Vita Antonii Abba's Iconografie Vuur Antonianen Kunsten Cultus Folklore Plant Dier Literatuur Paulus Hilarion Maria Simeon Adolphus
Nederlands Frans Italiaans Spaans Portugees Koptisch Duits Orthodox Engels Amerikaans Aziatisch
De iconografie van Sint Antonius
1. Tijdperken, 2. Varken, 3. Vuur, 4. Tau & staf, 5. Klok, 6. Duivel & demonen, 7. Boek & snoer, 8. Hoofd & lijf, 9. Relikwieën
5. Klok
Klokje of belletje - Belletjes aan dieren en mensen (in de Bijbel) - Het klokje komt van de Kopten - Klokjes en belletjes bij Grieken en Romeinen - Het klokje bij de Kelten - Klokjes in Ierland, Bretagne en Brittannië - Het klokje komt niet van het varken - Het klokje komt niet van de lijders aan het Antonius-vuur - Het klokje komt niet van de Antoniaanse bedelmonniken - Kerkklokken


Op de vele afbeeldingen van Antonius zien we dat het klokje meestal aan de staf hangt, maar hij draagt het vaak ook in de hand. Een enkele keer hangt het klokje om de nek of aan het oor van het varken. Vaak ook zijn er twee klokjes. En het komt ook voor dat het klokje ergens anders hangt of staat, alsof de artiest weet dat er een klokje moet zijn, maar niet precies wáár of er geen goede plek voor heeft, en het dan maar op een andere 'logische' plek ophangt of neerzet, een vorm van 'dichterlijke vrijheid' die ik artistieke 'verplaatsing' zou willen noemen.
Het klokje komt veel voor bij zijn sculpturen en in grafische afbeeldingen — illustraties en versierde hoofdletters — maar wat minder in de schilderkunst.
Klok of bel
De woorden klokje of belletje worden gewoonlijk door elkaar gebruikt, en in Engelse teksten kan je al helemaal geen onderscheid maken tussen "bell" en "little bell".
"Clock", wat natuurlijk wel van 'klok' afkomstig is, betekent nu alleen nog maar uurwerk.
In het Frans is er wel een duidelijk onderscheid tussen "cloche" en "clochette" enerzijds en "grelot" anderzijds.
In het Nederlands heerst nogal wat verwarring omtrent deze termen, dus om het duidelijk te houden, maak ik in de hierna volgende paragraaf een onderscheid tussen een klokje met klepel en een belletje met een balletje.
En voor alle duidelijkheid: Antonius of zijn varkentje hebben altijd een klok of klokje, nooit een belletje.
Britse 300 jaar ouden bronzen Crotal bel
Romaans bronzen klokje 1ste eeuw In beide gevallen zijn het instrumenten om geluid mee te maken, alhoewel niet in eerste instantie muziek, door metaal op metaal te laten klinken. In deze categorie vallen ook de sistrum, de tamboerijn en de cimbalen.
Sinds de dagen der oudheid is men in het algemeen van mening geweest, dat demonen en spoken door het geluid van metaal op de vlucht kunnen worden gedreven, of het nu het muzikale getingel van belletjes is, het sonore gebeier van grote klokken, de schrille slagen van cimbalen, het dreunen van gongs, of het eenvoudige klink-klank van bronzen of ijzeren platen die tegen elkaar of met hamer of stokken worden geslagen.
Vandaar dat het in riten van duiveluitdrijving voor de priester vaak gebruikelijk was om te bellen met een klok die hij in zijn hand hield, of om aan één of ander deel van zijn persoon een geheel nest van belletjes te hangen, die tingelden bij elke beweging hij maakte.
Als we nu naar de afbeeldingen van Antonius en zijn varken kijken, dan zien we dus wel klokjes maar nooit belletjes. Net als bij de andere attributen, kunnen we ons afvragen waar het klokje vandaan is gekomen.
Een paar plausibele mogelijkheden:
  • Het kan zijn gekomen vanuit het Oosten of het Zuiden
    • het oude Egypte en de Kopten
    • de Grieken en Romeinen
    • de Joden en de Christenen
  • Het kan zijn gekomen vanuit Europa
    • de Kelten
    • de lijders aan het Antoniusvuur
    • de Antoniaanse bedelmonniken

Omdat het klokje zowel bij Antonius als bij zijn varken voorkomt moeten we de vraag naar de oorsprong hiervan verder nog opsplitsen. Dus:

  • kwam het klokje van Antonius van zijn varken, of kwam het vanuit de hierboven genoemde bronnen?
  • was het klokje van het varken van Antonius afkomstig, of kwam het vanuit de hierboven genoemde bronnen?
St. Antonius en varkentje, allebei met een klokje.
16e eeuws gebrandschilderd raam in de kerk van Munslow, Shropshire, Engeland.
Bel
Belletjes aan dieren en mensen
Zoals ik al zei, behoort het belletje niet bij Antonius of zijn varken, maar voor alle duidelijkheid wil ik het er toch eerst even over hebben, want belletjes hangend aan dieren kwamen, zo lijkt het, in vrijwel alle culturen voor en dat al sinds duizenden jaren. En ook diverse historische of bijbelse figuren waren getooid met belletjes. Omdat nogal eens popie jopie belletjes en klokjes op één hoop gegooid worden, wil ik in deze paragraaf vooral duidelijk maken waarom en hoe het belletje niet bij Antonius en zijn varken hoort.
Bellen, zo wordt verondersteld, zijn in het tweede millennium v.Chr. uitgevonden in de centrale Aziatische steppen, waarvandaan ze zich zowel naar het oosten naar China als naar het zuiden verspreidden. Ruiterstammen uit het noorden speelden ook een beslissende rol bij de verspreiding naar het Nabije Oosten. Nog later deden de Kelten, tijdens het hun migraties naar het westen, het zelfde toen zij hun paarden en strijdwagens van kleine belletjes voorzagen, die de functie van het bang maken van ongunstige goden tijdens de veldslagen hadden.
Alle beschavingen rond het Middellandse-Zeegebied hebben sinds de oudheid kleine belletjes gekend. Hun functie in het dagelijks leven was beperkt tot eenvoudige signaalinstrumenten of de duidelijk heilige functie van het afschrikken van demonen.
Belletjes in de Bijbel
In de Bijbel worden rinkelende ornamenten genoemd die aan de kleding van de Joodse Hogepriester hangen. Hoewel er in sommige vertalingen gesproken wordt van "klokjes" lijkt het waarschijnlijker dat het hier belletjes betreft. De functie hiervan is in eerste instantie het afschrikken van kwade geesten, of machten.
Exodus 28, 33. Op de hele zoom moet je granaatappels van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol aanbrengen met gouden belletjes ertussen, 34 steeds om en om een gouden belletje en een granaatappel. 35 Aäron moet dit bovenkleed dragen wanneer hij dienst doet. Wanneer hij het heiligdom binnengaat om voor de Heer te verschijnen en wanneer hij weer naar buiten komt, moet het geluid van de belletjes te horen zijn, anders zal hij sterven.
Exodus 29,25. Van zuiver goud maakte men klokjes en hing die tussen de granaatappels aan de zoom van de mantel; 26 dus om en om gouden klokjes en granaatappels, rondom, aan de zoom van de mantel voor de eredienst, zoals de Heer aan Mozes had bevolen.
Sirach 45, 9. Hij omhing hem met granaatappels, met vele gouden belletjes aan alle kanten, die moesten rinkelen als hij liep en waarvan het geluid in de tempel gehoord moest worden als teken voor de zonen van zijn volk...
De Mozes en Aäron Kerk in Amsterdam
Er wordt in de Bijbel ook gesproken over belletjes voor dieren.
Zacharia 14, 20. Die dag [op het einde der tijden wanneer het profane heilig is geworden] zal er op de bellen van de paarden staan: ‘Aan de Heer gewijd!’
Het gebruik van klokken of bellen in magische of godsdienstige riten was wijdverspreid en de overtuiging dat hun gerinkel de macht heeft demonen te verdrijven was universeel. Soms werd het geluid van klokken niet zozeer verondersteld om kwade geesten af te weren als wel om de aandacht van goede of beschermgeesten te trekken, maar in het algemeen was in het primitieve ritueel de aantrekkende functie van deze muzikale instrumenten veel minder saillant dan de afwerende.
klok 27bel
Het gebruik van klokken of bellen voor aantrekking in plaats van voor afweer kan overeenkomen met een meer geavanceerd stadium van godsdienstig bewustzijn, wanneer de vrees voor het kwaad wordt vervangen door vertrouwen in het goed, wanneer de wens van vrome harten niet zo zeer het vluchten voor de Duivel is als wel het nader komen tot God.
Dit zien we terug in het Joodse gebruik [zie dus hierboven], waarbij het zo kan zijn dat de priester in zijn violette mantel, op het moment dat hij de drempel van het heiligdom overging, werd verondersteld om de aanvallen van de demonen af te weren ofwel om de aandacht van de godheid te trekken door het gerinkel van zijn gouden belletjes.
Andere informatie wijst erop dat de Christenen later wat minder positief denken over het gebruik van belletjes, zo zou in "ca. 180 Clemens van Alexandrië christelijke vrouwen verbieden om tijdens feesten en feestmaaltijden op het gerinkel van bellen te dansen," en zou in "ca. 380 Johannes Chrysostomus het magisch gebruik van belletjes bij kinderen verboden hebben."
Belletjes in de Middeleeuwen
Belletjes werden aan de kleding van een nar genaaid, vooral aan zijn zotskap, of aan de zotskolf, en werd zo een soort symbool van de dwaasheid.
Belletjes in de huidige tijd
Als overblijfsels van de oude 'heidense' gebruiken vinden we nu nog de koe-bellen van de Zwitserse Alpen, de belletjes aan opgetuigde paarden voor de koets en aan rendieren voor de arreslee.
En denk aan de katten die een bel aangebonden moeten worden.
arreslee Nar met belletjes aan zijn zotskap, zittend op een varken — hier ongetwijfeld symbool van domheid
Voortbordurende op de belletjes aan dieren, zou het voor de hand kunnen liggen te denken dat het varken van Antonius ook in eerste instantie een belletje gehad zou kunnen hebben. Maar in feite wordt het varken altijd met een klokje afgebeeld — en de meeste varkentjes moeten het overigens zonder klokje doen. Maar daar kom ik straks nog op terug.
Zoals ik bij het Varken vermeld, valt de mogelijkheid dat Antonius in een soort 'oorspronkelijke' (Koptische) iconografie in Egypte door een ander dier vergezeld werd dan een varken, niet geheel uit te sluiten.
Op deze foto's zien we Egyptische honden met een belletje (links) of klokje (rechts) om de hals, die toch wel weer sterk doen denken aan het varken van Antonius met z'n klokje om.
3e eeuw n.Chr. 4e eeuw v.Chr.
De hond zou — met behoud van zijn klokje — later vervangen kunnen zijn door een varken.
Klok
Nu we de belletjes afgehandeld hebben, kunnen we ons richten op het klokje.
Het klokje komt van het oude Egypte en de Kopten
Wat ik zie als de meest plausibele verklaring — omdat ik toch al in het algemeen geneigd ben tot de "out of Egypt" optie — is dat het klokje met Antonius uit Egypte is meegekomen, zoals ook de T-staf en het T-symbool.
Sistrum

Een belangrijke reden voor mij om dat te denken is te vinden op de foto's (hieronder) van hedendaagse Koptische priesters, die behalve hun T-staf ook een sistrum in de hand hebben.
Qua beeld begint dat al aardig op de voorstelling van Antonius met T-staf en het klokje te lijken.
*

En even op de zaak vooruitlopend: op een foto wat verder naar beneden zien we zelfs een hedendaagse Koptische priester met een klokje in de hand.
De sistrum is een instrument dat in het oude Egypte o.m. dienst deed in de religieuze rituelen rond Isis, en dat daarom (of precies andersom) vaak de vorm heeft van een ankh, het symbool van leven en levenskracht.
Volgens de historicus Plutarchus, werd het geluid van de sistrum gebruikt om Typhoon, de god van de chaos, door zijn constante beweging op afstand te houden.
Nu zijn we dit symbool al eerder tegengekomen, bij de bespreking van de Tau. En nu zien we de ankh-sistrum weer in gezelschap van de Koptische T-staf.

Hickmann: Wat de sistrum betreft, is de voortzetting van de traditie duidelijk. Wij moeten in deze heilige rammelaar een authentiek Egyptisch instrument zien dat oorspronkelijk de rituele dansen en waarschijnlijk eveneens andere plechtigheden sinds het Vroege Imperium heeft begeleid.
Het instrument is zodanig in het onderbewuste van het Egyptische volk geworteld, dat men er later, ten tijde van de Kopten, niet aan kon voorbijgaan: de sistra van de Christenen van Egypte en Ethiopië zijn er het bewijs ervan.

Isis met sistrum
Versierd met het dubbele hoofd van de godin Hator alsmede met de heilige symbolen van faraonisch Egypte (de kat van Bastet, de Uraeus (slang), de harige gedaante van de goddelijke danser Bes), is de faraonische sistrum onbruikbaar voor de Christelijke priesters.
De sistrum moest dus eerst ontdaan worden van zijn 'heidense' voorstellingen voordat deze tijdens de Koptische liturgie dienst kon doen. In de Koptische kerk wordt de sistrum naar de vier windrichtingen gericht, om de omvang van God’s schepping aan te geven.
En net als de T-staf heeft het zich ontwikkeld van 'functioneel' instrument tot symbool van priesterschap.
De sistrum was in Europa niet onbekend, aangezien deze met de Isis-verering — erg populair onder de Romeinse soldaten — meekwam, zoals (onder) een archeologische vondst van de 3e eeuw n.Chr. in Duitsland laat zien.
Isis met sistrum bij de Grieken en Romeinen
En zelfs in eigen land, in Venlo, is een handvat van een sistrum gevonden.
Egyptische klokjes
In de piramide van Akhethetep te Saqqara werden twee klokjes of belletjes gevonden. Deze kleine metalen klokjes, die in vormen van kalk werden vervaardigd, konden een verschillend gebruik hebben.
Aan de hals van dieren gehangen, maakten zij het mogelijk om hun verplaatsingen te volgen. Zij konden eveneens deel van het harnas van paarden of dromedarissen uitmaken of als muziekinstrument dienen. Andere, die in graven van vrouwen of kinderen worden ontdekt, hadden waarschijnlijk een demonen afwerende kracht.
Sommige, tenslotte, hadden een liturgisch gebruik.
De data van deze vondsten worden geacht van de 28ste tot 26ste eeuw v.Chr. te zijn.
Het klokje kwam met Antonius uit Egypte
Hickmann: Wat de klokken betreft, levert de studie van deze instrumenten hetzelfde resultaat op als die van sistrum. De klok verschijnt zo ongeveer in de 8st eeuw v.Chr., in eerste instantie als een bij uitstek apotropaïsch [een demonen afwerend] instrument, maar het wordt al snel een liturgisch voorwerp en draagt als tekenen van zijn nieuwe waardigheid de kenmerkende versieringen van zijn gebruik.
De heidense klokken veranderen in heilige instrumenten van de eerste christelijke gemeenschappen en zijn voortaan versierd met een eenvoudige gestileerde versiering of met het kruis, welke de oude Egyptische mythologische beelden vervangen. Het is in deze vorm dat zij zijn overgeleverd, zich voegend bij de lijst van de diverse liturgische instrumenten die wij al hebben opgesomd.
Het lijkt nu zeker dat uit het gebruik van de Koptische klokken de klokken zijn voortgekomen die tijdens de katholieke Mis weerklinken, en dat deze instrumenten in Rome zijn verschenen als gevolg van de cultus van Sint Antonius.

Dat is een zeer boude uitspraak, maar komend van een serieus wetenschapper als Hickmann, moeten we deze wel accepteren. Ik heb natuurlijk nog getracht verdere bevestiging hiervan te vinden, maar voorlopig moeten we er maar vanuit gaan dat dit is gebeurd in of na de periode dat Athanasius met twee Egyptische monniken Rome was.

Een hedendaagse Koptische priester rinkelt
een klokje tijdens de Timkat ceremonie.
En op de site van de grote campanoloog André Lehr (die 03-2007 overleden is) zie ik informatie welke hiermee niet in tegenspraak hoeft te zijn, in een bondige tijdlijn weergegeven:
  • ca. 180; Clemens van Alexandrië [in Egypte] verbiedt christelijke vrouwen om tijdens feesten en feestmaaltijden op het gerinkel van bellen te dansen.
  • vóór 300; Monniken in Egypte gebruiken klokjes.
  • ca. 314; De Egyptische kluizenaar Antonius de Grote zou altijd een klokje bij zich hebben gedragen teneinde op zijn aanwezigheid in de woestijn attent te kunnen maken.
  • ca. 330; Constantijn de Grote schenkt Rome een klok.
  • ca. 380; Johannes Chrysostomus verbood het magisch gebruik van belletjes bij kinderen [in Egypte].

De zeer interessante uitspraak over Antonius heb ik nog niet uit andere bron kunnen vernemen.

St. Antonius met twee (!) varkens, twee (!) klokken en boek.
Beaufort Getijdenboek; ca. 1410.
Klingelend klokje  
Omdat, zoals hierboven gesteld, het luiden en rinkelen van klokken de macht heeft demonen te verdrijven, is het zeer voor de hand liggend dat Antonius, de duivelsbestrijder bij uitstek, met dit instrument verbonden is.
Klokjes en belletjes bij Grieken en Romeinen
Na de constatering van Hickman dat de Christelijke klokken — i.h.b. die van Antonius — uit Egypte afkomstig zijn, lijkt het nauwelijks nog nodig andere opties te exploreren, maar volledigheidshalve geef ik toch nog wat informatie over klokken van de Grieken, Romeinen en Kelten.
Nog meer feiten in de bondige tijdlijn van André Lehr:
  • ca. - 650; In Ninive werd een bel opgegraven die op grond van zijn versieringen als eenmalig voor de westerse oudheid beschouwd mag worden.
  • ca. - 510; Volgens de Romeinse schrijver Plinius hingen aan het praalgraf van de Etruskische vorst Lars Persena klokjes die door de wind tot klinken werden gebracht.
  • - 500 - 400; De Griek Hippasus beschrijft de relatie tussen de wanddikte van een klinkende bronzen plaat en diens toonhoogte.
  • ná - 500; Vooral vanaf deze tijd worden zowel in Griekse als Romeinse teksten belletjes voor allerlei doeleinden genoemd.
  • 323; De lijkwagen van Alexander de Grote was voorzien van ceremoniële gouden klokjes.
  • 79; Bij opgravingen zijn zowel in Pompeï als Herculanum klokjes gevonden.
Klokje in de vorm van een kind dat slaapt op een varken. Terracotta. Hellenistisch Romeins. Musée du Louvre.
Het klokje bij de Kelten
Klokjes zijn niet zeldzaam in de graven van kinderen van Romeins Gallië. Het waren gewaardeerde amuletten voor het kind om magische bescherming te bieden. Zoals overal elders, moest de klank van het brons kwaadwillende duivels verjagen.
Klokje van brons met ijzeren klepel, ± 1,8 cm. 2e eeuw n.Chr. van de necropolis d'En Chaplix.
Musée Romain d'Avenches.

Als deze datering correct is, zou dat de hypothese, dat het klokje door Antonius in Europa werd geïntroduceerd, ondergraven.
Klokjes in Ierland, Bretagne en Brittannië
In de legende van de heilige Patricius (385-461), beter bekend onder zijn Engelse naam, Sint Patrick, de beroemdste missionaris van Ierland, speelt een klok een interessante rol.
Volgens de legende werd Patrick tijdens zijn 40 dagen vasten op de top van de berg Croagh Patrick fel aangevallen door vogels, demonen en giftige reptielen. Hij smeekte goddelijke hulp af en trof onmiddellijk de klok bij zijn voeten aan. Door er herhaaldelijk mee te bellen bellen en uiteindelijk door de klok naar hen te werpen, dreef hij de reptielen het Log Na Deamhan (het 'Meer van de Demonen') in. En hij verkreeg een belofte uit de Hemel dat alle giftige reptielen of duivelsverschijningen voortaan uit Ierland weg zouden blijven.

Interessant is natuurlijk het gebruik van de klok om duivels en demonen te verjagen, en het feit dat deze klok gebruikt werd zo kort na de introductie ervan in Rome door de 'aanhangers' of 'getuigen' van Antonius.
De Zwarte Klok van Sint Patrick was jarenlang op Croagh Patrick — de heilige berg en nog steeds een populair bedevaartsoord — een uitermate vereerd reliek en de oudste verwijzing ernaar stamt uit 1098 n.Chr. De Klok dateert van minstens 600 n.Chr. en is nu in bezit van het Nationale Museum van Ierland.
En zeker zeer interessant is ook dat Sint Patrick, voordat hij aan zijn religieuze loopbaan begon, een aantal jaren als varkenshoeder in Ierland heeft doorgebracht.

Bretonse kluizenaars en heiligen in de vijfde eeuw maakten gebruik van klokjes.
De kanunniken van het Britse Glasney, die landgoederen bezaten in Kea, het centrum van de cultus van Sint Ke in Cornwall, hebben in de 13e eeuw een Vita geschreven over Sint Ke of Colodoc, die in eind vijfde, begin zesde eeuw in Cornwall leefde. Vanuit Penryn, een naburige en belangrijke haven in het gebied, verspreidde de cultus zich over het continent, dank zij de constante betrekkingen die Cornwall met het Franse Bretagne verbonden. In die Vita wordt vermeld dat hij besloot om zich in een hermitage terug te trekken. Op een keer, in de geestdrift van zijn gebed, werd hem geopenbaard dat hij een klokje moest hebben (wat gebruikelijk was voor de kluizenaars van die tijd), of volgens een iets andere versie, dat hij een kapel zou moeten bouwen waar zijn trouwe klokje eerst klonk. Dit was in Ros Ynys (Roseland), waar hij een kleine hermitage zou bouwen.

Bronzen klokje met T-kruis, The Hunt Museum, Engeland.
Om zijn klokje te krijgen, richtte Ke zich tot de heilige Gildas, van wie de Gallische hagiografen reeds mooie geschiedenissen van betoverde klokken hadden verteld.
Ke emigreerde later naar Leon in Frankrijk, werd eerst monnik en toen bisschop. De parochie kerk van Plogoff, gelokaliseerd op het uiterste puntje van Bretagne, is gewijd aan Sint Collodan, een andere naam van Ke, die verder nog bekend staat als Keu, Kenan, Kay, Quay en Colledoc.
Een attribuut van Sint Ronan afkomstig uit Ierland, is de "koeienbel"; (rechts) op dit vaandel links naast hem op de grond afgebeeld.
Dit vaandel hangt in de Église Saint-Ronan in Locronan, Bretagne.
St. Beuno Gasulsych, stierf in 640. Aan zijn voeten staat een vierkante metalen klok. In zijn biografie heb ik over die klok helaas (nog) niets kunnen vinden. St. Nectan, die leefde van 468 tot 510, met aan zijn staf een klokje, identiek aan dat van Antonius. Ook heeft hij een relatie met varkens, want volgens de legende hielp hij eens een varkenshoeder zijn verloren varkens vinden en kreeg in ruil daarvoor twee koeien.
Gildas, een koningszoon en heilige kluizenaar, leefde van 500 tot 570, in de tijd van Koning Arthur.
Koningin Guinevere, met wie hij ook relaties onderhield, had voor de Paus een mooie klok gemaakt, en de heilige Cadog benijdde hem erom, maar Gildas wilde de klok niet aan hem geven.
Onderweg op een bedevaart naar Rome, bemerkte Gildas dat de klok niet meer wou bellen, zodat hij tenslotte besloot hem toch maar aan Cadog te geven.
[Meer over Cadog — en zijn relatie met het varken!]
Bronzen klokken, 9e eeuw,
The Hunt Museum, Engeland.
Sint Paul Aurélien, uit de 5e eeuw, is gerelateerd aan een varkenshoeder, en wordt meestal afgebeeld met een klok. Daarnaast is hij ook nog een drakendoder.
Bij opgravingen rond de ruïnes van een 12e eeuws Romaans klooster op het White Island in het meer Lough Erne te Ierland, zijn een aantal gebeeldhouwde stenen gevonden die volgens archeologen uit de 9e tot de 11e eeuw stammen. Mij lijken ze heel wat ouder, overigens.
Vreemd genoeg deden ze dienst als bouwstenen in de muren van het Romaanse klooster
Het waren dus geen heiligenbeelden meer, wat er op lijkt te wijzen dat ze door de 12e eeuwse monniken niet meer als heiligen, maar eerder als heidenen, werden gezien.
De figuur die ons natuurlijk het meest interesseert is de linker: de monnik (of "Abt") met korte bisschopsstaf in de rechterhand en een klok in de linkerhand. Hij wordt veelal geassocieerd met Sint Patrick, en aangezien hij de meest beroemde Ierse heilige in wiens legende en verering een klok een duidelijke rol speelt, ligt dat nogal voor de hand. Maar het beeld zou natuurlijk net zo goed een van de andere hierboven getoonde heiligen kunnen zijn. En misschien zelfs Antonius?!
Misvattingen over het klokje

Gezien de constatering dat het klokje van Antonius uit Egypte afkomstig is, en gezien ook het gebruik van het klokje door de 6e en 7e eeuwse kluizenaars en heiligen in Ierland, Bretagne en Brittannië, lijkt het haast overbodig de volgende drie paragrafen te schrijven, te weten:

  • Het klokje komt van het varken
  • Het klokje komt van de lijders aan het Antonius-vuur
  • Het klokje komt van de Antoniaanse bedelmonniken

Maar omdat het ideeën zijn die bij veel onderzoekers leven, en als zodanig verkeerd aan het volk worden gepropageerd (door o.a. de kerk) zal ik er toch even op ingaan.

Het klokje komt niet van het varken
De meeste, zo niet alle, Antonius-vorsers beweren dat het klokje van Antonius ontleend is aan het klokje waarmee de varkens der Antonianen hun speciale status duidelijk gemaakt zouden hebben. Maar op de afbeeldingen van Antonius waar varkens op voorkomen zijn deze vaak niet van een klokje voorzien. En de keren dat het wel het geval is, zou dat een geval van artistieke 'verplaatsing' kunnen betreffen, waar dan later weer teveel gewicht aan is gehecht.
Praktisch gezien, lijkt me dat rondwroetende varkens — zoals de varkens van Antonius die vrij door het dorp mochten zwerven — zo'n voor die tijd toch vrij kostbaar klokje snel kwijt zouden zijn.
Glas in lood raam in Borsbeke.
Het varkentje heeft een klokje om de hals.
En voor de herkenning als Antonius-varken zou het niet echt noodzakelijk zijn. De dorpelingen kénden ongetwijfeld de varkens als individuen, of ze zouden op goedkopere wijze gemarkeerd kunnen zijn, met een brandmerk, de T bijvoorbeeld, of met een keepje uit het oor.
Dus als het al eens voorgekomen zou zijn dat een varken met een klokje opgetuigd werd, dan is het klokje van Antonius afkomstig, en niet andersom.
Het klokje komt niet van de lijders aan het Antonius-vuur
In de Middeleeuwen moesten lepra-lijders en andere patiënten met een besmettelijke ziekte met een klepper rondlopen, om de gezonde mensen te waarschuwen voor besmettingsgevaar, zodat deze hen uit de weg konden gaan.
Volgens sommige Antonius-vorsers moeten we in die richting zoeken om een verklaring voor de klokjes van Antonius te vinden. Er zouden namelijk ook klokken door zieke mensen en krankzinnigen gedragen worden.
Aangezien het Antoniusvuur als een besmettelijke ziekte werd beschouwd, met ook kranzinnige aspecten, zouden ook de lijders aan deze ziekte klokjes dragen, die dan later, via hun verzorgers die de klokjes ook zouden dragen, op Antonius zijn overgegaan.
Dit zou wel een mogelijke verklaring kunnen zijn. Maar zoals ik al betoogde bij de veronderstelde metamorfose van de kreupelstok tot T-staf van Antonius, is het toch niet waarschijnlijk dat een symbool dat met ziekte associeert overgedragen zou worden op de goddelijke genezer.
Leproos met een klok in plaats van een ratel; uit de Saksenspiegel.
Het klokje komt niet van de Antoniaanse bedelmonniken
Als we nu kijken naar het praktische gebruik van het klokje door de monniken van de Antoniaanse orde, dan zien we hiervan een mooi voorbeeld in het verhaal van de Antoniaanse monnik in de Decamerone, die door zijn knecht zijn klok laat rinkelen om de gelovigen bijeen te krijgen.
Ook door anderen is er op gewezen dat het gerinkel van het klokje kenbaar maakte dat de broeders op bedeltocht waren. De Hospitaalbroeders hadden een klokje in de hand en rinkelden deze om aandacht voor het aalmoes te trekken.
Maar het is dan waarschijnlijker dat Antonius met zijn klokje als voorbeeld diende, dan andersom, dat Antonius zijn klok gekregen zou hebben door dit gebruik.
Er wordt ook wel beweerd dat de monniken op hun bedeltochten langs eenzame wegen met het klokje rinkelden om demonen en kwade geesten af te schrikken. En dat is, gezien het voegere apotropaïsche gebruik van belletjes en klokjes, voor deze waarschijnlijk 'bijgelovige' lieden geen vreemde gedachte. En ze voelden zich zo ook ongetwijfeld verbonden met en beschermd door Antonius.
Antonius met klokje aan de linkerhand hangend.
Kerkklokken en bellen
In de Rooms-katholieke Kerk worden kleine klokken, die sanctus-klok of misbel worden genoemd, met de hand geluid door een misdienaar tijdens de Mis, wanneer de priester eerst de hostie omhoog houdt en daarna de miskelk, onmiddellijk nadat hij de woorden van wijding erover heeft uitgesproken. De klok rinkelt om de congregatie op het wonder te wijzen dat het brood en de wijn in het lichaam en het bloed van Christus zijn omgezet, dat Christus nu werkelijk aanwezig is, en dat wat de priester voor hen ophoudt om te bekijken Christus zelf is.
Een verguld bronzen sanctus-klok in de stijl van Jacopo d'Antonio Latti.
Het handvat stelt St. Hiëronymus voor.
The Hunt Museum, Limerick, Ierland.
Omdat op diverse afbeeldingen van Antonius klokjes in kapellen voorkomen — en omdat het toch ook interessante informatie is — zal ik er hier wat over zeggen.
Kerkklokken, aanvankelijk nog betrekkelijk klein, werden volgens sommigen, pas sinds de 4e eeuw gebruikt, na in Italië te zijn 'uitgevonden' door Paulinus, Bischop van Nola in Campania. Aan dit laatste woord zijn diverse termen ontleend die met klokken te maken hebben, zoals campanologie, de kunst van het klokkenluiden.
Anderen geven een iets andere uitleg. Het vroegste Latijnse woord voor klok (campana) is Laat-Latijns uit de 4de of 5de eeuw n.Chr. De eerste toepassing van klokken in of bij kerken wordt toegeschreven aan Paulinus, bisschop van Nola in Campania, in ongeveer 400 n.Chr. Er is echter geen bevestiging van dit verhaal dat het gevolg geweest kan zijn van de woorden campana en nola (een klein klokje), want in een brief van Paulinus aan keizer Severus, waarin hij zeer volledig de decoratie van zijn kerk beschrijft, maakt de hij geen vermelding van klokken.
Men heeft met enigszins meer reden beweerd dat Paus Sabinianus (604) de eerste was die kerkklokken gebruikte; maar het schijnt in ieder geval duidelijk te zijn dat zij in Frankrijk al in 550 werden geïntroduceerd.
In de 7de eeuw, in Engeland, wordt een klok vermeld die door Benedict Biscop vanuit Italië naar zijn abdij in Wearmouth wordt gebracht, en het geluid van een klok die zeer bekend was bij Whitby Abdij op het tijdstip van St. Hilda’s dood (680). St. Dunstan hing veel klokken op in de l0de eeuw; en in de elfde eeuw kwamen zij overal in Zwitserland en Duitsland voor.
Grote klokken van gegoten metaal verschijnen pas in de elfde en twaalfde eeuw; de grootste in de vijftiende. In de tiende eeuw begon de gewoonte van het geven van namen aan klokken.
Verzoeking van St. Antonius. Hendrik Goltzius (1558 - 1617). Fine Arts Museums of San Francisco. Zie het klokje rechts boven.
Kerkklok  
Voordat de Kerk klokken voor heilig gebruik bestemt, zegent zij deze met plechtige ceremoniën. Officieel wordt dit het "zegenen van de klok" genoemd, maar meer populair het "dopen van de klok". De bisschop wast de klok met heilig water, zalft hem met olie aan buiten- en binnenkant en plaatst er tenslotte het wierookvat met brandende wierook onder.

Hij bidt herhaaldelijk dat het geluid van de klok zal helpen om de gelovigen bijeen te roepen, om hun toewijding op te wekken, om onweer weg te jagen, en om kwade geesten angst aan te jagen.
Deze macht natuurlijk is toe te schrijven aan de zegen en de gebeden van de Kerk, en niet aan enige werkzaamheid die bijgelovig aan de klok zelf kan worden toegeschreven.
Aldus geconsecreerd, worden de klokken spirituele dingen, die niet zonder de toestemming van de geestelijke autoriteiten mogen worden geluid.
James Frazer: Vanaf de Middenleeftijden tot aan moderne tijden was er ook veel vraag naar het luiden van kerkklokken met als doel het verdrijven van heksen en tovenaars, die zich ongezien in de lucht verzamelden om hun kwaadaardige streken met mens en dier uit te halen. Er waren bepaalde dagen van het jaar die deze ellendelingen meer in het bijzonder voor hun onheilige bijeenkomsten of Sabbatten, zoals die werden genoemd, bestemden, en dienovereenkomstig werden op dergelijke dagen de kerkklokken soms de gehele lange nacht speciaal geluid, want het was onder de dekking van duisternis dat heksen en tovenaars het drukst met hun helse praktijken bezig waren.
Nachtwachten die door de straten patrouilleerden voor de bestrijding van gewone misdaad, werden belast met de extra opdracht de gevreesde machten van lucht en duisternis, die als brullende leeuwen rondwaarden op zoek naar wat zij zouden kunnen verslinden, uit te drijven. Om dit doel te verwezenlijken hanteerde de nachtwacht twee geestelijke wapens van verschillende aard maar met gelijke macht: hij luidde een klok en scandeerde zegeningen.

(links) Een bijzondere manier — ondersteboven — om de klok te dragen.
Detail van triptiek "Madonna en Kind, met Sint Antonius Abt en Sint Sebastiaan".
Carlo Crivelli, (1491). National Gallery, London
.
Ik zag deze "ondersteboven klok" ook op een drieluik in Venetië.

Kerstklokken en Santa Claus
Een hedendaags gebruik van klokken, dat toch ook wel sterk doet denken aan de Antoniaanse klokken in dienst van het vragen om aalmoezen, zien we in de Angelsaksische landen, vooral de U.S.
Daar staat Santa Claus op de hoek van de straat met zijn klok te bellen; naast hem hangt een pot aan een driepoot, waarin men geld kan deponeren: donaties bestemd voor de kerstviering van de behoeftigen.
En dan zijn arreslee met jinglebells.

Voor het hedendaags gebruik van Antoniusklokken zie pagina.

Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Dolf Hartsuiker