Vita Antonii Abba's Iconografie Vuur Antonianen Kunsten Cultus Folklore Plant Dier Literatuur Paulus Hilarion Maria Simeon Adolphus
Nederlands Frans Italiaans Spaans Portugees Koptisch Duits Orthodox Engels Amerikaans Aziatisch
Sint Antonius Abt in de Lage Landen L-N
Plaatsen A-B C-G H-K L-N O-R S T-Z Beelden A-B C-G H-L M-O P-S T-Z Kalender Kaart
Leerbeek. Leeuwarden. Lendelede, 2007. Lierop. Lille, 2010, 2011 Antoniusviering. Lomm. Loonbeek, 2009. Lunteren. Maashees. Maastricht. Malden, 2005. Meerbeek, 2009. Meetkerke. Meeuwen, 2006 Antoniusviering. Merchtem. Millegem, 2009. Moerbeke, 2007. Montfort. Mook, 2005. Mortel, 2005, 2014 Antoniusviering. Nazareth. Nederasselt. Nieuw-Borgvliet. Nijmegen. Nistelrode; Nuenen, 2005. Nukerke, 2007. Nuland.
Leerbeek Vlaams Brabant (J 18) Kerk Sint-Pieter
Te Leerbeek was er elke eerste dinsdag van de maand in de Sint Pieter kerk een beestenmis ter ere van St. Antonius.
Dat zal nu wel niet meer het geval zijn, maar een mooi beeld uit de 16e eeuw is er nog wel. Antonius heeft een mooi hoofddeksel en een prachtige baard. In zijn rechterhand heeft hij een open boek; in zijn linkerhand een staf. Een curieus voorwerp hangt aan een riem om zijn middel. Het varkentje, samen met Antonius staande in de vlammen, kijkt aandachtig naar hem op, tilt ook een pootje op. De restauratie was geen vooruitgang.
Deze fraaie reliek-sarcofaag uit de 18e eeuw is er misschien ook nog.
Een jeugdige Antonius heeft een T op de schoudermantel. Een varkenskopje is voor hem aan de sarcofaag bevestigd.
De kleurenfoto is van Frederik Cnockaert.
Leeuwarden Friesland Sint Anthony Gasthuis 1425
De geschiedenis van het gasthuis begint in 1425. Dan duikt de naam Sunte Antonius Ietshuse op in een document. Hierin werd een schenking gedaan door Jouke Burmania. Deze schenking toont ook aan dat het gasthuis dus al vòòr 1425 bestond. Hoe het gasthuis precies ontstaan is blijft een raadsel.
Tegeltableau van het Sint Anthony Gasthuis aan de zuidzijde van de Grote Kerkstraat; door J. Bulthuis, naar een tekening uit 1790.
   
Deze poort is een restant van het oude gasthuis. Tijdens de bouw van de Julianavleugel in 1910 is deze daar herplaatst. Het zandstenen poortje is gemaakt in 1682. Het beeldhouwwerk werd er ook in 1910 aan toegevoegd. Het stellen St. Anthonius en twee proveniers voor.
Grappig, het varkentje dat nog net uit de mantel van Antonius komt piepen. Antonius heeft een klok in zijn linkerhand, een T-staf in zijn rechterhand. In het tympaan is een klok, geflankeerd door twee dolfijnen.
Antoniusbeeld in de gang in het bestuurshuis van het Sint Anthony Gasthuis, Grote Kerkstraat noordzijde nr. 39.
Zou het er nog staan? Antonius heeft een lange staf in zijn rechterhand; een klok hangt aan zijn arm (zo lijkt het). Hij heeft een gelsoten boek in de linkerhand.
Het varkentje staat achter hem.
Het Sint Anthony Gasthuis: de ouden tot nut, de zwakken tot stut.
Antonius heeft een mooie klok in de rechterhand; merkwaardig hoe dat vrij grote varken zo uit de grond omhoog komt.
De meest voorkomende versiering aan de buitenkant is toch wel de klok van Antonius, zoals aan Perkswaltje 11 en 14 (links).
Een fraaie gevelsteen van een zittende, lezende Antonius met varken en klok aan de Pijlsteeg (rechts).
De klok bevind zich aan alle gebouwen die tot de stichting behoren. Je zou kunnen zeggen dat dit het handelsmerk van het Anthonygasthuis is.

Tegenwoordig is het St. Antony Gasthuis een serviceflat met huurappartementen.

Hoewel het dus geen 'actieve' Antoniusplaats meer is, zijn de historische beelden toch wel zo interessant dat ik die zeker wil tonen.

Lendelede West-Vlaanderen (E 17) St. Antoniuskapel 1702
De kapel werd reeds vermeld in 1702 als St. Antheunus capelleke. Ze was gelegen langs de Sint-Anthoniusstraat, rechtover de huidige kapel. Op deze plaats staat thans een woning. Het stuk land waarop ze stond werd het capellestyck genoemd. De kapel werd opgericht door Jean Dubaer (overleden in 1736). In zijn staat van goed lezen we dat het ging om een "onse lieve vrauwe cappelleken... ghenaemt Ste Antheunis cappelleken".
In 1887 werd een nieuwe Antoniuskapel gebouwd door E.H. Adolphe Debien, gewezen pastoor van St. Katarine in Deerlijk, die eigenaar was van de grond. Hij had die geërfd van zijn vader, een Kortrijks advocaat. Volksdichter Honoré Lagae schreef een lied over deze kapel.
Tijdens ons bezoek van 12 augustus 2007 zijn we in deze kapel geweest. Het is een modern aandoend gebouwtje, waarin nog steeds actieve devotie plaats vindt.
De ruimte wordt in tweeën gedeeld door een ijzeren hek.
  (Rechts) Aan de voeten (of beter, schoenen) van Antonius en net voor zijn varkentje zijn rode vlammen zichtbaar.
Aan het hek is links een ovalen theca met een kleine reliek van Antonius bevestigd. Daarnaast bevindt zich een offerblok.
Op een prent aan de muur achter het beeld staat Antonius voor een grot — wat 'zijn' Egyptische grot moet voorstellen, denk ik — met zijn varkentje (met slagtanden) liggend aan zijn voeten, terwijl hij Europees kleinvee zegent: schaap, koe, ezel, paard, konijn, haan, eend, hond, en (wat minder Europees) pauw, en op de achtergrond vliegt een meeuw.
Een zeer interessant aspect van de devotie in Lendelede was dat ongehuwde vrouwen Antonius om bemiddeling vroegen voor het verkrijgen van een partner. Dit ben ik tot dusverre nog maar op twee andere plaats tegengekomen, en wel in Oostvleteren en in Mijas (Spanje). In die laatste plaats gebeurt het nog steeds, en wel zeer expliciet, door het gooien met steentjes naar Antonius. Ik vraag me af wat er nog in Lendelede van terug te vinden zou zijn.
Voor zover bekend gebeurde het in Lendele min of meer in het verborgene. Het onderstaand lied geeft een indruk.
De ongehuwde vrouwen — een Antoniuslied van Lendelede
1
Het ongehuwde vrouwgeslacht
van dertig jaar en meer
blijft steeds verlaten en misacht.
’t Is pijnlijk dat o Heer.
Ze krijgen nergens geenen man
en velen komen ziek daarvan.
Hoe wreed, zij pierlala sa sa
lijkt dat vrouwvolk uit d’andere leeken (?)
Mille ton mille ton mille teine.
Ze gingen zo stille in een reke
in bedevaart voortaan
naar St. Antonius gegaan.
2
Ze trokken samen op ter bee.
’t Was voor den dageraad
den steenweg op naar Lendele
waar een kappelleke staat
aan St. Antonius toegewijd
vermaard van in den ouden tijd.
Met recht, zei pierlala sa sa.
Ze lazen zoo schoon te gare.
Mille ton mille ton mille teine.
Goeden man geeft ons ne minnare.
We bidden u, haast u zeer.
Antonius weerd u ne keer.
3
Daar knielde een jonge vrouw voor ’t beeld
en bad in droef getraan.
‘k Heb kruisen dat te vele schild.
‘k Zou geerne trouwen gaan
maar niemand is op mij gesteld.
‘k Ben buiten de jaren en ‘k weet het wel.
En toch, zij pierlala sa sa.
‘k Ben nog jong van hert en van zinnen.
Mille ton mille ton mille teine.
Dat ik een hadde ‘k zou hem toch zoo beminnen.
‘k Zit al zoo lange op loer.
Geef mij nen osseboer.
4
Daar knielde eene boeremeid
lanz den kapellemuur.
Ze bad in groote neerstigheid
wel een geslegen uur.
Ze bad op haren eene knie.
Ge weet wel wie dat ik geerne zie.
En stief, zij pierlala sa sa.
‘k Ben nog jong van hert en van zinne.
Mille ton mille ton mille teine.
Bevrijdt mij van minnesmarten
de schrikkelijke pijn.
De meeste die er kan zijn.
5
Daar zat er plots een meisje daar.
Haar oogjes waren nat.
Het zij: ben 32 jaar
dat ‘k toch een ventje hadde
al wat ik doe ten lukt ook nooit.
Nochtans mijn stalleken is gestrooid.
En schoone, zij pierlala sa sa.
Als ik nen jongman ontmoette.
Mille ton mille ton mille teine.
‘k Bezie hem dan minzaam en ‘k groette
en mijn herte klopt dan snel.
Antonius dat gaat al niet wel.
6
Daar zat een jonge vrouw neer
met wonder schoon gelaat.
Ze bad: Antonius luisterd eens
hoe dat het met mij staat.
Ze peinzen allen die mij ken
dat ik een stille dibbe ben.
Ach neen, zei pierlala sa sa.
Stille waters hebben diepe gronden.
Mille ton mille tonmille teine.
‘k Hebbe dikwijls ondervonden
och hadde ik toch nen man.
7
Daar zat daar eene gansch alleen
geknield op de gravee.
Ze bad: ‘k ben vijftig jaar en een
en komme ook nog mee.
‘k Zou geerne trouwen want
ik zitte daar met al mijn land.
En nog, zei pierlala sa sa.
‘k Hebbe mijn werk met mijn koe en keerne.
Mille ton mille ton mille teine.
‘t Is lastig, ‘k en doet niet meer geerne.
’t Zou beter gaan met tweën.
Antonius, weet ge van geen ?
8
De keerskes waren opgebrand
en ’t bidden was gedaan.
Ons dochterkes zijn hand in hand
te zamen naar huis gegaan.
Ze waren afgemat en moe.
Ze trokken te zamen naar ’t beddeke toe.
Z’hadden gelijk, zij pierlala sa sa.
En ze droomen van vrijen en trouwen.
Mille ton mille ton mille ton teine.
En ze droomen van d’jakken en douwen
en van nen lieve man.
’t Is spijtig ten komt er niet van.
’t Is spijtig ten komt er niet van.
Deze tekst werd door Irma Samyn ingediend voor het liederen-schrift van Marcella Vandoorne uit Izegem, die in het jaar 1933 meer dan 60 liedteksten heeft verzameld.
Dit schrift is momenteel in het bezit van Jef Soenens.
Met dank aan Eric Debersaques.
Lierop Noord-Brabant Gilde van Sint Antonius Abt 1564
Het Gilde Van Sint Antonius Abt Lierop is een familiegilde: om lid te kunnen worden moet men Gildenlid's kind zijn of met Gildenlid's kind gehuwd, dan wel Gildenlid's geregistreerd partner zijn.
Het gilde is opgericht voor 1564 en telt ruim 150 leden waarvan 27 geüniformeerd.
We zijn een gilde dat zich meet met kruisboogschieten, trommen en vendelen.
Hoogtepunten van een gildenjaar zijn de teerdag, het koningschieten en de deelname aan andere gildenfeesten.
De overheid komt maandelijks bijeen, afgevaardigden bezoeken overlegvergaderingen van de andere gilden. Verder stuurt het gilde afgevaardigden naar bijeenkomsten van de diverse kringcommissies.
Op 17 januari viert het Gilde de Teerdag, ter gelegenheid van het feest van de patroonheilige Sint Antonius Abt. Deze dag bestaat uit de onderdelen: Eucharistieviering, jaarvergadering, teren en feestavond, gehouden in gildenhuis café 't Jagershuis.
Lille Antwerpen (O 15) Sint-Antoniusviering en jaarmarkt
We bezochten Lille in november 2010. De heer en mevrouw Boeckx, die de St.-Pieterskerk onderhouden, waren zo vriendelijk om ons rond te leiden. Hun adres hadden we gekregen in het Parochiecentrum, waar ook een grappig beeld van Antonius op een console tegen de muur staat (zie hieronder links). Deze wordt "platkop" genoemd. Als het tijdens de Antoniusviering in januari mooi weer is, dan wordt het beeld uit de kerk in de processie meegevoerd; bij slecht weer, de "platkop".
Het beeld van Antonius in de Sint-Pieterskerk, door Nicolas van der Veken, 1670-1675.
Antonius heeft een jeugdig gezicht; hij leunt op een korte T-staf; een gesloten boek in de linkerhand; bloem-motieven op de gouden mantel. Het vrij grote varkentje tilt een pootje op.
Een mooi glas-in-lood raam met Antonius als genezer voor zijn grot, met loslopend varkentje. Een lange staf met dubbel kruis en daaraan een klokje. Helemaal bovenin het raam, boven de schedel, is nog een klokje.
Op de eerste zondag na 17 januari zal de volksheilige Sint-Teunis weer uitbundig gevierd worden in Lille.
De tweede patroonheilige van de Sint-Pietersparochie wordt sinds honderden jaren op een bijzondere manier gevierd in het Krawatendorp.
Antonius "platkop" draagt zijn varkentje op de arm. Het beeld, eigendom van het Antoniusgilde, staat in het Parochiehuis.
  Aflaat verklaring
Vermoedelijk is de verering van de heilige Antonius Abt — ‘Toon met het verken’ — ontstaan in de 17de eeuw. Tijdens de zestiende en zeventiende eeuw teisterden grote pestepidemies onze streken. Ook in Lille sloeg deze ziekte toe en stierven vele inwoners en ook de veestapel werd zwaar aangetast.
In deze tijden zocht de bevolking enig houvast in het geloof. Zo kwam de heiligenverering sterk op de voorgrond. Daaruit vloeide voort dat de heilige Antonius Abt te Lille als bijzondere beschermheilige voor mens en veestapel aanroepen werd.
Begankenis van Sint-Antonius Abt in 1949
In het Kempense dorp Sint-Pieters-Lille, tegenwoordig kortweg Lille, werd op 23 januari 1949 een Sint-Antoniusdag gehouden. Die feestdag ter ere van de vader van het kloosterleven werd gevierd met een processie en een wijding van de trekpaarden.
De gemeente-secretaris met een notitieboekje - naast een van de gelukkige bezitters van een varkenskop.
Nog een gelukkige bezitter van een varkenskop?
Daarnaast was er ook de traditionele openbare verkoop van giften zoals varkenskoppen.
De ‘Jonge gilde’ had Antonius reeds als patroonheilige. Deze schuttersgilde had ook een eigen altaar in de kerk en de Lillenaren gingen meer en meer hun toevlucht, heil en bescherming zoeken bij de heilige Antonius Abt.
De verering voor deze volksheilige nam toe toen pastoor Van Rijswijck op het einde van de 17de eeuw toestond een nieuw beeld van Antonius te laten snijden door de beroemde Mechelse beeldhouwer Nicolaas Van der Veken.
Pastoor Jacobus Ignatius Vinck (pastoor te Lille van 1761 tot 1779) moedigde de bijzondere verering voor de heilige Antonius aan. Hij zorgde ervoor dat in 1763 de Lilse parochie Sint-Pieter een relikwie van de H. Antonius Abt bekwam. De pastoor liet door de Antwerpse zilversmid Lambertus Hannosset een reliekhouder maken (zie foto hierboven).
De volgende pastoors zouden samen met de bevolking een steeds grotere verering voor hun geliefkoosde volksheilige aan de dag leggen.
Pastoor Willebrord Janssens kreeg op 6 juli 1811 een brief van de Congregatie van Aflaten te Rome die bevestigde dat de gelovigen die in Lille aan de begankenis en viering ter ere van de H. Antonius deelnamen een volle aflaat verdienden. Het plakkaat van deze bekendmaking hangt nog in de sacristie van de St.-Pieterskerk (zie foto hierboven).
De processie met het beeld van Antonius
De wijding van de paarden
Het verkopen van varkenskoppen ter ere van de H. Antonius, na de misviering en paardenzegening gebeurde al in 1873.
Dit vindt nu plaats op de pui van het ‘Heemhuis de Vrijter’ na de paardenprocessie. Sinds 1977 kreeg de Teunisviering een nog meer volks karakter door het invoeren van een Jaarmarkt.
Sinds de jaren tachtig beginnen de Lilse schoolkinderen hun Teunisviering — het feest van Teuniske — reeds op de zaterdag voor Sint-Teunis.
Antonius-viering in Lille in 2011
We bezochten Lille voor de tweede keer op zondag 23 januari 2011. Het is nog vroeg in de morgen, 9:15, en wat druilerig weer. De Rechtestraat is afgesloten voor verkeer en marktkramen worden al ingericht. Het ziet eruit als een gewoon marktje, behalve aan het eind, in de buurt van de kerk waar een aantal stands zijn waar jenever, 1 € per glaasje, verkocht wordt.
Ook bij het Parochiehuis kan jenever gekocht worden — en er wordt al gebruik van gemaakt — en hete chocolademelk en etenswaren.
In de St.-Pieters-kerk is nog niemand. De platkop Antonius staat op een draagbaar opgesteld naast het altaar. Later zal op het altaar nog het Antonius-relikwie in zilveren theca geplaatst worden. En dat is het dan. Verder geen versieringen, of extra aandacht bijvoorbeeld voor het Antonius-beeld op de console aan de muur. Ook de varkenskop of andere offerandes worden niet in de kerk gebracht. Geleidelijk aan komt er wat volk in de kerk.
Ook een aantal mensen in klederdracht. Als ik een foto van hen maak en informeer of ze tot een gilde behoren, blijken het leden van het St.-Antonius-gilde te zijn.
Phylacterium met Antonius relikwie. Zijn naam staat op een strookje papier in de theca.
Aan de hand van een vaandel, met daarop een afbeelding van Antonius met zijn varkentje, dat later in de optocht meegedragen wordt, kan vastgesteld worden dat het gilde sinds 1760 bestaat.
Als de mis begint zijn er maar een dertigtal mensen in de grote kerk.
De pastoor, Lieven Snyers, noemt even Antonius als “tweede beschermheilige van de parochie”, wiens dag nu gevierd wordt. Maar verder wordt er geen aandacht meer aan geschonken.
Na afloop van de mis zegt de pastoor dat de relikwie vereerd kan worden, maar daarbij wordt Antonius niet expliciet genoemd. Vrijwel alle aanwezigen gaan naar voren om de relikwie aan te raken.
De leden van de Antonius-gilde lopen een stuk van de kerk weg om de optocht te gaan formeren, en meer gildeleden (die dus niet in de kerk waren) voegen zich bij hen. Met vaandels, en gevolgd door de fanfare, en daar weer achter de paardenstoet, lopen ze terug via de Rechtestraat, naar de Kerkstraat.
Het beeld van platkop Antonius neemt een prominente positie in. Maar is het eigenlijk wel een "echt" heiligenbeeld? Verering waard? Uiteindelijk staat het normaliter niet in de kerk, maar in het Parochiehuis.

Veilig achter de dranghekken staan zo’n pak weg duizend toeschouwers. Als er meer toeschouwers zijn dan deelnemers, dan duidt dat er op dat de viering eigenlijk al een soort regionale toeristen-attractie is geworden.

Detail van het Gilde-vaandel; Antonius met zijn varkentje; een T op zijn schouder. Onder Antonius de letters T en A dooreengetrengeld. En daaronder het jaartal 1760.
In de Kerkstraat staat de pastoor klaar op een kleine verhoging, met emmertje en wijwaterkwast.
Er zijn tientallen paarden — van allerlei ras — en paard-en-wagens.
Dan nog een stoet van honden.
Maar het meest indrukwekkend is wel de eindeloze stoet tractors — 150 hoor ik later — gigantische machines met wielen van 2 meter hoog, die ronkend voorbijkomt voor de zegening.
De pastoor zwaait vol vreugde met zijn kwast, het wijwater zwiept over dieren en machines. Naast hem op een tafeltje staat, op een geven moment, de platkop Antonius.

Helaas is een knopje verschoven op mijn camera waardoor de foto’s van de processie wel wat te wensen overlaten.

Dan begint de varkenskoppenverkoop op de stoep van het Heemhuis.
Het klapstuk van de veiling, de hele varkenskop, is mooi opgetuigd. Flor Boeckx, die we al eerder ontmoet hadden, is de veilingmeester.
Er zijn een aantal halve varkenskoppen, een paar pakken met varkenspoten, en dan tenslotte de varkenskop. Er staan niet meer dan hooguit honderd mensen, en enkelen bieden. De prijzen zijn niet bijzonder hoog; de varkenskop brengt € 100 op.
Er zijn wat jongens met pelgrimsvaantjes, en navraag leert dat je die krijgt als je aan de processie hebt meegedaan.
Voor en na de varkenskoppenverkoop is er een uitvoering door een waldhorn-ensemble. Vreemd toch die aanwezigheid van waldhorn-ensembles op Antonius-vieringen, zoals in Lille (België) in Galamus (Frankrijk) en Aci Sant'Antonio op Sicilië. In de literatuur ben ik daar nooit iets over tegengekomen.
Het zou ook meer bij St. Hubertus passen.

Na een laatste concert, pakken we één, twee Leffe in het volle Parochiehuis. Er is daar een zeer geanimeerd gezelschap. Het beeld van platkop Antonius staat weer op zijn plaats, hoog aan de muur, in het parochiehuis.
Als we Lille gaan verlaten, lopend via de Rechtestraat, zijn de marktkramen al weer bezig te sluiten. Met dit druilerige weer zal het met de zaken wel niet zo best gegaan zijn.

Behalve het Sint Antoniusgilde is er ook een Ponyclub Sint Antonius in Lille.

Lomm Arcen en Velden, Limburg (NL) Parochiekerk St. Antonius 17e eeuw
De Antoniuskapel ressorteerde onder de parochie Arcen, waarvan de pastoor tiendheffer was van Lomm. De kapel had in 1669 een eigen rector, die eenmaal per week een mis opdroeg.
De ouderdom van de Antoniusverering is niet bekend. De kapel was in elk geval in de 17e eeuw aan Antonius Abt en Johannes toegewijd. Dit zijn de oudste gegevens over Antoniusverering, maar wanneer de bedevaart zelf is ontstaan is daarmee nog niet duidelijk. De kapel lag in de kern van het dorpje Lomm. Het koor stamde mogelijk uit de 16e eeuw. Het eenbeukige schip dateerde van 1671.
In 1944 raakte het dak van de kapel zwaar beschadigd. Storm en een brand lieten de kapel tot een ruïne verworden. In 1959 werd zij gesloopt. De bakstenen werden gebruikt voor de restauratie van de kapel van Sambeek (Noord-Brabant).
De nieuwe parochiekerk, die evenals de kapel gewijd is aan Antonius Abt, werd op 17 januari 1937 in gebruik genomen.
Er is een koperen reliekhouder (43 cm hoog), die stamt uit het eerste kwart van de 20e eeuw en de vorm heeft van een monstrans. Deze monstrans heeft een zeshoekige voet, die overgaat in een gedraaide schacht.
In het hart van het kruis bevindt zich de ronde theca met een botreliek van Antonius. Het bijschrift bij het botpartikel luidt: 'S. Antonii Abb.' Het kruis is versierd met acht rode, blauwe en witte glasstenen.


En er zouden twee houten Antoniusbeelden zijn, waarvan ik helaas nog geen afbeeldingen heb kunnen vinden.
In de jaren twintig werd het Antoniusfeest nog gevierd. Op 17 januari waren het toen vooral de parochianen van Lomm die ter kerke togen. Een franciscaan hield dan een predikatie. Na afloop van de mis werd de relikwie vereerd en het Antoniusbrood gezegend. Het brood werd mee naar huis genomen en daar genuttigd door de mensen en het vee.
En tot in de jaren vijftig van de 20e eeuw wordt er nog melding gemaakt van massaal kerkbezoek en bedevaart. Relikwieverering was nog in zwang, ook werd er nog brood en water - Antoniuswater - gezegend.
Er is ook een Antoniusplein, en er zijn een Sint-Antonius Gilde en een Stedelijke Harmonie Sint-Antonius Lomm.
Lied Sint Teunis Gild Tekst & muziek: Jeu van de Diep (Jeu Hegger)
Gildebroeders, staon vör eur zaâk.
Solidair zien, de grötste taak.
Ás de gild van den Abt Sint Teunis,
vör ut dörp ennen echte steun is.
Same vere weej dan mit vermaak,
gildebroeders, staon vör eur zaak!!!

Ens in 't jaor de gansen daâg,
't jaorfieës vere, gen gejaag,
weg oet den dagelijkse sleur,
positief dinke bringk wer kleur.
Enne keuning huurt der beej,
idder jaor, altiêd opni-j.
't Keuningszilver kump dan oet de kâs,
en ok de sjieke keuningsjas.

Gildebroeders mit daen drang,
werke vör elk dörpsbelang.
Is der mej ok schrik vör ut werk,
Mit völ man same, dát mák sterk.
Loonbeek Vlaams Brabant (M 18) St. Antonius Abt Kerk 1415
De gotische St.-Antonius Abt kerk was oorspronkelijk gebouwd als de kapel van de heren van Loonbeek in 1415, en daardoor had de priester een apart statuut en werd de parochie Loonbeek pas zelfstandig in 1874. Na de oprichting van de zelfstandige parochie werd de kerk in 1905 uitgebreid. In 1938 werd de kerk beschermd als monument.
De kerk staat bekend om zijn varken, maar ook om zijn orgel.


Op zaterdag 17 januari 2009 bezochten we Loonbeek. Bij de ingang tot het kerkhof zie ik een plakkaat waar de viering van zondag 18 januari staat aangekondigd.
Tot mijn verrassing is de kerk open. Binnen zijn twee dames de kerk aan het kuisen als voorbereiding voor de viering van morgen.
Even onderbreken ze het werk, zetten de stofzuiger uit, en we praten wat over de Antoniusviering.
Het 17e eeuwse Antoniusbeeld is zeer mooi en prachtig met bloemen versierd.
Op zijn schoudermantel heeft hij een T; de T-staf heeft de juiste lengte; het varkentje springt wat neerwaarts.
Wat een Antoniusviering in 2008 betreft, geef ik hier het relaas uit het Huldenberg blog. Het is wel in de verleden tijd gesteld, maar zoals blijkt uit de foto’s en de affiche gebeurt het nog steeds.
Het lijkt ons zeker de moeite waard om de viering hier te gaan bijwonen.
De Loonbeek-Kermis is een oude gewoonte en nauw verbonden met de verering van Sint-Antonius-Abt. De Loonbekenaars maakten op die dag veel plezier en verzamelden zich in de plaatselijke cafés.
In Loonbeek bestond er ook een traditie. Ter gelegenheid van Loonbeek-Kermis werd in de families een varken geslacht. De kop (of de helft ervan) werd geschonken aan de kerk.
Na de hoogmis die niet alleen door de Loonbekenaars maar ook door talrijke pelgrims uit naburige parochies bijgewoond werd, vond de verkoop van de varkenskoppen aan de kerkpoort plaats.
De plaatselijke veldwachter stond in voor de verkoop. Wie het meeste bood, kreeg de varkenskop. Zo werden er telkens een vijftal koppen aangeboden. De opbrengst van de verkoop ging naar de kerk.
Met de tweede wereldoorlog werd er met de traditie van verkoop gebroken. Maar men bleef de Loonbeek-Kermis vieren.
De namiddag werd voorbehouden voor een gezellig samenzijn, met taart, appelbeignets, smoutebollen en later tiramisu. Meestal kwam er muziek aan te pas: doedelzakspelers, accordeonisten en andere muzikanten op oude instrumenten, tot in de late uurtjes. Later, na de bouw van de zaal Van der Vorst, kreeg de verkoop zijn definitieve bestemming.
Er werd inmiddels geopteerd voor één varkenskop en aanverwante gerechten: kip kap, klaargemaakte kop, pensen, tong, poten en oren die de opbod moesten doorstaan. Gedurende verschillende jaren werden deze gerechten op een traditionele wijze door Felix Caeckelberghs klaargemaakt. Nu heeft Luk Dewit de taak overgenomen. Een nieuwigheid is dat voor sommige gerechten een recept meegegeven wordt.
Zo wacht nu iedere echte Loonbekenaar op de dag waarop Willy Verheyden, van op zijn stoel, met zijn niet te evenaren humor, de vijfentwintigste verkoop zal leiden, onder het toeziend en goedkeurend oog van dit jaars special guest Kardinaal Danneels.
Loonbeek-Kermis vindt traditiegetrouw midden januari plaats. Dan wordt St.-Antonius Abt (17 januari) gevierd .Dit jaar is het vijfentwintig jaar geleden dat een oude traditie [her]ingevoerd werd, nl. de verkoop van varkenskoppen.
Om aan dit evenement de nodige glans te geven zal Kardinaal Godfried Danneels tijdens de plechtige eucharistieviering opgeluisterd door het zangkoor van Loonbeek-Huldenberg voorgaan.
Op het einde van de mis zal de relikwie van St.-Antonius kunnen vereerd worden.
Vervolgens zal in zaal Van der Vorst de traditionele verkoop van varkenskoppen plaatsvinden.
Dit reliek ostensorium uit de 15e eeuw hebben we niet gezien. Ik neem aan dat dat alleen bij plechtige vieringen voor de dag wordt gehaald.
Nogmaals hetzelfde beeld als hierboven, omdat details zoals het varkentje (uit de vlammen op oprijzend, opspringend?) en de T op de schouder beter te zien zijn.
Een terracotta tegel, gemaakt door May Claerhout, ter gelegenheid van de heropening van de Antoniuskerk in 1985.

Met dank aan Antoon Vanquaethem.

Lunteren Ede, Gelderland Parochiekerk van St. Antonius Abt (thans N.H.) ca. 1425

Ten behoeve van de bewoners van de buurtschap 'Luntheren' of Meulunteren (Molen-Lunteren), die kerkelijk onder de parochie Ede behoorde, werd er omstreeks 1425 een kapel gebouwd aan de Koreneng, die toegewijd werd aan St. Antonius. Ter onderscheiding van Meulen-Lunteren werd de buurt rond deze kapel Capelle-Lunteren genoemd.

lunteren

Er was een legende, opgetekend in 1654, dat er in de kapel een klok was, die door Antonius, tijdens een verblijf aldaar, zelf gemaakt zou zijn of door zijn toedoen aan hem was toegewijd. En er was sprake van jaarlijkse eerbiedige rondgangen rond het kerkhof van Lunteren.

'Want de Papisten in dit gevoelen steeken dat H. Thonis (zo sy hem noemen) in syn leven hier soude hebben verkeert, ende de klock doen maecken off na syn naem doopen, plaghten sy jaerlyc, zelfs ook in onze tijden, om het kerkhof van Lunteren eerbiedighe omganghen te doen'.

De vermelding van de Antoniusklok wijst er wellicht op dat er tijdens de processie geluid werd, mogelijk met het doel demonen en boze geesten te verdrijven.
Verondersteld mag worden dat er in de kapel te Lunteren een Antoniusbeeld stond, dat tijdens een jaarlijkse ommegang werd meegedragen.

Niet alleen in Lunteren, doch ook in de omgeving in andere plaatsen op de Veluwe was Antonius een bekende heilige. Zo bestonden er te Barneveld en Otterlo Antoniusvicariën. Te Scherpenzeel was een Antoniuskerk en Wageningen kende een St. Antoniusschutterij (in 1912 opgeheven).
Opvallend is dat gedurende een groot deel van de 17e eeuw de klachten over 'paepsche superstitiën' te Lunteren aanhouden. Aan de hand van regelmatige klachten over 'opentlijcke afgoderie als tot Lunteren ... waer men Sint Toenis vierde', die bewaard zijn in de acta van de Gelderse synode, kan men zich nog een beeld vormen van de aard en omvang van de Lunterse devotie.
Zo wordt in 1600 tijdens de synode vermeld dat er te Lunteren, 'als men St. Toenis vierde', een grote menigte volk van alle kanten bijeen was gekomen. Temidden van dit volk bevond zich een vrouw uit Twello, die van toverij werd beschuldigd. De drost van de Veluwe werd door de Synode gelast haar te arresteren. Soortgelijke, maar minder uitvoerige klachten worden gemeld 1603 en 1604.
Een Antoniusbeeld buiten de kerk. Zijn rechterhand steunt op een korte staf met een kromming bovenin; in zijn linkerhand heeft hij een open boek. Zijn varkentje staat tegen hem aan, net niet onder zijn mantel.
De Antoniusviering te Lunteren vond niet plaats op zijn kerkelijke feestdag, 17 januari, doch op de eerste zaterdag en zondag van de maand juli. De bedevaartgangers waren niet alleen uit Lunteren en directe omgeving afkomstig, maar ook uit het Sticht Utrecht en het Gooiland.
De feestelijkheden concentreerden zich rond de kerk en er was een processie naar de Koreneng en terug, en men neemt aan dat er een of meer kruisen langs deze route stonden.
Wat betreft het houten beeld, wordt op de website van de Antonius Abt kerk een wonder verteld:
Het beeld Antonius Abt: verdwenen en weer teruggekeerd
Toen men in 1599 - op bevel van het Hof - in Lunteren de gewraakte ‘pauselijke superstitiën’ wilde verwijderen, was er in de kerk geen beeld meer te bekennen. Oók het beeld van Antonius was spoorloos verdwenen. Blijkbaar was het ‘ondergedoken’. Maar waar? We weten het niet. We vermoeden dat zijn beeld bij de jaarlijkse bedevaart - die nog 70 jaren standhield - telkens opnieuw ‘uit het niets’ opdook.
Even mysterieus als het beeld in 1960 - na 360 jaar - terugkeerde in de onze ‘nieuwe’ Antonius Abt kerk. Dat deze gebeurtenis de pers haalde, spreekt natuurlijk voor zich.
Onder een foto van het heiligenbeeld, dat nu rechts van het altaar staat, lezen we in een krantenbericht (De Volkskrant, d.d. 25-02-1960):
‘Het beeld van St. Antonius Abt, tegen het einde van de zestiende eeuw verdwenen uit de kerk van Lunteren, toen die in handen van de hervormers kwam. Het beeld belandde in het Aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht’, vanwaar het naar Lunteren is teruggekeerd om een plaats te krijgen in het nieuwe kerkje, dat daar vandaag wordt ingewijd’.
Hoe het beeld, dat bij zijn omzwervingen zijn staf heeft verloren, hier is ‘teruggekomen’ is natuurlijk een raadsel….. Het enige dat we met zekerheid weten, is dat dit beeld in 1860 door Franz Bock, kanunnik van de Akense Dom, geschonken werd aan het Aartsbisschop-pelijk Museum, thans het Museum Catharijneconvent te Utrecht.
Volgens deskundigen dateert het van het einde van de 15e of het begin van de 16e eeuw. Het beeld is gemaakt van lindenhout.
Er zijn Antonius-vieringen in Lunteren, maar alleen als zijn jaardag op zondag of woensdag valt.
Er is een parochieblad, getiteld, 't Varkentje van Antonius Abt. Met dank aan Guus Pels.
Maashees Limburg (NL) Parochiekerk St. Antonius Abt; St. Joris en St. Anthonius Abt gilde 1473
De middeleeuwse kapel van Maashees, gewijd aan St. Joris, werd in 1800 ter beschikking gesteld van de katholieke inwoners en in 1804 verheven tot parochiekerk. In 1817 is de kerk herbouwd. Bij de kerkelijke inzegening werd de kerk gewijd aan St. Antonius Abt. De kerk werd in januari 2013 gesloten. De vraag is dan ook of de vieringen nog plaatsvinden.
Er is een St. Joris en St. Anthoniusgilde dat op 17 januari St. Tunnis viert en de teeravond houdt.
Na de mis is er Köpkesmert, de eeuwenoude traditie waarbij worsten en een halve varkenskop per opbod worden verkocht. De Köpkesmert is ontstaan vanuit het middeleeuws gebruik elk jaar op 17 januari – de feestdag van Sint Anthonius Abt – de financiën van de gilden te verrekenen.
Köpkesmert, zondag vanaf 13.00 uur, Gemeenschapshuis Plein 27, Maashees.
Antoniusbeeld en glas-in-lood raam in de kerk van Maashees.

In Maashees wordt een legende vertelt, die ik in enigszins verschillende versies op meerdere plaatsen ben tegengekomen:
Van een boer die zijn koe aan Sint-Antonius verkocht

Een boer wordt door zijn vrouw erop uit gestuurd op de markt een koe te verkopen. Onderweg komt hij langs een kerkje, waar een beeld van Sint Anthonius staat. De boer probeert zijn koe aan het beeld te verkopen. Omdat er geen reactie komt, slaat hij het beeld met een stok waarna dat begint te waggelen. Een door de koster verstopte zak geld valt op de grond, waarna de boer aanneemt dat de koop gesloten is. De koe laat hij achter, het geld neemt hij mee. De koster mag de koe houden. Het dier blijkt veel melk te geven en maakt van de koster een welgesteld man.

Voor een leukere uitgebreide versie, zij het met Antonius van Padua. De Köpkesmert van 1986.
Maastricht Limburg (NL) Kerk van St. Antonius Abt behorende tot het Antonianenklooster 1209
In 1209 nam ridder Arnold Stirbolt het initiatief tot de bouw van een kapel ter ere van St. Antonius Abt op gebied dat toebehoorde aan de St. Servaaskerk, ten noordoosten van de stad Maastricht.
Zij werd middelpunt van een bloeiende verering van de beschermheilige tegen het zogenaamde Antoniusvuur.
Dat trok de belangstelling van de Antonianen van Pont-à-Mousson, die Maastricht rekenden tot hun balije, het gebied waarin zij het alleenrecht op de Antoniusdevotie hadden verkregen. Ridder Willem, vermoedelijk de zoon van Arnold Stirbolt, schonk omstreeks 1236 de kapel aan het moederhuis der Antonianen, die er zo een commanderie vestigden en er een klooster en een hospitaal bij bouwden.

Gezicht op Maastricht en de toren van Sint-Teunis, het klooster van de Antonianen.
Dat lag op het huidige terrein van de Koninklijke Nederlanse papierfabriek. Links de toren van de Sint Martinuskerk en rechts de torens van het stadhuis en de Sint Matthijskerk. Door J. Brabant; c. 1870.
Omstreeks 1388 werd de kapel vervangen door een fraaie kerk, wellicht een gotische kruiskerk met twee torens.
De Antonieten breidden in de loop der eeuwen hun bezittingen in stad en omgeving aanzienlijk uit. Zij verwierven onder meer het eiland in de Maas, de Griend, sindsdien Antoniuseiland genaamd, en ook een grondgebied in Bemelen, vandaar nog de huidige naam Antoniusbank.
Bij de opheffing van de Antonianenorde in 1783 werden alle bezittingen verenigd met die van de kerk van O.L. Vrouw te Maastricht; de vier geprofeste Antonianen werden kanunnik van die kerk met alle daaraan verbonden rechten en plichten.
Ruïne van de Antonanenkerk te Maastricht, in 1844 getekend door Ph. van Gulpen.
In 1476 togen de inwoners van Beek, dat in dat jaar door brand(stichting) werd getroffen, herhaaldelijk op bedevaart naar St. Antonius te Maastricht.
De Antoniusbedevaart in de (late) middeleeuwen naar Maastricht wordt voorts bevestigd door de praktijk van opgelegde bedevaarten.
De Luikse officialiteit (in 1595: 'Ad Sanctum Anthonium Traiectensem') en de schepenbanken van Antwerpen (vijfmaal in de periode 1414-1430 en eenmaal tussen 1430-1445, Leuven (eenmaal tussen 1413 en 1427) en Hasselt verordonneerden pelgrimages naar Antonius in Maastricht. Verder is er uit die tijd een pelgrimsinsigne of hangertje bekend als materieel bewijs van de cultus.
De verering van Antonius Abt was, zoals gezegd, reeds spoedig na 1209 begonnen.
Hoe lang ze heeft bestaan is niet bekend. Maar omdat het onderhouden van Antoniusculten een van de taken van de Antonianen was, kan er met enige reserve vanuit worden gegaan dat er in 1783 tegelijk met de opheffing van deze orde een einde is gekomen aan deze cultus en bedevaart.

Zie verder nog de Commanderij van Antonianen te Maastricht.
Lood-tinnen bedevaartmedaille met rechts Antonius Abt en links Servatius te Maastricht, circa 1475-1525.
Malden Gelderland Parochiekerk Anthonius Abt
In november 2005 bezochten we de parochiekerk van Anthonius Abt uit 1959, aan de Rijksweg 4 te Malden, in het geheel gemoderniseerde centrum.
Zeer moderne architectuur, met enorme glas-in-lood ramen, eveneens natuurlijk moderne kunst. Het interieur deed nog het meest aan een aula van een middelbare school denken.
Er was een dienst aan de gang, met eucharistie viering, en er waren zeker zo'n honderd gelovigen. Een groot koor stond op een toneel voorin bij het altaar te zingen. Er stonden beelden in de hal, maar er was nergens een beeltenis van Antonius te bespeuren, zelfs niet in de enorme ramen.
De oude kerk

Tot 1960 heeft aan de westzijde van de Rijksweg ten noorden van de Eendenpoelseweg de aan de H. Antonius Abt gewijde parochiekerk van Malden gestaan. Zij is gesloopt nadat op het westelijk van de oude kerk gelegen kerkhofterrein een door architect Jos. Beijnen uit Oss gebouwde nieuwe kerk gereed kwam. 

St. Antonius Abt, gepolychromeerd lindehout, door P. Verhoeven, 1803.
Antonius draagt een kap, heeft een correcte haardracht en gevorkte baard.
Hij steunt met de linkerhand op een korte haak-staf.
Hij lijkt te lezen in een boek op de rechterhand.
Een bidsnoer met grote kralen hangt aan zijn ceintuur.
Zijn varkentje zit op zijn hurken naast hem. opkijkend met één pootje opgeheven.
Warr het beeld zich nu bevindt is niet duidelijk.
Schutterszilver van het voormalige St.-Antoniusgilde. Het Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem.

In 1929 werd het St.-Antoniusgilde, een schuttersgilde dat destijds nog voornamelijk het karakter van een begrafenisgilde bezat, opgeheven. In de ten aanzien van het begraven ontstane concurrentiestrijd met de pastoor heeft het gilde de nederlaag moeten incasseren.
Het facet van het koning-schieten schijnt al eerder in onbruik te zijn geraakt.
Het zilveren gildesieraad werd op 7 oktober 1930 op kasteel Stoutenburg bij Amersfoort geveild. Na geruime tijd in particuliere handen te zijn geweest, werd het gildezilver in 1948 aangekocht door Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Het oude gildeboek is in het bezit van het heropgerichte Maldense schuttersgilde en in fotocopievorm aanwezig in de genoemde museumcollectie. In het boek bevindt zich een tekening van het zilver, waaruit blijkt dat het aantal platen sinds 1874 gelijk is gebleven aan dat van het huidige sieraad.

Meerbeek Vlaams-Brabant Antoniuskerk 13e eeuw
De Sint-Antoniuskerk van Meerbeek was waarschijnlijk een hofkapel. Er was immers een weg die het kasteel van Meerbeek verbond met de kerk.
De vierkante westertoren dateert uit de 2de helft uit de 13de eeuw.Hij is opgetrokken uit de witte zandsteen van de streek. De patroonheilige Sint-Antonius de Eremiet was de beschermer van het vee en vooral van de varkens.
In de 15de eeuw werd de kerk voor een groot gedeelte herbouwd in gotiek. In 1731 werd het koor vergroot. In 1895 werd de zijbeuk aan de zuidzijde bijgebouwd en er kwam een zuidelijke kruisbeuk met het altaar van Sint-Antonius de Eremiet.
We bezochten Meerbeek op zondag 17 januari 2009, een wat sombere regenachtige dag.
De kerk is gesloten. Schuin tegenover de kerk is een parochiehuis, waar in de gevel een mooi beeld van Antonius staat. We lopen door het dorp op zoek naar de kapel. In de ramen hangen hier en daar affiches met de tekst “Pastoor Borremans moet blijven”.
Nadat we de veldkapel van Sint-Antonius (zie hieronder) bezocht hebben keren we weer terug naar de kerk.
Daar spreken we een dorpsbewoonster aan die ons vertelt over Pastoor Borremans. Vanwege een twist over zijn se+uele geaardheid is hij van zijn functie ontheven, en dat terwijl hij bij de kerkgangers enorm geliefd is.
Het lijkt me niet de juiste omstandigheid om wat dan ook te vieren en van de dorpsbewoonster krijg ik de indruk dat er al lang geen vieringen meer plaats vinden.
En ook op een heemkunde site wordt er in de verleden tijd over gesproken:
"Sint-Antonius de Eremiet is de patroonheilige van Meerbeek. Hij werd gevierd op 17 januari. In Meerbeek was dan een grote bedevaart en daar werden dan ook varkenskoppen aan de kerk verkocht." Voor meer over de vieringen in het verleden, zie hieronder.
De kapel van Sint-Antonius, op de hoek van de Dorpsstraat en de Goedestraat, recht voor de O.L. Heerestraat, werd gebouwd door Edward De Wit kort na 1885 tesamen met zijn hoeve.
Op het bordje op de nok van de kapel staat: "Sint Antonius bid voor ons"
Door de tralies heen fotografeer ik het simpele, gipsen en geverfde beeld. Het geheel, kapelletje en beeld, is goed onderhouden, met kunstbloemen en al.
Sint-Antonius en Lodder met zijn keet
Aan deze kapel is de legende van het gevecht tussen Sint-Antonius en Lodder met zijn keet verbonden.
Ik citeer uit een artikel van Dr. Henri Vannoppen, ere-burgemeester van Kortenberg.
“Antoon, de oude kluizenaar, woonde diep in het donkere dennenbos. op de zuidkant van de heuvel, naast de Delle.
De Delle is het loofbos gelegen in het zuidoosten van Meerbeek. Hoelang Antoon daar gewoond heeft en vanwaar hij kwam, heeft nooit iemand geweten. Zijn verschijning was deze van een goede grijsaard, nog een paar heldere ogen, een vuile grijze haard, het lichaam wat voorover gebogen, zich steunend op een knoestige stok. Hij liep meestal barvoets en droeg een pij van wollen stof.
Antoon sleet zijn dagen in gebed en boete. Soms gebeurde het wel dat hij noodgedwongen langs smalle bosweggetjes afzakte naar het dorp van Meerbeek. Daar waren toen nog maar enkele lemen huizen, armoedig zoals de lieden die er in woonden. De arme boeren waren Antoon zeer genegen. In ieder huis kwam een stuk zwart roggebrood of wat aardappelen zijn korf aanvullen. Niemand zou de 'heilige' — want daarvoor werd hij al aanzien — willen doorzenden.
Antoon betaalde met gebeden, en als ziekte of tegenslag in huis of stal de Meerbekenaren trof, kwamen ze nog al eens aan zijn kluis aankloppen.
Het gebeurde in de late nazomer. Antoon zat voor zijn kluis en genoot van de laatste zonnestralen. die tussen de donkergroene dennen door hem kwamen koesteren. Tussen de dichte dennenstammen zag hij een gestalte het smalle voetpad naar zijn kluis opklimmen. Het was Janus. een koe boertje van tegen het Broek. Het Broek is het beemdengebied, zeer moerassig, tegen de Molenbeek op de grens met Schoonaarde, we zouden nu zeggen de Rotte Gaten.
Het houten 16de eeuwse beeld van Sint-Antonius de Eremiet is jammer genoeg gestolen. Antonius heeft een prachtige gevorkte baard en een bijzondere baret en een mooi klokje aan de hand. Het varkentje kijkt aanhankelijk omhoog, met een geheven pootje.
Met zijn zakdoek vaagde Janus het zweet onder zijn muts weg eer hij begon:
- "Antoon, ge zoudt eens moeten komme! Mijn verken ligt tegen de grond. Het heeft zwette plekken op zijn lijf en hel schuimt. 't Heeft de pest geloof ik en ik peis dat Lodder ermee gemoeid is."
- "Joa, joa, da' van Jomme Dee heeft 't ook... "
- "En gisteren tegen de avond heeft men van ver... Lodder met zijn pestvarken gezien. Ze hebhen het varken zijn 'keet' goed horen rammelen. Nu kom ik u vragen om 's te komme en ’t verken te willen overlezen."
- “Goed Janus, morgen kom ik 'ns af."
's Anderdaags lag Janus zijn varken morsdood, zwart en blauw uitgeslagen. Janus stiet het in de put toen Antoon aankwam. 't Varken van Jomme Dee en nog andere kwamen in de grond terecht. Lodder doet zijn werk goed, zuchtte hij.
Iedere nacht liep Lodder, de Boze, met zijn pestvarken langs de lemen hutten en stallen van de keuterboertjes om overal ziekte en onheil te verspreiden. Overal waar Antoon aanklopte op zijn bedeltocht hoorde hij jammeren en klagen en stille verwensingen tegen Lodder met zijn keet. Toen Antoon aan 't einde van 't dorp kwam zag hij zijn korf weer gevuld. Stil zakte de avond over 't stille dorp.
Biddend schrompelt Antoon verder terwijl zijn lippen onvermoeid smeekgebeden prevelen om de arme zwoegers uit 't dorp van de vreselijke varkenspest te verlossen.
Traag schrijdt hij verder in de donkere avond. Antoon heft plots ‘t hoofd en luistert. Een vreemd gerucht heeft zijn oor getroffen. Op een kruispunt van wegen verschijnt zo onverwacht, van achter een houtkant, Lodder, die zijn pestvarken aan de ketting houdt. Twee vijanden, ze voelen 't goed aan, staan hier plots tegenover mekaar. Ogen vol vuur en haat bliksemen op Antoon neer, die gedreven door heilige verontwaardiging, vlug van onder zijn pij 't kruisbeeld te voorschijn haalt.
Met traag maar zeker gebaar tekent hij een groot kruis over zijn tegenstander. Lodder springt achteruit. Met 'n snok heeft zijn pestvarken zich los gerukt uit de klauwen van de Boze en snelt huilend in dolle rit de helling af en versmoort in 't rot verzopen broek.
Vloekend schoot Lodder 't achterna en was meteen in de duisternis verdwenen. Zijn pestvarken heeft de Boze nooit weer gezien en ook hij verdween naar andere oorden, maar komt soms nog wel eens terug..."
Op het kruispunt van de wegen, waar Antoon Lodder op de vlucht dreef werd een kruisbeeld opgericht als teken van verlossing en tot waarschuwing aan Lodder, die niemand ooit terug zag.
Dit kruisbeeld werd later vervangen door een kapelletje ter ere van Sint Antoon met zijn varken, als zalig aandenken aan de vrome kluizenaar uit ‘t dennenbos.
Toch was de schrik voor Lodder er niet uit. Eeuwen bleef dit nazinderen in 't volksgemoed. Ouderen van dagen beweerden nog bij storm en ontij het gerammel van Lodder met zijn keet gehoord te hebben, wanneer ze 's avonds langs ‘t broek haastig voortschreden naar 't dorp en als bange kwezels baden: "van Lodder met zijn keet verlos ons Heer".
Papboeren
Uit een ander artikel van Dr. Henri Vannoppen wordt duidelijk waarom de Meerbekenaren Papboeren genoemd worden, en omdat dat verband houdt met de Antoniusvieringen, zal ik daaruit citeren.
Sommige dorpen in Midden-Brabant hebben een spotnaam zoals de Heren van Erps, de Boeren van Kwerps, de Waterheren van Kortenberg, de Preuslekkers van Everbeerg en de Papboeren van Meerbeek.
Die laatste bijnaam heeft te maken met de Sint-Antonius cultus. Meerbeek heeft als parochieheilige Sint-Antonius Abt. Deze werd te Meerbeek vereerd op 17 januari.
Voor Meerbeek heeft men op die dag de grote 'begankenis' of 'beeweg' naar Sint-Antonius. Dat was de grote bedevaartsdag voor de streek. Uit alle buurdorpen kwamen bedevaarders naar Meerbeek.
In 1894 vermeldde het Broederschapsboek van St.-Antonius te Meerbeek dat er 'aanplaksels' of affiches waren verstuurd [waaop werd vermeld] dat Sint-Antonius-Abt bijzonderlijk aanroepen werd tegen de ziekten van de varkens en andere staldieren. Hij werd ook aanroepen tegen Sint-Antoniusvuur of 'ergotisme', een ziekte die veroorzaakt werd door het eten van roggebrood dat aangetast was door de moederkorenzwam.
Hoe verliep zo 'n beeweg? Het prachtige eikenhouten beeld van Sint Antonius de Eremiet uit 1500-1510 werd toen op het altaar geplaatst. De heilige werd voorgesteld in het habijt van een monnik, met varkentje, bel, boek en stok. Ondertussen werd dit beeld reeds tweemaal gestolen en het is nog steeds niet teruggevonden.
Er waren drie missen op 17 januari: één om 6 uur, één om 7 en de hoogmis met 'sermoon' (preek} om 10 uur en om 6 uur 's avonds volgde het lof.
De pastoor van Meerbeek wijdde het water. Dit werd gemengd met het voeder van de dieren om deze te beschermen. Er werd ook brood gewijd en halve varkenskoppen geofferd. Deze werden door de veldwachter openbaar verkocht.
De bedevaarders legden driemaal de weg rond de kerk af om de varkensziekten tegen te gaan. Sommigen kochten het boekje met de titel, 'Devotie tot den H. Antonius Abt wiens feestdag plechtiglijk gevierd werd in de parochiale kerk van Meerbeek'.
De sfeer was deze van het bedevaartsoord Scherpenheuvel. De boerinnen kwamen in de winter met schoon gewassen blokken naar Meerbeek op bedevaart. Aan de kerk stonden kramen met snoepgoed, schapulieren en kerkboeken.
In de 'staminees' (herbergen) was het bal. Iedereen profiteerde van de 'beeweg' naar Sint-Antonius.
Oudere Meerbekenaren vertelden ons dat Sint-Antonius het schandalig vond dat er op zijn feestdag kermis gevierd werd en dat hij zo de varkenspest deed uitbreken. Voorzichtigheidshalve verschoof hij de kermis naar de zondag erop. Voor de Meerbekenaar was de zondag na Sint-Antonius dan ook de winterkermis. Men noemde dit ook de papkermis omdat dan ook rijstpap tot de kermisgerechten behoorde. Deze kermis in de winter verdween samen met de bedevaart naar Sint-Antonius.
Meetkerke West-Vlaanderen Antoniusviering
In de parochiekerk O.L.Vrouw ten Hemel is een Antonius-altaar, en er zijn diverse Antonius-beelden.
Op 17 januari celebreert men aan het Sint-Antonius-altaar een mis voor Sint Antonius.
Op het Antonius-altaar: Antonius staat in de vlammen, met fraaie, grote T-staf en grote klok, en opkijkend varkentje.
Een gekleed beeld van Antonius, met zittend varkentje en een staf, die duivelsstaf wordt genoemd.
Op de kop is een wezen (het lijkt een hond, geen duivel) op uitgesneden.
Van dit beeld was ooit een andere versie, met andere kledij en staf (zie hieronder).
Er is een interessante connectie met de Antoniuskerk van het nabijgelegen Blankenberge.

De zondag na Hemelvaart is er een vissersbedevaart vanuit Blankenberge, vanaf het visserskerkje Sint-Antonius. Om zes uur ’s ochtends vertrekt men, om na 12 kilometer stappen een stevig ontbijt te nuttigen. Om 10 uur volgt de plechtige eucharistieviering.
Traditiegetrouw wordt na de mis het pronkstuk van de Meetkerkse kerk, het Onze Lieve Vrouwbeeld, rondgedragen door het dorp.
Volgens een eeuwenoude visserslegende zou het beeld opgevist zijn uit de zee te Blankenberge. Nadat het in de kerk van Uitkerke en Vlissegem werd geplaatst, vond men het telkens opnieuw aan het strand. Men bond het beeld vast op een jonge ezel en stuurde die de polders in. Het dier liep tot in Meetkerke waar het bleef staan aan de deur van de kerk.
Meeuwen Limburg, België 1550
De Sint-Antoniuskapel
De Sint-Antoniuskapel ligt aan de Genitsstraat.
Wij waren er op 15 januari 2006, de dag dat de Antoniusviering in Meeuwen zou plaatsvinden. De kapel was gesloten; de ramen waren vies en beslagen, en met moeite konden we door het spinrag naar binnen kijken. De kapel werd niet of nauwelijks meer gebruikt; en zelfs op deze Antoniusdag was hij niet schoongemaakt.
Vier mooie bomen omzomen de kapel (linden?).
De volgende informatie is op het bord voor de kapel te vinden.
De kapel werd reeds in 1550 gebouwd, waarschijnlijk door de Antonianen van Maastricht, een kloosterorde, waarvan ook de kerk en de parochie eeuwenlang afhingen en ze werd toegewijd aan de Heilige Antonius. Vandaar het kruis in de vorm van een T boven de kapel [en op de grond].

Antonius van Meue, afkomstig uit Meeuwen, was op dat moment commandeur van de orde van Antonianen te Maastricht. Sint-Antonius Abt — in de volksmond beter bekend als "Antonius met het varken" — is een van de meest populaire heiligen, zo blijkt uit de folkloristische festiviteiten rond zijn feestdag.
Vanouds werd de heilige in deze kapel vereerd tegen zwijnenziekten. Vroeger werden hier op zijn naamfeest varkenskoppen geofferd. Deze werden door de jonge mannen van het Genits [een buurt in Meeuwen] opgekocht, naar de families met jonge meisjes gebracht die er kipkap van maakten en 's avonds werd dan zo op het Genits Sint-Antoniuskermis gevierd.
Lange tijd heeft het gebruik bestaan dat jongelui naargelang van hun godsvrucht en vermogen bij de Sint-Antonius verkoop jonge hanen kochten, die in het huis van hun verloofde klaargemaakt en opgepeuzeld werden.

Door een vies raam van de kapel heen, kon ik toch nog een foto van het Antoniusbeeldje maken.
Antoniusviering buiten de kerk
De viering ter ere van Sint-Antonius-Abt op zondag 15 januari 2006 werd georganiseerd door de dienst toerisme, de Landelijke Gilde en de Reengenoten.
In de tent rechts van de St. Martinuskerk vond de viering en de verkoping plaats.De kerk had er weinig of niets mee te maken, vreemd genoeg, want dat was bij alle andere Antoniusvieringen die ik tot dusver zelf had bijgewoond (of waar ik ook van weet), wel het geval. De dienst was weinig inspirerend: gewoon 'ouderwets' saai gemompel door naar het scheen weinig betrokken priesters. De kerk zat dan ook maar voor een kwart vol. Héél anders dan bij andere Antonius-vieringen, wanneer de kerk meestal afgeladen vol zit. Er was wel een 18e eeuws Antoniusbeeld (rechts), maar de kaars ervoor brandde niet.
Aan het eind van de dienst, werd een soort aankondiging gedaan dat de jaarlijkse Antoniusviering in de tent voor de kerk zou plaats vinden.
De varkenskop(pen) en andere offergaven waren ook niet, zoals in andere kerken en Antoniusvieringen, voor het altaar in de kerk neergelegd en / of gezegend. Ik informeerde daarnaar bij een 'official' in de tent, en die vertelde mij dat de kerk er vroeger wel bij betrokken was, maar dat de viering in 1963 helemaal gestopt was. Pas sinds een jaar of twintig heeft men met initiatief van de burgers de viering — althans gedeeltelijk dus — weer hervat.
In de verwarmde tent waren al een tiental burgers en na de dienst kwamen er nog tientallen bij.
Onder leiding van een 'official' die als veldwachter verkleed was, vonden de verkopingen plaats. Dit veldwachters-tenu zou op een half-herleefde traditie kunnen wijzen (ik heb er niet naar geïnformeerd), want twee dagen later, in Herent, zou de verkoping door een echte veldwachter gedaan worden, en dat was daar zo de traditie.
Ook in Meeuwen werd de verkoping geopend met het per opbod verkopen van de varkenskoppen.
Daarna werden varkenspoten, hammetjes, heikies, worsten, balkenbrij, vleeswaren, een duif en rieten manden verkocht.
De opbrengst van de verkoping wordt aan het Rode Kruis geschonken.
Merchtem Vlaams-Brabant (K17) Onze-Lieve-Vrouw-ter-Noodt Kerk
De kerk in Merchtem is gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw-ter-Noodt, maar ook Antonius is daar van belang; hij werd daar vroeger vereerd als een van de pestheiligen [Geneesheiligen in de Lage Landen p. 198]. Er staat een mooi beeld van Antonius in de kerk, met daaraan verbonden een leuke legende, dus reden genoeg om Merchtem op deze pagina te vermelden.
Toontje en Paulus op Reis
Op menig altaar staan ze samen: Antonius, ook Toontje genoemd, en Paulus. Allebei heremieten of kluizenaars, mannen die in de eenzaamheid gingen wonen om zo nog beter met God en hun zielezaligheid bezig te zijn.
Toontje met zijn zwijntje en Paulus met een raaf en twee broodjes. Als Toontje zijn confrater ging bezoeken, kwam de raaf, die dagelijks een broodje naar Paulus bracht, met twee broodjes aangevlogen. Je hoort het: Toontje en Paulus staan bij Ons Heer hoog in de gunst.
Kijk, wat voorrecht ze krijgen: als ze in de hemel zijn, mogen ze eens. samen naar de aarde terugkeren. Goed, dat doen ze ook. Over een manestraai komen ze in Palestina terecht. Maar 't is daar zo gevaarlijk door al dat vechten tussen Turken en christenen dat onze heiligen de weg naar de haven zoeken en per schip naar Frankrijk varen.
Eens aan wal, stappen ze steeds maar door naar 't noorden. Na weken en weken komen ze in Brabant. En wel in Merchtem. Daar is nu precies de markt aan de gang. Kramen met fijn Merchtems laken, met gepluimde kippen, met oliebollen en gebakken kastanjes, met pannekoeken en worstebroodjes... De twee heiligen, die grauw zien van de honger, staan te watertanden. Asjeblieft, eerwaarde paters, zegt daar een kramenier, en ze krijgen van alles 't beste.
Na hun maaltijd in open lucht, danken de heremieten en gaan wat bidden in de kerk. Sint-Antonius die meest gegeten heeft, bidt het langst. Paulus, door dorst gekweld, zou liefst ergens een bron vinden. Of een taveerne. Om de dorstigen te lessen. Antonius niet. Hij vindt het zo goed, zo mooi en zalig in die kerk, dat hij maar liefst nog een poosje blijft.
'Bid jij maar door, Antonius,' zegt Paulus, 'ik wacht buiten op je.'
Een uur gaat voorbij. Nog een uur. Paulus zit nog altijd in de Sint-Pieterstaveerne tegenover de kerk. Te kijken en te wachten.
Antonius wil niet weggaan. Zo'n gezellige kerk ook. De heiligen tegen de kolommen of op de muren geschilderd, zijn nu precies al de beste vrienden van Antonius in de hemel. Hij gaat wat stilletjes met ze praten.
En dan piept de kerkdeur open. Paulus die zijn neus binnensteekt, en met een wijd gebaar roept: 'Kom toch voort, Antonius, het is al laat in de middag.'
Antonius doet alsof hij Paulus niet ziet. Paulus hoest en kucht. Geen gehoor. En dan stapt Paulus naar voren, neemt Toontje bij zijn wijde mouw en trekt hem mee. Toontje laat hem begaan, maar bij de kerkdeur geeft Toontje zijn vriend Paulus een duw in de rug, klapt de deur op zijn hielen en roept:
'Ga je gang, ik ga niet mee. Het is hier veel te goed, ik blijf hier.'
Paulus wacht buiten nog een kwartier, loopt dan nog een laatste keer de kerk binnen. En wat ziet hij? Op het altaar is een plaats leeg. Antonius klimt tot op die lege plaats. En blijft er staan. Voor altijd.
Paulus gaat bedroefd heen. In het westen nadert de zon de kim. Paulus stapt erop af. En na een lange tocht komt hij in Opwijk aan. De kerk is nog open. Paulus gaat er binnen. En zie, op het zijaltaar is ook een plaatsje vrij. Net of een heilige een plaatsje heeft willen maken voor Paulus. Paulus, die met hartzeer van zijn goede vriend Antonius heeft moeten scheiden, wil van geen hemel meer weten. Hij stapt het altaar op. En blijft er staan. Voorgoed.
En zo zijn de twee vrienden uit de hemel, de vrienden van het welige en mooie Brabant geworden.
Maar die Paulus staat er niet uitgebeeld met zijn raaf, zijn broodjes en zijn staf. Wel met een evangelieboek en een zwaard. Zo wordt de grote apostel Paulus uitgebeeld. Of is Toontje dan toch met de grote geloofsverkondiger van Tarsus op stap geweest in plaats van met de heremiet. Wellicht zullen we pas in de hemel het fijne van de historie weten.
Uit Van Veurne tot Maaseik. Streekverhalen, sagen en legenden uit Vlaanderen. F .R. Boschvogel. Met dank aan Antoon Vanquaethem.
In de Sint-Pauluskerk van Opwijk, zowel als in de pastorie, staan trouwens ook beelden van Antonius.
Millegem (Ranst) Antwerpen (M 15) O.L.Vrouw Kerk
De kerk in Millegem is dan wel officieel een O.L.V kerk, het feit dat het aan de St. Antoniusstraat ligt geeft al aan dat Antonius misschien toch wel belangrijker is.
We bezoeken de kerk op zondag 8 maart 2009 en zijn er een half uur voor de dienst zal beginnen.
Het kerkje ligt nog steeds aan een open veld, over welks behoud door een actiegroep geijverd werd (zie hieronder), wat ook blijkt uit een bord aan de rand van het veld “tegen de verkaveling”.
In de kerk wordt mijn aandacht meteen getrokken door het beeld van Antonius, rechts vooraan.
We praten met de lector die bezig is met de voorbereidingen. Hij weet ons te vertellen dat de kerk van Millegem een van de oudste in deze streken is en dat hij op een lei-lijn ligt met een paar andere kerken.
Het 17e eeuwse beeld van Antonius in de O.L.Vrouw Kerk te Millegem.
Op de oude foto (links), waar er nog een Antoniusaltaar is, valt de band rond de nek van het varken op.
In de huidige situatie, waarbij het varken zwart geverfd is, valt de band minder op. Maar daar staat tegenover dat het varken nu eigenlijk een zwijn blijkt te zijn.
En er blijkt nu een gouden bel aan de band te hangen.
 
Het opvallende aan dit Antoniusbeeld is zijn varken dat in dit geval een zwart zwijn is! De lector vermoed dat het later toegevoegd is, en niet het origineel. Maar ik vertel hem mijn theorie van Antonius met zijn varkentje als de gekerstende “incarnatie” van Frey met zijn heilige zwijn. In een later gesprek met een lokale heemkundige horen we dat de vraag over de origine van het zwijn bij een restauratie van zo’n tien jaar geleden ook aan de orde was gekomen en dat de restaurateur niet had kunnen constateren dat het een latere toevoeging was.
Het komt mij dus wel uit het als ondersteuning voor mijn hypothese te zien, hoewel ik me toch ook afvraag waardoor de kunstenaar geïnspireerd was toen hij voor het zwijn koos. Was dat vanuit een traditie? Of kwam hij uit de Ardennen, en had hij Arduina voor ogen?
Van de heemkundige horen we ook nog een ander ongebruikelijk feit, namelijk dat Antonius gekleed is in een dominicaanse pij — en als “monnik” wordt hij inderdaad meestal afgebeeld als een franciscaan in bruine pij. Een verklaring hiervoor weet hij niet te geven.
Het is een mooie kerk, met natuurstenen pilaren en gestuukte muren. Veel beelden, goed onderhouden.

De heemkundige vertelt — wat ik van internet informatie al wist — dat in vrijwel alle kerken in de omgeving een Antoniusbeeld aanwezig is, zoals Lier, Emblem, Oelegem, Broechem en Wommelgem.
(Voor Lier, Emblem en Oelegem, zie hieronder.)

De kerk is behoorlijk gevuld met zo’n dertig kerkgangers — toch veel voor zo’n kleine plaats als Millegem; het is een sobere en bezielde mis, geleid door een oudere, ingetogen, ascetisch aandoende pastoor.
Detail van een ingelijst antependium onder het beeld van Antonius.
Sint-Antoniusviering
In het dorp Millegem, een piepkleine deelgemeente van de Antwerpse gemeente Ranst, werden in 1947 dieren verkocht ten bate van Sint-Antonius.
Naast de traditionele varkenskop bemerken we in de handen van de verkoper een levend konijn, en daarnaast dito kippen.

Hoewel de gaven worden binnengebracht via de hoofdingang van de kerk, vindt de verkoping plaats aan de zijdeur — toen, en nu nog.

Na de sfeervolle misviering, die dit jaar [2005] werd opgeluisterd door het Liers Seniorenkoor "'t en zal" en de onmiskenbare klanken van een doedelzak, was het weer zo ver: Dé veiling! Steek je handen best diep in je zakken want even aan je neus krabben kan reeds fataal zijn.
Als veilingmeester Staf het gezien heeft ben je voor je het weet de trotse bezitter van de varkenskop, bloemen, een taart, drank enz. Er werd in ieder geval flink geboden en alle offergaven gingen vlotjes van de hand.
De Antoniusviering in 2008 in Millegem, die vooral overschaduwd lijkt te worden — en in het teken staat van verzet tegen — de verkaveling van de open ruimte voor het kerkske.
Er is in Ranst, de overkoepelende gemeente van Millegem, een LRV Club Sint Antonius.
Oelegem — Emblem — Lier
(Links) In de Onze-Lieve-Vrouwekerk, aan het Torenplein van Oelegem, staat het polychrome beeld van Sint-Antonius-abt dat dateert uit 1655.
Grappig, "grijnzend", opkijkend varkentje. Antonius heeft geen staf. Een gestileerde A op de mantel.
Emblem, Kerk Sint-Gummarus;
beeld door Th. Koob, 1920.
Onderschrift: "Antonius de Kluizenaar".
Antonius heeft een prachtige gouden klok in de rechterhand. Met zijn linkerhand steunt hij op een korte T-staf. Zijn varkentje zit half onder zijn mantel.
Een prachtige Antonius in het 19e eeuwse Sint Jozef-altaar in de Sint-Gummaruskerk in Lier. Mooie gezichtsuitdrukking; vlammen aan de voeten; lange T-staf met klokje; met abstracte bloemmotieven versierde mantel; zittend, opkijkend varkentje.
Voor meer Antonius beelden in Lier, zie pagina.
Moerbeke Oost-Vlaanderen Sint-Antonius Abt kerk
In de Sint-Antonius Abt kerk zijn in de 19e eeuw grote herstellingswerken uitgevoerd aan het altaar en venster in het hoogkoor. Tevens vond er herstelling en herschildering plaats van het Sint-Antonius-altaar.
Verder is er sprake van de aankoop van een gepolychromeerd beeld van Sint-Antonius, vervanging van het versleten vaandel van Sint-Antonius, vernieuwing van de vloer in de Sint-Antonius-kapel, herstel (derde maal) van de (gebarsten) klok Antonius, en de aankoop van drie beelden, te weten Sint-Antonius Abt, H. Anna, Sint-Antonius van Padua.
Ik bracht een kort bezoek aan Moerbeke in 2007. De kerk was dicht en volgens een overbuurman zouden er geen feesten meer zijn. Maar later vroeg ik me af hoe het dan zit met de reuzen optocht (zie hieronder). Of zou dat alleen carnaval zijn?
Hoe jammer het was dat de kerk gesloten was, blijkt wel uit de plaatjes die ik op de Belgische inventarisatie site heb gevonden.

Vreemd is wel, dat er over eventuele Antonius vieringen in Moerbeke, wat toch wel een typische "Antonius plaats" mag heten, niets op het internet te vinden is.
Ceremoniële staf 1701-1710
Ceremoniële staf
1801-1900
(Links) Sint-Antoniusaltaar, zijaltaar zuid; 1601-1650. Rechts aan de muur staat een beeld van Antonius. Hetzelfde als hierboven en hieronder?
Processie-vaandel
1701-1800
Een andere foto van het Sint-Antoniusaltaar. Eerder? Rechts ervan staat een beeld van Antonius. Hetzelfde als de twee hierboven?
Gebeeldhouwde eiken kerkmeestersbank uit 1738. Opschrift: "zitplaats van de Confrerie van den Heilige Antonius."
Detail van het Antonius altaar. Op de Beligische site wordt het beschreven als een "antependium", ofwel een doek die voor langs een altaar hangt.
Maar dat lijkt me toch een vergissing. Naar mijn mening is dit een relieksarcofaag van Antonius. Of zou het trompe-l'œil schildering zijn?
Op 14 januari 2002 vond er in de Moerbeke Kerk een tentoonstelling over St. Antonius plaats, georganiseerd door de Heemkundige Kring Moerbeke. Behalve de intrigerende foto's van enkele Antonius beelden en paraphernalia (zoals de hieronder afgebeelde reliekhouder cum collectebus) is er op hun website helaas niet veel informatie hierover te vinden.
In Moerbeke is een volksdansgroep Toon & Tine, waarin twee reuzen de hoofdrol spelen, Toon van Francipany en Tine van Baudelo. Toon's voornaam is afgeleid van Sint-Antonius, de parochieheilige van Moerbeke. Zijn achternaam, “Francipany”, is afgeleid van de naam van de jeugdherberg in Moerbeke, die weer verwijst naar een fort uit de Spaanse tijd. [Maar waarom werd dat fort zo genoemd? Frangipane is jasmijnwierook.]
Zijn gemalin, Tine van Baudeloo, draagt de voornaam van de vrouw van haar schepper.

Tine's familienaam verwijst naar een roemrijke abdij die deze streken tijdens de middeleeuwen welvaart schonk.
Zij kwamen voort uit de meiboomplantingen in Moerbeke die door en bij Francipany werden georganiseerd, en waar trekkersgroepen vanuit Brussel, Antwerpen, Aalst, Ronse en elders naar toe kwamen.
Zo werd Toon van Francipany geboren op de 7de der zomermaand 1952, en Tine van Baudelo op de 1ste der meimaand 1961. Zij trouwden op de 14de der meimaand 1961.
Tenslotte valt er nog te vermelden dat er een scouting groep Sint-Antonius Moerbeke-Waas is.
Montfort Limburg (NL) Parochiekerk van St. Catharina 19e eeuw
Over het ontstaan van de Antoniusdevotie en -bedevaart in Montfort is niets bekend.
Op 17 januari trokken de inwoners van Montfort en de buurdorpen naar de Catharinakerk van Montfort om daar Antonius Abt te vereren. Het bedevaartkarakter is inmiddels verdwenen, maar wel is nog sprake van een parochiële devotie.
In de jaren dertig van de 20e eeuw kwamen de vereerders, met name boeren, doorgaans op eigen gelegenheid uit de omliggende dorpen - zoals Echt, Herten, Linne, Maasbracht, Pey, Putbroek - te voet of met kar en paard naar de Catharinakerk. Het Antoniusbeeld werd dan versierd en in het kerkportaal opgesteld.
Achter in de kerk stonden grote bakken met gewijd zand, dat de bedevaartgangers mee naar huis konden nemen om het in de stallen uit te strooien. Brood werd eveneens gezegend. Er waren ook boeren die vee meebrachten om te laten zegenen.

Op 17 januari werd ook het te Montfort gelegen Antoniuskapelletje, aan de Brandlintjesweg — Heinsbergerweg, versierd.

Na de Tweede Wereldoorlog is het bedevaartkarakter verloren gegaan. In 1997 werd het Antoniusfeest nog wel gevierd in de parochiekerk. Bij die gelegenheid was nog steeds gezegend brood en water verkrijgbaar.
Mook Limburg (NL) Parochiekerk St. Antonius Abt 13e eeuw
Aan de Maas, aan De Hove 1 te Mook, ligt het kerkje van de parochie St. Antonius Abt. In de dertiende eeuw werd op deze plaats een schuurkerk gebouwd, die ongeveer de breedte had van de huidige toren.
In de loop van de veertiende eeuw werd een mergelstenen priesterkoor aangebouwd, in het begin van de vijftiende eeuw gevolgd door de toevoeging van kleine zijbeuken.
De bakstenen toren is vermoedelijk ook in de vijftiende eeuw gebouwd. Tijdens de Slag op de Mookerheide in 1574 en bij brandstichting door de Fransen in 1675 werd het gebouw ernstig beschadigd. In 1910 werd de kerk uitgebreid met twee grote zijbeuken en kreeg daardoor de vorm van een Grieks kruis. Toen is ook een houten gepolychromeerd gewelf aangebracht.
Tot in 1995 hield de parochie St. Antonius Abt te Mook jaarlijks op de laatste zaterdag van mei ‘s avonds een bidtocht naar het kapelletje van O.L. Vrouw van de Dwaallichtjes (aan de Mortel). Vanwege de sterk afgenomen belangstelling is de bidtocht komen te vervallen en blijft de verering beperkt tot een viering.
In 2005 brachten we een kort bezoek aan Mook. De kerk was dicht en een sleutel konden we niet bemachtigen.
Rechts op het schild zien we Antonius op het gemeentewapen van Mook en Middelaar: een rode T op zijn zilveren mantel, rood boek; T-staf en varkentje.
Links op het schild de H. Lambertus, bisschop van Maastricht.

Antonius heeft een correcte haardracht en volle baard. Hij heeft een korte krom-staf in de rechterhand. Hij lijkt te lezen in een boek op de linkerhand. Zijn varkentje, met klokje om de hals, staat dicht tegen hem aan, half onder de mantel.
In Mook is ook een Schuttersgilde St. Antonius Abt. Op hun logo is Antonius, geïnspireerd op het beeld links, afgebeeld met een vogeltje, verwijzend naar het koningsschieten of of papagaaischieten.
De Mortel Noord-Brabant Parochiekerk van Sint Antonius Abt Voor 1636
De Mortel is van oorsprong een 14e-eeuwse agrarische nederzetting. Waar vanuit het oosten de huidige Lochterweg op de hoofdstraat van het dorp, de St. Antoniusstraat, aansluit stond sedert 1636 een kleine kapel. Deze werd gebouwd naar aanleiding van een pestepidemie, op een driehoekig plein van agrarische oorsprong, dat vóór ca. 1500 ontstaan is, op de plek van een eerder ‘heilig huisje’.
Met de bouw van de kapel van St. Antonius Abt kwam men aanvankelijk niet verder dan het optrekken van de muren. In 1689 werd de bouw hervat.
Het dorpswapen: "In zilver een kruis van sabel, in het eerste kwartier vergezeld van een Tau-kruis van sinopel." De verklaring van het Tau-kruis ligt voor de hand: Antonius is de beschermheilige van De Mortel.
Legende
De cultus in De Mortel is ontstaan naar aanleiding van een pestepidemie in 1636 met een grote sterfte onder de bevolking.

De pastoor van het nabijgelegen Gemert schreef daarover:

‘Men segt, dat in de Mortel op de plaats des Capelle stont een Hijligenhuisken van St. Antonius dat naar het jaar 1636, als de seer groote sterfte wegens de pest hier te Gemert is geweest, en datter so veel stierven dat men andere plaatse moeste nemen als den kerckhoff om de dooden te begraven, dat dan na dien tijdt, korts daarnaa de Capelle van St. Antonius is begonnen geweest’.

Volgens de overlevering was Antonius ontstemd over de vertraging in de bouw en had de heilige zijn trouwe assistent — het varken — ingezet om al spokende op het bouwterrein zijn ongenoegen kenbaar te maken:

'De spraeck ginck doen onder het volck datter dikwils gesien wiert een wit vercksken metten avondt'.

De pastoor, die deze verhalen beschouwde als 'fabels en oude vrouwen praet', meldt vervolgens dat toen in de uiteindelijk afgebouwde kapel de mis werd gelezen

'men van sulk spook, teweeten eenen vercksken savonts of snachts lopende, niet meer [heeft] gehoort, sodat de fabel onder het volck ophout omdat se nu misse hebben'.

In 1849 wordt de oude kapel vervangen door een waterstaatskerk.
die op haar beurt in 1904 door het huidige gebouw wordt vervangen,
bekroond met een ‘Angelustorentje’.
In de devotiekapel van de 'Moeder der Smarten' wordt een bronzen luidklokje bewaard, gedateerd 1689, afkomstig uit de oude Antoniuskapel.
In 1897 wordt de Broederschap van de H. Antonius Abt in de parochiekerk van Mortel opgericht. Dit broederschap werd door paus Leo XIII met volle en gedeeltelijke aflaten verrijkt.
Antonius (Toon) is een veel voorkomende voornaam in De Mortel als gevolg van het patronaat van de kerk en het schuttersgilde, vooral bij ‘Groene families’ (het gilde staat namelijk bekend als de ‘Grüjn Skut’ ter onderscheiding van de ‘rode’ Sint Joris-schutterij).
Antonius-viering
Op 17 januari, de feestdag van Sint Antonius, viert het Gilde van Sint en Sint Sebastiaan uit het nabijgelegen Gemert haar gildedag met een gildemis in de kerk van De Mortel.
Deze dag, ook al wordt deze op een doordeweekse dag gevierd, staat bekend als ‘Mortelzondag’.
Vroeger gingen de gildebroeders daar in gewone kledij en ieder op eigen gelegenheid naar toe. De gildebroeders waren meestal afkomstig uit de boerenstand, voor wie Antonius als beschermheilige van het vee natuurlijk een belangrijke figuur was, en voor wiens viering men zeker een dag vrij kon maken.
De dag werd geopend met een hoogmis in de Antoniuskerk van De Mortel.
Na de mis werd er gekaart en gebuurt in alle vier cafés van het dorp. Voordat men het middagmaal gebruikte moesten deze allemaal worden bezocht.
Dan gingen de gildebroeders met de inwoners van Mortel mee naar huis voor het warme eten.
Iedere gildebroeder wist precies met wie hij mee zou gaan, want het was een soort familietraditie om jaarlijks bij die ene familie, echte familie of niet, te gaan eten.
's Avonds werd in een van de cafés het ritueel van kaarten en buurten voorgezet, tot het tijd werd om weer naar Gemert te fietsen of te lopen.
In 1976 werd de toenmalige voorzitter van het gilde, Antoon Jaspers, 65 jaar. Hij was op 17 januari 1911 geboren en naar de parochiepatroon, tevens de patroon van zijn vader en grootvader genoemd. Het gilde besloot hem te eren met een vendelgroet. Dat moest in De Mortel gebeuren, want Antoon vierde daar altijd zijn verjaardag.

De Communie in de Sint Antonius Abt Kerk van De Mortel tijdens de Sint-Antoniusmis op 17 januari 2012.
Aan het altaar staan van links naar rechts de volgende gildebroeders en -zuster van het Sint Antonius en Sint Sebastianus Gilde Gemert: Jacq Huijbers, lid van verdienste; Wilhelmien de Koning, koningin; Pater Piet Delisse C.S.Sp., weekendassistent van de Parochie De 3-Eenheid Gemert-De Mortel; Henk de Koning, koning; Lau Huijbers, eredeken. 
Tijdens deze H.Mis, en ook in de kerk van Sint Jans Onthoofding in Gemert, nemen de gildebroeders en -zuster plaats in het priesterkoor en zijn twee gildebroeders misdienaar.
De celebrant draagt albe, kazuifel en stola van het gilde, het altaar wordt bewierookt met het eigen wierookvat.
Vanaf die dag trekt het gilde elk jaar in officieel kostuum naar de Hoogmis, waar men eerst de pastoor afhaalt aan de pastorie en met hem al trommelend en vendelend de kerk binnentrekt. Het gilde heeft een uitverkoren plaats op het priesterkoor rond het altaar. Gildebroeders fungeren als misdienaar en het koningspaar wordt uitgenodigd om samen met de priester en de misdienaars onder twee gedaanten te communiceren. Was in de eerste jaren de deelname van gildebroeders beperkt tot ongeveer de helft van het aantal, nu is bijna iedereen aanwezig.De liturgie van deze dag is door het gilde samengesteld. Daarin is plaats voor drie gildeliedjes met de H. Antonius als onderwerp. Aan het slot van de hoogmis wordt de eed van trouw aan het Gilde hernieuwd en wordt de pastoor uitgenodigd om samen met het gilde naar buiten de gaan, waar vóór de kerk een vendelgroet aan hem wordt gebracht.Tot slot van het officiële gedeelte wordt een korte optocht door het dorp gehouden.
Al enkele jaren geleden heeft de derde café van het dorp moeten afsluiten bij gebrek aan belangstelling, maar er is nog één café — Café Het Anker — waar het gilde, pastoor, kerkkoor en de bezoekers van de H. Mis kunnen samenkomen.
Het gilde biedt aan iedereen een stuk Antoniusbrood aan - er zijn twee variaties van: één met amandelspijs en één met appel (uitvinding van een bakker uit Gemert ter ere van de patroonheilige van zijn vrouw).
Na de koffie is er een uurtje amusement in de vorm van een troubadour, een cabaretier of een zanger. Het einde van de samenkomst is aanmerkelijk vroeger in de middag dan eertijds door de mannen alleen in acht werd genomen.
Valt 17 januari op een zaterdag of zondag dan is er voor gildebroeders en genodigden een koffietafel. Op een andere dag is een gildebroeder uit De Mortel de gastheer van de "overblijvers".
In plaats van een maaltijd bij families — de families die dat eertijds deden zijn uitgestorven — verzorgt nu bij toerbeurt een gildebroeder uit De Mortel de maaltijd, meestal een maaltijd(erwten)soep met brood. 's Avonds komt men weer bij elkaar in de plaatselijke horecazaak, waar eerst een rikwedstrijd wordt gehouden - waar voor iedereen een prijs te winnen is. Tot slot van de patroonsdag brengt een plaatselijke orkest, de "Zondagavondband", een serenade aan het gilde.
Het is meestal na middernacht als men huiswaarts gaat.
In de kerk en ook tijdens de serenade wordt het Sint-Antoniuslied gezongen. Iedere gildebroeder kent de tekst uit zijn hoofd en anders kan hij deze aflezen van een groen kaartje in de binnenzak van het gildekostuum.
De viering in De Mortel is dus voornamelijk een zaak van de Gemertse gildebroeders, maar inwoners van De Mortel, die naar de kerk geweest zijn, mogen met het gilde het Antoniusbrood eten, op een zaterdag- of zondagviering aan de maaltijd aanzitten, 's avonds meedoen aan de kaartwedstrijd en uiteraard met het gilde feestvieren en genieten van de serenade.
Dit Antonusbeeld is tijdelijk opgeslagen.
Antonius-viering 2014
We bezoeken De Mortel op vrijdag 17 januari 2014.
De koster maakt net de zijdeur van de sacristie open, rechts van de kerk, als we om 9 uur arriveren. We zijn vroeg om in alle rust de Antonius artefacten te kunnen fotograferen.
Het beeld van Antonius staat rechts van het altaar. Best wel een mooi beeld, maar er zitten allerlei witte vlekken op: afbladdering of witkalk. Zijn staf is vast niet de oorspronkelijke; deze is van simpele buizen gemaakt, eigenlijk te lang en niet voorzien van een klokje. Het beeld zou weleens een restauratie mogen ondergaan.
Antonius is gehuld in een bruine monnikspij, en heeft het Franciscaner koord met drie knopen rond zijn middel, met daaraan een gebedssnoer. In zijn linkerhand heeft hij een gesloten rood boek. Zijn varken, levensecht, staat schuin voor hem.
Het retabel stelt me aanvankelijk voor een raadsel. Het linker luik lijkt op de bekende voorstelling van Antonius, waar hij het woord van Jezus hoort en zijn bezittingen aan de armen schenkt, maar hij is hier afgebeeld als een oude man, terwijl dat natuurlijk in zijn jeugd plaatsvindt. Op het rechterluik zijn de twee leeuwen van Paulus te herkennen.
De koster en andere aanwezigen kunnen hierover geen opheldering verschaffen. Men weet niet goed wat hier eigenlijk verbeeld wordt. Maar het kan niet anders. Naderbij gekomen, lees ik de Latijnse tekst. Onder het linker luik staat, “Si vis perfectus esse, vade.” en onder het rechter, “Et vende omnia qua habe. Math. C XIX; 21”. Wat in betekent: “Zo gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt.” Deze uitspraak van Jezus, die volgens de Vita Antonius aanzette tot zijn ascetische levenswijze, maakt toch wel duidelijk dat het hier om hem gaat.
Origens blijkt bij nadere beschouwing dat het linker luik de scène betreft waar Antonius afscheid neemt van zijn zuster, die in een klooster intreedt, en dat het rechter luik de laatste ontmoeting met Paulus voorstelt. Paulus zit, overleden (!), op zijn knieën, geëxalteerd met de armen omhoog, en de twee triest kijkende leeuwen staan reeds klaar om het graf te delven. Wat deze voorstelling enigszins onduidelijk maakt is het feit dat er nog drie personen aanwezig zijn, en dat Antonius niet zelf zijn staf met klokje draagt.
En verwarrend is natuurlijk ook dat de tekst onder de twee luiken niet overeenkomt met de voorstellingen. Dus misschien maakten deze twee luiken oorspronkelijk deel uit van een groter retabel.
Voor het retabel staat een gebedenboek in rood velours en met zilver beslag op een standaard. In het midden van het boek is een zilveren reliëf van Antonius met lange kruisstaf met klokje, en met zijn varken dat vanachter hem tevoorschijn piept.
Als ik klaar ben met fotograferen, gaan we naar Café Het Anker, schuin tegenover de kerk, waar de gildebroeders zich verzamelen. Eindelijk ontmoet ik Lau Huijbers, eredeken van het Gilde St Antonius en St Sebastiaan, met wie ik sinds een paar jaar email contact heb gehad. Ook ontmoeten we de voorzitter, koning en koningin van het gilde. Er is een opgewonden sfeer, iedereen lijkt er zin in te hebben. De gildebroeders leggen de laatste hand aan hun uitrusting, en daarna gaat men naar buiten.

Inmiddels brengt Lau Huijbers het groene gildekazuifel naar de kerk.

Het gilde stelt zich in vol ornaat op en vertrekt al trommelend naar de kerk.
De pastoor wordt aan de pastorie afgehaald door de kapitein en de luitenant en neemt plaats naast het koningspaar. Dan trekt het gilde trommelend en vendelend de kerk binnen en neemt plaats op het priesterkoor. Volgens mijn vriendin die al in de kerk zat, was het een indrukwekkende ervaring hen zo langs te zien trekken en de vaandels over de hoofden te zien gaan.
Nadat het gilde heeft plaatsgenomen zingt het koor:
Heft aan Antonianen

Heft aan Antonianen, wilt nu het opperveld
tot ware glorie paren ter eere van dien held
die van de vroegste dagen tot aan de rand van ’t graf
des werelds welbehagen aan God ten offer gaf.
Aan God ten offer gaf.

Te komen vol van zegen in een dorp met heil beplant,
in het opperdeel gelegen van ’t groot Egypteland,
werd hij van Christenouders, wier adellijk geslacht
een laurier om zijn schouders, deed vechten voor ’t geslacht.
Deed vechten voor ’t geslacht.

Zijn schuldeloze jaren vervlogen in een droom ,
gelijk de snelle baren van eene waterstroom.
Gehoorzaamheid beminde hij van het geheugen af.
dat beeld was niet te vinden, dat hij van deugden gaf.
Dat hij van deugden gaf.

Ziedaar Antonianen het leven van den held,
wiens beeld gij in uw vanen tot glorie hebt gesteld.
Wilt u in zijn stappen treden, leeft zoals hij heeft geleefd,
dan zult gij eens genieten de vreugde die hij heeft.
De vreugde die hij heeft.
Het is dan 10.00 uur en de Hoogmis kan beginnen. In de mis wordt Antonius wel een paar keer genoemd, erbij betrokken, en de lezingen worden gedaan door gildebroeders, maar verder verloopt deze zoals gewoonlijk.
In het uitspreken van het Evangelie wordt gerefereerd aan Matteüs (19,16-23), “Jezus sprak tot hem: ‘Wilt ge volmaakt zijn ga dan naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daar mee zult gij een schat in de hemel bezitten. En kom dan terug om Mij te volgen’.”
Vreemd genoeg verwijst de Pastoor hierbij niet naar Antonius, voor wie deze bijbeltekst de directe aanleiding was tot de ascetische weg over te gaan; noch verwijst de Pastoor naar het retabel achter het altaar, waar deze tekst ook geschreven staat.
Tijdens de mis worden nog de volgende liederen gezongen:
Loflied van de H. Antonius
Gildebroeders van Antonius wilt zingen,
En met goed akkoord uw aller stemmen dwingen.
Zingt van Antoon, uw patroon dieën held
Die het helsch gespuis met het bidden heeft geveld.

Heele scharen duivels zweefden om zijn celle
Die tezamen kwamen om den Abt te kwellen
Maar hij als held trok te veld in ‘t harnas
En versloeg de bende door het bidden ras.

Gildebroeders zamen wilt gestadig werken
Om tot zijner eere alles te beperken
Om door den tijd met jolijt hem verblijd
Lof te zingen in de zal’ge eeuwigheid.


[Voor de langere tekst van het lied, zie pdf]
Laat ons Antonius eens gaan aanschouwen
Laat ons Antonius eens gaan aanschouwen
En eens gaan spiegelen aan deze held.
Want deze spiegel is voor mans en vrouwen,
Voor groot en klein een ieg’lijk ingesteld.
Al wie daar naar tracht te kijken. moet van schaamte haast bezwijken
Hoe dat die Augustijn verbaasd moet zijn
Hoe dat dien overwinnaar van den satan en Gods minnaar
Een engel was gelijk in het hemelrijk.

Den Abt Antonius, leidsman en vader
Van zoveel monniken in de woestijn.
Tot een verwondering van alle gader
Wie nog in de woeste wereld zijn.
Deze abt is groot te achten, slaan wij op hem onze gedachten
Op hem met hart en zin op het gewin.
Aan God zij alle eeren, die door deze Abt komt leeren.
Den mensch tot zijn profijt de zaligheid.
Haalt trommel en vaandel, standaard, schild en pieken,
Komt violisten maakt een melodij.
En zing eenpaarriglijk een stemmig lieken,
Gij mannen van Antonius’ schutterij.
Broeders en zusters te samen, welkers ingeschreven namen
In het broederschapsboek staan, wees blij voortaan,
Dat gij al hebt verkoozen den overwinnaar van den bozen
Den abt Antoon is den patroon.
Welaan schutsbroeders en gij offesieren
Van Sint Antonius ware schutterij.
Voorstanders van zijn leven en manieren
Dat u, o heiligen patroon, lof zij
Die maar strijden krijgt viktorie en hiernamaals de glorie
Voor alle eeuwigheid een luttel strijd
Welaan dan offisieren en die Sint Antonius vieren
Komt laat ons allemaal hem volgen na.
Dan vendelt het gilde voor de pastoor in de kerk. De kapitein en de luitenant van het Gilde begeleiden de pastoor tot voor het priesterkoor. Daar wordt door de vaandrig plechtig de eed van trouw aan het kerkelijk gezag hernieuwd.
Daarna zingt het koor het Sint-Antoniuslied.
Den Abt Antoon Den Abt Antoon, den Abt den heiligen Antoon
Die bidt voor ons bij God den Zoon.
Goddank als wij hier maar, zijn leven volgen naar
Hij krijgt vergiffenis voor eenieder die ‘t ook is (bis).

Zondaars schept moed, zondaars schept maar goeden moed
En valt Antonius te voet.
In zijne kerke, in ’t Mortels kapelleke.
Daar bidt hij vroeg en laat voor eenieder die hem bijstaat (bis).

De goeden Heer, de goeden God en Opperheer
Aan wie zij altijd lof en eer.
Den mensch veel teerder mint als moedershart haar kind.
Betrouw o lieve Zoon op de hulp van Sint Antoon (bis).

Antoon genas, eertijds Antoon den mensch genas
Ofschoon dat hij afwezig was.
Wat man moet hij wel zijn, nu hij ziet Gods aanschijn.
God lof zij Sint Antoon in De Mortel spant de kroon (bis).
Die niet en acht, die Sint Antonius niet en acht
Is waardig, dat hij wordt veracht.
Nochtans men vindt ze wel, hier ook en in de hel,
Wat gasten zijn ze dan, die verachten zulk een man (bis).

Maar gij Antoon, maar gij o heilige Antoon
Zijt onze vriend en de patroon.
Daarom zo zingen wij, dat God in glorie zij.
Die zo Antoon verheft, dat hij ons overtreft (bis).
Zouden wij niet, zouden wij Mortelsche jongens niet
Niet zingen een zoo vrolijk lied.
Ter eere van dien held, die zo dapper trok door het veld
Tegen het helsch gespuis met het teken van het kruis (bis).

Bekoringen, er zijn altijd bekoringen
O mensch na uw herboringen.
Want wie zegt mij, dat hij is van bekoringen vrij.
Daarom houdt voor patroon in De Mortel Sint Antoon (bis).
De pastoor wordt begeleid naar de sacristie.
Bij terugkomst wordt hij binnen het gilde opgenomen, dat trommelend door het middenpad de kerk verlaat, tot op het kerkplein. Na het gilde verlaten de gelovigen de kerk.

Vóór de kerk wordt er nog een vendelgroet gebracht aan de pastoor.
Daarna marcheert het gilde onder tromgeroffel naar café Het Anker.
Vóór café Het Anker wordt nog een vendelgroet gebracht aan de twee eredekenen van het gilde.
Het vendelen is een indrukwekkend schouwspel. Het vereist duidelijk kracht, beheersing en oefening.
Het Vendelen
Ik citeer uit de informatiefolder van het gilde:
Als de vendeliers zich met een vendelgroet presenteren hebben de figuren en bewegingen die zij met lichaam en vlag uitvoeren een speciale betekenis. In dit vendelgebed wordt de strijd tussen goed en kwaad gesymboliseerd. In de verschillende "slagen" met het vendel komt dat gebed tot uitdrukking.
Het bestaat uit drie delen te weten:
  • aanmoediging
  • de strijd tegen het kwaad
  • bidden om de zege

1. Ronddraaien boven het hoofd. Houd je sterk in de komende strijd voor recht en vrijheid. Houd de vlag rein.
2. Draaien om de lendenen. Geef je forse mannenkracht. Laat de vlag om je lendenen draaien, ten teken om te strijden voor recht en vrijheid.
3. Om de knie. Laat de vijand maar strijden, ik tart hem, mijn jonge lichaam is gehard, mijn kracht is groot, ik zal hem dit tonen want ook zonder mijn handen weet ik mijn vlag te verdedigen.
4. Om één been. Laat de vijand proberen wat hij wil, verdedig je tot het uiterste, want ook op één been kan de strijder z'n man staan zolang hij wil strijden.
5. Om de enkels. Laat de vlag steeds draaien, maar houdt ze schoon en rein, al draait ze laag boven de grond.
6. Onder de knieën door en op één been. De vijand probeert mij op de knieën te krijgen, hij wil mij en de vlag vernederen.
7. Achter de rug door en overstappen. De vijand valt mij van achteren aan. maar ik zal hem afweren totdat ik overwin.
8. Overstappen. De vijand probeert mij de vlag te ontnemen. Tussen het goede en het kwade zal de vlag blijven draaien.
9. Achter de rug en onder de knie door. Hoe zwaar is 's vijands druk ook is, de vlag afgeven of laten vernederen, dat nooit.
10. Op alle twee de armen over het hoofd gooien. Mijn vlag, mijn eer, hoe moet ik vechten om u te verdedigen? Wat zal het einde zijn, mijn krachten raken uitgeput en de vijand laat niet los.
11. Opgooien boven het hoofd. Hou de eer hoog en wees edelmoedig tegenover de vijanden.
12. De vlag wordt opgerold. Hoe blij ben ik, hoe dankbaar, mijn vreugde kent geen grenzen. God zij gedankt. De strijd is gestreden, de zege is ons.
Tijdens het oprollen geven tamboers blijk van vreugde door hun roffelen.

Na het vendelen is er een vrolijk samenzijn in café Het Anker. De uitbater van het café schenkt gratis koffie, en het gilde trakteert op Sint Antoniusbrood, eigenlijk een soort gebak.
En er is zang en een conference in lokaal dialect door de Brabantse troubadour Cor Swanenberg, begeleid door de accordeonist Henk Verhagen, waar ieder veel schik in heeft.
De Mortel kent tevens een ruitersclub, onder de naam ‘Rijvereniging St. Antonius Abt’.
Zie Gemert voor meer over de ‘Grüjn Skut’.
Nazareth Oost-Vlaanderen (G 17) Parochiekerk O.-L.-Vrouw en St.-Antonius Abt Maria verering sinds 1240
Interieur van de kerk, met aan de pilaar links het beeld van Antonius, dat hieronder links ook te zien is.
Wat het dorp Nazareth het meest typeert is de “Onze lieve vrouw” kerk met zijn typische toren die als patroonheilige St Antonius heeft. Het beeldje boven de ingang is van Maria.
Een eerste kapel werd gesticht in 1240 als bedevaartkapel door de bisschop van Doornik na een miraculeuze verschijning van O.-L.-Vrouw.
De oude werd kerk vernield door brand na een blikseminslag in 1860. De nieuwe kerk werd ingewijd in 1865 en gerestaureerd in 1972-74.
Er zijn weinig afbeeldingen van deze kerk en Antonius te vinden.
Maar er zouden nog moeten zijn:

Een altaar in de linkerkruisbeuk. Het schilderij boven het altaar stelt het visioen voor van de heilige Antonius abt: "De gekruisigde en stervende Christus".
Een beeld in de linkerzijbeuk.
Nog een schilderij, een "Bekoring van de H. Antonius Abt", Vlaamse school, 17e eeuw in het N.-zijaltaar.
Een ijzeren communiebank met plaasteren medaillons, waaronder een van Antonius.
Mooi Antoniusbeeld. Antonius heeft een gevorkte baard; een T op de schoudermantel. Patronen op de mantel, waaronder vervlochten T en S. Zeer lange kruis-staf. Groot varken met klokje om de hals.
Er is ook een melkerij Sint Antonius in Nazareth, opgericht in 1928.
Over vieringen van Antonius is me niets bekend.
Nederasselt Gelderland
De foto's van Nederasselt zijn gemaakt door Thea Penterman.
In 1890-1891 wordt in Nederasselt aan het Kerklaantje 6 een driebeukige kerk gebouwd in neogotische stijl. In de vorm van de kerk herkent men gemakkelijk de ontwerpershand van architect Pierre Cuypers. De kerk is echter middels aangepaste blauwdrukken van Pierre Cuypers uiteindelijk in de huidige vorm ontworpen door de Roermonder architect C. Franssen die veel samenwerkte met Cuypers.
In 1892 wordt de St. Antonius Abtkerk van Nederasselt ingewijd.
De kerk is niet georiënteerd, de lengteas loopt noord-zuid; het koor is naar het noorden gericht.
Deze kerk verkeert in een goede staat en is erg levendig te noemen. Er zijn veel actieve en toegewijde vrijwilligers die alles onderhouden en regelen en bijvoorbeeld drie koren die de vieringen opluisteren.
Het beeld van Antonius staat in het schip in de zuidwesthoek, dus tegen de toren aan. Het is van hout, gepolychromeerd (gelukkig nog niet "gerestaureerd"); neogotisch; ca. 1890. Antonius heeft een capuchon op, een correcte haardracht en gevorkte baard. In de rechterhand heeft hij een zer lange kruis-staf met grote, gouden klok eraan. Hij lijkt te lezen in een boek op de linkerhand. Een Franciscaner koord met drie knopen om het middel. Zijn varkentje, met slagtanden en zeer menselijke ogen, zit dicht tegen hem aan, half onder de mantel.
Boven de zuidingang is een gebrandschilderd raam van Antonius Abt. Neogotiek; ca. 1890. Antonius heeft een capuchon op en volle baard. Hij heeft een grote, gouden T op de schoudermantel. Antonius heeft een lange ‘zelfbouw’ kruis-staf met klokje eraan gebonden in de linkerhand. Onder de rechterarm heeft hij een gesloten boek.

Kelk. Hoogte 30,5 cm, diam. voet 14 cm; zilver; merken: meesterteken IL 2 (= L.J.H. Loven, Veghel/Roermond, 1868-1927); jaarletter V (=1880); lopend leeuwtje + 2, minervakopje. Zeslobbige, geprofileerde voet, op de lobben gegraveerd in vierpassen: Christus aan het kruis – H. Antonius Abt – de symbolen der vier evangelisten; zeszijdige stam met traceerwerk.

De drie grote Antonius Abt kerken van Overasselt, Nederasselt en Wijchen vormen een opvallende cluster. Ze zijn tegenwoordig, met nog meer parochies, verenigd in "De Twaalf Apostelen". In de Nieuwsbrief van de parochie wordt wel vermeld dat 17 januari de feestdag van Antonius is, maar van bijzondere vieringen op of rond die dag is mij niets gebleken.
Nieuw-Borgvliet Bergen op Zoom, Noord-Brabant Parochiekerk van St. Anthonius Abt 1875
Antonius Abt werd ook in West-Brabant aangeroepen als beschermheilige van varkens en varkenshouders. Na de in gebruikname van een aan Antonius gewijde kerk in Nieuw-Borgvliet in 1864, kon de bestaande verering van 'Sint Tunnis met 't verken' in de regio zich voortaan concentreren op een vaste heilige plaats.
Varkensbezitters uit de wijde omtrek ondernamen sindsdien bij of ter voorkoming van ziekten van hun dieren een bedevaart naar Nieuw-Borgvliet.
De parochiekerk beschikt over een reliek en een beeld van Antonius.

Theca met reliek
Vermoedelijk reeds aan het einde van de 19e eeuw werd op 17 januari, de feestdag van de heilige, een varkenskop voor het altaar van de heilige geplaatst; deze kop, die soms versierd was, werd geschonken door een van de plaatselijke slagers.
Nadat de verering van de heilige was beëindigd, werd de varkenskop door de koster bij het altaar weggehaald en trokken de kerkgangers naar de herberg. Daar werd de kop bij inzet verkocht om vervolgens door de koper te worden teruggeschonken en telkens weer opnieuw te worden verkocht. De opbrengst was bestemd voor de kerk.
Aan dit gebruik is in 1964 een einde gekomen.
Aan het begin van de jaren negentig werd de kerk omgebouwd tot wijkcentrum en kinderdagopvang. Maar een kapelletje met een beeld van Antonius werd behouden
Antoniusaltaar en -beeld; door boeren uit de omgeving worden varkenskoppen aangeboden, ca. 1950.
Toen ook is de 'Ouderensoos Nieuw-Borgvliet' op de feestdag van de heilige weer begonnen met een viering. Daarbij wordt, na een dienst ter ere van de H. Antonius Abt, een maaltijd gehouden met verschillende soorten varkensvlees, onder meer ribbetjes en hammen. Aansluitend wordt onder de aanwezigen een bingo wordt gehouden met als hoofdprijs een opgemaakte varkenskop, beschikbaar gesteld door een plaatselijke slager.
Antonius Abt Gedicht van Bert Bevers
De lens scherp: deze trage stenen vader in snelle dagen
ligt hier rustig, als een kei gekapt voor de wind. Met blik
en stoffer zijn in hem van jarenoude zangen echo's

op te vegen, eens gevangen in het koor nu neer gegleden
tussen offerblok en biechtstoel. Dit sacramentenhuis raakte
inmiddels zwaar ontvolkt, doch kolkt nog van gebeden.

In wieroken herinnering de wanden glanzen dof, en in
het stof langs glas-in-lood komt stilte nauwelijks tot bedaren.
Veel buren waren hier van doop tot trouw tot in de dood.

Maar dit gebouw behoudt een hoop: de muren blijven
leven bergen, vormen ook voor kinderen op komst straks
het decor van jeugdherinnering, van werelds thuis.

En God? Die knijpt een oogje toe, verheft zijn hart.

Nijmegen
Er zijn of waren drie Antoniuskerken in (en oorspronkelijk om) Nijmegen, en er is een Sint Anthonispoort.
Hees
Deze kerk, in de Dennenstraat, werd in 1880 gebouwd in neogotische stijl. Voor het ontwerp tekende de beroemde architect P. Cuypers, die onder andere het Rijksmuseum te Amsterdam had gebouwd. De toren van de kerk, met een met leien bedekte spits, reikt tot 60 meter hoogte. Binnen bevindt zich een kruisbeeld uit de 15de eeuw, dat tot 1815 in een Dominicanenklooster in het Duitse Kalkar hing.
De zeer drukke polychromering van het interieur is in de jaren zestig [helaas] vervangen door een sobere bepleistering; bewaard bleef slechts de rijke beglazing.
De enige afbeelding die ik kon vinden
waarop Antonius in deze kerk te zien is, is dit vaandel.
Zijn varken staat achter hem.
Neerbosch
Alhoewel een groot deel van het dorp is verdwenen dan wel opgeslokt door de uitbreiding van Nijmegen, is een oorspronkelijk deel van Neerbosch bewaard gebleven aan de Dorpsstraat, met als meest karakteristieke gebouw het in gotische stijl opgetrokken witte kerkje van Neerbosch.
Dit kerkje is eind 14e eeuw gebouwd en is sindsdien nauwelijks gewijzigd. De toren is in 1438 gebouwd en het kerkje in 1456 vernieuwd. Tot de protestanten het kerkje in 1591 overnamen van de katholieken, was de kerk gewijd aan Antonius Abt.
Tegenwoordig is de kerk in gebruik als showroom voor liturgische kleding van Stadelmaier B.V., tevens functioneert de kerkklok nog steeds.
Het gebouw is een Rijksmonument.
Hatert
Er was een "oude" St. Antonius Abt kerk in Nijmegen-Hatert, die werd gesloopt in 1967, "omdat-ie een brug over het erachter lopende kanaal in de weg stond". De opvolger hiervan, in gebruik genomen 1965, is ongeveer 2004 ook weer gesloopt en vervangen door een kleinere kerk.
Sint Anthonispoort
Ik ga ervan uit dat de poort vernoemd is naar Antonius Abt, hoewel ik dat in de diverse beschrijvingen niet bevestigd heb gezien. De geschiedenis rond Maarten Schenck heeft de oudere geschiedenis overvleugeld.
De Sint Anthonis- of Maarten Schenckpoort is één van de weinige stadpoorten van Nijmegen die nog overeind staan. De poort biedt vanaf de Waalkade toegang tot de stad.
In 1589 belegerde de veldheer Maarten Schenck de stad in naam van de Republiek. In de nacht van 10 op 11 augustus probeerde Schenck via de Sint Anthonispoort de stad in te nemen, maar de burgers van Nijmegen wachtten hem op en dreven hem met zijn troepen terug. In paniek vluchtten zij naar hun boten op de rivier. De boot van Maarten van Schenk sloeg echter om en hij verdronk door zijn zware harnas. Het lijk van Maarten Van Schenk werd uit de rivier gevist en als wraak werd het onthoofd en in vieren gedeeld.
Het hoofd werd bij de Sint Anthonispoort ten toon gesteld en de overige stukken werden als afschrikwekkend voorbeeld bij andere poorten opgehangen. Toen Maurits van Nassau de stad in 1591 innam zorgde hij er onmiddellijk voor dat Maarten van Schenk met alle eer in de Sint Stevenskerk werd begraven.
Nistelrode Noord-Brabant Gilde Sint Antonius Abt - Sint Catharina 1617
In het pittoreske Brabantse dorp Nistelrode wonen, leven en werken de leden van het in 1991 heringerichte gilde Sint Antonius Abt - Sint Catharina.
In een oud handschrift werd het zilverwerk van het gilde beschreven. Het oudst genoemde koningsschild van het Sint Teunis gilde dateerde uit 1617. Uit archiefstukken is bekend dat in Nistelrode twee gilden hebben bestaan vanaf hun oprichting tot het jaar van de ontbinding in 1855. Van de oprichting en naamgeving van het Sint Catharina gilde is tot heden niets bekend.

In 1834 wilde de geestelijkheid van de parochie Nistelrode een kerk bouwen op een stuk grond waar de kapel van het St. Teunis gilde stond. De kapel stamde uit de 15e eeuw.
De toenmalige kerk, die aan de rand van het dorp stond, was oud en vervallen.
De geestelijke schreef aan de vicaris dat de gilden "…door trubbels niet meer geteerd hadden." Welke trubbels dat waren schreef hij er niet bij. En in 1839 kreeg de toenmalige pastoor het voor elkaar dat de gilden de kapel en een deel van hun bezittingen aan de kerk schonken. De kapel werd afgebroken en op deze plaats staat de huidige Waterstaatkerk.

Waarom is het gilde in Nistelrode heringericht?
In deze jachtige en afstandelijke samenleving gaat veel van ons erfgoed verloren en is niet meer terug te halen.
Mede daarom spraken de uitgangswaarden dienstbaarheid, trouw en broederschap van het gildenwezen een groot aantal dorpsgenoten aan. De tradities respecterend werd in 1991 het gilde in Nistelrode in zijn oude luister hersteld die met de naamkeuze de doelstellingen van beide voormalige gilden willen voortzetten.
Heringericht in een tijd waarin de vrouw volledig is geëmancipeerd brengt met zich mee dat binnen ons gilde vrouwelijke leden dezelfde rechten als de mannelijke leden hebben.

Het gilde heeft zijn gildehuis op de Gildenhof aan Hoge Akkers te Nistelrode.
Op het schilderij zien we Antonius met een fraaie T-staf in de linkerhand, en met een gouden T op de schouder. Voor Antonius staat zijn nogal grote en zwarte varken of zwijn. Het wiel van Catharina is rechtsonder in beeld.
Gedenkboom voor onze overleden gildeleden.
Geflankeerd door onze gildenheiligen hangen aan de takken van een eikeboom, die vruchten draagt als symbool van voortplanting, zilveren schildjes. Op ieder schild staat de naam van een overleden gildelid met de jaartallen van lidmaatschap. Op de achterzijde ervan staan de uitgeoefende functies bij het gilde.
Er kunnen maximaal 6 schildjes in de boom hangen, het schildje van het meest recent overleden gildelid hangt bovenin waarmee de andere een plaats naar beneden opschuiven.
De 7e en oudere schildjes worden in een speciale zilverkastje opgeborgen.
Er zijn 45 leden aangesloten bij het gilde. De overheid van het gilde bestaat uit een Hoofdman, Vice Hoofdman, Deken - Schrijver, Deken Rentmeester, Deken - Wapenmeester, Gildenkoning, Schutterskoning, Vaandrig en Archivaris.
Een jeugdige Antonius heeft een fraaie T-staf met gouden T in de rechterhand, en heeft een gouden T op de schouder; en er is nog een gouden T in de top van de boom, boven in het wiel van Catharina. Achter Antonius ligt zijn varkentje.
Nuenen - Eeneind Noord-Brabant 14e eeuw
De oude kapel van Opwetten
Het gehucht Opwetten aan de Kleine Dommel even ten zuiden van Nuenen, behoorde in de jaren 1348-1349, toen de kapel gebouwd werd, tot de gemeente Boord ende Wetten. Daaronder vielen Boord, Opwetten, Wettenseind, Eeneind en Coll. Te Opwetten stond toen het Slotje, een kasteeltje toebehorend aan de heren Van Eijck van Berckel.
Toen in de jaren 1348-1352, de gevreesde pestziekte ook in deze streken toesloeg, bleef Opwetten opvallend daarvan gespaard. Waarschijnlijk kwam dat door de geïsoleerde ligging vanwege de afscheiding door de Kleine Dommel en de Refelingese Loop. De ziekte, die werd overgebracht door de huisratvlo, is daardoor niet tot in Opwetten doorgedrongen.
In Opwetten was toen al een Schutterij of Antoniusvereniging die tot taak had de pestlijders bij te staan en de overledenen te begraven. Deze broeders bleken immuun te zijn voor de gevreesde ziekte. Daarom werd er ter ere van Sint Antonius een kapel gebouwd. Want Antonius werd door de mensen aangeroepen bij allerlei ziektes. Vooral bij het "Antoniusvuur", een ziekte die werd veroorzaakt door het eten van moederkoren.

Een foto die in dehuidige kapel hangt,
met als onderschrift: "± 1915 Antoniuskapel in verval."

De nieuwe kapel van Nuenen
In 1648 (vrede van Munster) werd de kapel voor de Katholieken gesloten en aan de Hervormden toegewezen, terwijl haar goederen door de rijksoverheid werden aangeslagen.
In 1874 wordt de kapel ingericht als bewaarplaats van verdachte en dronken personen. Later nog deed zij dienst als opslagplaats van ijzer voor de plaatselijke smederij.
De kapel raakt vervolgens in verval en in 1917 wordt de kapel verkocht en afgebroken.
De Sint Antoniusschut was haar binding met Opwetten kwijt geraakt.
In de loop der tijden is "de Schut" langzaamaan naar het Eeneind getrokken, en waren er in Opwetten geen leden meer. Toch werd de kapel niet vergeten, want regelmatig spraken de schutsbroeders over een eventuele herbouw van de kapel.
In een maandelijkse gilderaadsvergadering in 1985 komt er plotseling weer schot in de zaak. Staande de vergadering wordt er een kapelcommissie benoemd die tot taak heeft de voorbereidende werkzaamheden te verrichten.
De eerste steen wordt gelegd door Henk Deelen, de Hoofdman van de Sint Antoniusschut in 1987.
Gildebroeder en kunstsmid Huub Bemelmans, heeft een sierhek en een replica gemaakt van het oude kruis van de kapel van Opwetten. Het oude kruis krijgt een plaatsje in de kapel zelf.

De missionaris/beeldhouwer Omer Giellet uit Breskens heeft een St. Antonius Abt beeld gemaakt in Afrikaanse stijl.
Zo te zien — bij mijn bezoek op 17 mei 2005 — aan de vele bossen bloemen, niet echt verlept nog, vindt er nog steeds actieve devotie plaats.
St. Tunnis golfwedstrijd
 
Johann de Boer, voormalig voorzitter van de wedstrijdcommissie van Golfclub De Gulbergen uit Nuenen heeft een beeldje van Teun met het Verken aan de club cadeau gegeven als wisseltrofee voor een jaarlijks te houden St. Tunnis golfwedstrijd ter herinnering aan de beschermheilige van alle golfers. De eerste wedstrijd werd op 19 juni 2009 gespeeld.
Een nieuwe traditie!

Zie ook Havré, voor meer over Antonius als beschermheilige van de golfers.
Nukerke Oost Vlaanderen O.-L.-Vrouw Hemelvaart kerk 17e eeuw
De heilige Antonius-abt is de tweede beschermheilige van de parochie.
Op 17 januari wordt het naamfeest van de heilige Antonius abt herdacht. Een noveen wordt er nog steeds in ere gehouden, waarin gebeden wordt om een bijzondere gunst te verkrijgen. De solemniteit heeft plaats in de kerk op de 17e zelf of op de eerste zondag erna met een vocale opluistering van het parochiekoor en wordt afgesloten met de verering van de relikwie van de heilige en het aansteken van een offerkaars.
Het jaarlijkse Sint-Antoniusfeest werd enkele jaren terug weer in leven geroepen door een enthousiast feestcomité. Dan wordt er in het parochiaal centrum van Nukerke een feestmaal opgediend.
Vooral als beschermer van het vee tegen ziekte wordt Sint-Antonius-abt in Nukerke vereerd.

Tijdens ons bezoek op zaterdag 11 augustus 2007 kijken we eerst rond in Etikhove, waar we menen dat de kerk zich zou moeten bevinden. Maar na informatie die we in een plaatselijk café bekomen, blijkt dat de kerk zich in Nukerke bevindt. We spoeden ons er heen en zijn nog net op tijd voor de dienst.
Ik maak wat foto’s van het Antoniusbeeld voor in de kerk, en wordt daarop benaderd door de koster, en even later ook de pastoor, die zeer behulpzaam informatie verschaffen en beloven om me na de dienst nog wat relieken te laten zien.
De dienst wordt toch nog aardig bezocht. Er zijn zo’n vijftig mensen, en niet allemaal bejaarden, maar zeker ook mensen van middelbare leeftijd en zelfs wat jongeren.
Maar de belangstelling is toch wel in die mate afgenomen, vertelt de pastoor, dat er in januari geen jaarlijkse processies meer zijn, maar dat er alleen een speciale mis is, waarbij het reliek getoond wordt. Er zijn nog jaarlijkse ruiterommegangen, maar die zijn niet echt toegewijd aan Antonius, hoewel zijn reliek daarbij nog wel vereerd wordt. En tijdens welke, zo lijkt het, het bedevaartvaantje nog wel uitgedeeld wordt, evenals een kleine medaille en een gebedskaart, waar wij ook exemplaren van krijgen.
Bedevaart-vaantje
De theca met Antoniusreliek.
Boven de deur tot het kerkportaal bevindt zich een reliëf met de voorstelling van ‘Bedevaarders ter verering van Sint Antonius abt’. Het was vroeger gekleurd, net als de reliëfs in de muren, maar is nu wit geschilderd.
In het midden van de voorstelling is met moeite de beeltenis van Antonius met varkentje te onderscheiden.
Antonius wordt vereerd door (links) een boerenfamilie — man, vrouw, jongetje — met koe en schaap; en (rechts) een religieuze groep bestaande uit een asceet, een non, een pelgrim (met St. Jacobsschelpen), voor hem een opgekrulde hond, en een monnik.
In de buitenmuren om de kerk heen bevinden zich reliëfs, als een soort “staties”, met episodes uit het leven van Antonius.
   
(Boven v.l.n.r.) Antonius geeft zijn bezittingen weg; hij ontmoet Paulus van Thebe (met raaf en broodje in het midden); en hij strijdt met de duivel (nu al geassisteerd door zijn niet-Egyptische varkentje).
(Links) Hij geneest de zieken (in gezelschap van zijn varkentje).
(Rechts) Antonius sterft omringt door zijn leerlingen.
Hoewel we deze soort reliëfs in de buitenmuren om een kerk heen nog niet eerder aangetroffen hebben, zien we daar op deze tocht wel drie voorbeelden van. Behalve dus deze in Nukerke, zien we het ook bij de kerk van Schuiferskapelle en de kerk van Dikkele (deze laatste toont evenwel beeltenissen van Antonius van Padua). En op latere tochten zien we ook dergelijke reliëfs aan de muren van de kerken van Kleit en Donk. Zouden dit soort reliëfs een specialiteit van deze streek zijn? Vergelijk dit ook met de op koper geschilderde ommegang van Sint-Antonius in Sint-Maria-Horebeke.
Boven het eikenhouten zijaltaar rechts staat:
MAGNO PROTECTORI NOSTRO.

Het 18e eeuwse altaar omvat een schilderij. Volgens de site zou het “de Verzoeking van de Heilige Antonius abt” voorstellen, maar "Bezoeking" lijkt mij een correctere term. Onder zijn blote linkervoet verpletterd hij een schrikachtig opkijkende, menselijk aandoende duivelsgestalte. Zijn linkerhand wijst naar een tekstscroll. Aan zijn rechtervoet zien we zijn varkentje. Het is ‘volkse’ (en Europese) verbeelding van Antonius met zijn assistent in de overwinning op de duivel.



Op het altaar vóór dit schilderij staat trouwens een beeld van Antonius van Padua. Vroeger stond daar het massief eikenhouten polychroombeeld van Antonius Abt, maar dat is naar de ingang van de kerk verhuisd zodat de gelovigen het makkelijker kunnen vereren (volgens de koster).
Op het brandglasraam in het Sint Antonius koor staat hij afgebeeld met een lange T-staf met klokje, en zijn varkentje schurkt zeer liefdevol vanachter tegen hem aan en kijkt met devotie naar hem op.
Het eikenhouten beeld van Antonius is bijzonder fraai. Hij heeft een gelobde kruisstaf met een klokje eraan in de hand en naast hem staat een zeer klein varkentje. Zijn gewaad is versierd met bloemmotieven.
Op de muur achter het beeld van Antonius voor in de kerk, was tot 1980 een muurschildering van kunstenaar Luc Vertstrate uit Eeklo (anno 1960) “Sint-Antonius, sta ons bij”, maar die is met grijswitte kalk overgeschilderd.
De verf is overigens overal aan het afbladderen; de kerk maakt een wat verwaarloosde indruk.
 
Nuland Noord Brabant Gilde St. Antonius Abt 16e eeuw

Het vaandel van het gilde.
Het Antonius-beeldje, waarvan exemplaren tijdens speciale gelegenheden weggeschonken worden.
Het Gilde Sint Antonius Abt is hoogstwaarschijnlijk opgericht als een broederschap die zorgend en biddend door het leven ging. Veel gilden en broederschappen die hulpbetoon en het geloof centraal stelden, namen Antonius Abt als patroonheilige.
Op de meeste plaatsen waar Antoniusgilden actief waren, zorgden zij voor zieken en slachtoffers van besmettelijke ziekten. Ook de organisatie van begrafenissen namen zij voor hun rekening.
Het beeld van Antonius in de Parochiekerk H. Johannes Onthoofding.
Hij heeft wel een zeer aparte staf in de linkerhand; ik vermoed dat Antonius in zijn rechterhand ooit een klok had.
 

Na een aantal jaren is het Gilde Sint Antonius Abt zich ook gaan bezighouden met schieten. Of het daarbij alleen om het vermaak ging of ook om de verdediging weten we niet. Algemeen wordt aangenomen dat veel broederschappen zich wapenden om de bevolking en het dorp te kunnen beschermen.

Dat het gilde 1599 aanmerkt als het jaar van oprichting, is omdat het oudste schild uit dat jaar dateert. Dat het gilde Sint Antonius Abt ouder is lijkt wel zeker. Zo zijn er verschillende redenen om aan te nemen dat het gilde rond 1550 is opgericht.
Een eerste aanwijzing daarvoor is dat het patroonsjuweel volgens zilverdeskundigen rond 1540-1550 is gemaakt.

Vanuit de hemel kijkt Antonius toe bij het schieten.

Op dit juweel is een varken en een boom met pijlen gegraveerd. Daarnaast bevat het twee kleine, vergulde beeldjes van de heilige Antonius en de heilige Sebastiaan. Het gilde kende in de beginjaren dus waarschijnlijk twee patroonheiligen.
De teerdag van het Gilde valt op 17 januari, de feestdag van Sint Antonius, of op de eerste zaterdag erna.
De inhoud van de teerdag is in de loop der eeuwen sterk veranderd. Zo werden vroeger op de teerdag alle rekeningen voldaan. Ook was de teerdag het moment waarop nieuwe leden toetraden en anderen afscheid namen.
Met dank aan Gerry van der Schoot, Hoofdman Gilde St. Antonius Abt - Nuland.
Meer St. Antonius plaatsen L-N


St.-Antoniuskapel in Nerm

  • Lede, Oost-Vlaanderen (I 17)
    Drie T's in het stadswapen. Een kapel aan de Processieweg - Wanzeledorp.
  • Lengel (NL)
    Schuttersvereniging St. Antonius.
  • Lexmond, Hei en Boeicop (NL)
    Schuttersgilde St. Martinus en St. Antonius.
  • Linde (NL)
    Sint-Antonius en Mariagilde
  • Loenen (NL)
    Een kerk, in 1849 ingewijd met als beschermheilige St. Antonius Abt, ter vervanging van een Antonius schuilkapel.
  • Loo (NL)
    Een St. Antonius Abtkerk uit 1875 in Loo (gemeente Duiven).
  • Mierlo - Hout, Helmond (NL)
    Gilde Sint Antonius Abt
  • Moerkerke (F 15)
    Op de vier hoeken van het kerkhof staat een kapelletje ter ere van Sint Antonius.
  • Mol (Donk) (BE)
    Een St.-Antonius Abt kerk aan de Sint-Antoniusstraat.
  • Naaldwijk (NL)
    Bedevaarten ter ere van St. Anthonius Abt en St. Adrianus.
  • Nederhasselt (BE)
    Jaarlijkse varkenskoppen-verkoop.
  • Nerm, Hoegaarden (BE)
    Een St.-Antoniuskapel met behalve Antonius onder meer ook vijf lieveheren en zes lievevrouwen.
  • Nevele, Oost-Vlaanderen (BE)
    Kapel van Sint-Antonius Abt of "Zande Kapel", Zandestraat 40, in 1901 gebouwd ter vervanging van een ouder kapelletje.



Het stadswapen van Lede en de Antoniuskapel in Lede.

Zande Kapel in Nevele.

Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Dolf Hartsuiker