Vita Antonii Abba's Iconografie Vuur Antonianen Kunsten Cultus Folklore Plant Dier Literatuur Paulus Hilarion Maria Simeon Adolphus
Nederlands Frans Italiaans Spaans Portugees Koptisch Duits Orthodox Engels Amerikaans Aziatisch
Saint Antoine en France C-G
Frankrijk A-B C-G H-M N-R St.A S T-Z Wallonië A-G H-O P-Z Corsica Luxemburg/Zwitserland
niet-Antonius plaatsen A-C D-L M-R S-S T-Z Parijs Louvre, musea, galeries Frankrijk musea A-H, I-Z
Carnetin; Cernay-l'Église; Charézier; Châtillon-sur-Seine; Clans, 2008; Compiègne; Conty; Crémieu; Égletons, 2015; Etoges; Excideuil; Eygliers, 2008; Fellering, 2010; Le Fontenil, 2008; Frasne-le-Château; Gajoubert; Galamus, 2007; Gomméville; Gourbera; La Grave, 2008; Grenant; Les Guibertes; Guiscriff, 2013; Overige plaatsen C-G.
Carnetin (42 A2) Sint Antonius Kerk 17de eeuw
De Sint Antonius kerk met grote vierkante massieve klokketoren dateert uit de 17e eeuw.
Het retabel is gesierd met een schilderij van Sint Antonius Heremiet, geschilderd door Stéphane Jouy in 1876, en twee terracotta standbeelden van Sint Antonius en Sint Vincentius.
Een nogal geëxalteerde Antonius met gevorkte baard en iconografische attributen uit zijn Egyptische kluizenaarsperiode, de gevlochten mat en de T-staf. Verder nog een open boek en zijn varkentje. Er lijkt geen Antonius feest te zijn, maar in dezelfde periode, op 22 januari, is (of was) er wel een viering door de wijnbouwers, die vroeger talrijk waren in Carnetin, van de dag van hun beschermheilige, Vincentius, een diaken en martelaar in Saragosse in de 4e eeuw.
Cernay-l'Église (85 D4) Sint Antonius Kerk 17de eeuw

Er is al melding van een vroegere kerk op deze plek in 1510. Op die datum werd een bouwvergunning afgegeven, "op voorwaarde dat deze geen afbreuk doet aan de moederkerk van Maîche".
Dit gebouw werd gerenoveerd in 1671, inclusief de poort-toren in natuursteen.

Het hoofdaltaar, in goud en prachtige kleuren, stamt uit de 18e eeuw. Antonius is afgebeeld op het centrale schilderij uit 1712. De twee polychrome beelden in dit altaar zijn St. Joseph en St. Bartholomeus.
Aan de zuidzijde van het hoofdaltaar is een altaar en retabel met een beeld van Notre-Dame des Ermites (Onze Lieve Vrouw van de kluizenaars), en een schilderij, De Rozenkrans, waarop ook Antonius (links op het schilderij) te ontwaren lijkt.
De informatie over de aanwezigheid van Antonius, nota bene de patroon van de kerk, is zeer schaars. Zo zijn er geen beschrijvingen of duidelijke foto's van de schilderijen.
Ook over vieringen is niets bekend.
Charézier (98 A4) Kapel Saint-Antoine 1830
Kapel uit 1830 van Saint-Antoine, patroon van het dorp.
De hospitaalbroeders van de Commanderie de Saint-Antoine de Ruffey hadden een dependance in Charézier. Het hospice bestond uit een kapel gewijd aan Sint Antonius, wiens feestdag elk jaar een grote toeloop van volk trok, en een aangrenzend huis.
Er zou nog steeds een viering zijn op 17 januari.
Buste van Antonius uit de 16e eeuw.
Hij heeft een bisschopsstaf in de linkerhand en een klok aan de rechterpols.
De gestileerde cirkel van vlammen en het opkijkende varkenskopje zijn zeer opmerkelijk.
Châtillon-sur-Seine (64 C4) Antonius poort  

Dit beeld van Antonius bevindt zich aan de rue Docteur Robert, schuin tegenover het kasteel van Marmont.
Dit beeld (althans het oude, want dit is een kopie) stond vroeger bovenop de Porte Saint Antoine, een van de toegangspoorten van Châtillon-sur-Seine.
De Antonius-poort was de noordelijke uitgang van de vesting die Chaumont heette, in de richting van Laignes of Parijs.
Deze poort werd in 1838 gesloopt en een deel van de muur van het fort werd door de familie Viesse bewaard, om in een de niche het beeld van de heilige Antonius te kunnen plaatsen.

Dit beeld van Antonius, of wat er van over is, staat (of stond) in de bibliotheek van Châtillon-sur-Seine.

Clans (155 F4) Sint Antonius Kapel 15de eeuw
In augustus 2008 bezochten we Clans, een klein dorp hoog in de Franse Alpen. Via een zeer smalle Chemin d'Antoine kwamen we bij een gesloten kapel, die toch wel de Antoniuskapel moest zijn.
We reden verder naar het centrum van het dorp, waar we de auto parkeerden. Op het dorpsplein werden we aangesproken door een "gids" van Clans, die over de sleutel tot de kapel bleek te beschikken! We mochten die wel bezoeken, maar geen foto's maken. Tja. Daaraan heb ik me toch niet kunnen houden.
De gids vertelde dat er in de buurt heel wat kapellen opgeknapt zijn, maar recentelijk waren ze nog niet aan deze kapel toegekomen. Het is wel een Nationaal Monument, maar de lokale religieuze belangstelling is tegenwoordig zeer gering.
Zijn moeder die in de 90 is, zorgde er vroeger voor, maar dat gaat nu niet meer.
Dat blijkt allemaal ook duidelijk als we er weer aankomen. De deur kiert vanonder waardoor veel bladeren naar binnen gewaaid zijn; er heeft nooit glas in de ramen gezeten.
Het is een wonder dat er na meer dan 500 jaar nog fresco's te zien zijn! Want de Sint Antonius-kapel is gebouwd in 1492.
Het is één groot prentenboek over het leven van Antonius.
Bijzonder is wel dat Antonius de centrale plaats boven het altaar inneemt. Maar wie zijn de andere personen?
Boven Antonius is dan wel een Calvarie, met Maria Magdalena aan de voet van het kruis, een zwarte Maria links en Johannes rechts. Engelen vangen het bloed uit de wonden van Christus op. En er is een geïsoleerd vrouwenportret; Maria, neem ik aan.
Er is nog een andere niet-Antonius voorstelling: de Keten van Hoofdzonden, een fresco onder de voorstellingen uit het leven van Antonius. Interessant is wel dat deze zeer gelijk is aan een voorstelling op de Antoniuskapel van Bessans.
Dit wordt zeker duidelijk op de pagina die ik over Clans heb gemaakt, want er is zoveel beeldmateriaal dat een aparte pagina wel op zijn plaats is.
Ik laat hier dus maar een paar afbeeldingen zien.
De duivel probeert Antonius te verleiden met een stuk goud Antonius vernietigt de heidense afgoden — Griekse beelden
Antonius ontmoet een duivelse figuur. Ik vermoed dat dit in de woestijn is, op weg naar Paulus Antonius op bezoek bij Paulus van Thebe, met de raaf die het brood brengt
Voor een vitueel 3-D bezoek aan de kapel, click hier. Een paar links: * * *
Compiègne (22 B3) Parochiekerk Saint Antoine 13de eeuw
Begonnen in 1199, werd de bouw van de kerk van de 13de tot de 16de eeuw voortgezet, wat resulteerde in een zeer rijk gebeeldhouwde gotische voorgevel.

Op deze prent van Tavernier de Jonquières [Jonquières is een plaats vlakbij Compiègne] staat wel "Église de Saint Jacques", maar dat is een vergissing. Het is de Église Saint Antoine. Zie de foto rechts.
Antonius in een gebeeldhouwde toegangsdeur
Antonius in een glas-in-lood raam, de Maagd aanbiddend (midden onder).
Zowel in wereldlijke als in religieuze opzichten was het een belangrijke parochie.
Het was de parochie van de kardinaal Pierre d’Ailly (1351-1420), rector van de universiteit van Parijs, aartsbisschop van Cambrai, de beroemde theoloog die hielp een einde te maken aan het Grote Schisma bij het concilie van Constance (1414-1418).
Zijn bekendste werk was Ymago Mundi, waarin hij de wetenschap, waar of vals, van zijn tijd wist samen te vatten; dit boek diende als argument voor Christoffel Columbus toen hij naar het westen koers wilde zetten teneinde India te bereiken en waarbij hij, zonder het te weten, Amerika ontdekte.

Het was ook in deze kerk dat Jeanne d'Arc kwam bidden, terwijl zij in augustus 1429 in een naburig huis verbleef, de koning vergezellend nadat hij in Reims gekroond was.

Net na het begin van de Revolutie in 1792, vonden de Karmelietessen van Compiègne een schuilplaats in drie huizen rond de Antoniuskerk waar zij van september 1792 tot oktober 1793 woonden.
Op 22 juni 1794 werden zestien van hen vanwege hun aanhoudend “fanatisme“ gearresteerd, overgebracht naar Parijs, en op 17 juli berecht en met de guillotine onthoofd, tien dagen voor de val van Robespierre.

Tijdens de Revolutie werd de kerk gebruikt als opslagplaats voor veevoer en werden de versieringen in het interieur vernietigd; dit werd later met de resten uit naburige gemeenschappen weer opnieuw opgebouwd.
Conty (21 E1) Antoniuskerk 15de eeuw
De kerk van Sint Antonius dateert uit de 15e en 16e eeuw, een mooi natuurstenen gebouw in gotische stijl.
Het beeld van de beschermheilige van de kerk siert de zuidoost hoek van de 33 meter hoge klokkentoren.
Antonius lijkt te lezen in het boek dat hij in de linkerhand houdt, terwijl hij in de rechterhand de resten van een T-staf en bidsnoer heeft.
Volgens de auteur van een pdf, wordt hij vergezeld van zijn lievelingsdier dat hem gewoonlijk door de woestijn volgde. Dit is een idee over het varkentje, dat je zelden tegenkomt, en geheel onjuist, maar dat wel grappig is. Antonius staat te midden van de vlammen, volgens dezelfde website, "symbolen van de ziekte, bekend als ‘mal des ardents’, waarvoor men de heilige aanriep".
Bij de ingang van de kerk bevindt zich het altaar dat aan de beschermheilige van de kerk gewijd is. Het beeld van de heilige staat in een nis boven aan het retabel, voorzien van een serie attributen als de T-staf, een rozenkrans, een heilig boek, een klokje om zijn trouwe metgezel te roepen (weer een onjuiste, maar weer grappige voorstelling van zaken), en vlammen als symbool van het Sint Antoniusvuur.
Op een glas-lood-raam zien wij het beeld van Sint Antonius en zijn varken.
In zijn linkerhand heeft hij een 'zelf-bouw' kruis-staf met klokje. Op zijn rechterhand een gesloten boek.
Dit reliëf bevindt zich naast het altaar.
Antonius, op zijn knieën, bidt in de woestijn, en is weer vergezeld van zijn varkentje.
Er is ook een fontein naast de hoofdingang van de kerk, waarvan de bron zich onder de kerk bevindt, zelfs onder het altaar van Antonius, die vanzelfsprekend aan Antonius gewijd is, waarvan het water, zo men beweert, zieke dieren geneest.
Volgens een legende verbleef er vroeger een enorme forel, Antoinette geheten, in de bron totdat ze door soldaten werd gedood.
Crémieu (124 C1) Antoniuskapel ruïne
Er was aan het einde van de 13e eeuw een Antonius ziekenhuis in Crémieu aan weerskanten van de huidige rue Saint Antoine. In de 14e eeuw werd er een kapel gebouwd die sinds het begin van de 15e eeuw aan Antonius is gewijd.
Na 1791 werd de kapel als koetshuis gebruikt en nu is er weinig van over behalve de bouwval zoals we die op de foto zien. Het Antonius ziekenhuis werd in 1823 in een nabij gelegen klooster ondergebracht.
Égletons (119 F4) Parochiekerk Saint-Antoine 12de eeuw
We bezochten Égletons in mei 2015.  
Het beeld van Antonius is niet erg imposant (misschien ook van na de bezetting). Antonius heeft een gevorkte baard. Hij had een staf in de rechterhand, maar die is afgebroken samen met een deel van de hand en voet. Een gesloten boek op de linkerhand. Een Franciscaner koord met drie knopen om het middel. Zijn varkentje staat dicht tegen hem aan. De toren van de parochiekerk Saint-Antoine stamt uit de 12de eeuw. De kerk is in de loop der eeuwen natuurlijk herhaaldelijk verbouwd. Aan het eind van WOII werd Égletons zwaar gebombardeerd door de Duitsers om de weerstand van het verzet te breken.
Vandaar dat er nu moderne glas-in-lood ramen in de kerk zijn, ontworpen door Lesage en Blanchet, die helaas moeilijk te duiden zijn.
Dit medaillon met relieken van Antonius bevindt zich in de kerk. Wij hebben het niet gezien, er ook niet naar gezocht.
Étoges (43 F2) Parochiekerk Saint-Sulpice-Saint-Antoine 12de eeuw
De parochiekerk van Étoges dateert uit de 12e eeuw, maar er zijn in de 15e en 17e eeuw verbouwingen geweest.

In de kerk bevindt zich een relikwieënarm met relieken van de heilige Antonius.

De arm heeft de volgende inscriptie:

MIL CINQ CENT TRENTE SEPT MESSIRE FRANÇOIS D' ANGLURE CHEVALIER SEIGNEUR VICOMTE D' ESTOGES A BAILLE A LA CHAPELLE SAINCT ANTHOINE EN L' EGLISE D' ESTOGESCESTES PRECIEUSES RELIQUES DU BRAS S ANTHOINE

Deze reliek-arm was tijdens een Kruistocht in de 13e eeuw door Jean d' Anglure meegenomen en werd in 1537 door François d' Anglure aan de kerk geschonken.

Waar die Kruistocht precies naartoe voerde, en waar die relieken dus vandaan kwamen, is me nog niet duidelijk, maar het feit dat er ergens in het Oosten nog relieken van Antonius waren, die immers volgens de claim van de Antonianen sinds de 11e eeuw al in hun geheel in Saint-Antoine-l’Abbaye zouden berusten, wijst toch wel op een historische inconsistentie
.


Maar ja, veel legendes over relieken zijn tenslotte toch geheel of grotendeels fictie.

Vóór de schenkingsdatum werden deze relieken in de kapel van het kasteel van de d' Anglures bewaard, maar tijdens een bezoek van de bisschop Robert van Lenoncourt in 1537 drong deze erop aan dat ze aan de parochiale kerk zouden worden geschonken, waar zij zich nog steeds bevinden.

Antonius boven het portaal in de oostelijke gevel van de kerk.
Boven het portaal, Antonius in de vlammen met varkentje, boek, korte staf en bidsnoer.
Excideuil (118 B4) Voormalige Commanderie Saint-Antoine, Lavoir Saint Antoine 14de eeuw
Antonius is ooit van grote betekenis geweest in Excideuil.
In het midden van de veertiende eeuw verschijnen hier de broeders van Saint Antoine de Viennois, die zich wijden aan de behandeling van patiënten die lijden aan Antoniusvuur (ergotisme).
Er zijn verder nog een Porte Saint Antoine, een Quartier Saint Antoine, en, wat ik zeer interessant vindt vanwege de connectie in Frankrijk van Antonius met bronnen en fonteinen, een Lavoir Saint Antoine, een wasplaats (links).
Deze werd natuurlijk niet meer gebruikt en was vervallen, maar werd onlangs opgeknapt door jonge vrijwilligers.
Tegenover de kerk staan nog steeds de gebouwen van de Tempel en de Commanderij van Antonianen, en bevindt zich de Rue Saint Antoine.

Antonius is overigens niet de patroonheilige van Excideuil, en ik krijg ook niet de indruk dat hij daar (nog) gevierd wordt.
Eygliers (141 D4) Parochiekerk Saint-Antoine 1494
Eygliers ligt aan de voet van de rots van Mont-Dauphin, een groot fort met daarin een dorp, waaromheen een lange geschiedenis van oorlogen en invasies zich afspeelde, waarbij de mannen van het dorp Eygliers vaak gevorderd werden voor het leger van Mont-Dauphin.
Deze berg werd voor 1692 overigens door de plaatselijke bevolking Bouchet St Antoine genoemd of ook wel Millaures, 'duizend winden'.
De parochie van Sint Antonius werd in 1494 gecreëerd.
De onlangs gerestaureerde Antoniuskerk stamt uit de 16e eeuw.
We bezochten Eygliers in augustus 2008.
Eygliers gezien vanaf Mont-Dauphin. a.k.a. Bouchet St Antoine
Een prachtig beeld van Antonius tegen een zijwand in de kerk. Opvallend is de afwezigheid van zijn varkentje, wat overigens kenmerkend lijkt te zijn voor de gehele streek, ruwweg, de Franse Alpen. Een vrij grote klok in zijn rechterhand. Zijn linkerhand rust op een korte T-staf. Motieven op zijn kledij.
Dit beeld lijkt erg op het beeld uit Houtaud; hoewel het daar wel een varkentje heeft.
Een schilderij van Antonius in de kerk, waarschijnlijk een voorstelling van de duiveluitdrijving, dus genezing, van de jonge vrouw net buiten de stadsmuren van Alexandrië, waarvan in § 71 van zijn Vita melding wordt gemaakt. Opvallende klok in zijn linkerhand. Blauwe T op zijn schouder. In deze gehele streek wordt hij vaak afgebeeld als genezer.
Fellering (68 B2) Parochiekerk van Antonius 1702
Er was een kapel gewijd aan St. Antonius sinds 1702, die in 1787 werd herbouwd in zijn huidige positie.
Een nieuwe kerk werd in 1880 voltooid.

We bezochten de kerk op een zaterdag in mei 2010. Toevallig was hij open, in verband met het aanbrengen van loof en versieringen voor de communie die de voldende dag zou plaatsvinden.
Via het internet wist ik al dat we er een schilderij van Antonius zouden aantreffen, te weten een schilderij uit de 19e eeuw, van Heinrich Kaiser, De Verzoeking van Sint Antonius.
Merkwaardig genoeg is er geen beeld van Antonius in de kerk. Ook niet ergens verborgen, bleek bij navraag. Het schilderij is evenwel zeer groot en dat moet dan maar genoeg zijn
.

Er zijn overigens ook fresco's, waaronder twee met episodes uit het leven van Antonius, vervaardigd door Charles Limido in 1936, en er is een fraai glas-in-lood raam.
Een zeer fraai raam.
Een knielende Antonius, lezend in zijn boek, voor een crucifix. Puntmuts capuchon en gevorkte baard. Een ongebruikelijk "maltezer" kruis op zijn schoudermantel. Een neerkijkend, wat dreigend varkentje.
In de achtergrond, op een tak, zit een raaf, die eigenlijk bij Paulus van Thebe hoort.
Een geknielde Antonius bidt, een lange kruisstaf met klok in de armen geklemd. Het is toch niet echt een "verzoeking". Eerder een "bezoeking", hoewel de drie mannelijke figuren met zwarte vleugels op de voorgrond, die ongetwijfeld demonen zijn, toch lijken terug te deinzen. Terwijl de Maagd Maria en engelen zijn inspanning reeds bekronen.
Een vrijwel identiek schilderij hangt in Appenwihr, dus dat is waarschijnlijk ook door Kaiser geschilderd.
Antonius aanbidt Christus temidden van verzoekingen van goud en vrouw, en bezoeking door een draak, geassisteerd door zijn varkentje.
De stervende Antonius, bijgestaan door zijn twee discipelen.
Het feest van Antonius wordt er ook nog gevierd, zoals blijkt uit dit krantenartikel:

Een dichte menigte woonde zondag het traditionele festival van Fellering bij, het feest van hun beschermheilige, Sint Antonius. Bij binnenkomst begon het koor in het Duits liederen te zingen die gewijd zijn aan Antonius de Heremiet. Het koor heeft verschillende veelstemmige stukken uitgevoerd.
Behalve met zang en muziek, hebben de zangers ter ere van Sint Antonius, en zoals het hoort, een traditioneel gerecht bereid.
Fontenil (141 D2) Parochiekerk van Antonius en Margerita
We bezochten Fontenil, een gehucht bij Briançon, in augustus 2008.
Er is daar een parochiekerk van Antonius en Margerita.
Volgens de buurvrouw wordt de kerk niet meer gebruikt en gaat deze nog maar zelden open.
Er zou een sleutel zijn, bij een buurman iets verderop, maar die blijkt niet thuis te zijn.
Zoals blijkt uit de plaatjes van de inventaris die ik op het internet vond, moet de verering daar ooit omvangrijk zijn geweest.
Een 19e eeuws beeld van Antonius
Een schilderij (links) uit 1710 en processie-vaandel (rechts) van Margarita met draak, en Antonius. Op het schilderij (en op het vaandel?) is nog net de snuit van het varken zichtbaar.
Op het schilderij staat de klok op de grond, naast het open boek. Op het vaandel hangt het klokje aan de T-staf, in de rechterhand van Antonius. Op beide afbeeldingen heeft hij een T op de schoudermantel.

Beide heiligen zijn dus aan te roepen als bescherming tegen de duivel, i.c. de draak.
Nog meer afbeeldingen van processie-vaandels; 19e eeuws (links), met Margarita, en 18e eeuws (rechts).
Een knielende, lezende Antonius, met puntmuts capuchon en T op de schoudermantel, voor een crucifix. Daarnaast staat zijn klok. in de woestijn, in of voor zijn grot, vergezeld van zijn varkentje in de rechter hoek.
Frasne-le-Château (83 F3) Parochiekerk Saint Antoine l'Ermite
In de parochiekerk Saint Antoine l'Ermite (1774) staat dit Antoniusbeeld uit de 19e eeuw.

Gouden mantel met gestileerde bloemmotieven. Lange staf in de rechterhand, groen gesloten boek in de linker. Leuk, zittend varkentje met los klokje aan halsband.

De dag van Antonius wordt er gevierd, maar het is me nog onduidelijk hoe.

Met dank aan Sœur Geneviève Meyer
Gajoubert (104 A3) Parochiekerk Sint-Antonius 13de eeuw
De parochiekerk Sint-Antonius was de voormalige doopkapel van de Commanderij van de Tempeliers (13de eeuw), die inmiddels verdwenen is.
De Commanderie van Champeau werd in 1282 bij de Tempeliers gevoegd. Ze ging naar de Orde van Sint Jan van Jeruzalem en de Orde van Malta had daar een kerk in 1616.
De kerk, de Commanderij en het kleine kerkhof van Champeau werden als nationaal goed verkocht alvorens in 1801 te worden vernietigd.
Er is ook een Fontaine Saint-Antoine, met (onbepaalde) goede eigenschappen.
Maar is het deze put?
 
Galamus (180 A3) Hermitage en kapel van Antonius 7de eeuw
Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de grotten van Galamus al sinds de aankomst van homo sapiens in deze streken werden gebruikt om in te wonen. Ze zijn werkelijk zo fantastisch! Er zijn in beide grotten bronnen, zodat het water uit de muren sijpelt, wat essentieel is voor het leven in deze teruggetrokken plaats. Bovendien waren de grotten moeilijk toegankelijk, tenzij je de weg kende, endus goed te verdedigen.
Later, nadat de mensen in huizen zijn gaan wonen, werd Galamus een plaats die bij uitstek geschikt is voor religieuze retraite, en sinds de 7e eeuw worden voor zover bekend de grotten door kluizenaars voor contemplatieve afzondering gebruikt. En staat Galamus bekend als een “heilige berg”, en bedevaartsoord.
Een vroege relatie met Antonius, de “vader aller Christelijke kluizenaars”, ligt wel voor de hand: voor een Christelijke mysticus die als kluizenaar wil leven en daarin Antonius wil navolgen, is er nauwelijks een betere plaats denkbaar — afgelegen, maar toch ook weer niet zo ver van de bewoonde wereld dat bevoorrading, en bezoek door pelgrims, onmogelijk zou zijn.

Het was aanvankelijk de kleine grot — de Grot van Maria Magdalena — die als hermitage werd uitgekozen.
De naam “Galamus” zou zijn oorsprong in de Keltische taal vinden, hoewel het zeer moeilijk schijnt om de etymologische ontlening hiervan vast te stellen. Waarschijnlijk ligt de oorsprong dan ook nog veel verder terug.
Een interessante connectie zou nog kunnen zijn met Egypte, namelijk "het gedeelte van deze woestijn dat Calamus genoemd wordt," wat door Cassianus genoemd wordt in zijn Gesprekken (III,5), ofwel "de 'rietwoestijn', of Porphyrion, die nog bij Scetis werd gerekend."
Er is ook een lokale legende die de naam zou verklaren:
Op een maandag na Quasimodo (de eerste zondag na Pasen) in 1092 werd de troubadour Jehan de Cantalauze, ook wel Gadamus genoemd, door de gunst van God naar deze grotten geleid waar hij de eenzaamheid zocht en Sint Antonius vereerde.
Dat geschiedde als volgt. Gadamus ging van kasteel naar kasteel met een andere troubadour, Gilles Montardel. Op een dag verbleven onze twee kameraden in het kasteel van Puylaurens, waar Gadamus verliefd werd op de mooie Sylvaine, de dochter van de majordomo en intendant van de Heer van Puylaurens.
Maar de troubadours konden er niet blijven en Gadamus moest Sylvaine met veel verdriet verlaten. Daarvandaan gingen ze door het bos van Fanges, en daar werden ze door struikrovers overvallen, die Gilles de Montardel doodden.
Chateau de Puylaurens
De sterkere Gadamus wist de struikrovers het hoofd te bieden en op de vlucht te jagen. Alvorens te sterven liet Gilles hem beloven om zijn hart naar Jeruzalem te brengen.
Na zijn belofte ging Gadamus, met de huid van zijn metgezel, naar het kasteel van Puylaurens terug, waar hij Sylvaine weer ontmoette en haar beloofde om na zijn reis naar Jeruzalem terug te keren.
De reis duurde één jaar. In het heilige Land ontmoette hij de monniken van het klooster van Sint Hilarion, waarvan de patroon Sint Antonius de Egyptenaar is. Hij hervond zijn kracht en na zijn devoties in de Heilige Sepulcher, keerde hij naar zijn vaderland terug.
Toen hij naar het kerkhof ging, waar hij op het graf van Gilles verslag wilde uitbrengen over de goede afloop van zijn opdracht, zag hij tot zijn verbijstering dichtbij het graf van zijn vriend, dat van Sylvaine, die op twintigjarige leeftijd aan de pest was overleden. Zijn droefheid, zijn fysieke en geestelijke lijden werden hem te veel.
Na zijn vaarwel aan de graaf en de gravin, trad hij in bij het kapittel van Sint Paul, waar hij om een diepgaande retraite verzocht. Een monnik hielp hem om in de bergengten bij Saint-Paul-de-Fenouillet naar een cel, dicht bij de grot, te klimmen. Hij daalde af naar het dorp om de mis te horen en ging weer terug naar zijn afzondering. Hij leefde in gebed, en zijn gedachten gingen uit naar dat waarvan hij hield ... naar God.
Aldus wordt ons de geschiedenis van Jehan de Cantalauze verteld, bijgenaamd Gadamus, dat wil zeggen: “laten we blij zijn."
Het is aardig om te zien dat deze legende enige overeenkomst vertoont met de legenden van Lézat en Saint-Antoine-en-Vienne omtrent de translatie van de relieken van Antonius: het speelt zich af dezelfde periode, en er is sprake van een belofte die een pelgrimage naar Jeruzalem noodzakelijk maakt. Alleen gaat dit keer de reliek (het hart van Gilles) de andere kant op; waarbij het toch ook zeer voorstelbaar is dat Jehan een reliek van Antonius mee terugbracht uit Jeruzalem of uit het klooster van Hilarion (ik speculeer maar even: het reliek dat nu vervat is in het beeldje van Antonius, in het bezit van de kerk van Saint-Paul-de-Fenouillet?).
Ook de dood van Sylvaine aan de pest, doet wel een verband met Antonius, als ‘pestheilige’ veronderstellen.
De hermitage wordt in 1474 voor het eerst in de annalen vermeld, wanneer er een schenking aan “Saint-Antoine-de-Galamus” plaatsvindt. Hoewel volgens sommige bronnen de Franciscanen de hermitage al in 1395 bezitten, is er pas zekerheid over wat de data 1486 en 1494 betreft, wanneer de gronden aan de Franciscanen geschonken worden die er verbeteringen aanbrengen. Er vonden frequent bedevaarten plaats.
De Franciscanen verkochten de hermitage weer aan het kapittel van Sint Paul, in 1560, voor de som van 50 Livres.

In 1782 heerste er in Saint-Paul-de-Fenouillet een zware epidemie van de ‘zweetziekte’ (suette), een vreselijke vorm van gangreen gecombineerd met een overmatig zweten waarvan de uitkomst vaak dodelijk is, wat toch ook doet denken aan Antoniusvuur. Er waren reeds 14 doden in het dorp en de bevreesde bevolking plaatste zich onder de welwillende bescherming van St. Antonius van Galamus.
Als door een wonder hield de epidemie meteen op. In dank voor deze goddelijke interventie werd in de grote grot een kapel gebouwd, nu bekend als de Kapel van Sint Antonius.
Volgens de traditie zou de enorme plataan die nu nog bij de grot staat tot deze 200 jaar oude gebeurtenis teruggaan.
In 1791 werd de hermitage, als Nationaal Bezit, in een openbare verkoping bij opbod voor 800 frank verkocht aan Pierre Baudet.

Vanaf het jaar 1841 verbleven de paters Palau y Quer, Antoine Bon en Joseph Chiron in de hermitage. Er waren verder nog pater Pierre, die in 1870 van honger en kou stierf, pater Jean van het Kruis en tenslotte pater Blancarte, de laatste heremiet van Galamus tot in 1959.

Saint-Antoine-de-Galamus is tegenwoordig natuurlijk een toeristische attractie, wat blijkt uit de ruime parkeerplaats met winkel in toeristische snuisterijen, ansichtkaarten, frisdank e.d., van waaraf je een mooi vergezicht hebt op de hermitage tegen de bergwand geklemd. En ook in de hermitage zelf is een klein winkeltje met soortgelijke spullen.
Maar de Kapel van Antonius heeft toch ook nog een religieuze functie. Drie maal per jaar vinden er in ieder geval Antoniusvieringen plaats.
Op 17 januari is er een processie vanuit Saint-Paul-de-Fenouillet naar de kapel.
Met Pasen is er een mis in de kapel en een gemeenschappelijke maaltijd op de parkeerplaats (als ik dat juist begrepen heb), en op Tweede Pinksterdag is er een mis in de kapel.
Frère Jean (gardien) en contemplation.
De grotkapel van Antonius bevat een nogal eclectische verzameling beelden en teksten, die er vrij recentelijk (zeg in de laatste 100-60 jaar, als we de foto hieronder vergelijken met de oude ansichtkaart hierboven) aan toe zijn gevoegd.
Er zijn o.m. beeldjes van Antonius van Padua, Sainte Germaine de Pibrac en Notre-dame de Laval.
Sinds 1984 staat er in de grotkapel een houten sculptuur van Antonius, vervaardigd door Georges Grouiller uit Saint-Paul, op een sokkel waarop een T is uitgebeiteld.
Het meest uit de toon valt wel het ‘orthodoxe’ kruis boven het altaar, een kopie van een byzantijnse Christus, een veelkleurige sculptuur waarvan het origineel zich bevindt in Angoustrine Pio.
Alpenhoornblazers openen de mis op Tweede Pinksterdag. Het grote beeld van Antonius staat links.
We hebben de mis op Tweede Pinksterdag (28-05-07) bijgewoond.
Er waren zo’n veertig mensen, waardoor de kapel aardig gevuld was. De meesten waren vrij jong (dit in tegenstelling tot de meeste kerkdiensten, waar het aantal witte en grijze kapsels overheerst), wat niet zo vreemd is, want de hermitage is voor ouderen nauwelijks toegankelijk.
De dienst werd geopend door een aantal alpenhoornblazers, mannen uit Saint-Paul-de-Fenouillet. Het maakte een oeroude indruk, maar ik begreep dat dit pas sinds een jaar of drie plaatsvindt.
Maar recentelijk kwam ik een videofilmpje tegen over een Antoniusviering in Aci Sant'Antonio op Sicilië, ter gelegenheid van de aanwezigheid van de relikwieën uit Arles (de schedel van Antonius in een fraai kistje), die in 2006 op rondreis door Italië waren, en op deze video zijn waldhoorns te horen en te zien! En nog weer later kwamen we ook weer alpenhoornblazers in Lille (België) tegen en hoorden we van Geel (België).
Dus je zou haast de indruk krijgen dat het hier toch om een wat oudere traditie gaat, hoewel jachthoorns meer bij St. Hubertus lijken te passen.

Op het altaar stond een beeldje van Antonius, dat tevens reliekhouder is, en dat normaliter in de kerk van Saint-Paul-de-Fenouillet bewaard wordt (zie hieronder).
De reliek bevindt zich in de sokkel.
Met de rechterhand steunt Antonius op een korte knoestige krom-staf met een klokje eraan. Een open boek ligt op zijn linkerhand.
Zijn varkentje kijkt hier vol vertrouwen naar hem op, met een pootje opgeheven.
Dit geeft heel mooi uitdrukking aan hun relatie: het varkentje als liefdevolle assistent van Antonius
Na de mis kon men het reliek kussen.
Tijdens de dienst werd Antonius als ‘vader der monniken’ genoemd, en werd verhaald hoe hij de bijbeltekst — alles aan de armen te geven en Christus te volgen — letterlijk had nageleefd, en werd herhaaldelijk ‘de mens als pelgrim’ benadrukt.
Volledigheidshalve vermeld ik nog even het “magische vierkant” dat in een blok van steen is uitgehouwen, en dat bestaat uit de letters (SATOR - AREPO - TENET - OPERA - ROTAS), dat zich rechts in de grot bevindt. Deze letters kan men als palindroom in diverse richtingen kan lezen.
Boven het vierkant is een stenen kop uitgehouwen, waaruit water zou stromen (dat heb ik echter niet gezien).

De ‘magische’ tekst wordt vanuit een Christelijk gezichtspunt wel vertaald als: “De Schepper houdt de ploeg, trekt voren over de grond en doet zijn werk.”
Op het internet is nog veel meer info hierover te vinden, met nog meer vindplaatsen. Zo zou het al door Plinius vermeld zijn en is het o.a. ook in de ruïnes van Pompeï gevonden, wat aangeeft dat het al van voor Christelijke tijden stamt. En zo kwam ik ook nog de vertaling tegen: “Zaaier Arepo houdt met moeite de wielen".
En er is nog een opvatting dat het palindroom door de Christenen gebruikt zou kunnen zijn als cryptogram, een tekst in geheimschrift, om de Romeinse onderdrukkers te misleiden. In de Sator-rebus konden de gelovigen tweemaal de woorden Pater Noster (Onze Vader) verbergen. De letters die dan nog overbleven, waren tweemaal de A en de O. De A en de O zijn Alpha-Omega en verwijzen naar God.
Maar, tenslotte, behalve dat er 'Antoniaanse' T’s zijn weergegeven, lijkt er qua inhoud geen typisch verband met Antonius te zijn.
En het beeldhouwwerk ziet er ook zo nieuw uit. Wat doet het daar eigenlijk?
Saint-Paul-de-Fenouillet — Saint-Paul-kerk
Het beeldje van Antonius, tevens reliekhouder, staat centraal in het retabel in de Saint-Paul-kerk van het dichtbij Galamus gelegen Saint-Paul-de-Fenouillet. Het beeldje wordt geflankeerd door twee T's. Links is een schilderij van een Bezoeking van Antonius door drie duivelse figuren terwijl Christus vanuit de hemel toekijkt; in de achtergrond staat een kerkje, misschien van Saint-Paul. Rechts is een schilderij van de ontmoeting van Antonius en Paulus.
Gomméville (64 C4) Parochiekerk Saint Antoine le Grand 16e eeuw
Er is me weinig bekend over de kerk van Antonius in Gomméville, maar de plaatjes zijn wel van dien aard dat ik de plaats toch wil vermelden.
Blijkbaar zijn er drie Antoniusbeelden (zie hieronder); daarnaast zou er nog een reliekbuste van Sint Antonius uit 19de eeuw zijn.
Gourbera (157 D1) l’Hôpital Prieuré de Poymartet 14e eeuw
Er was vlakbij Gourbera sinds 1312 een ziekenhuis van de Antonianen, genaamd l’Hôpital Prieuré de Poymartet.
Poymartet zou in ongeveer 1250 door St. Louis gesticht zijn. Uiteindelijk zouden de Antoniaanse hospitaalbroeders door maatregelen van François I (1494 - 1547) door leken vervangen worden.
De etymologie van Poymartet verwijst naar de Antonianen: Poy of Pouy betekent hoogte en martel, marteau, betekent hamer, de hamer van Antonius. Het T-symbool op de linker schouder van de cape van de Antonianen zou dan een hamer met dubbele kop zijn.

Het ziekenhuis bevond zich waarschijnlijk aan de uiterste grenzen van Gourbera.
Het bakstenen ziekenhuis bevatte twee slaapzalen, een voor de mannen, en een voor vrouwen, elk met een tiental bedden. Daarnaast stond het klooster, waar onder het gezag van een prior vier broeders sober leefden. En er was een kapel met twee altaren dichtbij de begraafplaats van de broeders waar men eveneens de armen, zieken en pelgrims begroef die daar hun reis beëindigden.
Gourbera lag namelijk op de pelgrimsroute naar Compostella. Ovrigens verwelkomde de commanderie in 1540 niet alleen pelgrims maar ook "bedelaars en armen, onmachtig om in hun levensonderhoud te voorzien". Ze kregen daar brood, wijn, zalven, vis, eieren en verwarming.
La Grave, Le Rivet du Pied (140 B1) Kapel van Antonius 17e eeuw
Tijdens ons bezoek aan La Grave in september 2008 zien we de Antonius kapel slechts van verre.
Het gehucht Le Rivet du Pied bleek volgens een informant alleen te voet bereikbaar te zijn, terwijl de kapel gesloten zou zijn.
Jammer was dat wel want de kapel lijkt een zeer interessante inventaris te hebben.

De 19e eeuwse kapel heeft een ouder gebouw vervangen dat waarschijnlijk uit de 17e eeuw stamt.
Behalve het links getoonde fraaie beeldje van Antonius, dat een plaats heeft op het retabel (rechts), zijn er nog vier reliek-bustes boven op het retabel, maar onduidelijk is van welke heiligen die zijn, maar waarschijnlijk niet van Antonis Abt.
Het andere beeldje op de retabel is van Antonius van Padua. En er zouden nog meer heiligen-beelden aanwezig zijn, zoals van St. Cyr, Johannes de Doper, St. Michael (vóór op het retabel), en St. Christoffel.
Antonius, met capuchon, steunt met de rechterhand op een korte knoestige haakstaf. Een object (gekrompen open boek?) op de linkerhand. Een vreemd klein varkentje staat los naast hem.
Grenant (83 D1) Antonius, beschermheilige van de mandenvlechters
De foto’s hier dateren van zaterdag 23 januari 2010 toen het feest van Sint Antonius in Grenant werd gehouden.
Het was georganiseerd door de Confrérie des Façonneurs du Noble Osier — ofwel de Broederschap van Bewerkers van de Edele Wilg — uit Fayl-Billot.
De kerk is versierd met meer dan tweehonderd objecten uit de mandenmakerij.
Een vrij jeugdige Antonius met korte baard. Hij heeft een rode T op de pij. Hij steunt met de rechterhand op een korte staf. Een gesloten rood boek in de linkerarm geklemd. Een Franciscaner koord met drie knopen om het middel.
Zijn roze varkentje zit naast hem.
Het festival werd voorgezeten door Monseigneur Philip Guéneley, bisschop van Langres.
De mis wordt opgeluisterd door het koor en de muziek uit het kleine dorpje in het bijzijn van de verzamelde Broeders uit de gehele mandenmakerindustrie: rietproducenten, handelaren, vlechters, kooplieden, leraren van de school voor wilgenteelt, studenten en alumni.
Tijdens de mis vindt de zegening van de broodjes plaats die aan de gelovigen worden uitgedeeld en ook de gereedschappen van de vlechters worden gezegend.
Na de mis gaat de broederschap naar het huis van een vlechter van Grenant voor de uitwisseling van de staf van Antonius, de staf met een gevlochten klokje. Deze staf werd overhandigd aan een vlechter van Bussières-les-Belmont, waarmee aangegeven wordt dat deze nu verantwoordelijk is voor de organisatie van het feest van volgend jaar. Verder werd nog een broodje (brioche) overhandigd, die deze symboliek moet versterken, en drie eremedailles.
Daarna werd er door de gemeenschap bisschopswijn en een banket in de feestzaal aangeboden.
Het volgende feest vindt dus plaats in Bussières-les-Belmont op zaterdag 22 januari 2011.
Daarna zal het feest weer in Fayl-Billot plaatsvinden.
Het Antoniusfeest van de mandenvlechters vindt ook plaats in Vallabrègues en Villaines-les-Rochers.
Les Guibertes (140 C2) Parochiekerk du Saint-Esprit et de Saint-Antoine 1509
Les Guibertes is een gehucht bij Le Monêtier-les-Bains, zoals ook Les Boussardes.
Net als bij die plaats is mij over deze verder zeer weinig bekend geworden wat betreft de kerk en eventuele activiteiten. Maar gezien de prachtige inrichting, moet de kerk — en dus Antonius — toch ooit eens een grote rol in de gemeenschap hebben gespeeld.
De eerste kapel, waar niets van over is gebleven, werd in 1509 gebouwd. [Maar was dat een Antoniuskapel?] De huidige kerk dateeert van de late 17e eeuw. Het gebouw en de torenspits werden door een brand in 1770 beschadigd. Het huidige middenschip lijkt een toevoeging te zijn aan het oorspronkelijke gebouw. De gevel werd in 1847 herbouwd. Het gehucht werd in 1836 een parochie.
Het fraai bewerkte altaar en retabel met links in de nis Maria met Christuskind en rechts in de nis Antonius (zie ook hieronder rechts) met zijn varkentje.
Het schilderij toont een zittende Antonius die de heilige Maagd met Christus aanschouwt.
Het schilderij is gesigneerd in het open boek, waarboven een vlam brandt, "Carlo Alessan/dro Macagno / pittore (e) arc/hiteto in Tori/no all' 16 a/gosto dell. 1669. / Sancte Antonii ora/pro nobis".
Antonius, met korte T-staf en klokje in de rechterhand; open boek op de linkerhand.
Neerkijkend varkentje
Op de sokkel staat: "ST. ANTOINE. / P. P. N.".
Boven, van links naar rechts: een kachel, een gesloten doopvont, waarvan een deurtje open kan, en een zittende Antonius op een offerblok (zie ook hier linksonder).
(Rechts) Een detail van de bank van de Confrérie des Pénitents,
de Broederschap der Boetedoeners.
Wat een prachtig kerkje is het toch, en dat zo in the middle of nowhere!

Over festiviteiten of activiteiten in het dorp of in de kerk is mij niets bekend.
Guiscriff (51 F2) Antoniuskapel 16e eeuw
We bezochten de Antoniuskapel in augustus 2013. De kapel ligt op zo'n 7km van Guiscriff aan een stille landweg.
Het zag er erg gesloten uit maar tot onze verrassing was de voordeur (aan de kant van de bomen) open. Het was er stoffig en rommelig; hij wordt niet frequent gebruikt. Waarschijnlijk alleen tijdens de Antoniusvieringen.

Er zijn moderne glas-in-lood ramen (links). Van buiten zag het eruit alsof er plastic lappen voor de ramen hingen. Van binnenuit was het al niet veel beter. Maar toch, de kapel wordt wel onderhouden.
Er is een mooi beeld van Antonius uit de 16e eeuw. Ondanks zijn grijze haren en baard ziet Antonius er jeugdig uit. Hij draagt een rode schoudermantel, blauw van binnen. De staf is verdwenen; hij heeft alleen het handvat nog in zijn rechterhand. In zijn linkerhand draagt hij een open boek. Het varkentje is echt piepklein, bijna een miniatuur.
Er zou een devotionele bron of fontein te zijn, maar die hebben we niet gevonden.

Er zijn jaarlijks twee Antonius vieringen: de zondag het dichtst bij de 17e januari en op de eerste zondag in mei.
Het is een zeer eenvoudige viering, vergeleken met andere plaatsen — geen varkenskoppen, vreugdevuren, dierenzegeningen, etc. maar toch...
De viering in mei lijkt iets uitgebreider, met een circustent en meerdere bezigheden.
Links een foto van de viering op 22 januari 2008.

Talrijke gelovigen, mensen uit de buurt maar ook uit de wijdere omgeving, waren aanwezig bij de lezing van het gebed door de diaken, alvorens rond de tafels die in de kapel stonden, te delen in de koffie en het gebak voor deze gelegenheid. De mensen vonden het gezellig en zijn een goed deel van de middag gebleven om te keuvelen.
Overige plaatsen C-G
  • Cadoule (149 F1)
    Mas de Saint Antoine de la Cadoule, voormalige commanderij en hospitaal van de Antonianen.
  • Carpentras (152 C4)
    Een truffelfeest in januari.
  • Castelnau-de-Guers (164 A4)
    Ruïnes van de ermitage de Saint-Antoine du Lac
  • Catenoy (21 F3)
    Voormalige commanderij en kapel van de Antonianen.
  • Chalon-sur-Saône (96 C3)
    Voormalige commanderie de Saint-Antoine, opgericht in 1289.
  • Chambéry (125 F2)
    Voormalige commanderij van de Antonianen.
  • La Chapelle-Saint-Sulpice (42 C4)
    Kapel gewijd aan Saint Sulpice en Saint-Antoine; een viering op 17 januari.
  • Châteauneuf-d’Entraunes (155 E3)
    Kapel Saint-Antoine Ermite.
  • Chessy-les-Prés (63 F3)
    Kapel van Saint-Antoine en er was een beeld — nu gestolen — uit de 15e eeuw.
  • Chevregny (23 E2)
    Een Antonius-kerk.
  • Choisies (12 A2)
    Sint Antonius Kerk; reliekbuste van Sint Antonius heremiet; 18de eeuw.
  • Cognac (115 E2)
    Een vereniging: “Les Amis de Saint Antoine”, een Kerk Saint Antoine, en een wijk Saint Antoine.
  • Corlay (33 F4)
    Een Antoniuskapel uit 1781.
  • Cormot-le-Grand (96 B2)
    Een Antoniuskapel en beeld uit de 19e eeuw.
  • Coupelle-Neuve
    Antonius in het stadswapen.
  • Dommartin-la-Chaussée (26 C4)
    Een T in het stadswapen.
  • Fayl-Billot (83 D1)
    De mandenvlechters vieren op 17 januari de dag van Sint Antonius, de beschermheilige van de mandenvlechters, in samenwerking met die van Bussières-les-Belmont en Grenant.
  • Froidos (45 E1)
    Een Antoniuskerk, met schilderij op een retabel van Antonius en Paulus van Thebe.
  • Fumel (146 A1) 2011
    Parochiekerk Saint Antoine en glas-in-lood-raam van Antonius.
  • Fyé (80 B1)
    Een Antoniuskapel, resterend van een klooster uit de 13e eeuw, functioneert nu als kerk van het dorp.
  • Gavisse (27 D1)
    Parochiekerk Saint Antoine-Abbé en klein beeld uit de 18e eeuw.
  • Goualade (144 B2)
    Een Antoniuskerk, met een retabel van Antonius bij het secondaire altaar, uit de 17e eeuw.
  • Grigny (41 F3)
    Een kerk onder het dubbele patronage van Saint Antoine & Saint Sulpice.
La Chapelle-Saint-Sulpice
Castelnau-de-Guers
Châteauneuf-d’Entraunes
Goualade; Antonius met varkentje, bisschopsstaf en doodskop

Grigny
Fumel (links en rechts)
 

Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Adolphe Hartsuiker