuw; de tau [de T] gesneden op de horens van runderen; de tau [de T] aangebracht op beukenbladeren, die men mensen en dieren te slikken gaf om ze te beschermen tegen kwade invloed van tovenaars, duidt door de intentie op een residu van heidense traditie, al zal Antoniaanse invloed niet vreemd zijn aan een deel dezer gebruiken en zeker niet aan de gewoonte om het huis met een tau te beschermen...
Deze gebruiken vinden in gewijzigde vorm nu nog plaats op de gedenkdag van Antonius, zoals in de zegening van het vee, de zegening van brood, water of zout dat aan mens en dier gegeven wordt, en in de gebeden waarin men om de bescherming van Antonius vraagt. [Zie vieringen van Antonius]
Verder dan van samenwerkende invloed kan hier evenwel geen sprake zijn. De tau van Antonius kwam vanuit het zuiden naar het noorden en vond daar contact in volkse gebruiken van heidense oorsprong. Deze bleven voortbestaan min of meer veredeld door de verering van Antonius.
De Irminsul (de “al-zuil”) zou misschien nog wel de beste kandidaat zijn als Germaans symbool dat voor de T van Antonius model zou kunnen staan. Maar deze wordt nergens genoemd.
De tau komt van de Kelten in Gallië
Als wij in deze richting willen slagen, dan zullen wij moeten zoeken bij de Kelten in Gallië. Ook hier was het tau-teken een gangbaar symbool. Het zijn voorstellingen van neolithische bijlen en vuurstenen, voorzien van een steel. Men treft ze aan, ingehouwen in de wanden van prehistorische grotten en in tal van megalieten.
De tau van het oude Gallië wordt zelfs door Virgilius herdacht in het vers: "Tau Gallicum min, al, sil, ut male illisit".
Er wordt dan vanuit gegaan dat de tau het ideogram is van de bijl met twee kapvakken, het meest nuttige van alle wapens. Dit instrument, dat gebruikt werd bij plechtige offers, dat het zekerste verdedigingsmiddel was van de haard, onderscheidde zich om zijn bijzondere waarde boven de andere gebruiksvoorwerpen en leidde als fetisj een afzonderlijk leven.
Om deze reden zou het ‘t attribuut zijn geworden van de voornaamste der Keltische goden, Teutates. Zijn attribuut nu, de vuursteenbijl, werd reeds als een talisman beschouwd tegen bliksem en onweer.
Op vele bas-reliëfs is deze god met de hamer te zien. Bij sommige heeft hij de vorm van tau of, nauwkeuriger uitgedrukt, sommige laten zien, hoe de tau der middeleeuwen afkomstig zou kunnen zijn van die hamer.
Kenmerkend voor de "neolithische bijlen en vuurstenen" en "de vuursteenbijl" is dat ze asymmetrisch zijn. Als zodanig kunnen ze dus niet model hebben gestaan voor het Keltisch tau-teken (als dat er al was).
Er is pas een symmetrische bijl vanaf het moment dat deze in metaal werden vervaardigd, maar ook dan zijn de meeste echte bijlen toch asymmetrisch. Dit geldt ook voor hamers. Als instrument werken ze zo nou eenmaal beter.
Ik heb overigens (nog) geen enkel reliëf van Teutates gevonden waarop hij met een hamer werd afgebeeld.
Teutates is een Keltische god, beschreven door de Romeinse geschiedschrijver Lucanus, die leefde in de eerste eeuw n.Chr. Teutates was de machtigste, de oudste en meest ongure van alle Keltische goden. Hij was ook de uitvinder van de kunsten en bezat magische krachten.
Van de Romeinse dichter Lucanus weten we eveneens dat Toutatis mensenoffers eiste: de slachtoffers werden in een kuip met water ondergedompeld tot ze waren verdronken.
Wat ik hierboven al zei met betrekking tot Thor en Tyr zou ik hier willen herhalen: als er al een Keltisch Tau-symbool zou zijn, dan zou deze niet qua vormgeving afgeleid kunnen zijn van de bijl of hamer. Bij deze oude bijlen en hamers steekt de steel boven het blad (of de vuist) uit en zelfs als ze symmetrisch zouden zijn, zoals in de gestileerde sierwapens, zouden ze in geabstraheerde vorm eerder lijken op een Latijns kruis en niet op een T.
 
Wat de inhoudelijke betekenis betreft. Noordeloos stelt: Het [Keltisch Tau-symbool] bleef een afweer tegen ziekte en dood. En, in de 7e eeuw was er in Frankrijk een epidemie van builenpest... Zij teisterde verschillende delen van Gallië. In zeer korte tijd werden de muren van huizen en kerken voorzien met een teken, dat de landlieden tau noemden. "Tunc etiam signari videbantur, unde a rusticis hic scriptos tau vocabatur".
Maar het is voor mij dus nog maar de vraag of dát Tay-symbool was afgeleid van de bijl van Teutates. Een symbool afkomstig van een dergelijke bloeddorstige god lijkt mij toch niet te rijmen met de totaal tegenovergestelde betekenis van het teken — het levensteken — dat de landlieden op hun huizen aanbrachten.
En een paar eeuwen later zou de betekenis van Teutates ook aan de Antonianen nog wel bekend zijn geweest, dus lijkt het mij onwaarschijnlijk dat zij een symbool zouden willen gebruiken dat met een dergelijke afgod geassocieerd was. Dan zou het nog waarschijnlijker zijn, dat het symbool van de landlieden en de Antonianen uit dezelfde bron komt.
De tau is geopenbaard
Volgens Aymarus Falco, de historicus bij uitstek van de orde van S. Antonius, zou het symbool herinneren aan de stok, die de ridder Gaston, de stichter der Antonianen, uit de handen van S. Antonius ontving. Gaston had voor zijn zoon te St.-Antoine genezing gezocht en gevonden. Tijdens zijn verblijf aldaar verpleegde hij de zieken. Het diepe menselijke leed, dat hij daarbij aanschouwde, bewoog hem zich in dienst te stellen van de lijdende mensheid. Toch was hij enigermate huiverig voor de omvang van de taak, die hij op zich ging nemen. In een droomgezicht echter verscheen hem S. Antonius. Deze droeg hem op de orde der Antonianen te stichten.
Toen de edelman zijn bezwaren opperde, gaf S. Antonius hem zijn stok en beval hem deze in de grond te planten. Terstond groeide hij uit tot een machtige boom. Getroffen door dit visioen talmde de ridder niet langer. Met acht edelen wijdde hij zich zonder enig voorbehoud aan de verpleging van lijders aan S. Antoniusvuur.
Jammer genoeg is het verhaal niet authentiek. De naam Gaston is een vinding van latere tijd. De hospitaalbroeders van S. Antonius, uit welke de orde der Antonianen zich na verloop van meer dan een eeuw heeft ontwikkeld, kenden hun eerste leden niet. Het verhaal is achteraf in elkaar gezet, wijl een illustere orde, als die der Antonianen er een was, niet anders dan op wonderlijke wijze kon zijn ontstaan. De verklaring, die op dit verhaal steunt kan niet juist zijn, want op het einde van de 12e eeuw moest de legende nog samengesteld worden. Er mogen dan wel geen 'authentieke bewijzen' zijn, maar dat geldt voor zoveel van de beweringen uit en over die tijd. Er werd eenvoudigweg zeer weinig schriftelijk vastgelegd. Dus de basis van dit verhaal kan heel goed een mondelinge overlevering zijn geweest van een in de kern historische gebeurtenis die gaandeweg een legendarisch karakter kreeg.
Verder krioelt het in de Christelijke literatuur van 'droomvisioenen', zeker ook van en door kluizenaars. En een heilige staf die gaat bloeien is wel heel klassiek archetypisch. Een bloeiende staf treffen we bijvoorbeeld op meerdere plekken in de Bijbel aan:
Nu. 17,23. Toen Mozes de volgende dag in de tent met de verbondsakte kwam, zag hij dat de staf van Aäron uit de stam Levi was gaan bloeien. Hij had bloemen en blad gekregen en droeg nu amandelen.
En als de staf van Antonius, qua vorm (de T) en gebruik (niet als kreupelkruk in ieder geval) al bekend was zelfs vóór zijn relieken naar Europa kwamen — wat niet onwaarschijnlijk is — dan is een dergelijk droombeeld dus niet zo uitzonderlijk.
De T is afgeleid van de kruk van de kreupele lijders aan het Antoniusvuur
Noordeloos is ervan overtuigd dat de Tau is afgeleid van de kruk van de lijders aan het Antoniusvuur en dus — niet zo vreemd — gaat zijn hele redenering hoe dan ook die kant op. Ik zelf geloof eerder dat de Tau afkomstig is uit Egypte, en vandaar dat ik zijn redeneringen zo in twijfel trek.
In de bul van S. Bonifacius VIII van 1297, waarbij de oorspronkelijke Benedictijner priorij werd gepromoveerd tot abdij der Antonianen met de regel van S. Antonius, werd bepaald dat de abt en de kanunniken altijd en overal zullen dragen het habijt der Augustijnen met het teken dat zij kruk noemen, cum signo quod potentiam vocant, ter ere van S. Antonius...

"Potentia" heeft in het Latijn de betekenis van 'kracht, macht, invloed, autoriteit'. Het woord dat daarvan is afgeleid in het Frans, "potence", betekent in de eerste plaats "galg = Γ" en dan "kruk" of 'arm' (om iets op te hangen), en dat zijn op een galg gelijkende voorwerpen. En als galg, of een daarop lijkende asymmetrische figuur, is er visueel en inhoudelijk al weer heel wat minder overeenkomst met het levensteken T van Antonius. Zijn staf echter komt wel in asymmetrische vorm voor, maar is ook dan niet als kruk op te vatten.
Het gebruikelijke woord voor kruk is in het Latijn overigens "bacculum", in het Frans "béquille", en het woord voor galg is "arbor infelix".
Ik kwam nog een andere betekenis van "potence" tegen, namelijk als aanduiding voor de ketting met wapens die door de heraut van de Orde van het Gulden Vlies gedragen werd.

Heures à l'usage. René d'Anjou, 15e eeuw. Hier heeft Antonius een krom-staf. Grappig is wel dat het Antonius klokje hier is 'verplaatst' naar de kapel.
Dat sluit enigszins aan bij het collier met insigne van de ridderorde van Barbefosse, dat hierboven al even genoemd werd (trouwens door Noordeloos), dat bestond uit"ung coller et pendant à icellui coller une potence et au debout d'icelle une cIocquette sonante". Zoals daar ook geïllustreerd wordt door het portret van "de man met de anjer" van Jan van Eyck, moet deze "potence" opgevat worden als Tau-symbool, en is het duidelijk geen kruk.
Dus "potence" zou eventueel op te vatten zijn als symbool van macht, zoals de galg of de staf ook als symbolen van autoriteit gezien zouden kunnen worden. Misschien dus dat daar een connectie is met "potentia".
 

 
potence, gibbet   potence   potence
Een andere mogelijkheid is nog dat "potentia" wel als galg (en niet als kruk) opgevat zou kunnen worden, maar dan als een symmetrische galg, waaraan twee personen gehangen kunnen worden, of in nog ruimere zin vertaald zou kunnen worden als 'instrument van terechtstelling', zodat ook het kruis (al dan niet als T) daaronder zou kunnen vallen.
Deze mogelijkheid lijkt gesuggereerd te worden in een brief van Hiëronymus (nr. 107 §2, uit 403 n.Chr.), die ik in het Engels zal citeren. Het Engelse "gibbet" heeft in ieder geval als vertaling "galg".
The standards of the military are emblazoned with the sign of the Cross.
The emperor's robes of purple and his diadem sparkling with jewels are ornamented with representations of the shameful yet saving gibbet.

In het Latijn staat hier:

uexilla militum crucis insignia sunt
regum purpuras et ardentes diadematum gemmas patibuli pictura condecorat

Vaandel met het X van Constantijn de Grote in de top. Het visioen van Constantijn: de X
met daarboven de letters IHSV (In Hoc Signo Vinces)
Het eerste woord waar het in het citaat hierboven om gaat, is "crucis" een vervoeging van 'crux', waarmee Hiëronymus, gezien de illustratie van het vaandel (rechtsboven), waarschijnlijk de X bedoelt, die Keizer Constantijn in de hemel gezien zou hebben en dus niet het latijnse kruis, zoals dat later geïnterpreteerd is. Ook de vertaling van 'crux' is overigens in eerste instantie 'galg' oftewel instrument van terechtstelling.
Het tweede woord waar het hier om gaat, is "patibuli" een vervoeging van 'patibulum', dat 'gevorkte galg' betekent of 'gevorkt juk waar de armen van de misdadiger aan vastgebonden worden'. Ervan uitgaande dat Hiëronymus hiermee inderdaad een ander object bedoelt, en dit woord niet alleen voor de afwisseling, dus vanwege een literaire stijl of zo gebruikt, dan zou dit 'patibulum' visueel nog het meest op het Tau-kruis, de T, lijken.
Op deze afbeelding uit de film Jezus van Nazareth (1977) wordt Jezus aan de patibulum opgehesen, in een soort uitgebreide steigerachtige constructie.
We zien hier (boven) de dwarsbalk (patibulum) die door het slachtoffer gedragen wordt, en die later aan de rechte post (stipes) bevestigd wordt. Daarboven kan dan de titulus bevestigd worden, met daarop naam en misdaad van het slachtoffer, i.c. "Jezus de Nazarener, Koning van de Joden".
Het kruis was meestal laag, en kon een T of Latijns kruis zijn.
Interessant in dit verband is nog de etymologie van het Nederlandse woord 'galg', dat is ontstaan uit het oudsaksische en oudhoogduitse 'galgo' en het gotische 'galga' met de betekenis van 'kruis', wat oorspronkelijk 'stang' betekende zoals in het Litouws, 'zjalga'.
Het X dat Contantijn in zijn visioen zag, en dat later de vlaggen van zijn legioenen opluisterde, moet toch vooral gezien worden als een magisch symbool — net als de bekering van Contantijn in eerste instantie een praktisch doel diende, namelijk de overwinning. Hij wilde zich best tot de Christelijke God bekeren als die sterker zou blijken te zijn dan de heidense goden, zowel zijn eigen vroegere heidense goden als die van de tegenstander.
Hoewel hij ongetwijfeld tot de bekering aangespoord zal zijn door zijn moeder Helena, bij wie we wel een spirituele dimensie mogen veronderstellen, bezit de God van Contantijn een sterkere "magie" en is het kruis — X of T — dus vooral een magisch symbool — het teken waarin we overwinnen (In Hoc Signo Vinces). Het IHSV siert nog steeds menig altaar — zij het dat het inmiddels een spirituele lading gekregen heeft. En het kruis — alleen al als vorm — is al eeuwenlang een effectief middel tegen de duivel, demonen en andere heidense goden. Pure magie.
Tenslotte nog even terugkomende op het woord "potentia". In ieder geval kan dat dus niet kruk betekenen, maar betekent het galg, en wel T-vormige galg. De relatie die Noordeloos veronderstelde tussen de lijders aan het Antoniusvuur en het Tau-symbool heeft dus geen bestaansrecht.
Volgt vanzelfsprekend de vraag, wanneer dit Tay-symbool werd ingevoerd. De vraag is gemakkelijker gesteld, dan beantwoord.
Falco, de historicus van de orde van S. Antonius, neemt aan, dat de derde grootmeester van de hospitaalbroeders van S. Antonius, Guilielmus Rufus (1161-1181) dit onderscheidingsteken aan de orde van S. Antonius heeft gegeven. Ook deze mededeling is niet nader te verifiëren wegens gebrek aan authentieke gegevens.

Maar daarom niet per definitie onjuist. Hoewel ik er wel vanuit ga, ook zonder daarvoor bewijzen te hebben, dat het symbool veel eerder gebruikt werd.
De oudste aanwijzing die ik [Noordeloos] omtrent het dragen van de tau bezit is een aantekening uit de geschiedenis van de generale commanderij van Gap, hoofdstad van het departement Hautes-Alpes, Frankrijk. Een genootschap van ziekenverplegers, die zich onder St.-Grégoire schaarden, was enkele jaren [voor 1191] gesticht voor de dienst van de armen van S. Antonius door Guillaume Raymond op initiatief van zijn edele gade Agnes. Deze vrouw verenigde daar verschillende personen, broeders zowel als zusters, die de tau van de orde droegen als embleem.
Maar dat kan volgens Noordeloos niet kloppen dus krijgen we een vrij warrige redenering, waarmee hij zijn standpunt gaat bewijzen.
De T prijkte op het wapenschild, dat keizer Maximiliaan in 1502 aan de orde verleende.
Dit is het stadswapen van Saint-Antoine l'Abbaye.
Nu komt het mij [Noordeloos] niet aannemelijk voor, dat dit embleem werd gevoerd door ziekenverplegers buiten de broederschap der Antonianen — eerst enige jaren na de oprichting toch werd St.-Grégoire onder de orde geplaatst —, wanneer de tau reeds het embleem van de broederschap was. De mogelijkheid is niet ondenkbaar, dat de opname van aldus getooide ziekenverplegers en verpleegsters in de broederschap aanleiding is geweest om het embleem voor alle Antonianen door te voeren.
Bedelaars of Mensen zonder Benen. 1568. Breughel de Oudere, 1525 - Brussel, 1569. Musée du Louvre.
In het algemeen wordt aangenomen dat het op dit schilderij om slachtoffers van het Antoniusvuur gaat.
De krukken (béquilles) van deze kreupelen zijn T-vormig en je zou hier een vergelijking kunnen maken met de T-staf van Antonius, hoewel hij zijn staf nooit onder de armholte heeft of er als een kreupele op steunt.
De gebedsstaf van Antonius kan dus zeker niet als kruk voor een kreupele gezien worden.
Wij [Noordeloos] zagen dat de tau werd gedragen door eenvoudige broeders en zusters, die zich hadden verenigd tot een genootschap ziekenverplegers. Deze nu droegen geen vastgesteld habijt en om aan te tonen, dat zij hun leven gewijd hadden aan de verzorging van arme zieken en lijdenden, voerden zij als embleem de kruk van de kreupelen.
Toen de broeders en zusters van St. Grégoire overgingen tot de Antonianen, brachten zij een embleem mede, dat wonderwel paste bij verplegers van lijders aan S. Antonius-vuur, dat zeer veelvuldig de voeten en benen aantastte en de slachtoffers tot kreupelen maakte.
Ik vind dit toch geen overtuigende redenering. Hoezo “eenvoudige broeders en zusters”? Zouden zij juist niet door een oud gebruik geïnspireerd kunnen zijn?
Dit is wel erg kort door de bocht en gaat er vanuit dat deze “eenvoudige broeders en zusters” dat embleem zelf als kruk zagen en niet als de Tau. Tenslotte is dit genootschap opgericht door een edelvrouw, die ongetwijfeld goed opgeleid was en haar klassieken kende.
Onder verschillende andere verklaringen, die ik [Noordeloos] reeds behandelde, geeft Falco ook de krukinterpretatie. Het embleem moet de hospitaalbroeders er steeds aan herinneren, dat hun roeping van hen vraagt een steun te zijn voor de zieken. Hier vraag ik me af of Noordeloos de feiten wel juist weergeeft. In ieder geval laat hij Falco zichzelf tegenspreken, want deze had toch het 'droomvisioen' van de staf van Antonius vermeld om op 'wonderlijke wijze' het 'ontstaan' van de orde te verklaren. En Falco zou dan nu op de weinig verheven symboliek van de kreupelkruk terugvallen?
Overigens zou juist ook de T, als symbool van levenskracht en genezing (en dus niet de 'kruk') de hospitaalbroeders aan hun roeping kunnen doen herinneren.
Mijn conclusie: de T komt uit Egypte
Samenvattend zou ik als mijn mening willen geven dat het T-symbool uit het Egypte komt, en afgeleid is van de ankh.

Een eerste wijze van verspreiding: tijdens de eeuwen voorafgaande aan de translatie van de relieken van Antonius werd er immers veel gereisd en de Vita van Antonius was een bekend verhaal dat in alle kloosters tot de verplichte kost behoorde, en rondreizende (Egyptische) monniken zouden zeker nog wel wat extra details en attributen aan het verhaal hebben kunnen toevoegen.
Een tweede wijze van verspreiding: tijdens de translatie van de botten, als afgebeelde voorstelling op het reliekschrijn bijvoorbeeld, of als mondelinge overdracht.

Blauw
Veel T’s die op de mantel, cape of schouder van Antonius of Antonianen afgebeeld worden zijn blauw van kleur. Naar mijn mening is dat ook de 'correcte' kleur, en zoals alles in de iconografie moet dat een bepaalde betekenis hebben.
Ervan uitgaande dat de T uit Egypte komt, ligt het voor de hand om in de eerste plaats daar naar de betekenis van het blauw te zoeken. En een soort blauw, die met het nodige mysterie is omhangen, en daarom ook geschikt lijkt is het Egyptisch blauw.

Egyptisch blauw:
#1034A6
link
Pigment
Blauw komt als verf-substantie in de natuur niet voor, dus als eerste soort blauw werd lapis lazuli gebruikt, een halfedelsteen die vermalen moest worden.
De bijna mythische blauwe steen lapis lazuli werd destijds enkel gewonnen in de Kokscha Vallei in wat nu Noord-Afghanistan is en vervoerd op een van de oudste verre routes van de Hindu Kush, de Zijderoute.
In Egypte werd de invoer van lapis lazuli exclusief voorbehouden aan de heersende families en het werd beschouwd als een van de meest waardevolle bezittingen. De steen begeleidde steevast farao's op hun reis naar het hiernamaals, meestal in de vorm van sieraden of gezet in hun dodenmaskers.

lapis lazuli
Maar de Egyptenaren waren altijd bezorgd over het feit dat de steen in hun rijk niet kon worden gevonden. Ingenieurs en wetenschappers kregen de opdracht om een alternatief te vinden. Het was belangrijk dat het alternatieve materiaal dezelfde kleur blauw had. De Egyptenaren geloofden namelijk dat de heilige en mystieke kwaliteiten van lapis lazuli in de kleur scholen.
Zo werd uiteindelijk een nieuwe kleurstof uitgevonden, het Egyptisch blauw. Het is het eerste synthetische pigment dat we kennen. Het bestaat uit silica, soda, kalk en koperverbindingen. Het kon snel in grote hoeveelheden worden geproduceerd en werd al snel populair in de hele antieke wereld. Sporen ervan zijn gevonden op de kolommen van het Parthenon en andere delen van de Acropolis in Athene en villa's in Pompeï.
Faience ushabti, uit 380-330 v.Chr. Ushabtis werden geplaatst in het graf en waren bedoeld om te dienen als vervanging voor de overledene, moest hij / zij worden opgeroepen om handenarbeid te doen in het hiernamaals.
De kennis van het aanmaken van Egyptisch blauw is verloren gegaan toen het Egyptische rijk werd gekoloniseerd door Arabieren en moslims.
Hierdoor werd men genoodzaakt weer lapis lazuli te gebruiken.
Symboliek in Egypte
In het oude Egypte was kleur een integraal onderdeel van de kern en het wezen van alles in het leven. In de Egyptische kunst gaven kleuren aanwijzingen betreffende de aard van de wezens die in het werk afgebeeld werden.
De god Amon werd vaak afgebeeld met een blauw gezicht of een blauwe huid om zijn rol te symboliseren in de schepping van de wereld. Meestal ook wordt hij afgebeeld met de ankh in zijn linkerhand, gedragen aan de lus.
De farao's voorzover ze met Amon werden geïdentificeerd, werden soms weergegeven met blauwe gezichten.


De Egyptenaren hadden twee theorieën — met bijbehorende goden — over de schepping van de wereld. De eerste theorie was dat die was geschapen door Thaut, die als hij een woord sprak het bestaan van dat object veroorzaakte. De tweede theorie was dat dit het werk was van Ptah, de Grote Schepper en hij werd altijd in het blauw afgebeeld.
Amon in blauw met blauwe ankh,
een Farao met blauwe ankh
en de paredros ("bijzit") van Amon, Mout.
Verder was blauw natuurlijk het symbool van lucht en water. In kosmische zin werd deze symboliek uitgebreid naar de hemel en de oervloed. In beide gevallen kreeg blauw betekenis van leven en wedergeboorte. En blauw werd ook beschouwd als de kleur voor de geest, het intellect en de waarheid.
Ptah Tatenen
Blauw in andere religies
Het gebruik van blauw om het hemelse en heilige uit te beelden lijkt redelijk “universeel” te zijn geweest. Zo worden bijvoorbeeld de Hindoe goden Shiva, Vishnoe, Rama en Krishna meestal met een blauwe huid afgebeeld.
Ook bij de Germanen speelt de kleur blauw een rol van betekenis.
De Noorse god Odin / Wodan wordt vaak afgebeeld met een blauwe mantel en/of blauwe kap of hoed. De blauwe mantel van Odin identificeert hem als op zijn minst een soort van hemel god, al wordt hij i.h.a. veel meer geassocieerd met de dood en de onderwereld.
(Wat dit laatste betreft, zie ik nog een soort link met Antonius, die tenslotte ook relaties heeft in de onderwereld, zeker door bemiddeling van zijn assistent het varken.)
Maar eigenlijk lijkt het mij niet waarschijnlijk dat deze Indiase of Germaanse blauwen enige invloed gehad hebben op de kleur van de T van Antonius. Die stond, direct afkomstig uit Egypte, al eerder vast.

Odin / Wodan
Blauw in het Christendom
Jezus draagt een blauw kleed tijdens de drie jaar van zijn prediking.
De Maagd Maria wordt meestal afgebeeld in een blauwe mantel,
Blauw staat symbool voor waarheid, wijsheid, liefde en duidelijkheid. Het is de kleur van de lucht, en een symbool van de hemel en de Heilige Geest.
De doop van Christus, toegeschreven aan Pietro Barbieri. Een engel geeft de blauwe mantel aan Jezus. Santa Maria della Quercia. Rome.
Maria met Kind en twee engelen (Madonna van de Nederigheid); 1450-52; Museo Nazionale di San Matteo, Pisa.
Hoewel het blauw in Christelijke symboliek ook weer een Egyptische (en/of zelfs Indiase) oorsprong zou kunnen hebben, zouden zeker ook Christelijke invloeden een rol gespeeld kunnen hebben, zeker voorzover het een continuering van het gebruik van blauw betreft.
Samenvatting
De hierboven beschreven symboliek van het blauw versterkt de betekenis van de ankh als een symbool van leven; nu komen daar nog karakteristieken bij als goddelijkheid, hemel, geest, wederopstanding, liefde, waarheid en wijsheid.
De T van Antonius, afgeleid van de blauwe ankh, moet dan ook in dit licht geïnterpreteerd worden.
Antonius in Aceuchal, Spanje,
met blauwe
T (ankh) op zijn schoudermantel.
De T en Franciscus van Assisi
Ook tegenwoordig wordt het T-kruis nog wel gedragen, maar dan zijn het leken-leden van de Franciscaanse Beweging.
Franciscus was als asceet natuurlijk een bewonderaar van Antonius en werd met het T-teken bekend bij de Antoniusbroeders in Rome, met wie hij samen voor de leprozen zorgde, en die het op hun habijt droegen.
Op zeker moment accepteerde hij het T-teken als zijn eigen blazoen, als symbool voor een levenslange toewijding aan de Passie van Christus, en als embleem voor zijn gelofte om de paria's en leprozen te dienen en verzorgen.
Hij bracht het T-teken aan op huizen, muren en bomen. Zo is in een nis te Fonte Colombo — Bron van de Duif — nog het rode T-teken te zien, dat daar door hem is aangebracht. Hij gebruikte de tau ook om mensen te zegenen en hij ondertekende zijn brieven ermee.
T-teken in Fonte Colombo
Kort na zijn stigmatisatie op de berg La Verna tekende Franciscus een zegen op voor broeder Leo:
De Heer zegene u en behoede u.
Hij tone u zijn aanschijn
en ontferme zich over u.
Hij wende zijn gelaat naar u toe
en geve u vrede.

Aan deze oude Joodse priesterzegen uit het boek Numeri voegde Franciscus een grote T toe. Daar schreef hij omheen:
"Dns te benedicat f leo"
.
Dit betekent: "De Eeuwige zegene jou, broeder Leo"

Ook wordt van hem verteld dat hij zijn armen in zijn habijt uitstrekte en verkondigde dat dit het T-teken was,
daarmee stellend dat elke frater een lopende crucifix was.

Staf


Wat hierboven werd gesteld t.a.v. het T-symbool is grotendeels ook van toepassing op de T-staf waarmee Antonius vaak wordt afgebeeld.
Maar over de T-staf van Antonius zijn nog wel een paar opmerkingen te maken.
Omdat ik hierboven met de kreupelkruk als laatste geëindigd ben, zal ik er nu als logisch vervolg, als eerste mee beginnen, en de T-staf verder min of meer in omgekeerde volgorde bespreken.
De staf is een attribuut dat we niet alleen bij Antonius aantreffen. Het behoort tot de attributen van vele heiligen, koningen, hoogwaardigheidsbekleders, bisschoppen, pelgrims, herders, etc. In een aantal gevallen (zoals bij de pelgrims en herders) heeft de staf ook een praktische functie, maar in het algemeen dient deze vooral als symbool van autoriteit, als 'illustratie' van de maatschappelijke positie en plaats. Deze laatste functie zou heel goed afgeleid kunnen zijn van het gebruik als wapen, zoals de scepter bijvoorbeeld een gestileerde weergave is van de strijdknots, en van het gebruik als magisch 'wapen', zoals de toverstaf.
Deze aspecten gelden ook voor de staf van Antonius: deze is zowel symbolisch voor zijn waardigheid, als zijn magische vermogens tot genezing en duivelbezwering. Daarnaast kan zijn staf in oorsprong ook nog een praktische functie gehad hebben, maar toch in de religieuze context, als gebedsstaf.
De staf is afgeleid van de kruk van de kreupele lijders aan het Antoniusvuur
Sommigen menen dat de staf van Antonius aan een andere praktische functie ontleend zou zijn, zoals hierboven al vermeld werd bij "de Tau als symbool van de kreupelkruk", namelijk dat de staf ontleend zou zijn aan de kruk van de kreupelen. Deze slachtoffers van het Antoniusvuur, wier ledematen vervormd of afgestorven of geamputeerd waren en die door de Antonianen werden verzorgd, moesten zich inderdaad vaak met krukken voortbewegen.
Kreupelen en bedelaars.
Jeroen Bosch, 15e eeuw.
En sommige krukken (béquilles) van deze kreupelen zijn inderdaad T-vormig en je zou hier oppervlakkig een vergelijking kunnen maken met de Tau-staf van Antonius.
Maar Antonius heeft zijn staf nooit onder de armholte en gebruikt hem nooit als kruk. Op sommige afbeeldingen leunt hij, als een oude man, enigszins op zijn wandelstok, maar hij steunt er nooit op als een kreupele.
Zoals het in de Vita geschreven is, was Antonius tot op hoge leeftijd recht van lijf en leden.

[§93] En toch bleef hij totaal vrij van gebrek. Want zijn ogen waren helder en behoorlijk zuiver en hij kon scherp zien. En van zijn tanden was er niet één uitgevallen; alleen waren zij tot op het tandvlees versleten vanwege de hoge ouderdom van de grijsaard. Hij bleef sterk in beide handen en voeten. En terwijl alle mensen verschillende soorten voedsel gebruiken, en baden en afwisselende kleding, zag hij er opgewekter en krachtiger uit.

Het kan toch ook niet zo zijn dat de hospitaalbroeders die Antonius vereerden, hem zouden willen 'verlagen' door hem als kreupele met een kruk af te beelden of om hem — de genezer —met de zieken negatief te associëren. De stok of staf van Antonius moeten we dus absoluut niet als kruk voor een kreupele opvatten.

Overigens wordt Antonius ook vaak afgebeeld zonder staf, of met heel andere vormen van staf of stok, of lang of kort, of als wandelstok, bisschopsstaf of kruis, enzovoort, dus als zodanig is hij aan zijn staf niet altijd iconografisch te herkennen.
En ik denk dat bij een inventarisatie van de stokken en staven op zijn afbeeldingen best eens zou kunnen blijken dat de Tau-staf in de minderheid is.
De staf komt van de Kopten in Egypte, als de gebedskruk zoals die in die streken gebruikt werd en wordt
De meest waarschijnlijke verklaring over de oorsprong van deze staf moet volgens mij gezocht worden in de praktische sfeer: de T-staf is de staf waarmee de monniken en kluizenaars — dus ook Antonius — destijds in Egypte zich ondersteunden bij hun urenlange nachtwaken en gebeden die staande verricht werden.
Ook Nissen is deze mening toegedaan: "Toch heeft deze staf, die bekroond wordt met het Tau-kruis of crux commissa, oudere rechten dan het varken. Het gaat in feite namelijk om een staf met een horizontale kruk, zoals die in de kerken van het Oosten door bisschoppen en abten werd gebruikt. Een staf met die vorm wordt momenteel nog steeds gehanteerd door de abten van de koptische kloosters in Egypte, het land waar ook Antonius leefde."
Zoals we op de foto's hieronder zien, is deze staf is nu nog in gebruik bij de Kopten van Ethiopië, en we moeten niet vergeten dat Antonius een Kopt was. Of de staf ook nu nog in Egypte gebruikt wordt, zoals Nissen stelt, kan ik niet bevestigen. (Jammer ook dat hij geen hypothese oppert over de manier waarop de staf dan van Egypte naar Europa is gekomen.)
Maar in ieder geval heeft in Ethiopië de gebedssteun zich van een praktisch gebruiksvoorwerp ontwikkeld tot een haast iconografisch attribuut om de ascetische, religieuze status mee aan te duiden.
     
Op deze foto's zien we rechts een bundel gebedsstaven voor publiekelijk gebruik tijdens het bidden in een Koptische kerk, in het midden een monnik met T-staf en een vrouwelijke pelgrim, en links twee priesters met zeer fraaie T-staf.
Tegenstanders van deze hypothese zouden nog kunnen volhouden dat de Ethiopische staf pas later in gebruik is gekomen, dus na Antonius, maar dat lijkt, gezien het conservatieve karakter van de Koptische kerk (wat blijkt uit andere oeroude symbolen, rituelen en gebruiken) niet zo waarschijnlijk. En ze zouden kunnen argumenteren dat Egypte niet gelijk is aan Ethiopië, en dat we deze staven niet zien bij de Kopten in het huidige Egypte. Daar staat tegenover dat de Kopten in Ethiopië zich beter hebben kunnen handhaven dan die in Egypte, die al eeuwenlang onderdrukt — of op zijn minst achtergesteld — zijn door de Arabieren/Moslims.
Als we er dus vanuit gaan dat Antonius een soortgelijke staf gebruikt zou hebben tijdens zijn gebeden en meditaties, dan zou de T-staf een attribuut van Antonius zijn dat met hem vanuit Egypte is meegekomen.
Zoals gezegd, zou het T-symbool daar ook vandaan gekomen kunnen zijn, en in een later stadium zou het met de T-staf 'versmolten' kunnen zijn. Zodat de staf een onpraktisch, maar symbolisch, bovenstuk krijgt.
De T-staf zou wellicht — zoals ik al eerder stelde — als afbeelding (en misschien ook als T-symbool) voorgekomen kunnen zijn op de reliekschrijn waarin de botten van Antonius vanuit Constantinopel naar Frankrijk vervoerd werden, of op de schrijn uit Alexandrië. Of deze informatie — zoals ik ook al eerder stelde — zou door rondreizende (Koptische) monniken, en dan zelfs al voor de translatie, overgedragen kunnen zijn.
De vraag is of het nog zinvol is verder terug te gaan in de geschiedenis en bezien of een T-staf ook in gebruik was bij de Egyptische en Babylonische enzovoort goden en halfgoden (heersers) voorafgaande aan de Koptische periode. Zo op het eerste oog zien we een groot aantal staven en scepters als symbolen van autoriteit, maar een T-vormige staf zit er niet bij.
De staf in de Bijbel
De functie van de staf als steun bij het gebed, maar helaas zonder beschrijving ervan, wordt ook in de Bijbel genoemd.
Heb. 11,21. Door het geloof zegende Jakob bij zijn sterven de beide zonen van Jozef, en leunend op de knop van zijn staf aanbad hij God.
En verder zou ik nog even willen wijzen op het magische karakter van de staf in de Bijbel, die niet alleen kan bloeien zoals ik hierboven al vermelde, maar die ook regelrecht als toverstaf gebruikt wordt, zoals de staf van Aäron in Exodus, die in een slang veranderde, het water van de Nijl in bloed veranderde, een kikkerplaag veroorzaakte — wat de wijzen, tovenaars en magiërs van Egypte trouwens ook allemaal moeiteloos konden — en tenslotte een muggenplaag en steekvliegenplaag, waartoe de magiërs niet in staat waren. Ex, 9,23. Mozes strekte zijn staf uit naar de hemel en de Heer liet het donderen en hagelen, bliksemstralen schoten naar de aarde omlaag. De Heer liet de hagel neerkletteren op het Egyptisch grondgebied.
Nu was de staf van Aäron geen T-staf, maar iets van dat magische is wel gekoppeld aan alle staven en stokken die door de heiligen worden gebruikt. Een reden te meer dus om het onwaarschijnlijk te achten dat de staf van Antonius een staf voor kreupelen zou zijn.
De staf is afgeleid van het kruis van Christus
Zoals hierboven al uiteengezet bij de bespreking van het Tau-symbool, zouden dit symbool en dus de T-staf ook gezien kunnen worden als een variatie op de crucifix, of vice versa, zeker ook het T-kruis dat ontstaat door de combinatie van dwarsbalk (patibulum) en rechte post (stipes).
Dat een lichaam ook aan een dergelijk kruis genageld zou kunnen worden, zien we aan het meer dan levensgrote kruis achter de Antonius-kerk in Sint Antonius, België, dat deze vorm heeft.
En we vinden het terug in sommige afbeeldingen van de kruisiging waarbij de misdadigers aan weerskanten van Christus aan een dergelijk kruis hangen. En ook Christus zelf wordt wel met een dergelijk kruis afgebeeld.
In een manuscript-illustratie van de piëta (hier links), uit de 15de eeuw, wordt het verband tussen staf en kruisbeeld zeer direct vormgegeven.
Piëta, met donateur en Sint Antonius.
Uit de: Heures à l'usage des Antonins.
Laat 15e eeuw. Clermont-Ferrand.

Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Dolf Hartsuiker