Vita Antonii Abba's Iconografie Vuur Antonianen Kunsten Cultus Folklore Plant Dier Literatuur Paulus Hilarion Maria Simeon Adolphus
Nederlands Frans Italiaans Spaans Portugees Koptisch Duits Orthodox Engels Amerikaans Aziatisch
Antonius beelden in Belgische niet-Antonius plaatsen H-L
Plaatsen A-B C-G H-K L-N O-R S T-Z Beelden A-B C-G H-L M-O P-S T-Z Kalender Kaart
Herentals. Hoogstraten. Ieper, 2015. Leuven. Liège. Lier.
Veel foto's zijn afkomstig van het Belgische Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium.

Halle-Booienhoven, Kerk Sint-Bartholomeus; 1800-1899. Hamipré, Église Notre-Dame; 1691-1710. Harre, Saint-Antoine, Église Saint-Antoine de Padoue; 1601-1700. We zijn een paar maal in Harre geweest, maar hebben dit beeld niet gezien.

Hasselt, Kerk Sint-Quintinus en O.L.Vrouw; liturgisch gewaad uit 1501-1600, Antonius als onderste borduursel, en een muurschildering uit 1451-1500.
Antonius met tonsuur en halo, klokje en gesloten boek in de linkerhand; staf in de rechterhand.
Havré, Église Saint-Martin ; cylinder-relikwiehouder uit 1626 tot 1650, afkomstig uit de kapel Saint-Antoine-en-Barbefosse.

Heers, Kerk Sint-Martinus; drieluik door Anthoinette van de Crohin, 1614, gesloten, met Antonius Abt (varkentje achter hem) en Paulus van Tarsos achter de priester/opdrachtgever.
Herentals
Sint-Waldetrudis kerk
Glas-in-loodraam, 1588. De kleurenfoto's zijn van Jan van Hoek.
Het raam is gedoneerd door het kolveniersgilde Sint Antonius, en toont twee saters die met haakbussen mikken op een koningsvogel op de top van een obelisk.
Een prachtige Antonius, met gouden klok en korte staf in de rechterhand; open boek en bidsnoer met T-kruis op / aan de linkerhand. Boven zijn hoofd hangt een klokje aan een T. Zijn varkentje staat links achter hem, op de voorgrond zien we wat gestyleerde vlammen.
Een drieluik
Het lijkt erop dat het drieluik oorspronkelijk een andere centrale voorstelling had. De huidige combinatie van Antonius op het centrale luik met op de zijluiken afbeeldingen van de Tocht naar Egypte is nogal vreemd.

Deze voorstelling van Antonius, een 'verzoeking' door een vrouw met gouden kelk (een soort Magdalena), en een 'bezoeking' door twee demonen, is vrij veel voorkomend.
Antonius, gekleed in blauwe mantel met een kleine lichtblauwe T op de schouder, wijst met zijn rechterhand op de bijbel, naast de crucifix, om steun en kracht te verwerven.
En hij wijst impliciet ook op zijn varkentje, dat onder de tafel ligt, als steun en toeverlaat.
In het midden van het weelderige (niet-woestijnachtige) landschap is een toren zichtbaar die enigszins doet denken aan de obelisk van het glas-in-lood raam.


Heist-op-den-Berg,
Kerk H. Hart;
1891-1900.
Ik denk dat deze jaartallen niet kloppen. Het beeldje maakt op mij eerder een 16e eeuwse indruk. Correct hoofddeksel, gespleten baard, open boek in de rechterhand, bidsnoer met grote kralen en korte staf in de linkerhand, opkijkend varkentje.
Heist-op-den-Berg,
Kerk Sint-Lambertus;
1801-1900.
Antonius, met twee T's op de schoudermantel, steunt op een soort wandelstok in de rechterhand. Hij heeft een open boek op de linkerhand (met daaronder nog een klokje?). Zijn varkentje staat naast hem.

Herenthout, Kerk Sint-Pieter en Pauwel,1841-1860.
Antonius, met grote A en T op de schoudermantel, steunt op een korte staf in de linkerhand. Hij heeft een open boek op de rechterhand. Zijn borstelig varkentje met klokje om de hals staat half onder zijn mantel.
Herquegies, Église Sainte-Anne; 1401-1500.
Antonius, met correcte muts, steunt op een korte knoestige kromstaf in de linkerhand. Hij heeft een gesloten boek en klok op / aan de rechterhand. Zijn varkentje kijkt naar hem op.
Hever, Kerk O.L.Vrouw; 1591-1610.
Antonius steunt op een medium-lange T-staf in de rechterhand. Hij heeft een open boek in de linkerhand. Hij staat in de vlammen. Zijn varkentje kijkt naar hem op met opgetrokken pootje.

Herselt, Kerk Sint-Servaas; monstrans, 1703, met Jozef met Jezuskind en Antonius. Holsbeek, Kerk Sint-Maurus; 1501-1510.
Antonius, met fraai hoofddeksel, steunt op een korte knoestige kromstaf in de linkerhand. Hij heeft een gesloten boek op de rechterhand. Zijn varkentje kijkt naar hem op met opgetrokken pootje. Er lijken wat vlammen te zijn.

Hoegaarden, Gemeentehuis; beeld, 1601-1800, afkomstig uit Sint-Antonius Kapel te Nerm.
Hooglede, Kerk Sint-Amandus; phylacterium, 1791-1810.
Een klein varkentje naast de toso van Antonius.
Hoogstraten Sinte-Catarinakerk
Beelden
De kleurenfoto's uit Hoogstraten zijn van Jan van Hoek; de zwart-wit foto's zijn van de Belgische inventarisatie site.
Beeld door Jan Gerrits, 1897; (links en rechts).
De klok is blijkbaar verloren gegaan. Zeer fraaie mantel met bloemmotieven. Levensecht varkentje, nog net onder de slip van de mantel.
Beeld door Nicolas van der Veken, 1676-1700. Opgetrokken pootje van het varkentje.
Patronage
De teksten hieronder die ontleend zijn aan het boek “De kerk van Hoogstraten” van Lauwerys, de Deken van deze kerk, die de grote inspirator was bij de wederopbouw vanaf 1945, heb ik in donkerblauw weergegeven. Lauwerys becommentarieert niet alle details op de koorbanken, ramen en tapijten, en soms geeft hij een onjuiste voorstelling, maar toch heb ik ervoor gekozen zijn teksten integraaal weer te geven.
Antonius was de patroon van graaf Antoon de Lalaing, die hem [in de kerk van Hoogstraten], [een] beeld en twee taferelen onderaan in het gestoelte, [en] een reeks van drie wandtapijten met zijn levensgeschiedenis wijdde, waarvan er één verloren is.
Vrau Jacobe (links) ofwel Jacoba van Beieren (1401-1436), gravin van Holland en Zeeland; en haar gemaal Frank van Borselen (1390-1470), Heer van Sint Maartensdijk (rechts en rechtsonder).
Beiden dragen een identiek collier met T en klokje.
Frank van Borsselen, Heer van Hoogstraten, behoorde tot de Orde van St.-Antonius, welke in 1095 door paus Urbanus II werd goedgekeurd en welke over heel Europa en in het Oosten verspreid was. Als dusdanig staat hij afgebeeld op een portret uil de 15e eeuw, in het Rijksmuseum, te Amsterdam (rechtsboven). Aan de band van de orde hangt een T uit blauw glazuur met onderaan een klokje.
Zijn gemalin, Jacoba van Beieren, was beschermvrouw van een priorij van die Orde te Barbefosse, bij Mons. Zij hebben wellicht bijgedragen om de verering van St.-Antonius te Hoogstraten te verspreiden.
Frank of Borsalia, Erle of Offernant, Lorde of Voirne, Zuylen, Hochstraten, Kortkene, de la Veer, Hilhinge, Zandemburg, Zutcheneland, y Land of brill, & St Martins dyke; knight of y order of St Anthony.
Glas-in-lood ramen
De glas-in-loodramen van (Anto(o)n Evertsoen (Evertz)), 1535, en in de 19e eeuw gerestaureerd door Capronnier.
Filip van Habart en Antonia de Lalaing. Het raam werd vernield in 1944 door de Duitse troepen op terugtocht die de kerk dynamiteerden.
Antonius met boek, staf, klokje en varken.
Boven een vloer, waarvan de vierkante plaveien ingelegd zijn met gouden sterren en cirkels, knielt graaf Antonis de Lalaing op een bidstoel met groene draperie. Ervoor liggen zijn zwartmetalen strijdhandschoenen en zijn helm. Over zijn harnas draagt hij op zijn wapenrok en zijn linkerschouder zijn wapen met 10 zilveren ruiten op keel en met de band van het Gulden Vlies, en aan zijn zijde, het zwaard met verguld gevest. Op zijn hoofd prijkt de gravenkroon met paarlen.
Zijn patroon, St.-Antonius, met lange baard, gehuld in een grauwe kluizenaarspij, staat achter hem, steunt met de rechterhand op een stok en houdt in de linkerhand een vergulde bel. Heel de achtergrond is gevuld met een gevarieerd landschap, waarin we zowel een schip op het water, als herten en mannen naast een bos, een kasteel met ophaalbrug en burchten boven op de rots kunnen onderscheiden.
Gravin Elisabeth van Culenborg knielt insgelijks op een groene bidstoel en kijkt devoot in haar opengeslagen kerkboek. Onder haar paars kleed met brede mouwen draagt ze een fijnbestikt kleed met gefronste mouwen en erboven een mantel uit goudbrokaat, waarop haar familiewapen geborduurd is...
Aan haar linker pols [aan een ceintuur] bengelt een ivoren medaillon met de afbeelding van Christus aan het kruis tussen Maria en Joseph. Op haar hoofd draagt ze een eenvoudig kapsel, zoals op haar praalgraf, dat Capronnier ongetwijfeld tot model gediend heeft.
Achter haar staat de H. Elisabeth van Hongarije, gekleed in goudbrokaat en behangen met een rode mantel, gevoerd met hermelijn. Terwijl ze haar rechterhand legt op haar beschermelinge, laat ze de gouden kralen van haar rozenkrans tussen de vingeren van haar linkerhand doorglijden.
Onderaan, in de buitenpanden, dragen twee engeltjes een schild met de initialen A-L n E-C; in de middenvakken prijkt onder de graaf zijn wapen als Gulden Vliesridder onder een helmsieraad, bekroond met een vogel; onder de gravin, haar ruitvormig wapen, door een rijk uitgedoste vrouw aan een lint opgeheven.

Een interessant detail van het raam hierboven rechts (daar niet zichtbaar) is het rood-wit geblokte wapen van Karel II De Lalaing, neef van Antoon De Lalaing waaromheen een collier van de orde van het gulden vlies is gedrapeerd met daarin vlammende vuurstenen. Dergelijke vuurstenen komen ook voor op de tapijten in deze kerk (zie hieronder). Ook het engeltje trouwens, links van het wapen, heeft een vlammende pijl.
Vuurstenen, waar op "magische" wijze vuur uit geslagen kan worden, passen wel bij Antonius als beheerser / brenger van het vuur. Maar misschien heeft het 'slechts' een heraldische betekenis.

Nog een verwijzing naar vuur: In de spitsboog leest men te midden van arabesken, op dooreengestrengelde banderollen, tweemaal de leuze [van Gravin Elisabeth van Culenborg]: Ignis omnia consumat: Dat het vuur alles verslinde (of: voltooie) !
Deze leuze staat in verband met Culemborg, waar ze ook te lezen staat boven de ingang van het stadhuis.

En waar ook een Antoniuskerk is.
Antoon de Lalaing, de kleinneef van de 1e graaf, en zijn gemalin, Eleonora (of Anna) de Montmorency, knielen voor een bidstoel met een wijnrode bebloemde draperie, met erop een open boek. Hij zit op een groen kussen, met 10 zilveren ruiten op zijn rode wapenrok, boven zijn verzilverd harnas, en draagt zijn zwaard met verguld gevest aan zijn zijde. Helm en handschoenen liggen vóór hem en de kroon met paarlen prijkt op zijn hoofd.
Achter hem staat St.-Antonius met een volle baard, in bruine pij en mantel, met een stok en een bel in de hand en een T op de schouder.
De gravin, met een even jeugdig en expressieloos gelaat als de graaf zelf, draagt ook een kroon op haar kapje en 10 zilveren ruiten op haar met hermelijn gevoerde rode mantel. In licht-rozig kleed knielt zij op een rood kussen.
Haar patrones is de H. Anna, met groen gewaad en witte hoofddoek, vergezeld van Maria, in wit lijfje en blauwe rok, lezend in een boek.
Een landschap met kerk, kapel, kasteel en allerlei boomsoorten vult de achtergrond.
Opzij prijken zuilen met bovenaan putti en twee engeltjes met festoenen, onder een boog, en erboven een balustrade; in de top: zilveren arabesken op goud, rond het woord DOMINI, waarbij het jaartal [1531] ontbreekt.
Onderaan staan twee wapens: dit van de graaf, met parelkroon; dit van de gravin: half Lalaing, half Montmorency: op zilver met adelaartjes van sabel, kruis van keel. Ondertekend: J. B. Capronnier, 1888.

Antonius heeft hier een tonsuur.
Wandtapijten met taferelen uit het leven van Antonius
De kerk bezit nog vijf van de zes tapijten, welke in 1540 voor de kerk van Hoogstraten werden besteld en te Brussel uit wol en zijde werden geweven (H. 1.60; Br. 4.00). Zij behoren tot de vroegste Renaissance, onder Italiaanse invloed en stellen taferelen voor uit het leven van St.-Antonius, kluizenaar, en St.-Elisabeth van Hongarije, respectievelijk patroon en patrones van de eerste graaf en de eerste gravin van Hoogstraten, die ze bij de opbouw van de kerk hebben geschonken om het hoogkoor te versieren en hun beschermheiligen te eren.
Elk tapijt vertoont drie taferelen, afgesloten door versierde zuiltjes, Boven elke episode staat een verklarend Latijns opschrift. De boord is versierd met arabesken en medaillons, waartussen de wapens van de graaf en de gravin, alsook hun naamletters (A en Y) en hun wapenleuzen (Nulle plus - Ne moy aultre) te lezen staan.
Taferelen uit het leven van Antonius; de voorstellingen en Latijnse teksten verwijzen naar bekende passages in de Vita:
Eerste tapijt:
Eerste tafereel (links): Kerkbezoek, Tweede tafereel (fragmentarisch bewaard): Bekoring
Details van dit wandtapijt zijn weergegeven op foto's van Jan van Hoek, hieronder.
Ook verzorgde hij de transcripties en vertalingen van de Latijnse teksten op het tapijt.
Eerste tapijt: Kerkbezoek. Antonius hoort hier het Woord van God.
De Latijnse tekst die boven de voorstelling staat, legt het uit:

ANTO[NIUS] GENERE NOBILIS ADHVC
PVER CVM PARENTIBUS AD TEM(-)
PLVM SAEPE CO[N]VENIE[N]S DYVINORV[M]
AVDITOR PRAECEPTORV[M] NON INVTILIS ERAT

Antonius, van een nobel geslacht, kwam als kind reeds vaak met zijn ouders naar de kerk en was een toehoorder aan wie de goddelijke geboden wél besteed waren.
(Letterlijk: Antonius, edel van geslacht, nog als kind met zijn ouders vaak naar de kerk komend, was een niet onnutte aanhoorder van de goddelijke voorschriften.)

De priester staat op een zeer interessante kansel, waarop blote dames te zien zijn! Antonius is al voorzien van een halo.

Op de achtergrond rechts ziet men Antonius met zijn ouders hun landhuis, te midden van een tuin gelegen, verlaten. Op het voorplan snelt de jonge Antonius, in goud-geel kleed, in de kerk naar voren. Zijn vader en moeder, beiden in prachtig lichtblauw kleed en rozige mantel, volgen. In ‘t midden zitten acht personen op lage banken aandachtig te luisteren naar een oude predikant, met lange grijze baard en purperen schoudermanteltje, De predikstoel staat aan de linkerzijde van het tafereel. Hij is versierd met beeldjes in nissen [en wat voor beeldjes!] en rust op zes houten zuiltjes met voetstuk en kapiteel. De Latijnse tekst luidt, “Antonius uit een adellijk geslacht geboren, ging als knaap dikwijls naar de tempel en luisterde er met aandacht naar de goddelijke geboden.”
Het tweede tafereel met zijn tekst is grotendeels weggesneden. We weten niet wanneer en waarom. Men ziet er nog slechts een schamel gekleed man, die een spinnende vrouw en een hoge mand op de rug draagt. De betekenis ervan kunnen we niet raden.
Zoals Lauwerys al opmerkt is de vrouw in de mand, gedragen door een arme man, rechts op het doek, een zeer raadselachtig detail, temeer daar deze zo prominent op de voorgrond staat.
De vrouw in de mand lijkt er heel vredig bij te zitten. Ze zit zelfs te spinnen. Het zijn arme mensen, te oordelen naar de kleding van de man. Misschien zijn ze op pelgrimage en zoekt de vrouw genezing, maar niet voor Antoniusvuur, anders was dat wel getoond. Eerder verlamming van de benen of zo. Een passage uit de Vita waar dat zo zou worden beschreven, is me niet bekend. In § 58 is er wel sprake van een "een maagd uit Boesiris" die verlamd was en scheel keek, maar deze vrouw in de mand lijkt mij geen maagd.
Het is ook niet de typerende voorstelling van de armen van het dorp van Antonius die (een gedeelte) van zijn bezit ontvangen.
En het lijken mij ook niet lijders aan Antoniusvuur; ook die worden volgens de conventie anders uitgebeeld.
Deze voorstelling lijkt overigens wel erg op een prent van Jeroen Bosch (links). De overeenkomsten zijn onontkoombaar: oude vrouw met hoofddoek of sluier, materiaal (wol? stro?) op een staak rechts, spintol in haar rechterhand, op de rug van een haveloze man met gaten in zijn kleding, man met muts.
De spinnende vrouw, dan vervat in een "wapen" met een mannetje dat op zijn hoofd staat, wordt ook wel in verband gebracht met "De omgekeerde wereld".
De voorstelling op het kleed heeft ook wel wat van "De Marskramer" (rechts), eveneens van Bosch. Ook daarop komt een spintol voor, namelijk op zijn hoed. Hij heeft een mand op zijn rug en een verband om zijn been (lijkt wellicht op het fragment van het been dat op het kleed nog steeds te zien is.
Over deze allegorische voorstellingen hebben al heel wat commentatoren het hoofd gebroken.
Niet dat dit ons dichterbij brengt bij de oplossing: wat doet deze voorstelling op een doek over het leven van Antonius?
Eerste tapijt. Centraal detail op de achtergrond van het "Kerkbezoek": Antonius verlaat samen met zijn ouders hun huis op weg naar de kerk. Eerste tapijt. Detail op de achtergrond van het "Kerkbezoek", welke niet becommentarieert wordt door Lauwerys.
Te oordelen aan de nimbus is het Antonius. Hij staat achter een priester aan het altaar die een kazuifel met een groot kruis erop draagt.
De priester staat met geheven handen te lezen uit het grote misboek op een standaard aan de epistelkant. Dit zou heel goed de tweede roeping kunnen zijn En we kunnen veronderstellen dat de blonde vrouw achter het altaar de zus van Antonius is, vlak voordat ze naar het klooster gaat.

Van de paar overgebleven letters (links) boven dit tafereel is niet duidelijk op welke scène die betrekking hebben: de prominent afgebeelde spinnende vrouw of het zeer bescheiden weergegeven tweede kerkbezoek; en wat ze betekenen.

ANT[ONIUS]
VITA
DI
INT

Eerste tapijt: Derde tafereel (fragmentarisch bewaard). Het wordt "Bekoring" genoemd, maar "Bezoeking" zou een betere term zijn.

De tekst die boven de voorstelling staat:

ANTO[NIUS] A DAEMONIBVS CA[E]SUS AC SE(-)
MIVIVUS RELICTUS A QVODAM IN
TVGURIVM SVVM RELATVS CONSO(-)
LATIONEM DIVINAM OBTINET

Antonius is geveld door demonen die hem halfdood lieten liggen, waarna een onbekende hem naar zijn hut heeft gesleept waar God hem helende vertroosting schenkt.
(Letterlijk: Antonius, door demonen geveld en halflevend achtergelaten, door iemand naar zijn hut gebracht, verkrijgt goddelijke troost)

Het derde tafereel stelt de beproeving van de heilige voor. In het midden op de voorgrond zien we Antonius liggen in een rood-gestreept kleed met wit schapulier, waaraan een naakte, lang-orige en gehoornde duivelin sleurt. Achter hem staat een naakte duivel, met staart en olifantskop, gereed om hem met een knots, te slaan.
Rechts zet hem een gehoorde gele duivel met bokkenkop een stok op de keel. Naast hem sleurt een grauwe gevleugelde duivel met zwijnekop aan Antonius' mouw en slaat met gehaakte ijzeren geselstangen. Een logge os zet hem de horens in de zijde.
Op de achtergrond: een man draagt Antonius, die met slappe ledematen, als geradbraakt, over de schouder van de drager hangt, naar zijn kluis, waarop boven een kruisje prijkt. De Latijnse tekst luidt. “Nadat Antonius door de duivelen mishandeld en halfdood achtergelaten werd, droeg een man hem naar zijn hut en daar werd hij door God opgebeurd.”
De bekoring van St.-Antonius is een onderwerp, dat door de schilders uit de XVe en XVIe eeuw tientallen keren werd behandeld en dat fel in de smaak van het volk viel.
Eerste tapijt. Detail, bovenkant van de Bekoring, waar de Latijnse tekst, de grot van Antonius en de demonen beter te zien zijn.
Detail op de achtergrond van de "Bekoring":
Antonius wordt door een onbekende monnik gedragen.
Een tweede wandtapijt uit de reeks is in de loop van de eeuwen verloren geraakt en we vinden nergens een aanduiding over de voorgestelde onderwerpen. Wellicht hebben die betrekking gehad op het bezoek van Antonius aan Paulus. evenals hij kluizenaar in de woestijn.
Taferelen uit het leven van Antonius; de voorstellingen en Latijnse teksten verwijzen naar bekende passages in de Vita:
Tweede (of derde) tapijt:
Eerste tafereel: Antonius in gebed,
tweede tafereel: Afscheid,
derde tafereel: Dood.
Details van dit wandtapijt zijn weergegeven op foto's van Jan van Hoek, hieronder.
Ook verzorgde hij de transcripties en vertalingen van de Latijnse teksten op het tapijt.
ANTO[NIUS] OPERA[N]TIBUS FRATRIBUS ORA[N]S
VIDET ANTE SE ECCLESIA[M] AB DRACoNI(-)
BVS HABITATA[M] AT POST TERGUM ALIA[M]
NOVA[M] ET TRIVMPHA[N]TEM RESPICIT

Terwijl zijn broeders aan het werk zijn, ziet Antonius, verzonken in gebed, een kerkgebouw dat door draken bewoond wordt, maar achter zijn rug ontwaart hij een andere, nieuwe kerk, die triomfeert.
Letterlijk: Antonius, biddend terwijl de broeders werken, ziet vóór zich een kerk die door draken bewoond wordt (het linker gebouw in de wolken), maar achter zijn rug ziet hij een nieuwe, andere, en triomferende kerk.

Het derde wandtapijt toont ons Antonius in de woestijn. We zien op het eerste tafereel Antonius in gebed. Op de voorgrond; vier eremijten aan ’t hameren, schaven en boren. Gaan ze een nieuwe kluis optimmeren? Terwijl zij druk aan de arbeid zijn, zit Antonius in rood gewaad, verderop, te midden van het tafereel, te bidden. Hij is neergeknield, met de rug naar de toeschouwer. In de linkerhoek, op de achtergrond, staat een kerk, waaruit draken, zinnebeelden van misbruiken en ketterijen, uitgedreven worden. Aan de rechterkant rijst een gezuiverde en verheerlijkte kerk op. dankzij het gebed van Antonius, die er naartoe kijkt. Het opschrift luidt in het Latijn: “Terwijl zijn broeders aan het werk zijn, ziet Antonius, tijdens zijn gebed, vóór zich een kerk door draken bewoond en aan de andere kant een nieuwe en verheerlijkte kerk.”
ANTONIVS MORTI IAM VICINUS
A FRATRIBUS DIMISSUS INTERI(-)
ORA DESERTI PETIVIT

Erg vrije vertaling: Nadat de broeders Antonius, toen hij zijn dood voelde naderen, hebben laten gaan, zoekt hij het hart van de wildernis op.
Letterlijk: Antonius reeds de dood nabij door de broeders heengezonden zoekt de binnengebieden van de woestijn op.

Aan het bidsnoer van Antonius hangt een houten T kruis.
Wat zou het andere object zijn?

Er staan allerlei interessante bloemen en planten op de voorgrond. T.z.t. eens determineren.

Op de onderste boord van het eerste wandkleed staat: " Nulle plus"; op het tweede: "Ne moy aultrre"; de wapenspreuk van de familie Lalaing.
De twee volgende taferelen verbeelden Antonius' afscheid en dood. Het tweede draagt als opschrift in het Latijn: “Wanneer Antonius de dood voelt naderen, neemt hij afscheid van zijn broeders en trekt dieper de woestijn in. Wij zien er hoe hij de afscheidskus geeft aan één van de broeders, terwijl er achter deze nog drie andere in eerbiedige houding staan. Op de achtergrond bemerkt men een bergachtig landschap.
Tweede tapijt. Detail, de dood van Antonius.
 
Antonius ligt op een gevlochten mat.
Een discipel in het midden hanteert de wijwaterkwast en plaatst een kaars tussen de handen van Antonius (zie ook de houtsculptuur op de koorbank hieronder). De discipel rechts houdt een crucifix op. De discipel links bidt, uit de Bijbel zo te zien. Rechts nog een boek.
Op de achtergrond rechts graven drie monniken het graf; op de achtegrond links is een eerdere episode afgebeeld: de ontmoeting met Paulus. Ook hier staan allerlei interessante bloemen en planten op de voorgrond.
Op het derde tafereel leest men: “Eindelijk riep hij twee broeders bij zich, kuste hen en, nadat hij uitgestrekt op de grond gestorven was, werd hij door hen begraven.”
De heilige ligt op de grond met de gewijde kaars in de hand. Drie broeders staan hem bij. Eén zit, met het gezicht naar de toeschouwer, aan Antonius' linkerzijde: hij houdt in de éne hand een kaars en steunt met de andere de kaars van de stervende. De tweede knielt, met samengevouwen handen, aan het hoofdeinde; vóór hem ligt een gebedenboek opengeslagen. De derde, aan het voeteinde geknield, toont aan Antonius het kruisbeeld; in zijn linkerhand houdt hij een palmtak [hand en palmtak zijn niet te zien].
Op de achtergrond: twee kleine tafereeltjes: links, vóór de ingang van de grot, zitten Paulus en Antonius, en een raaf, met een heel brood in de bek, strijkt omneer; rechts delven de drie broeders een graf.
TANDEM VOCATIS AD SE DVOBUS
FRATRIBUS ET DEOSCULATIS
SVPER TERRAM PROSTRATUS
MORITUR AC AB ILLIS SEPELITUR

Vrije vertaling: Tenslotte, na twee broeders bij zich geroepen te hebben en met een omhelzing afscheid van hen te hebben genomen, strekt hij zich uit op de grond om te sterven en door hen te worden begraven.

Letterlijk: Eindelijk, nadat twee broeders bij hem geroepen zijn en ten afscheid gekust, sterft hij, uitgestrekt op de grond en wordt hij door hen begraven.

De discipelen delven het graf.
Een vertederende voorstelling van Antonius op bezoek bij Paulus van Thebe, in een zeer weelderige oase in de woestijn. De raaf komt aanvliegen in de rechterbovenhoek.
In de boorden van de kleden zijn ook mysterieuze objecten te zien, die door Jan van Hoek worden geïnterpreteerd als "vuursteenknollen drijvend in het water". Het is natuurlijk een raadsel want een vuursteen, waar op "magische" wijze vuur uit geslagen kan worden, past wel bij Antonius als beheerser / brenger van het vuur. Maar het water, waarin hij drijft? En kan een vuursteen drijven? Puimsteen wel, maar dat is toch iets heel anders.
Overigens komen er ook vuurstenen voor op het glas-in-lood raam in Hoogstraten, en wel in het collier van de orde van het gulden vlies rond het rood-wit geblokte wapen van Antoon (Antoine) de Lalaing onder links in het raam. Dus misschien heeft het 'slechts' een heraldische betekenis.
Koorbanken
De foto's hieronder zijn van Jan van Hoek.
De fraaie Antonius die bovenop de hoge wang (dwarswand) van de koorbank staat, is een vervanging van een verdwenen beeld. De huidige vervangende Antonius is in 1864 gemaakt door de Turnhoutse beeldhouwer Peeters-Ditvoort. De rest is authentiek en dus wel van de hand van Albrecht Gelmers die dit enorme koorgestoelte maakte in de dertiger en veertiger jaren van de 16e eeuw. Het gestoelte werd (mogelijk na de dood van de maker) geplaatst in 1548.

Antonius heeft een T op zijn schoudermantel; hij lijkt in zijn boek te lezen; van zijn middel hangt een koord met drie knopen naar beneden (het koord der Franciscanen, dus niet echt op zijn plaats); hij steunt op zijn staf; zijn varkentje kijkt fier voor zich uit.

Op een verheven brits, bedekt met een gevlochten mat, waarvan één uiteinde onder zijn hoofd ligt opgerold, met er bovenop nog een kussen, dat zijn hoofd ondersteunt, ligt Antonius uitgestrekt in zijn lange pij met schoudermantel en kap, met de handen saamgevouwen en de ogen gesloten.
Een van zijn medebroeders, eveneens in lange pij, zit op de voetrand van de brits en steunt met zijn rechterband zijn linkerbovenarm, waarmee hij de rechterschouder van de stervende onderschraagt, opdat hij niet van de brits zou schuiven.
Een jongere baardeloze broeder knielt aan het voeteneinde, terwijl er nog vier andere broeders, alle in lange pij met schoudermantel gekleed, achter het bed staan. Drie van hen hebben een gladgeschoren gelaat en grote kruin. De vierde, met zijn korte baard en snor en met zijn kap op het hoofd, is blijkbaar de oudste, die zijn linkerhand waarschuwend opheft naar de jongere broeder, terwijl hij zijn rechterhand blijkbaar onder het kleed van Antonius steekt en tast of zijn voeten nog niet koud zijn.

Onder [het] St.-Antonius' beeld staan twee taferelen uit zijn leven boven elkaar. Het onderste is afgeboord met twee knoestige jonge boomstammen, die een rieten afdak onderschragen tegen een ruwe rotswand; het stelt voor het bezoek van Antonius bij Paulus. Deze laatste draagt een ruw kleed, dat onderaan niet gesloten is doch uit twee panden bestaat. De voorste pand hangt af tussen de magere benen, die tot halfweg de dijen ontbloot zijn, evenals de armen. Omwille van zijn hogere ouderdom stelt de beeldsnijder hem voor met langere hoofdharen en baard dan Antonius, die vóór hem insgelijks is neergezeten, eveneens blootshoofds, doch nog gehuld in zijn lange reismantel met kap. Hij staart met verbaasde ogen naar de raaf, die op het punt is met haar dubbel rantsoen tussen beiden neer te strijken. Paulus wijst ze met de band aan, al zeggende: “Hoe goed is de Heer, die mij dagelijks voedsel zendt, en vandaag voor ons beiden zorgt.”
Voor de voorstelling boven deze ontmoeting, zie hieronder.
In de groep van de andere drie broeders bidt de middenste uit een boek, dat openligt op zijn linkerhand, de gebeden van de stervenden, terwijl hij Antonius met de rechter nogmaals de zegen geeft. De broeder aan zijn linkerzijde volgt met aandacht de gebeden in het boek, gereed om op de aanroepingen te antwoorden, terwijl de derde met de linkerhand de gewijde kaars toereikt aan de stervende en in do rechterhand de wijwaterkwispel zegenend omhooghoudt.
De discipel op de voorgrond ontvangt het haren hemd.
Een detail uit / boven de stervensscéne van Antonius, waarin we zien hoe de twee leerlingen van Antonius hem in het graf leggen.
Boven de effen afsluiting van de cel is een overdekking aangebracht, om erop de begrafenis van Antonius uit te beelden. We zien er een landschap met bomen aan de ene kant; in ‘t midden vooraan twee leeuwen, die met hun klauwen een graf hebben gedolven, waarin twee mannen bezig zijn het lijk van Antonius neer te leggen. Zijn verlaten kluis staat aan de overkant.
De twee leeuwen komen eigenlijk uit de Vita van Paulus van Thebe. Volgens de Vita van Antonius waren er twee leerlingen bij zijn sterven aanwezig, en die moesten hem ook begraven, overigens op een niet gemarkeerde plek.
Dus die twee gravende monniken geven aan dat het hier om Antonius gaat. Die leeuwen, met wel zeer menselijke gezichten, zijn dus geleend uit het verhaal van Paulus. De enige die bij Paulus' begrafenis aanwezig was, was Antonius (en de twee leeuwen natuurlijk, maar die slopen na het graven al snel weg).
Onder [het] St.-Antonius' beeld staan twee taferelen uit zijn leven boven elkaar. [Het bovenste toont] een tweede tafereel, dat in de uitbeelding der legende van St.-Antonius zeer zelden voorkomt en dat als de tegenhanger is van het vorige. Ziehier het verhaal [een variatie op episodes uit de Patras legende]: Toen de koning van Palestina ziek gevallen was, verscheen er een engel aan zijn ziekbed en zei: Gij zult niet genezen tenzij gij levensmiddelen zendt aan Antonius en zijn gezellen, die van honger vergaan in de woestijn.” Daarop deed de koning twee kamelen rijkelijk beladen en de engel zelf leidde ze met hun vracht naar de oasis van de kluizenaars. Toen zij de karavaan, door het gerinkel van de klokjes aan de kop der kamelen, hoorden aankomen, viel Antonius op de knieën en dankte de Heer.
Hier zien we vóór een gebouwtje, dat hun onderdak verschaft of tot bidplaats dient, Antonius met een paar medebroeders neergeknield vóór de gevleugelde engel, die drie kamelen, met elk een vaatje op de rug, geleid heeft tot onder de palmbomen van de oasis, waar de kluizenaars verblijven.

Howardries, Église Sainte-Marie-Madeleine; grafsteen, 1610, Antonius staat links. Rechts, een wapenschild met drie T's. Humelgem, Kerk Sint-Catharina; beeld door Jan Mathijs, 1631-1636. Vreemde attributen. Grote koeie-klokken? Houtave, Kerk HH. Bavo en Machutus; 1701-1800.
Zittend opkijkend varkentje met klokje om de hals.
Ieper
Kathedraal Sint-Maarten; (boven) grafmonument door Urbain Taillebert, 1626, van de vijfde bisschop van Ieper Antonius de Hennin.
Dit grafmonument werd tijdens de Eerste Wereld Oorlog vernield en het beschadigde albasten beeld (rechts) is een overblijfsel.
We bezochten de kathedraal in januari 2015.
Het varken en de staf zijn verdwenen. Op de schouder staat een T en er zijn vlammen aan de voet links.

Kaprijke, Kerk O.L.Vrouw Hemelvaart; (links) reliekbuste door Johannes Hermans, 1752. (Midden) altaar schilderstuk “Devotie tot de H. Antonius Abt” door Romain Eugène van Maldeghem, 1801-1850. (Rechts) beeld uit 1851-1900.

Keerbergen, Heemkundig Museum De Botermolen; paneel van preekstoel uit 1891-1900 door Jan Frans van Geel.
Antonius voor zijn kluis, maar alles toch in een Vlaamse setting.
Kerniel, Kerk Sint-Pantaleon
1601-1700.
Een dikke profiel T op de schouder. Flinke schoenen!!

Kessel, Kerk Sint-Lambertus; relieksarcofaag, 1741-1760. Onder het venster lijkt een varkenskop afgebeeld.
Kiezegem, Meensel, Kerk Sint-Pieter; 1501-1510. Het doet mij denken aan een ongebouwde Antonius van Padua.

Kleine Brogel, Peer, Kerk Sint-Ursula; 1601-1700.
Interessant hoofddeksel: een soort helm. Vreemd zwart varken, maar dat zal wel een latere "restauratie" zijn.
Kontich, Kerk Sint-Martinus; 1701-1800.

Kortrijk, Kerk Sint-Maarten; beeld door Urbain Taillebert, 1593 (onzeker).
Kozen, Kerk Sint-Laurentius;
beeld door J. de Bie, 1851-1900.
Bloempatronen op de kleding.
Korte T-staf. Dik koord met knopen.
Zittend varkentje.

Kraainem, Kerk Sint-Pancratius; 1501-1550. Bloempatronen op de kleding. Bisschopsstaf; opkijkend, met één pootje opreikend varkentje; het pootje uit of boven de vlammen.

Lahamaide, Église Sainte-Marie-Madeleine; 1601-1700. Grote klok, correct bidsnoer met grote kralen; enigszins opkijkend varkentje; boven de vlammen. Lambermont, Église Saint-Bernard; 1601-1700.
Omhoog-staand varkentje?
Larum, Geel, Kerk O.L.Vrouw Bezoeking; 1851-1900.

Lede
Sint-Dionysius (Denijs) kerk

 


Met dank aan Frederik Cnockaert


Landskouter, Kerk Sint-Agatha; nis in meubel door Domien Cruyt, 1750.
Correcte muts; gevorkte baard; lange staf met knop en daaraan een klok, in de rechterhand; een open boek in de linkerhand. Opkijkend varkentje; allebei staand in de vlammen.
De rand erachter is ook versierd met klokken.

Leernes, Église Saint-Martin. Statue St Antoine abbé / 1601-1700.
Lembeke, Kerk Sint-Gillis. 1851-1900.
Antonius draagt een capuchon en heeft een gevorkte baard. Hij heeft een korte T-staf met grote klok in de rechterhand. Een gesloten boek op de linkerhand. Een Franciscaner koord met drie knopen. Zijn varkentje staat naast hem.

Lessines, Musée de l'Hôpital Notre-Dame à la Rose; eetlepels van Zuster Marie Anne du Quesne, 1643.
Leuven
Stedelijk Museum Vanderkelen-Mertens
Schilderij uit 1601-1610.
Een zittende Antonius heeft een lange bisschopsstaf met wimpel in de rechterhand; een T op de schouder; een groot gesloten boek op de linkerknie. Zijn varkentje komt vanachter / vanonder zijn kleed tevoorschijn.
Kast uit 1600.
Kerk Sint-Kwinten Kerk Sint-Michiel
Altaar schilderstuk door Caspar de Crayer, 1618, “Sint-Anna ten drieën”, met de pestheiligen, Christophorus, Rochus van Montpellier, Antonius, Adrianus van Nikomedië en Sebastianus. (Click voor een groter detail van Antonius) Opvallend dat Antonius zit te lezen terwijl de anderen vol ontzag opkijken. Behalve Christophorus die de toeschouwer aankijkt.
Beeld uit 1501-1600.
Heeft Antonius een vlam in de hand? Opkijkend varkentje, met één pootje opreikend; uit de vlammen.

Leuze, Église Saint-Pierre; biechtstoel gewijd aan Antonius Abt, 1745-1780.
Het is een “Bezoeking”: een duivel kijkt over de schouder van Antonius. Wel toepasselijk voor een plek waar men zijn zonden — de verleidingen van de duivel — moet biechten.
Een zeer grote T op de schouder.
Lichtaart, Kerk O.L.Vrouw;
1801-1850.
Een varkentje met zeer grote oren.

Lieferinge, Kerk O.L.Vrouw; Beeld uit 1801-1900.
Antonius heeft een lange staaf met daaraan een grote klok in de rechterhand; een gesloten boek in de linker. Hij heeft een vreemde cape om: een dierenvel? Het varkentje zit.
Lieferinge, Kerk O.L.Vrouw; biechtstoel 1601-1700.
Antonius staat rechts.
Liège / Luik
Asile de la Vieillesse "Valdor" Chapelle Saint-Maur Couvent des Filles de la Croix
Schilderij door Jean Baptiste Coclers (toegeschreven), 1761, Sint Antonius Abt op weg naar Sint Paulus van Thebe. Beeld uit 1501-1510.
Correcte muts. Zeer klein varkentje.
Staande klok van Mathieu Rossius, 1741-1760, met daarbovenop Antonius.
Chapelle Saint-Roch
Prachtig beeld uit 1430-1440.
Correct hoofddeksel. Open boek met 'tekst' naar de toeschouwer. Vedwenen staf.
Opkijkend, opreikend varkentje; samen in de vlammen.
Chapelle Saint-Roch Musée d'art religieux et d'art mosan
Schilderij uit 1501-1600. T op de schouder.
Lier
O.C.M.W.-Secretariaat
Beeld uit 1601-1700.
Kerk H. Familie
Beeld door Jef van der Wee, 1904.
Klok hangt aan de staf in de linkerhand.
Varkentje piept vanachter Antonius tevoorschijn.
Kerk Sint-Gummarus
Beeld uit 1501-1600
Sluitsteen door Jan Keldermans II, ± 1445. Een zittende / hurkende Antonius. Hij draagt een correct hoofddeksel, met knoop-en-gat sluiting. Hij heeft een gevorkte baard, een korte haak-staf in de linkerhand, een open boek op de rechterhand. Zijn varkentje staat voor hem.
H. Jozef-altaar door Leopold Blanchaert, 1883-1886. V.l.n.r. bisschop Eligius van Noyon, Franciscus van Assisi, de vier gekroonden, Jozef van Nazareth, schoenmakers Crispinus van Soissons en Crispinianus van Soissons, Antonius abt, bisschop Severus van Ravenna.
Een prachtige Antonius, met mooie gezichtsuitdrukking; vlammen aan de voeten; zeer correcte T-staf met klokje; met abstracte bloemmotieven versierde mantel; opkijkend varkentje.

Lille, Kerk Sint-Pieter; Beeld door Nicolas van der Veken, van 1670-1675.
Liernu, Église Saint-Jean-Baptiste; glas-in-loodraam uit 1897, met Sinte Brigida, Sint Franciscus van Assisi en Sint Antonius de Heremiet.
Zie ook de andere vermelding van Liernu, op mijn site.

Lillois-Witterzée, Église Saint-Martin; 1500-1510.
Limbourg, Église Saint-Georges; 1651-1700.
Een wel zeer vriendelijke en aardse Antonius, met grote blote voeten, zeer grote klok aan korte dwarsstaf, en groot liggend varken.

Linkebeek, Kerk Sint-Sebastiaan; 1490-1500. Prachtige “helm”; correcte gevorkte baard. Korte staf. Bloemmotieven op kleed. Neerkijkend varkentje vanonder zijn kleed. Linkhout, Kerk Sint-Trudo; 1691-1700. Lombise, Église Sainte-Vierge; 1491-1550. Prachtig beeld met correct hoofddeksel, met knoop-en-gat sluiting, juiste T-staf, grote klok. Varkentje vanonder zijn kleed.

Lippelo, Kerk Sint-Stefaan; relieksarcofaag, 1701-1750.
Grote T op de schouder. Varkenskopje los naast de torso.

Lippelo, Kerk Sint-Stefaan;
1791-1810.
Grote T op de schouder Korte staf in de linkerhand; een open boek in de rechter. Varkentje met klokje om de hals piept vanonder zijn kleed tevoorschijn.
Doorelkaar gevlochten S en A op de muur.

Lippelo, Kerk Sint-Stefaan; 1701-1800.
Lutrebois, Villers-la-Bonne-Eau, Église Saint-Thibaut; 1701-1710.

Loppem, Groot kasteel van Loppem
Beeld uit 1501-1600 (links).
Volgens de site draagt Antonius een scepter, maar het zou ook een soort flambouw kunnen zijn, wat mij waarschijnlijker lijkt.
Grote T midden op de borst.
Beeld uit 1401-1500 (rechts).
Mooi hoofddeksel; opkijkend varkentje;
uit de vlammen oprijzend.
Met dank aan Antoon Vanquaethem.

Lubbeek, Kerk Sint-Martinus
Een schilderij uit 1601-1700.
Ik zie eigenlijk geen typische Antonius attributen.
Beeld uit 1651-1700.
Groot slank hond-achtig varken.

Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Dolf Hartsuiker