Vita Antonii Abba's Iconografie Vuur Antonianen Kunsten Cultus Folklore Plant Dier Literatuur Paulus Hilarion Maria Simeon Adolphus
Nederlands Frans Italiaans Spaans Portugees Koptisch Duits Orthodox Engels Amerikaans Aziatisch
Sint Antonius in de Koptische kerk
Egypte - Antonius klooster - Klooster van Macarius -
Egypte
Antonius klooster
De beginfase van het klooster, toen Antonius zich daar vestigde, wordt vermeld in de Vita, geschreven door Athanasius.
Arsinoë is een stad aan het Moëris-meer, niet ver van Pispir. In de tijd van de geschiedschrijver Herodotus (± 400 voor Christus) heette de stad Krokodilopolis. In de Sahidische vertaling heet zij Piom, tegelijk de naam van het hele gewest, waaruit zich de huidige naam Fajoem ontwikkeld heeft. Het kanaal verbond de stad met een zijarm van de Nijl en aldus met Egypte. Op dezelfde hoogte, maar aan de overzijde van de Nijl, ligt Pispir, een afstand van 80 km. Dit is de eerste plaatsaanduiding in de Vita.
Nog wat uitgebreider in de Levens van de Kerkvaders door Butler, Quotes 5 & 6.
Zijn eerste klooster was gelegen in de buurt van de grenzen van Opper en Midden Egypte. Het bestond eerst uit een paar verspreide cellen. Om een aantal van deze broeders te bezoeken, zo verhaalt Sint Athanasius, stak hij het kanaal van Arsinoë over waar het wemelde van de krokodillen. Dit wordt ook wel zijn “klooster bij de rivier” genoemd, en was niet ver van Aphroditopolis, de lagere en meer oude stad van die naam, in Heptanomis, ofwel Midden Egypte gelegen.
Sint Antonius, die vond dat zijn afzondering te algemeen bekend werd, en de afleiding van de voortdurende bezoeken niet wilde verdragen, reisde langs de rivier om naar een meer afgelegen wildernis te zoeken, maar na een beetje gereisd te hebben, ging hij op de oever zitten om een boot voorbij te zien gaan, en veranderde hij van idee, en in plaats van naar het Zuiden te gaan, ging hij met enkele Saraceense kooplieden naar het Oosten, en kwam in drie dagen, ongetwijfeld op een kameel, aan op de grote berg richting de Rode Zee, waar hij de laatste jaren van zijn leven doorbracht. Maar hij bezocht vaak zijn eerste klooster, in de buurt van Aphroditopolis.
Sint Hilarion die hiervandaan naar het grote klooster van Sint Antonius op de berg ging, deed die reis in drie dagen, op kamelen, die door een diaken, genaamd Baisan, verhuurd werden aan mensen die Sint Antonius wilden bezoeken. [Zie de Vita van Hilarion, Hoofdstuk 25, waar de plaats Aphroditos wordt genoemd.] Dit laatste klooster, in de buurt waarvan de heilige is gestorven, is altijd een beroemd bedevaartsoord gebleven.
Pispir (nu Der el Memun), was het klooster van Sint Macarius, maar het wordt soms ook wel 'Sint Antonius' genoemd, omdat die het vaak bezocht.
De Grot van Sint Paulus van Thebe blijkt niet erg ver van dit grote klooster te zijn; maar omdat de weg door de bergen slingert, met een enorme omweg, lijkt het voor reizigers er op grote afstand van te liggen.
Een geografische reconstructie op een hedendaagse kaart:
El-Fajoem is een stad in Centraal Egypte en de hoofdstad van het gouvernement Fajoem. De stad ligt in het gelijknamige Fajoembekken (Fajoem-oase) op ongeveer 90 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Caïro en beslaat een deel van het oude Crocodilopolis (Arsinoë).
Het klooster van Antonius in Egypte (Deir Mar Antonios) en het nabijgelegen klooster van St. Paulus zijn beide Koptisch en zijn de oudst bewoonde kloosters in Egypte.
Diep verborgen in de bergen van de Rode Zee en afhankelijk van bronnen voor hun watervoorziening, vinden in allebei nog rituelen plaats die in 16 eeuwen nauwelijks zijn veranderd.
Zij zijn toegankelijk met speciale reizen vanuit Kaïro, Suez of Hurghada en een verblijf in een van de kloosters kan vooraf worden geregeld.
Het klooster van Antonius, dat bij de voet van berg al-Qalzam dichtbij Al Zaafarana ligt, werd opgericht vlak na de dood van de heilige en is het oudste actieve klooster in de wereld. Er is zeer weinig bekend van de vroege periode van het klooster. Nochtans, tijdens de zesde en zevende eeuw migreerden veel monniken van Wadi Natroun, die onder frequente aanvallen van de Bedouïnen leden, naar het klooster van Antonius.
Maar dit klooster werd zelf ook vaak geplunderd, en werd in de 11de eeuw gedeeltelijk vernietigd.
Tussen de 12de en 15de eeuw bloeide het klooster weer op, maar werd opnieuw in 1454 door Bedouïnen geplunderd. Wegens dergelijke aanvallen is dit klooster gebouwd als een vesting.
Hoewel het klooster tegenwoordig Koptisch is, was het gedurende zijn vele jaren van bestaan vaak multi-gelovig, en huisvestte het monniken van verschillende Christelijke godsdiensten.
De grot van Antonius (magharah), "de binnenste berg", waar hij als kluizenaar leefde, ligt op 2 km van het klooster verwijderd en zo’n 680 meter boven de Rode Zee.
Macarius klooster
Monastère Saint-Macaire

Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Dolf Hartsuiker