Vita Antonii Abba's Iconografie Vuur Antonianen Kunsten Cultus Folklore Plant Dier Literatuur Paulus Hilarion Maria Simeon Adolphus
Nederlands Frans Italiaans Spaans Portugees Koptisch Duits Orthodox Engels Amerikaans Aziatisch
Antonius in het theater
Toneel - Gustave Flaubert, 1874, La tentation de Saint Antoine. - Odilon Redon, 1888-1889-1896, Tentation de Saint Antoine. Georges A. Rochegrosse, 1907, Tentation de Saint Antoine. - Henri Cyral, 1930, La tentation de Saint Antoine. - J.G. Daragnes, 1942, La tentation de Saint Antoine. - Hervey White, 1921, The Temptation of St. Anthony. - E. Barbaix, 1929, Baas Best en St. Antonius. - The Wooster Group, 1988-1994, Frank Dell’s The Temptation of St. Antony. - Le Thé à Trois, 1993, La grande tentation de saint Antoine. - Teatro Cassone, 2014, The Temptation of St Anthony. -
Opera - Coralli, Halévy e.a., 1832, La Tentation. - Paul Hindemith, 1935, Mathis der Maler. Cecil Gray, 1935-37, The Temptation of St. Anthony. - Louis de Meester, 1957, De Grote Verzoeking van Sint-Antonius. - Josep Soler i Sardà, 1967, Las Tentaciones de San Antonio. - Michel Chion, 1984, La tentation de Saint Antoine. - Luis Jaime Cortez, 1998, La Tentación de San Antonio. - Vladimir Franz, 2001, Pokušení svatého Antonína. - Reagon & Wilson, 2003, The Temptation of Saint Anthony. Ulrich Kreppein, 2012, Die Versuchung des Heiligen Antonius. - Four Larks Theatre, 2012, The Temptation of St. Anthony. - The Mechanical Animal Corporation, 2013, The Temptation of Saint Anthony. -
Ballet - G. Auvra, 1891, La tentation de Saint Antoine. - Gardner Read, 1947, The Temptation of Saint Anthony. - Maurice Béjart, 1967, La tentation de Saint Antoine. - Rashid Ahmedov Karacev, 2013, The Temptations of St. Anthony.
Vaudeville, cabaret - Pierre Carmouche, 1832, Antoine et son compagnon, ou le Voyage à la Thébaïde. - Florence Duparc, 1880, La Tentation de Saint Antoine. - Claude Terrasse, 1901, La Tentation de Saint Antoine. - Polin, 1904, La bonne de saint Antoine. - Paulus, 1904, La Légende de Saint Antoine. -
Poppen, marionetten, bouwplaten - Musea, 1840-1950, marionetten. Famille Guérin, 1853, Le Théatre Saint Antoine. - Pellerin & Cie., 1890-1905, Petits théâtres: Tentation de Saint-Antoine. - Michel de Ghelderode, 1932, La grande tentation de Saint-Antoine. - Plansjet, ± 2000. - Keith Newstead, 2009, The Temptation of St Anthony after Salvador Dali. -
Schaduwspel, toverlantaarn - Le Théâtre Séraphin, 1785, La tentation de Saint Antoine. - Lanterne Magique, ±1800, La tentation de Saint Antoine. - Pierre Adolph Hennetier, 1868, Misères de St. Antoine. - Henri Rivière, 1887, La tentation de Saint Antoine. -
Film - Georges Melies, 1898, La Tentation de Saint Antoine.Allan Friis, 1966, S:t Antonius Frestelse. - Karel Dobrý, ±1990, Pokušení sv. Antonína. -
Video - Elliot Anderson, 2000, The Temptation of St Anthony. - Antoine Roegiers, 2008, La Tentation de Saint Antoine. - ScreenDrax, 2008, The Temptation of St Anthony. - Marina Mars, 2009, La Tentation de Saint Antoine. -
Volkstheater hedendaags - Alcublas, El Romance de Ciego sobre San Antón. -
Overige25
Toneel
Gustave Flaubert (1874) La Tentation de Saint Antoine
Vertaling van Hans van Pinxteren (1985) De Verzoeking van de Heilige Antonius
Vertaling van Louis Couperus (1896) De Verzoeking van den H. Antonius
Het toneelstuk La tentation de Saint Antoine van de 19e eeuwse schrijver Gustave Flaubert is nooit een commercieel succes geweest. Dat kan ook niet, want de daarin opgeroepen beelden zijn alleen begrijpelijk voor iemand die een uitgebreide studie van de ascese en de geschiedenis van de eerste paar eeuwen voor en na Christus van dat territorium (Griekenland, Midden Oosten, Egypte, Perzië, India) heeft gemaakt. Dit houdt dan ook vanzelfsprekend in dat Gustave Flaubert zelf een soortgelijke studie heeft verricht.
Ook qua vorm is het nauwelijks geschikt om op te voeren. Grote delen bestaan uit beschrijvingen van de hallucinaties / visioenen / dromen van Antonius die op het toneel niet weer te geven zijn. Verder is er vrijwel geen actie, erg veel monologen van Antonius en weinig dialoog. Vaak wordt het dan ook eerder opgevat als een roman, novelle of zelfs gedicht. De laatste opvatting wordt vooral gevoed door het prachtige taalgebruik.
Een moderne film, met de huidige trucages, zou wel zeer geschikt zijn voor het in beeld brengen van de visioenen. Maar tegenwoordig zou het grote publiek het inhoudelijk niet interessant vinden. Een vroege poging tot verfilming van de visioenen zien we bij Georges Melies, 1898 (hieronder).
Maar ook al was het toneelstuk dan geen populair succes, het heeft enorm veel invloed gehad op de kunstenaars uit zijn tijd — die het zeker een fantastisch stuk vonden, met prachtige beelden — en op de kunstenaars van later tijden, tot op heden.
In allerlei adaptaties is het tenslotte toch uitgevoerd.
De Verzoeking van St. Antonius naar Gustave Flaubert; Lovis Corinth 1908. Tate Gallery, Londen.
Dit schilderij geeft de scène weer waarin Antonius wordt 'verleid' door de koningin van Sheba, met haar exotisch gevolg van dienaren, olifanten, en kamelen.
In mijn citaten uit het toneelstuk zal ik voornamelijk gebruik maken van de vertaling van Van Pinxteren, die de integrale tekst omvat, maar zo nu en dan ter vergelijking uit de vertaling van Couperus citeren. Couperus' tekst is overigens een gekuiste versie van het stuk. Grote delen ontbreken, en het zal niet verbazen dat het vooral die delen zijn waarin se+ voorkomt, maar ook een hoofdstuk met Apollonius als hoofdfiguur ontbreekt geheel.
Anderzijds is het taalgebruik van Couperus wel zeer poëtisch, dus vandaar dat een vergelijking toch interessant kan zijn.

Het toneelstuk zou dus al geen succes hebben kunnen zijn vanwege het 'obscure' onderwerp of in ieder geval de onbekende personages, en op de koningin van Sheba na, ook "onaantrekkelijke" personages.
Maar gezien de spotprent uit 1896, waarin een soort commerciële samenzwering wordt afgebeeld tussen de uitgevers en Couperus, scheen men daar destijds anders over te denken.
Spotprent op Couperus' Flaubert-bewerking, in De Kroniek
van 1896, een litho van Marius Bauer:
"Flaubert's Verzoeking van den Heiligen Antonius,
door Couperus in het Hollandsch vertoond." (vrij naar Teniers)
Een belangrijke tweede rol in het toneelstuk wordt ingenomen door Hilarion, een discipel van Antonius, die in de dialogen prachtig weerwoord geeft. Hilarion wordt door Athanasius in de Vita overigens niet genoemd, maar hij noemt daarin sowieso weinig namen van anderen. Voor Hilarion moeten we zijn bij de Vita die Hiëronymus over hem geschreven heeft. En dan blijkt dat Hilarion slechts een paar maanden bij Antonius in de leer is geweest, hoewel ze later ook correspondeerden. Uit het toneelstuk zou je haast de indruk krijgen dat Hilarion zijn hele leven bij Antonius heeft doorgebracht.

In tegenstelling tot veel van de kunstenaars die op de pagina's in mijn site aan de orde komen, en er in het algemeen een nogal beperkte (Christelijke, ‘Middeleeuwse’) zienswijze op na houden, zien we in het toneelstuk veel ‘helden’ en goden uit de geschiedenis van de ascese en mystiek aan het geestesoog van Antonius voorbijtrekken, en Flaubert suggereert aldus dat deze hem als asceet gevormd hebben.
Terwijl veel kunstwerken nogal clichématig de standaard elementen van Antonius’ Leven (zoals de Verzoeking) verbeelden, en daar hooguit eigentijdse problematiek of thematiek aan verbinden, zien we dat Flaubert’s toneelstuk veel toevoegt aan de kennis die we van Antonius en zijn tijd (zouden kunnen) hebben.

De Verzoeking komt in Flaubert’s toneelstuk natuurlijk grootschalig aan de orde, en we zien dat de duivel in verschillende gedaantes de heilige met filosofische en godsdienstig hallucinaties bestookt, en het zijn naast de échte verzoekingen — naakte vrouwen, seks, lekker eten, macht — of paranoïde angsten zoals die vooral in de Middeleeuwen gedaante gekregen hebben — schijtende duiveltjes die je aan stukken scheuren — ook vaak instructieve visioenen.

Zo zien we, of horen we verwijzingen naar Alexander de Grote en ‘zijn’ gymnosofisten zoals o.a. Kalanos en de latere Zarmanochegas [zie ook op deze site mijn artikel over Alexander], die grote indruk maakten in de oudheid door zich levend te laten verbranden.
Verder zien we de wijsgeer en asceet Apollonius uit de eerste eeuw van onze jaartelling, die een aanhanger is van Pythagoras, met zijn metgezel Damis, die vertelt over ‘zijn’ gymnosofisten in India en Egypte.
Dan krijgen we een aantal Indiase goden te zien, zoals Vishnoe uit wiens navel een lotus ontspringt waaruit Brahma geboren wordt, en Shiva en Bhairava of Kali met een mala van mensenschedels, Ganesh met zijn olifantensnuit, en de Brahmanen, de priesterkaste van de Hindoes.
Dan verschijnt de demigod Boeddha, maar uitgeteerd, zoals hij eruit zag na jarenlang vasten.
En tenslotte zijn er nog de relaties van Antonius zelf, zoals Didymus, zijn leermeester, en Athanasius, de bisschop die zijn biografie schreef.

Als toevoeging aan de kennis van Antonius en zijn tijd, legt Flaubert Antonius een beschrijving in de mond van Alexandrië en de volkeren die je daar zou kunnen tegenkomen, waaronder ook Indiërs:

[9] “Op een keer zijn reizigers van een karavaan mij te hulp gekomen, en ik werd meegenomen naar Alexandrië. Daar ben ik in de leer gegaan bij de goede oude Didymus. Hoewel hij blind was, had hij zijnsgelijke niet in de kennis van de Schrift. ... Je zag er zelfs Cimmeriërs in berevellen en gymnosofisten van de Ganges, die zich insmeren met koeiedrek. Maar op straat deden zich altijd ongeregeldheden voor: er waren Joden die weigerden belasting te betalen, of oproerlingen die de Romeinen wilden verdrijven. Daarbij wemelt het in de stad van de ketters: aanhangers van Mani, Valentinus, Basilides, Arius - en stuk voor stuk klampen ze je aan en beginnen een discussie om je te overtuigen van hun gelijk. Soms nog vallen mij hun woorden in. Hoezeer je ook probeert daar geen acht op te slaan, je raakt er toch van in de war.”
The Temptation of Saint Anthony
Hippolyte (Paul) Delaroche. Circa 1832.
De situatie die hieronder beschreven wordt, is echt een prachtige weergave van een naakte heilige man, een gymnosofist (of sadhoe) zoals de rolverdeling aangeeft, en dan ook nog een ‘éénarmige' sadhoe, zoals je die tegenwoordig, zij het zelden, nog zou kunnen aantreffen. Ik vraag me af waar Flaubert deze figuur gezien heeft, of waar hij erover gelezen heeft.
Het speelt zich onder de takken van de heilige banian boom, wat ook al weer zo goed getroffen is, en hij is omgeven door dieren zoals herten en gazellen (wat sterk doet denken aan de Rishi van wie ik op de pagina over het Leven van Antonius een afbeelding heb gegeven).
De sadhoe zit op een houtstapel, omgeven door vier vuren met de brandende zon boven hem als vijfde vuur, wat de ‘ascese van het vuur’ is, in India bekend als panch-agni tapasya. Aan het eind van deze toneel episode ontbrand de houtstapel en verbrandt de gymnosofist wat natuurlijk sterk doet denken aan Kalanos en Zarmanochegas. En hij spreekt Antonius aan als “Brahmaan van de Nijloevers,” wat verwijst naar de gymnosofisten die Apollonius in Egypte ontmoette en van welke Antonius dan een ‘erfgenaam’ zou zijn.
[80-82] ... [er] zit op een soort houtstapel iets vreemds — een man — ingesmeerd met koeiedrek, spiernaakt, dorder dan een mummie; aan het uiteinde van zijn beenderen, die dun als talhouten zijn, steken zijn gewrichten uit als knoesten. Aan zijn oren hangen trosjes schelpen; zijn gezicht is langgerekt en hij heeft een haviksneus. Zijn linkerarm is verstijfd en wijst als een staak recht omhoog. Hij zit daar al zo lang dat er vogels nestelen in zijn haar.
Kapil Das maakt offerandes aan het vuur
tijdens zijn vijf-vuur-ascese.
Aan de vier hoeken van zijn houtstapel laait een vuur op. Hij staart met wijdopen ogen naar de zon, die pal in zijn gezicht schijnt, en zegt zonder Antonius aan te kijken:
Brahmaan van de Nijloevers, wat vind je ervan?
Aan alle kanten lekken de vlammen tussen de stammetjes door.

DE GYMNOSOFIST gaat verder:
Zoals de rinoceros heb ik mij diep in de eenzaamheid teruggetrokken. Ik woonde in de boom achter mij.
Inderdaad vertoont de grote vijgeboom in zijn gegroefde stam een natuurlijke, manshoge uitholling.
Ik voedde mij met bloemen en vruchten, en nam de voorschriften in acht, zo dat zelfs de honden mij niet zagen eten.
Daar het leven voortkomt uit verdorvenheid, verdorvenheid uit verlangen, verlangen uit zintuiglijke gewaarwording, zintuiglijke gewaarwording uit aanraking, heb ik alle doen gemeden, iedere aanraking. Zonder mij ooit te bewegen, als een grafzuil, ademde ik met gesloten mond; en mijn blik richtend op mijn neus, schouwde ik de ether in mijn geest, de wereld in mijn ledematen, de maan in mijn hart, en ik peinsde over de essentie van de grote Ziel, waaraan voortdurend, als spranken uit het vuur, de levensprincipes ontspringen.
Tenslotte heb ik de hoogste Ziel doorgrond in alle wezens, alle wezens in de hoogste Ziel; en door de beteugeling van mijn zinnen heb ik mijn ziel in Haar doen opgaan.
Ik ontvang het weten rechtstreeks uit de hemel, zoals de vogel Tchataka, die zich aan niets dan regenstralen laaft.
Juist omdat ik de dingen ken, bestaan de dingen niet meer.
Voor mij, nu, bestaat er hoop noch angst, geluk noch deugd, dag noch nacht, jij noch ik, helemaal niets.
Door nietsontziende zelftucht ben ik boven de Machten komen te staan. Eén samentrekking van mijn geest kan honderd koningszonen doden, de goden onttronen, de wereld verwoesten.
Amar Bharati, de één-arm Baba.
[vertaling van Van Pinxteren]
Dit alles heeft hij met monotone stem gezegd. Om hem heen verschrompelen de bladeren. Over de grond vluchten ratten weg.
Traag zinkt zijn blik in de uitslaande vlammen, en hij voegt er aan toe:
Ik kreeg een afkeer van de vorm, een afkeer van de waarneming, een afkeer zelfs van het weten — want de gedachte is niet van langere duur dan haar vergankelijke aanleiding en zoals al het andere is ook de geest niet meer dan een illusie.
Al wat verwekt is, zal vergaan, al het gestorvene moet herleven; de wezens die voor het ogenblik verdwenen zijn, verwijlen een poos in de nog ongevormde moederschoot, en komen op de aarde terug om in smart andere schepselen te dienen.
[vertaling van Couperus]
Hij heeft dit alles gezegd met eentonige stem.
De bladeren, om hem heen, krullen zich om. De ratten over den grond vluchten weg.
Langzaam laat hij zijn oogen zakken naar de vlammen, die opstijgen; dan zegt hij:
- Ik heb een walging gekregen van den vorm, een walging van het doorzien, een walging zelfs van het weten, - want de gedachte overleeft niet het vluchtige feit, dat haar veroorzaakt, en de geest is zoo goed illuzie als alles.
Wat gewonnen is, zal sterven, wat dood is herleven; wezens, die nu zijn verzwonden, zullen kiemen in ingewanden, die nog niet bestaan, en op de aarde terugkeeren om met smart andere wezens te dienen.
Maar na mijn zwerftocht door eindeloos veel levens, in het omhulsel van goden, mensen en dieren, zie ik af van de reis: ik ben deze vermoeienis beu! Ik verlaat de vunze herberg die mijn lichaam is, deze muren van vlees, doordrenkt met bloed en bedekt met een afzichtelijke huid vol ongerechtigheden. En eindelijk zal mij tot beloning de slaap deelachtig worden in het diepst van het absolute, in de vernietiging. Maar, omdat ik door een oneindig aantal van levens gegaan ben, onder den vorm van goden, menschen en dieren, verhuis ik niet meer mijn ziel en wil ik dien last niet meer. Ik verlaat het vuile huis van mijn lichaam, gemetseld van vleesch, met rood cement van bloed, bedekt met een afzichtelijke huid vol onzindelijkheid; - en voor mijne belooning ga ik eindelijk slapen in het diepst van het volstrekte, in de Vernietiging.
De vlammen stijgen tot zijn borst en sluiten hem in. Zijn hoofd steekt er boven uit, als door een gat in een muur. Zijn opengesperde ogen kijken nog altijd. De vlammen stijgen tot zijn borst, omhullen hem dan. Zijn hoofd steekt er uit als door het gat van een muur. Zijn gapende oogen staren steeds.
Even later herinnert Antonius zich dat hij al eerder van deze wijze van zelfverbranding heeft gehoord, en spreekt tot zichzelf:

[82-83] ANTONIUS
Rustig! Waar was ik? Wat gebeurde er?
O ja! De gymnosofist!... Die manier van sterven komt veel voor bij de Indische wijzen. Kalanos stak zich in brand voor de ogen van Alexander; iemand anders heeft dat ook gedaan ten tijde van Augustus. Wat moet je dan het leven haten! Of zou het hoogmoed zijn die hen tot zoiets brengt?.. Nou ja, ze zijn zo onversaagd als martelaren!
Ook Apollonius komt even voorbij, vergezeld van Damis, zijn onafscheidelijke kompaan en hier als domoor een soort komische noot inbrengend. Inhoudelijk heeft Apollonius niet zo veel te vertellen helaas:

[92] APOLLONIUS
Vier jaren achtereen bewaarde ik het volledig stilzwijgen van de Pythagoreërs. Geen pijn, al kwam die nog zo onverwacht, kon mij een zucht ontlokken; en als ik het theater betrad, liepen de mensen voor mij weg, alsof ik een spook was.
DAMIS
Zou u dat ook hebben gedaan?
APOLLONIUS
Toen mijn proeftijd was verstreken, nam ik het onderricht op mij van de priesters die waren afgeweken van de leer.
ANTONIUS
Van welke leer?
DAMIS
Stil! Laat hem verdergaan!
APOLLONIUS
Ik heb gesproken met de Samaneeërs van de Ganges, met de wichelaars van Chaldea, met de magiërs van Babylon, met de Gallische Druïden en met de negerpriesters! Ik beklom de veertien toppen van de Olympus, ik peilde de meren van Scythië, ik mat de uitgestrektheid van de woestijn!
DAMIS
Het is allemaal echt waar! Ik was er zelf bij!

Een buste van Apollonius
Na een wemeling van Indiase goden en godinnen — Vishnoe, Brahma, Shiva, Bhairava, Kali en Ganesh — waar Antonius en zijn leerling Hilarion met verbijstering naar kijken, zien ze plotseling:
[112-115] EEN NAAKTE MAN
midden op het zand, de benen gekruist.
Groot en zinderend staat een halo achter hem. Zijn zwarte, blauwglanzende kroeshaar omkranst gelijkmatig een knobbel op zijn schedel. Zijn zeer lange armen hangen langs zijn zijden af Zijn handen rusten, met de palmen open, plat op zijn dijen. Op zijn voetzolen staan twee zonnen afgebeeld, en hij zit onbeweeglijk - recht voor Antonius en Hilarion - met op de rotsen om hem heen alle goden, trapsgewijs, als in een circus. Zijn lippen wijken uiteen, en er klinkt een diepe stem:
Ik ben de heer van de grote aalmoes, toeverlaat van de schepselen, en ik openbaar de wet aan gelovigen en ongelovigen.
Ter verlossing van de wereld besloot ik geboren te worden onder de mensen.
De goden treurden toen ik vertrok.
En allereerst zocht ik mij een vrouw van niveau: afkomstig uit de ridderstand, gemalin van een koning, nobel, uitzonderlijk mooi, met diepliggende navel, het lichaam hard als diamant; en bij volle maan ben ik zonder toedoen van een man haar schoot binnengegaan.
Die heb ik weer verlaten door haar rechterzijde. Er waren sterren die stil bleven staan.
HILARION mompelt:
'En toen zij zagen dat de ster bleef stilstaan, verheugden zij zich met grote vreugde!'
Antonius kijkt nu aandachtiger naar de
BOEDDHA die weer het woord neemt:
Diep uit de Himalaya kwam een honderdjarige monnik, om mij te zien.
HILARION
'Een man, genaamd Simeon, die niet zou sterven alvorens hij Christus had gezien!'
BOEDDHA
Ze brachten me naar de scholen. Ik wist meer dan de leraren.
HILARION
'... In het midden van de leraren; en allen die hem hoorden, stonden versteld van zijn wijsheid.'
Antonius beduidt Hilarion [die allemaal parallelle bijbelteksten citeert, om de overeenkomst tussen de Boeddha en Christus aan te geven] te zwijgen.
BOEDDHA
Ik zat voortdurend te mediteren in de tuinen. De schaduw van de bomen verschoof, maar niet van die waaronder ik beschutting had gezocht. Niemand evenaarde mij in de kennis van de Schrift, de telling van atomen, het mennen van olifanten of het modelleren van was, in astronomie, poëzie of vuistgevecht, in welke kunst of vaardigheid dan ook!
Om de traditie in ere te houden nam ik een gemalin, en gekleed in paarlen gewaden, besprenkeld met geuren, en toegewaaierd door drieëndertigduizend vrouwen die de vliegen verjoegen, bracht ik de dagen door in mijn koninklijk paleis, terwijl ik vanaf mijn terrassen, waar sierlijke klokjes klingelden, op mijn volkeren neerzag.
Maar bij de aanblik van de ellende in de wereld keerde ik mij af van het genot en vluchtte.
Bedelend zwierf ik langs de wegen, gehuld in lompen die ik uit de graven haalde; en bij een zeer geleerde kluizenaar bood ik mij aan als slaaf. Ik bewaakte zijn deur en waste zijn voeten.
Iedere gemoedsaandoening werd tenietgedaan, iedere vreugde, iedere smart.
[vertaling van Van Pinxteren]
Toen concentreerde ik mijn gedachten, en in diepgaande meditatie schouwde ik het wezen van de dingen, de begoocheling van de verschijningsvormen.
[vertaling van Couperus]
Toen, samendringende mijne gedachte in een intensere bespiegeling, doordrong ik de grondstof der dingen, den schijn der gestalten.
Al gauw doorgrondde ik de wijsheid van de Brahmanen. Onder hun maskers van strengheid en plicht worden ze verteerd door hebzucht; zij smeren zich in met drek en slapen op de doornen, want ze denken langs de weg van de dood tot het geluk te komen! Zeer snel putte ik uit de kennis der Brahmanen. Zij worden verteerd van gretigheid onder hun doen van gestrengheid, zij smeren zich met vuil, slapen op stekels, geloovend te komen tot het geluk door den weg van den dood!
HILARION
'Farizeeërs, huichelaars, witgepleisterde graven, addergebroed!' [een citaat uit de Bijbel van Johannes de Doper]
BOEDDHA
Ook ik heb wonderbare dingen verricht, terwijl ik slechts één korrel rijst per dag at — en in die tijd waren de rijstkorrels niet groter dan nu; mijn haar viel uit, mijn lichaam werd zwart; mijn ogen zonken in hun kassen weg, alsof het sterren waren die weerkaatsen op de bodem van een put.
Zes jaar lang bleef ik roerloos zitten, blootgesteld aan vliegen, leeuwen en slangen; en brandende zon, stromende regen, sneeuw, bliksem, hagel en storm, dat alles liet ik over mij heen komen, zonder mij ook maar met één hand te beschutten.
De reizigers die voorbijtrokken, dachten dat ik dood was, en uit de verte wierpen ze met kluiten aarde!
De verzoeking van de Duivel ontbrak er nog aan.
Ik heb hem ontboden.
Zijn zonen daagden op — gruwelijk, met schubben overdekt, weerzinwekkend als het knekelhuis, gierend, fluitend en loeiend. Ze rammelen met wapens en beenderen, ze blazen vlammen uit hun neus, ze brengen duisternis met hun vlerken, ze dragen snoeren van afgehakte vingers; anderen weer drinken slangegif uit de kom van hun handen; ze hebben koppen van varkens, van rinocerossen of padden, alle tronies die maar schrik of afschuw aanjagen.
ANTONIUS in zichzelf:
Datzelfde heb ik ook doorstaan, vroeger!
BOEDDHA
Toen zond hij zijn dochters — schoon, en wel geblanket, met gouden gordels, met tanden zo wit als jasmijn, met dijen zo rond als een olifantsslurf. Ze geeuwen en strekken de armen, zodat je de kuiltjes in hun ellebogen ziet; of ze geven knipoogjes en beginnen te lachen; anderen weer doen hun kleren half open. Er zijn blozende maagden, trotse matrones en koninginnen met een groot gevolg van goederen en slaven.
ANTONIUS in zichzelf:
Ach! Hij ook?
BOEDDHA
Na mijn overwinning op de Boze heb ik mij twaalf jaar lang uitsluitend met reukwerken gevoed; — en daar ik de vijf deugden, de vijf machten, de tien krachten en de achttien substanties had verworven, en was doorgedrongen in de vier sferen van de onzichtbare wereld, behoorde het Inzicht mij toe! Ik werd de Boeddha!
De parallellen tussen de ascese — en de bezoekingen — van de Boeddha en Antonius zijn duidelijk. Wat niet helemaal klopt is waar de Boeddha het over de Duivel heeft; dat is toch wel een typisch Christelijke figuur. In zijn geval was het Mara, de Heer der Illusie, die hem met een schare demonen trachtte af te leiden van het bereiken van de Verlichting.

La Tentation de saint Antoine
Eugène Isabey (v.1869)
Musée d'Orsay
Tot slot van de citaten uit Flaubert’s Antonius, wil ik de ongezouten kritiek vermelden op Athanasius, de biograaf nota bene van Antonius, en bisschop van Alexandrië die hier als een oplichter en onnozele hals wordt neergezet:
[vertaling van Van Pinxteren]
HILARION
Alle Hoofdzonden zijn hier geweest. Maar hun armzalige listen falen, omdat jij zo heilig bent!
ANTONIUS
Nee, O nee! Ik bezwijk ieder ogenblik voor de verleiding! Was mijn ziel maar altijd onversaagd en was ik maar zo vastberaden als, bijvoorbeeld, de grote Athanasius.
HILARION
Hij is onwettig aangesteld door zeven bisschoppen!
ANTONIUS
Wat geeft dat? Als zijn deugd...
HILARION
Ach kom! Dat trotse, wrede heerschap! Die nooit aflatende intrigant! Tenslotte is hij verbannen als korenwoekeraar.
[vertaling van Couperus]
HILARION
- Alle Hoofdzonden zijn gekomen. Maar hare listen vermogen niet tegen een heilige als u!
ANTONIUS
- O, neen, neen! Iedere minuut bezwijk ik! Waarom ben ik niet een van hen, wier ziel altijd onverschrokken is en wier geest krachtig, - zooals de groote Athanazius, bijvoorbeeld.
HILARION
- Hij is onwettig aangesteld door zeven bisschoppen!
ANTONIUS
- Wat geeft dat, als zijn deugd...
HILARION
- Kom, wat! Een trotsche man, wreed, altijd vol intrigues, en eindelijk verbannen als een gauwdief.
ANTONIUS
Laster!
HILARION
Je wilt toch niet ontkennen dat hij Eustates, de beheerder van de strooigelden, heeft willen omkopen?
ANTONIUS
Dat wordt wel beweerd, ja.
HILARION
Uit wraak heeft hij het huis van Arsenius in brand gestoken!
ANTONIUS
Ach!
ANTONIUS
- Je lastert!
HILARION
- Je zal niet ontkennen, dat hij Eustates heeft willen omkoopen, den schatbewaarder der publieke giften?
ANTONIUS
- Men beweert dit, dat moet ik zeggen.
HILARION
- Uit wraak heeft hij het huis van Arsenius verbrand.
ANTONIUS
- Helaas!
HILARION
Op het Concilie van Nicea heeft hij Jezus ‘de Godsman' genoemd.
ANTONIUS
Oh! Dat is heiligschennis!
HILARION
Daarbij is hij wel zó kortzichtig; hij geeft zelf toe dat hij niets begrijpt van de natuur van het Woord.
ANTONlUS meesmuilend:
Inderdaad, zijn intelligentie is niet bepaald... superieur.
HILARION
Als men jou in zijn plaats had aangesteld, zou dit een groot geluk zijn geweest, zowel voor je broeders als voor jou. Het is slecht om zo afgezonderd van de anderen te leven.
HILARION
- In het concilie van Nicea heeft hij, over Jezus sprekende, gezegd: de handlanger des Heeren.
ANTONIUS
- Ja, dat is godslastering!
HILARION
- Daarbij zoo bekrompen, dat hij bekent niets te begrijpen van het wezen des Woords.
ANTONIUS lacht van leedvermaak:
- Ja... snugger is hij niet.
HILARION
- Als men u in zijn plaats had aangesteld, zoû dit een groot geluk zijn geweest voor uwe broederen, zoowel als voor u. Dat leven ver van anderen is slecht.
ANTONIUS
Volstrekt niet! Als geestelijk wezen moet de mens zich terugtrekken uit al het vergankelijke. Iedere handeling haalt hem omlaag. Was ik maar los van de aarde — zelfs met mijn voetzolen!
ANTONIUS
- Integendeel. De mensch, die geest is, moet zich onthouden van sterflijke dingen. Iedere handeling verlaagt hem. Ik woû, dat ik geheel los van de aarde was, zelfs met mijn voetzolen!
En dan nog heel wat ongezouten kritiek van Hilarion op Antonius !
Antonius wordt hier neergezet als een hypocriet, die zich met al zijn ascese alleen maar wil verlustigen.
HILARION
Huichelaar! Je trekt je terug in de eenzaamheid om je lusten beter te kunnen botvieren! Je onthoudt je van vlees, wijn, zweetbaden, slaven en eerbetoon; maar wat laat je je door je verbeelding onthalen op banketten, geurwerken, naakte vrouwen en juichende menigten! Je kuisheid is niets dan geraffineerde zedeloosheid, je verachting voor de wereld: een op haar gestrande haat.
Dát is wat jou en je soortgenoten zo somber maakt, of misschien ook omdat jullie aan jezelf twijfelen. Het bezit van de waarheid leidt tot vreugde. Was Jezus soms mistroostig? Hij had vrienden om zich heen, rustte in de schaduw van de olijfboom, trad binnen bij de tollenaar, vermenigvuldigde spijs en drank, vergaf de zondares en genas alle smarten. Maar jij bent alleen met jezelf begaan. Het is alsof je in jezelf wroet, totdat je in een niet te temmen razernij zelfs de liefkozing van een hond of de lach van een kind afwijst.
HILARION
- Huichelaar, die zich in de eenzaamheid terugtrekt om zich beter aan de uitspatting van je begeerten over te geven. Je ontzegt je vleesch, wijn, een lauw bad, slaven en eerbewijzing, maar hoe laat je jouw verbeelding je banketten aanbieden, geurwerken, naakte vrouwen en toejubelende volksmenigte! Je kuischheid is alleen maar een subtiler verderf, en die wereldverachting de onmacht van je haat!
Dàt maakt zoo somber allen, die je gelijk zijn, of... misschien omdat ze twijfelen. Het bezit der waarheid schenkt vreugde. Was Jezus treurig? Hij was omringd van vrienden, hij rustte uit in de schaduw der olijfboomen, hij trad binnen bij den tollenaar, vermeerderde spijzen en dranken, vergaf der zondaresse, genas er alle smart. Jij, je hebt alleen erbarmen met je eigen ellende. Dat is als een twijfel, die je beroert, als een woeste Waanzin, die je zelfs de liefkoozing van een hond, den lach van een kind doet terugstooten.
Een literaire bespreking
Een excerpt van een review door Macumbeira, 2010, met een paar opmerkingen van mij.
Nog nooit is er zo'n diepgaand onbegrip tussen een veelgeprezen, zelfs gevierde schrijver en zijn lezers geweest als toen Gustave Flaubert tenslotte de laatste versie van zijn meesterwerk, “De verzoeking van de Heilige Antonius" voorstelde aan zijn Parijse publiek.
Het was alsof Flaubert, de "Kluizenaar van Le Croizet", net als de beroemde vierde eeuwse kluizenaar die hij zo geniaal tot leven had gebracht, veel te lang in de eenzaamheid had gezwoegd en geleden over de geboorte van zijn boek. Zozeer zelfs, dat zijn vrienden en bewonderaars hem niet herkende toen hij verscheen op de literaire scene met de publicatie van zijn nieuwe boek. De reusachtige creatieve stap die Flaubert nam in "De Verleiding", weg van de realistische stijl die hem beroemd had gemaakt, werd gezien als zwalken, een struikelen van de "Oude Meester", en de critici, altijd op zoek naar een schandaal, roken bloed en sloegen toe.
De slechte ontvangst van het boek was algemeen en het werd onmiddellijk en venijnig in stukken gehakt. Commentatoren vonden de ideeën achter het boek te verward, geheimzinnig, en zelfs obscure. Flaubert werd ervan beschuldigd een "uitslover" te zijn, zijn boek een weerzinwekkende mislukking.
Cover van de 1895 editie.
Anderen spraken van de inhoud ervan als een «Bric-à-brac», een bizarre onnozelheid, een karikatuur van de geschiedenis, een vervalsing van de poëzie.
De ergste van allen was Barbey d'Aurevilly, die eerder "La Bovary” en zijn schrijver had geprezen, maar die nu over "La Tentation" sprak als onbegrijpelijk, zijn bedoelingen niet te ontcijferen en, de ene belediging op de andere stapelend, van een “overweldigende verveling, een verveling die niet Frans is, een Duitse verveling, de verveling van de tweede Faust van Goethe”.
Deze openbare geseling kwam totaal onverwacht voor Flaubert en in paniek, verbijsterd en in de war, riep hij de hulp in van zijn vrienden. Noch Ernest Renan, noch de Meester der Meesters, Victor Hugo zelf, kon het tij keren, en het boek, nadat het in die eerste bloeddorstige razernij uit elkaar gescheurd was, werd al snel gedumpt maar gelukkig niet vergeten.
Geschreven in de vorm van een toneelscenario, beschrijft Flaubert's "Verzoeking” een turbulente nacht in het leven van de 4e eeuwse kluizenaar Antonius de Grote, beter bekend als de Heilige Antonius (c. 251-356). Antonius heeft zich uit de seculiere maatschappij teruggetrokken en woont alleen in de woestijn van de Egyptische Thebaïde. Hij leeft op grof brood en water, verblijft in een primitieve hut, en brengt zijn dagen door in contemplatief gebed tot zijn enige christelijke God. Realistische en mythische details van het leven van de echte Antonius zijn bekend dankzij de hagiografie geschreven door de eigentijdse Athanasius van Alexandrië.
Het leven, de beproevingen en verzoekingen van de heilige, waren een belangrijke bron van inspiratie voor vele kunstenaars sinds de middeleeuwen, omdat het hen toestond om hun creatieve fantasie los te laten en de grenzen van de geaccepteerde religieuze onderwerpen te overtreden. Van Hieronymus Bosch, tot Grünewald en Schöngauer, tot aan de langpotige Olifanten van Salvador Dali [NB die eigenlijk werd geïnspireerd door Flaubert], werd Antonius afgebeeld in zijn strijd tegen legers van verschrikkingen, tijdloze verzoekingen van alle soorten. Het was één van deze schilderijen, dat wemelde van overvloedige monsters en goddeloze wezens in gruwelijk detail, dat jonge Flaubert zag bij een bezoek aan de Balbi Paleis in Genua, waardoor de inspiratie van de schrijver werd ontstoken. [Dat bezoek vond plaats toen Flaubert 23 was, in 1845; zie ook hieronder]
De “Epifanie” van het Balbi Paleis is essentieel om Flaubert’s boek te begrijpen. Net als de schilders vóór hem, propte Flaubert klakkeloos de pagina’s van zijn boek vol met zulke hopen monsters, valse heiligen, liegende profeten, verzoekingen, verschrikkingen, waarheden, en leugens, dat het begrip en de betekenis van de tekst onbegrijpelijk werden. [Dat wil zeggen, voor lieden die verder niet zo goed geïnformeerd zijn, in het bijzonder voor wat betreft niet-Westerse godsdiensten en filosofieën.]
Cover van de Engelse 2001 editie.
In zeven gedenkwaardige tableaus, creëert Flaubert de beproeving van Antonius. De heilige is vreselijk aan het hallucineren. Visies, verzoekingen en verschrikkingen volgen elkaar op. Antonius, uitgehongerd en uitgeput, heeft niets dan zijn geloof om hem te beschermen.
In zijn kritiek, raakte d'Aurevilly inderdaad een zenuw door de "Verleiding” met van Faust te vergelijken. De beschrijving van Sint Antonius' beproeving was voor Flaubert, wat "Faust" voor Goethe was geweest. Flaubert heeft aan zijn tekst meer dan 30 jaar gewerkt, vanaf zijn 18e met "Smarh", een vroege variant à la Faust, en herschreef het drie keer in de loop van zijn leven, voordat hij het aandurfde, in 1874, op de leeftijd van 53 jaar, het aan te bieden aan het publiek.
[Dat Flaubert al vanaf zijn 18e met deze conceptie bezig was, toont aan dat niet alleen het schilderij van Breughel hem geïnspireerd heeft. Dat schilderij zag hij immers toen hij 24 was (zie hieronder). En in Bretagne werd (en wordt) Antonius op veel plaatsen vereerd. In het ouderlijk huis van Flaubert, nu een museum, in Rouen, bevinden zich meerdere 16e en 17e eeuwse beeldjes van Antonius, en een 19e eeuws schilderij van een Verzoeking, niet apocalyptisch, door wellustige vrouwen. Waren die er al tijdens zijn leven, toen hij nog een kind was? Hoe was de invloed van zijn vader, een arts, op zijn ideeën?]
Gedurende al die jaren bleef Flaubert aan het boek sleutelen. Veranderde woorden, zinnen, herschreef hele passages, altijd strevend naar perfectie, las het voor aan vrienden, bewerkte het naarmate hij meer volwassen werd, meer ervaren en ... ouder.
Flaubert vond het uiteindelijk zijn meesterwerk. Toen hij in 1857 werd opgeroepen voor de rechter te verschijnen vanwege het schandaal van zijn "Madame Bovary", had Flaubert uitdagend beweert: "La Bovary, c'est moi!" Maar achteraf gezien zou het juister zijn geweest als hij had beweerd: "Saint Antoine, c'est moi".
De belangrijkste attractie van het boek is zonder twijfel de taal. Flaubert maakt indruk met de demonstratie van zijn vakmanschap. Hij is de echte "Word Artist". Elke zin, nee, elk woord is zorgvuldig uitgepikt, gekozen, tegen het licht gehouden, ingepast in de volgende, de vorige.
Cover van een Duitse editie.
De tekst is prachtig gebeiteld, het werk van een goudsmid. Er zijn de geluiden, de muziek van de taal.
De beschrijving van de schoonheid van de koningin van Sheba en haar hof bijvoorbeeld is gewoon verblindend. Het afgrijzen van de Christenen, in de kerkers onder het Romeinse Circus, in afwachting van hun martelaarschap, is in al zijn verschrikkingen uitgebeeld.
André Gide kon emotioneel worden over de mooie zinnen, (les belles phrases), de duidelijkheid van de tekst (la limpidité) maar het was de "beweging van de ziel”, die hij in de pagina's bespeurde, die de meeste indruk op hem maakte.
Vanwege de intrinsieke kwaliteiten, werd Flaubert’s “Verleiding” niet vergeten. Helderder geesten raapten het op en prezen het. Paul Valéry wees het publiek erop, dat het niet minder dan een fysiologie van de Verzoeking was, die het Flaubert gelukt was om te schilderen. Eerder was het Huysman, die in zijn "A Rebours" de dialoog van de Sfinx en de Griffon in het laatste hoofdstuk van Flaubert’s boek prees.
De Moderne lezer heeft minder last van Flaubert’s uitbundigheid. “La Tentation” is een synthese, een overzicht van alle geloven, religies, ondeugden, verzoekingen. Inzicht in Flaubert's "Temptation" vraagt geen gedetailleerde Exegese. Het is onnodig, nutteloos om elk detail van het werk toe te lichten. Het is een existentiële Epifanie, te vergelijken met Oosterse mystiek, de mystieke dans van Shiva, een kosmische dans die met al onze verzoekingen spot, en onze vergeefse pogingen deze te weerstaan. Het is de dans van Levens-energie.
Flaubert's "La Tentation de Saint Antoine" is niet een boek om te lezen in de klassieke zin, het is een ervaring.
Soft-cover Franse editie uit 1951.
Deze slechte reproductie geeft een idee van de intellectuele en esthetische schok die Gustave Flaubert onderging bij zijn confrontatie met deze “Verzoeking van de heilige Antonius”. Dit was tijdens zijn reis in Italië in 1845. Dit schilderij, in het Palazzo Balbi in Genua, werd toegeschreven aan Pieter Brueghel de Oude, maar in feite is dit 16e eeuwse werk niet van Brueghel, maar van een van zijn volgelingen.
Aan de onderkant, rechts, zit Antonius enigszins verschrikt tussen drie naakte duivelinnen. Hij kijkt naar een open boek op de grond voor hem; een klokje hangt aan een rots-altaar.
Over zijn confrontatie met dit schilderij heeft Flaubert het volgende genoteerd:
« Ce tableau paraît d'abord confus, puis il devient étrange pour la plupart, drôle pour quelques-uns, quelque chose de plus pour d'autres ; il a effacé pour moi toute la galerie où il est, je ne me souviens déjà plus du reste ». “Dit schilderij lijkt eerst verward, dan wordt het vreemd voor de meesten, leuk voor sommigen, weer iets meer voor anderen; hij vaagde voor mij de hele galerie weg waar hij is, ik herinner me niets meer van de rest”.
Zoals ik hierboven al zei, is het onwaarschijnlijk dat Flaubert alleen door dit schilderij van Breughel geïnspireerd is geraakt tot het schrijven van “La Tentation”. Hij was er zeker door gefascineerd, maar zijn nogal vage opmerking over het schilderij wijst toch niet op een “Epifanie”, zoals sommige commentatoren de impact van het schilderij op hem beschrijven. En misschien dat “de rest” in de galerie ook niet echt interessant was?
Het zal ook zeker niet het eerste (of enige) schilderij van een Verzoeking van Antonius zijn geweest die hij heeft gezien. In zijn ouderlijke huis in Rouen, nu museum, is (was?) een 19e eeuws schilderij van een Verzoeking, hoewel zo niet apocalyptisch zoals dit, maar eveneens met wellustige vrouwen.
Vanuit andere bron wordt vermeld dat Flaubert de wijd en zijd bekende gravure van Callot (links) in zijn werkruimte in Croisset had hangen.
Odilon Redon La Tentation de Saint Antoine 1888, 1889, 1896
Odilon Redon heeft drie keer het toneelstuk van Flaubert als uitgangspunt, inspiratie, voor verzamelingen platen, lithografieën, gebruikt. Strikt genomen is dit hier bij op de pagina "Antonius in Theater" niet echt op zijn plaats, maar omdat deze litho's het toneelstuk zo mooi illustreren, en er zo duidelijk door geïnspireerd zijn, heb ik ze toch maar hiet geplaatst.
Deze mappen met series steendrukken werden in 1888, 1889 en 1896 uitgegeven. De eerste twee albums werden uitgebracht in een relatief kleine oplage van 60 exemplaren, de 1896 uitgave had een oplage van 50. Vaak zijn de albums verspreid en de litho's los verkocht. Het lijkt toch geen commerciele opzet te zijn geweest.
Op het internet zijn deze series compleet te zien; serie 1, serie 1; serie 2, serie 2; serie 3, serie 3. Hieronder zijn een aantal platen aanklikbaar voor een vergroting.
Opvallend is wel dat Antonius maar op weinig platen te zien is.
Tentation de Saint Antoine — Serie 1 Gepubliceerd door Deman in Brussel 1888
Frontispiece. Odilon Redon. Tentation de Saint-Antoine. Texte de Gustave Flaubert. 1888.
Pl. I.
...d'abord une flaque d'eau, ensuite une prostituée, le coin d'un temple, une figure de soldat, un char avec deux chevaux blancs qui se cabrent.
... ten eerste een plas water, dan een prostituee, de hoek van een tempel, een gedaante van een soldaat, een strijdwagen met twee witte paarden die steigeren.

Pl. II.
C'est le diable, portant sous ses deux ailes les sept péchés capitaux.
Het is de duivel, die onder zijn twee vleugels de zeven hoofdzonden draagt.

Pl. III.
... et un grand oiseau, qui descend du ciel, vient s'abattre sur le sommet de sa chevelure.
... en een grote vogel, die uit de hemel neerdaalt, strijkt neer op de kruin van haar haren.
Pl. IV.
Il hausse le vase d'airain.
Hij houdt de bronzen vaas omhoog.
Pl. V.
Ensuite, parait un être singulier, ayant une tête d'homme sur un corps de poisson.
Dan verschijnt een eigenaardig wezen, die het hoofd van een mens op het lichaam van een vis heeft.
Pl. VI.
C'est une tête de mort, avec une couronne de roses. Elle domine un torse de femme d'une blancheur nacrée.
Het is een doodskop, met een krans van rozen. Deze steekt uit boven een torso van een vrouw van een parelmoeren witheid.

Pl. VII.
... la Chimère aux yeux verts, tournoie, aboie.
... De Chimaera met groene ogen, draait rond, blaft.
Pl. VIII.
Et toutes sortes de bêtes effroyables surgissent.
En allerlei soorten afschuwelijke beesten ontstaan.

Pl. IX.
Partout des prunelles flamboient.
Overal schitteren de oogappels.
Pl. X.
... et dans le disque même du soleil, rayonne la face de Jésus-Christ.
... en in de schijf van de zon zelf, straalt het gezicht van Jezus Christus.

In deze serie is Antonius zelf dus niet een keer te zien.
Tentation de Saint Antoine — Serie 2 Gepubliceerd door Dumont in Parijs 1889

À
Gustave Flaubert

six dessins pour la
Tentation de St Antoine
par Odilon Redon

Deze serie litho’s is specifiek opgedragen aan Flaubert — À Gustave Flaubert — hoewel Flaubert de albums van Redon nooit gezien heeft, aangezien hij stierf in 1880.
Deze afbeelding, de enige van deze serie waarin Antonius te zien is, toont het moment tegen het einde van het werk van Flaubert, wanneer de duivel met Antonius (weliswaar zeer jeugdig) boven de aarde vliegt.

Deze serie plus info is te zien op site.
Plaat 1
Saint-Antoine
... à travers ses longs cheveux qui lui couvraient la figure, j'ai cru reconnaître Ammonaria Sint Antonius
... Door haar lange haren die haar gestalte bedekten heen, dacht ik Ammonaria te herkennen
Plaat 2
Une longue chrysalide couleur de sang
Een lange pop, in de kleur van bloed
Plaat 3
La Mort
Mon ironie dépasse toutes les autres!
De Dood
Mijn ironie overtreft al het andere!

Plaat 4
Saint-Antoine
Il doit y avoir quelque part des figures primordiales dont les corps ne sont que les images Sint Antonius
Er moeten ergens primordiale vormen zijn wier lichamen slechts afbeeldingen zijn
Plaat 5
Le sphinx
Mon regard que rien ne peut dévier, demeure tendu à travers les choses sur un horizon inaccessible.
La chimère
Moi, je suis légère et joyeuse
De sfinx
Mijn blik, die niets kan doen afwijken, blijft gericht door alle dingen heen op een onbereikbare horizon.
De chimaera
Ik, ik ben licht en vrolijk
Plaat 6
Les Sciapodes
La tête le plus bas possible, c'est le secret du bonheur!
De Sciapods
Het hoofd zo laag mogelijk, dat is het geheim van het geluk!
La tentation de Saint Antoine — Serie 3 Gepubliceerd door Vollard in Parijs 1896
De verzoeking van Sint Antonius
3e serie
Tekst door Gustave Flaubert
24 tekeningen op steen, oplage van 50, 1896
(Getekend in krijt) Odilon Redon
Plaat 2
Saint-Antoine
Au secours, mon Dieu!
Sint Antonius
Help, O mijn God!
Plaat 3
Et partout ce sont des colonnes de basalte, ... la lumière tombe des voûtes
En aan alle kanten zijn kolommen van basalt, ... het licht valt uit het dakgewelf
Plaat 4
Mes baisers ont le gout d'un fruit qui se fondrait dans ton cœur!
... Tu me dédaignes! Adieu! Mijn kussen hebben de smaak van een vrucht die in je hart zou smelten!
... Je veracht me! Vaarwel!
[De koningin van Sheba]
Plaat 5
Des fleurs tombent, et la tête d'un python paraît
Bloemen vallen, en de kop van een python verschijnt
Plaat 6
Dans l'ombre, des gens pleurent et prient entourés d'autres
qui les exhortent
In de schaduw huilen en bidden mensen, omringd door anderen
die hen opwekken
Plaat 7
Et il distingue une plaine aride
et mamelonneuse
En hij onderscheidt een dorre vlakte met ronde heuvels
Plaat 8
Elle tire de sa poitrine une éponge
toute noir, la couvre de baisers
Ze haalt uit haar boezem een spons tevoorschijn,
volkomen zwart, en bedekt deze met kussen
Plaat 9
Je me suis enfoncé dans la solitude.
J'habitais l'arbre derrière moi
Ik heb me aan de eenzaamheid overgegeven. Ik woonde in de boom achter me
Plaat 10
Hélène (Ennoia)
Volgens de leer van Simon Magus, de tovenaar, was Ennoia de belichaming van Gods eerste gedachte. Zij schiep de engelen die haar vervolgens op aarde gevangen hielden. In vele vormen verschijnend, herkende Simon haar in de slaaf-prostituee Helena van Tyrus, die zijn constante metgezel werd.
Plaat 11
Immédiatement surgissent trois déesses
Onmiddellijk doemden drie godinnen op
[Sarasvati, Lakshmi, en Durga.]
Plaat 12
L’Intelligence fut à moi! Je devins le Buddha!
Het Inzicht behoorde mij toe! Ik werd de Boeddha!
Plaat 13
Et que des yeux sans tête flottaient comme des mollusques
En dat ogen zonder hoofden zweefden als weekdieren
Plaat 14
Oannès
Moi, la première conscience du Chaos, j'ai surgi de l'abîme
pour durcir la matière, pour régler les formes
Oannes
Ik, het eerste bewustzijn van de Chaos, ik ben uit de afgrond opgerezen
om de materie te verharden, de vormen te ordenen
Plaat 15
Voici la Bonne-Déesse, l'Ideenne des montagnes
Hier is de Goede Godin, de Idaean van de bergen
[Cybele]
Plaat 16
Je suis toujours la grande Isis! Nul n'a encore soulevé mon voile!
Mon fruit est le soleil!
Ik ben nog steeds de grote Isis! Niemand heeft nog mijn sluier opgelicht!
Mijn vrucht is de zon!
 
Plaat 17
Il tombe dans l'abîme, la tête en bas
Hij valt in de afgrond, ondersteboven
Plaat 18
Antoine
Quel est le but de tout cela?
Le Diable
Il n'y a pas de but!
Antonius
Wat is het doel van dit alles?
De Duivel
Er is geen doel!
Plaat 19
La Vieille
Que crains-tu? Un large trou noir! Il est vide
peut-être?
De oude vrouw
Waar ben je bang voor? Een groot zwart gat? Misschien is het leeg?
Plaat 20
La Mort
C'est moi qui te rends sérieuse; enlaçons-nous
De Dood
Ik ben het die je serieus maakt, laten we elkaar omhelzen

Plaat 21
J'ai quelquefois aperçu dans le ciel
comme des formes d'esprits
Ik heb wel eens wat gezien in de lucht wat leek op vormen van geesten

Plaat 22
Les bêtes de la mer rondes comme des outres
De beesten van de zee, rond als leren flessen

Plaat 23
Des peuples divers habitent les pays de l'Océan
Uiteenlopende volkeren wonen in de landen van de Oceaan

Plaat 24
Le jour enfin paraît ... et dans le disque même du soleil, rayonne la face de Jésus-Chris
Eindelijk verschijnt de dag ... en in de zonneschijf zelf schijnt het aangezicht van Jezus Christus
Georges Antoine Rochegrosse La Tentation de saint Antoine 1907
 
Het werk bevat 33 composities van Georges Rochegrosse, die in kleuren zijn gegraveerd door Eugène Decisy. Meer dan deze twee afbeeldingen heb ik nog niet kunnen vinden.
Met dank aan Claus Peter Letsch.
Edition Henri Cyral La Tentation de saint Antoine 1930

Een mooi boek, met de volledige tekst in het Frans, met illustraties van Daniel-Girard. Te zien als e-boek.

Jean Gabriel Daragnès La Tentation de Saint Antoine 1942
Een zeer fraaie uitgave van het boek van Flaubert is gedrukt door Jean Gabriel Daragnès, in een oplage van 1480 exemplaren. Het bevat 25 originele composities in kleur vervaardigd door Daragnès, waarvan 9 een gehele pagina beslaan. Gestart in 1939, werd dit boek in 1942 voltooid. Hieronder een aantal pagina's.
De teksten in donker rood hieronder zijn citaten uit Couperus. In donkerblauw, van Van Pinxteren.
Tegenover het titelblad: Een biddende, geknielde Antonius, omringd door verlokkingen en duivels. In de hemel een hand met het teken van Christus.
Begin van het stuk.
Het is in de Thebaïde, op een hoogen berg, boven op een platform, gerond als een halve maan, ingesloten door groote steenen.
De hut van den heremiet is achter. Ze is gemaakt van slik en rieten, met een plat dak, zonder deur. Binnen ziet men een kruik en een zwart brood; in het midden, op een houten lezenaar, een zwaar boek; over den grond hier en daar stukken rietwerk, twee of drie matten, een korf en een mes. Tien passen van de hut af is een groot kruis geplant in den grond; en aan de andere zijde van het platform wringt zich een oude palmboom en helt over den afgrond, want de berg schiet er steil naar omlaag en de Nijl schijnt er een meer te vormen, beneden aan den oeverrand.
Het uitzicht wordt er links en rechts afgesloten door een keten van rotsen. Maar aan de woestijnzijde, als stranden, die ...
Antonius biddend op zijn knieën, een naakte vrouw achter hem glimlacht en een kleine demon houdt een boek voor hem op.
Nu teekent zich op de aarde, subtiler dan een natuurlijke schaduw, eene Schaduw, groot, en andere schaduwen omzoomen hare zijden... Het is de Duivel, leunende tegen het dak van de hut, en dragende onder zijne twee vlerken-als een reuzenvleêrmuis, die zijne jongen zoogen zoû-de Zeven Hoofdzonden, wier grijze koppen zich vaag laten zien.
Antonius, de oogen steeds gesloten, geniet van zijn nietsdoen; en hij strekt de leden uit op de mat.
De mat schijnt hem zacht toe en zachter en zachter als vulde ze zich op met dons, als verhief ze zich; ze wordt een bed, het bed een sloep: water klappert tegen de wanden.
Links, rechts, breiden zich twee zwarte landtongen uit...

De illustratie toont de Konigin van Sheba op een olifant.
Hij waant zich in Alexandrië te wezen... [] Monumenten van verschillenden bouwstijl hoopen zich op elkander. Egyptische pylonen overheerschen Grieksche tempels. Obelisken verschijnen als lansen tusschen tinnen van rooden baksteen. Midden op de pleinen zijn Hermessen met puntooren en Anubissen met hondekoppen. [] Hij omvat, in een enkelen blik, de twee havens: de Groote Haven en de Eunostes, beiden rond als twee circussen, en gescheiden door een havenhoofd, dat Alexandrië verbindt aan het steile eilandje, waarop de vuurtoren zich heft, vierkant, vijfhonderd vademen hoog en met negen verdiepingen-met een hoop zwarte steenkool gloeiende aan zijn top.
Zoodra zij gegaan is, ziet Antonius op den drempel van zijn hut een kind.
Een van de pages van de koningin, denkt hij.
Dit kind is klein als een dwerg en toch breed in elkaar als een kabir, verwrongen en ellendig. Witte haren bedekken zijn wonderbaarlijk groot hoofd en hij bibbert onder een versleten samaar, een rol papyrus in de hand.
Het licht van de maan, waarover een wolk trekt, schijnt op hem neêr.
ANTONIUS beschouwt hem op een afstand en is bang...
De hand van God die 's nachts in de wolken verschijnt en een naakte vrouw en man samen lijkt te knijpen — of die daaruit ontspringen?
De vallei wordt een zee van melk, roerloos en zonder grenzen. In het midden drijft een lange wieg, gevormd door de kronkelingen van een slang, alle wier hoofden zich buigen te gelijk, beschaduwende een god, die sluimert op haar lichaam.
Hij is jong, baardeloos, mooier dan een meisje, en bedekt met doorzichtige sluiers. De parelen van zijn tiara schitteren zacht als manen, een rozekrans van sterren omslingert eenige malen zijn lichaam, — en de hand onder het hoofd, den anderen arm gestrekt, verpoost hij droomerig en bezwijmeld. Eene vrouw, aan zijn voeten gehurkt, wacht tot hij ontwaakt.
HILARION -Het is de allereerste twee-eenigheid der Brahmanen; het Volstrekte drukt zich door geen daden uit.
Op den navel van den God groeit een lotosstengel uit en in den kelk verschijnt een God met drie gezichten.
ANTONIUS -Neen, maar, wat een uitvinding!
HILARION - Vader, Zoon en Heilige Geest vormen ook één enkel wezen.
De oude vrouw - "Elke avond als je op de aarde gaat liggen om te slapen, hoop je dat die je spoedig zal bedekken."
De jonge vrouw - "Maar je gelooft in de wederopstanding van het vlees, wat de overgang van het leven naar de eeuwigheid is."
De oude vrouw wordt steeds magerder terwijl zij spreekt, en boven haar schedel, waar geen haar op zit, vliegt een vleermuis in cirkels door de lucht.
De jonge vrouw is voller geworden. Haar mantel verandert van kleur, haar neusgaten verwijden zich, haar ogen rollen zachtjes.
[] Antonius keert zich op zijn hielen om te vluchten. Elk van hen legt een hand op zijn schouder.
Het lijkkleed vliegt open en onthult het skelet van de Dood. De mantel valt open en ontbloot het totale lichaam van Lust, die een slank figuur heeft ...
De dag verschijnt ten laatste, en als de voorhang van een tabernakel, dien men haalt omhoog, rollen met zware golvingen goudene wolken op, en laten den hemel bloot.
In het middelpunt, in het midden van de schijf van de zon, straalt uit het gelaat van]ezus Christus.
Antonius maakt het teeken des kruises, en hervat zijn gebed.
Hervey White The Temptation of St. Anthony 1921
In 1921, op het Maverick Festival, in Woodstock, werd Hervey White’s versie van Flaubert’s Temptation of St. Anthony uitgevoerd, met muziek van Pierre Henrotte.
De set (hier afgebeeld) werd in 1925 weer gebruikt voor een uitvoering van Salammbo, naar het boek van Flaubert.
Hervey White
E. Barbaix en M. Notte Baas Best en Sint Antonius 1929
Het toneelstuk lijkt voornamelijk door amateurgezelschappen te zijn uitgevoerd.
Geestig spel in 'n proloog en 5 taferelen door Emiel Barbaix en Maurits Notte, met toneelmuziek van Leo Durin.
Korte inhoud:
De zaken van Baas Best, uitbater van de herberg « De Witte Katte » zijn verre van schitterend en de armoede schijnt ook hier de eendracht tussen de echtelingen niet te bevorderen. Amelie, zijn vrouw, heeft al haar hoop op St.-Antonius gevestigd.
Baas Best, daarentegen, zoekt een zakelijke oplossing en zou zich graag een orgel aanschaffen om de jeugd te laten dansen en aldus niéuw leven in de brouwerij te brengen. Dit speelt echter niet in de kaart van zijn Amelie, welke nog van voor de eerste wereldoorlog is en van al dat moderne gedoe niet wil weten.
Ook Jef, broer van Amelte, een vrek die er nochtans warm inzit, wil hen slechts helpen met een gebed.
Wanneer Jef nu, hoe onbegrijpelijk ook, zijn rediculeke met een mooie som geld in de herberg achterlaat, zal Baas Best, gedreven door zijn slechte geest: de duivel, zich zelf helpen door zich het geld van zijn schoonbroer toe te eigenen.
De geldnood is nu tijdelijk verdreven. Maar daarmede is de miserie niet opgelost, want Baas Best valt nu van de ene moeilijke situatie in de andere.
Ten slotte is het dan toch St.-Antonius, die klaarte zal moeten brengen in die strijd tussen goed en kwaad.
Te Mesen.
In december 1950 speelde de toneelkring Sint-Cecilia het stuk "Baas Best en Sint Antonius". Hier zien we Camille Decroix in volle aktie. De toneelkring speelde toen in de feestzaal van de Broedersschool (nu parochiezaal).
Te Berchem.
Op zondag 26 januari 1941 werd er opnieuw toneel gespeeld. Baas Best en Sint-Antonius was een komisch lachspel van Emiel Barbaix en Mautits Notte, een stuk met een proloog en vijf taferelen. Tussen de bedrijven waren er zang- en muziekintermezzo's.
Een beschrijving uit de De Standaard, 1929-04-12, van een uitvoering door het Kath. Tooneelgezelschap van Gent (waarin Barbaix blijkbaar zelf meedeed).
Een kloosterbroeder die visioenen heeft, en St. Antonius tot hem hoort spreken terwijl een speciaal gecomponeerde muziek (ook volgens 't nieuw recept) hier bijspringt om dat wonder gebeuren te parafrazeeren; een herbergbaas, tot over z'n ooren in de miserie en 't ongeloof, die kibbelt met zijn kwezelachtige vrouw en kwezelachtigen schoonbroer, (feitelijk een karikatuur van een St. Antoniusvereerder, want rijke wrek, bewijst hij zijn kompassie alleen met schietgebedens), en weldra het bezoek krijgt van meneer den Duivel.
Deze Duivel ofte duuvel speelt in dit stuk fameus zijn perten! Eerst doet hij zijn intrede onder de gedaante van een soort kolporteur der Internationale (met redingote en hoogen hoed), maar legt weldra zijn mom af, en wordt, met alle brio, meneer Lucifer. Een fel gemoderniseerde Lucifer alleszins. Hij draagt een grooten witten carnavalskraag gelijk de chemisten en de jood John in "Thijl" (regie Johan De Meester), en hij kronkelt zich, en doet acrobatisch, en rolt van plezier over den vloer, met de beenen in de hoogte, (zooals wij reeds vaak den benijdenswaardigen soepelen Renaat Grassin in zijn duuvel- ofte narrollen zagen verrichten) en er komt ook een mysterieuze uurplaat met dito wijzer bij te pas (gelijk in de spookgeschiedenis van "Smidje Smee");maar deze Lucifer steekt beslist al de anderen den loef af. Hij ontpopt zich immers tot een soort cabaretzanger, zingt met een vreeselijke mimiek allerlei slijmerig-romantische deuntjes, heeft zelfs een paar duo's met Baas Best aan, en aan 't eind, - steeds om hem te bekoren - danst hij den Charleston, en sleurt den herbergier in zijn helsche pirouetten mee. Dit Charleston-nummer van meneer den Duuvel wordt zelfs iets eenigs: het argeloos publiek klapt in de handen dat de zaal davert, en Lucifer improviseetr:
"Ik heb succes bij het publiek, Zeg, Baas, is dat niet chieck? Dus draai ik den wijzer op nummer vier, En herbegin in vollen zwier."
En de pirouetten herbeginnen tot verrukking der heele zaal. Na dit alles weten wij dat Baas Best, de drie duizend frank welke zijn vrekkigen schoonbroer in zijn herberg verloor, niet zal teruggeven, doch, op rand van den charlestonneerenden-gezant der helle, er een dansorgel gaat mee koopen, en van zijn herberg een danspaleis maken.
Maar, dan komt het broederke dat in den proloog visioenen had, een brood voor St. Antonius vragen aan den baas, die zijn laatste brood meegeeft. Dit brood wordt het uitgangspunt van een komplot van den goeden Sint, die gezworen, had, door het broederken, de ziel van Baas Best voor God te winnen, en die ook wint.
...
Dit gezegd zijnde vestigen wij graag de aandacht op dit "Katholieke Tooneelgezelschap" in handen van den wakkeren en sympathieken heer E. Barbaix (die gaven heeft als acteur) en dat het zeker goed meent met zijn taak doch dat de gouden leuze diende te huldigen geen rijker kroon dan eigen schoon. Het zoeke niet zijn heil in het na-apen van anderen, maar trachte met eigen, sobere, simpele, natuurlijke middelen, zijn dankbaar publiek te boeien en te stichten.
The Wooster Group Frank Dell’s The Temptation of St. Antony 1986 - 1994
Frank Dell’s The Temptation of St. Antony is een provocerende aanpassing van het verhaal van Flaubert voor toneel, uitgevoerd door The Wooster Group, van 1986 tot 1994.
De kluizenaar Antonius wordt getransplanteerd naar het New York van de jaren tachtig, boordevol excessen.
Wat Flaubert creëerde als een zelf-reflexief commentaar op de gevaren van boeken [is dat zo?], veranderden de twintigste-eeuwse bewerkers in een postmoderne uitspraak over andere hedendaagse media vormen, waaronder toneel, radio, film en televisie.
Wat nog belangrijker is, door zich strategisch niet alleen het onderwerp van Flaubert toe te eigenen, maar ook zijn compositie techniek en passages uit zijn teksten, vestigen deze kunstenaars de aandacht op de gevaren van een cultuur-verzadigde twintigste eeuw waarin kunst adaptatie geworden is.
Vimeo: "One of St. Antony's visions"
Een impressie van het scenario:
Er zijn 7 scenes. Hotelkamer in Washington in de 80er jaren, en in de woestijn 3de eeuw na Christus.
In de hotelkamer met Dieter, JJ, en Sue, speelt Frank Dell een tape af, die liefde, filosofie, se-/-, enz. bespreekt, en praat met Cubby aan de telefoon. Phyllis en Onna dansen, en de Koningin van Sheba verschijnt en trekt zich terug.
Er is een meditatie over de dood, geciteerd uit Geraldine Cummins' The Road to Immortality (1932), en Antonius beleeft extase over de rijkdom van de natuur.
'Onna en Phyllis beoefenen enkele verbale routines', en overtuigen het Duitse kamermeisje Eva en de Franse barman Jacques om mee te doen.
Er is nog een meditatie over de dood en een ander telefoontje naar Cubby. Onna, Phyllis, en Jacques voeren een eigenaardige goochelshow, eindigend met Antonius die de demonen verjaagt en de dageraad afwacht.
Phyllis en Onna pakken in om te vertrekken, maar er is iets mis met Frank.
Vimeo: “Liz just wanted to make them move differently" YouTube: "Fly away and never come back"
Le Thé à Trois La grande tentation de saint Antoine 1993
De Grote Verzoeking van Sint Antonius is ook uitgevoerd door het Corsicaanse theatergezelschap Le Thé à Trois, dat in 1993 is opgericht door Paul Grenier, acteur, regisseur, en auteur van talrijke stukken op het repertoire, en Rachel Grenier, ontwerper en artistiek adviseur.

Het is me niet duidelijk of het als opera of als toneel is uitgevoerd; ook niet wanneer, maar het zal wel snel na 1993 zijn geweest.
Teatro Cassone The Temptation of St Anthony 2014
Gustave Flaubert's La Tentation de Saint Antoine is aangepast door regisseur Mattia Marotti, van Teatro Cassone.
De productie combineert Flaubert's verhaal met een Teatro stijl van optreden.
Teatro, uit het Spaans voor 'theater', is gerelateerd aan het performance gezelschap El Teatro Campesino en is een stijl van optreden, die experimenteert met meerdere performatieve elementen zoals dialoog, muziek, beweging, gebaar, en spectaculaire kostuums.
Er is verder geen informatie over het script of beeldmateriaal van uitvoeringen.
Opera
Coralli, Halévy, Gide, Cavé, Duponchel La Tentation 1832
La Tentation is een “ballet-opera", een hybride werk waarin zowel de zangers en dansers belangrijke rollen spelen.
Het ging in première in 1832 in de originele vijf-act vorm door de Parijse Opera in the Salle Le Peletier. De muziek was gecomponeerd door Fromental Halévy (opera) en Casimir Gide (ballet). Het libretto was van Edmond Cavé en Henri Duponchel. De choreografie was van Jean Coralli, en het decor van een aantal kunstenaars, waaronder Eduard Bertin, Eugène Lami, Camille Roqueplan en Paul Delaroche.
Delaroche verzorgde het stage design voor de slotscène.
Het schilderij dat hij in 1832 schilderde, is ongetwijfeld gerelateerd aan deze werkzaamheden.
De muziek bevat een aantal directe citaten van Beethoven, met inbegrip van zijn Vijfde Symfonie (bij de samenkomst van de demonen) en zijn sonate Pathetique.
Op 2 augustus 1832 schreef Frederic Chopin in een brief aan Ferdinand Hiller: "La Tentation, een opera-ballet door Halévy en Gide, verleidt niemand met enige goede smaak, want het is net zo saai als jullie Duitse parlement …"
Maar het werk was een kassucces en had meer dan 50 optredens in het eerste seizoen, en meer dan 50 optredens in de komende 6 jaar, hoewel het sindsdien niet lijkt te zijn opgevoerd.
La Tentation de Saint Antoine. Paul Delaroche, 1832. Wallace Collection.
Interessant is wel dat Antonius niet met name genoemd wordt. Er wordt gesproken van de "ermite" of de "solitaire", maar gezien de gebeurtenissen het kan toch alleen maar over Antonius gaan. De titel van het schilderij van Delaroche geeft daartoe een verdere aanwijzing.
De vraag is wel of het een "serieuze" productie betreft, of dat het toch meer de kant van de vaudeville opgaat.
De afbeeldingen hieronder zijn de ontwerpen van de kostuums van Louis Boulanger en Paul Lormier. Ik heb ze niet allemaal weergegeven, maar ze zijn te vinden op de site van BnF en WiKi.
Het boek met volledige teksten, 76 pagina’s, is te vinden op de site van BSB.

Samenvattingen:

Eerste bedrijf
Een oosterse woestijn dicht bij een hermitage

De kluizenaar bidt om zichzelf te bevrijden van verzoeking; hij is blijkbaar dodelijk door de bliksem getroffen toen hij de pelgrim Marie begeerde.
Terwijl engelen en demonen over zijn lot debatteren, komt hij weer bij en slaat op de vlucht.

Tweede bedrijf
Het binnenste van een vulkaan

Astaroth en de demonen plotten wraak tegen de kluizenaar.
In een van de meest populaire scènes van de opera, creëren ze de verleidster Miranda, die (blijkbaar "naakt") uit een ketel opstijgt, waaruit eerder een gruwelijk monster voortkwam.
Miranda wordt gemarkeerd door een zwarte vlek op haar hart.
De demonen worden door een engel op een meteoor uiteengejaagd.

Derde bedrijf
In een verlaten park

De kluizenaar heeft erge honger. Astaroth verschijnt met de duivelin Miranda om hem te verleiden, door hem brood voor zijn crucifix te bieden. Maar Miranda wordt bewogen door het gebed van de kluizenaar en knielt; de zwarte vlek verdwijnt.

Vierde bedrijf
Een prachtige harem aan de kust

De kluizenaar wordt aangetrokken door de prachtige danseressen van de harem, die voorkomen dat Miranda deelneemt aan de feestelijkheden.
De kluizenaar wordt verteld dat hij de harem over kan nemen door de sultan te vermoorden; maar Miranda voorkomt dat.

Vijfde bedrijf
Een oosterse woestijn dicht bij een hermitage

De kluizenaar vindt Marie in zijn kluis. Miranda volgt Marie in het gebed, hoewel ze opdracht heeft gekregen om de kluizenaar te verleiden.
Astaroth en zijn legioenen ondernemen diverse duivelse acties, waaronder de moord op Miranda.
Echter, engelen voeren de kluizenaar naar de hemel.

Behalve de al genoemde personages, zijn er nog: Hélène, Mizaël, Anubri, Raca, Asmodée, Bélial en Léila

De kluizenaar Marie
Astaroth Miranda
Haremvrouw De engel Mizaël
Paul Hindemith Mathis der Maler 1935
Het retabel van Issenheim, te zien in het Musée d'Unterlinden te Colmar, inspireerde de componist Paul Hindemith tot het componeren van de symfonieMathis der Maler” (1932) en een opera met dezelfde naam (1935). De hoofdfiguur is Mathias Grünewald, de schilder van het altaarstuk.
De symfonie bestaat uit drie delen:
1. Engelskonzert (Concert van de Engelen)
2. Grablegung (Graflegging)
3. Versuchung des heiligen Antonius (De Verzoeking van de heilige Antonius).
Deze drie titels refereren aan de diverse onderdelen van het altaarstuk.
In de Opera vinden de Verzoekingen plaats in de tweede en derde scènes van het zesde bedrijf. De hele opera, ruim 3 uur, is te beluisteren of te zien (1994).
In de tweede scène, in het Odenwald, wordt Mathis getransformeerd tot Antonius zoals die verbeeld wordt op het rechter paneel van het altaarstuk, en wordt hij in Verzoeking gebracht door diverse personages en demonen.
De derde scène behelst het bezoek van Antonius aan Paulus, zoals afgebeeld op het linker paneel van het altaarstuk.
Uitgaande van het Duitse libretto op deze site, heb ik een vertaling gemaakt, zo goed en zo kwaad als dat mij afgaat [en de Duitse tekst bevat ook (spel)fouten, wat het niet makkelijker maakt]. Hoe dan ook, het geeft in het algemeen een duidelijke indruk wat zich afspeelt. In de tweede en derde scènes van het zesde bedrijf — in feite maar een klein onderdeel van de totale opera — is er dan wel een transformatie van Mathis, de kunstenaar, in Antonius, de asceet, maar deze persona blijven wat door elkaar zichtbaar.
Zelfportret van Matthias Grünewald; 1512-14.
Decorontwerp van Helmut Jürgens voor de opvoering in München in 1948. De Verzoeking.
Er is sprake van een paar Verzoekingen in de tweede scène: door de belofte van (duivelse) rijkdom, en door een wulpse courtisane (die ter dood gebracht gaat worden voordat Antonius echt verleid kan worden). Dan zijn er de Bezoekingen door de demonen zoals getoond op het altaarstuk.
Wat er ook van gezegd kan worden, deze teksten zijn in ieder geval vrij origineel, en niet gebaseerd op Flaubert’s Tentation, of op frivole teksten van de Franse vaudeville.
Anderzijds is er ook weinig relatie met de “klassieke” teksten van Athanasius en Hiëronymus. Deze teksten kennende, kan je je bijvoorbeeld niet voorstellen dat de conversatie tussen Antonius en Paulus zo gegaan is zoals in de derde scène beschreven.
We zien een wanhopige Antonius, eerst op de grond liggend, raad vragend aan Paulus, pratend over zijn (falende) artistieke productie. En waarom niets over de raaf en het brood, zo prominent aanwezig en tenslotte de miraculeuze kern van de ontmoeting?
Alleen in het laatste fragment, als Antonius en Paulus gezamenlijk de tekst uitspreken, is er een enigszins mystieke, religieuze dimensie.
SECHSTES BILD
Odenwald. Gegend mit grossen Bäumen im letzten Abendlicht. Regina eilig, Mathis kurz nach ihr.

ZWEITER AUFTRITT
Versuchung des heiligen Antonius
Regina ist ganz eingeschlafen, sie verschwindet dann unbemerkt von der Bühne.


MATHIS
Das kann nicht der gleiche Mann sein: dem
Solches einst entsprang, der andre im unfruchtbaren
Jammer vor dem letzten Abgrund. Was ist
Von dem Besitz geblieben? Was tat ich, dass er von mir Genommen wurde?

Ein Teil der Bühne erglänzt in geheimnisvollem Lichte. Mathis liegt in der Gestalt des heiligen Antonius am Boden. Ein mittelalterliches Schloss erscheint. Die Gräfin des vierten Bildes erscheint als Sinnbild des Reichtums und der Üppigkeit, ihr folgen nach und nach reich geschmückte Leute ihres Hofes ein Bild nach Art alter süddeutscher Maler.

ÜPPIGKEIT (Gräfin)
Du hast ihn verschleudert. Wem
Schätze wurden, der muss sich reicher sparen.
Nur Überfluss, der weiteren Überfluss frisst,
Gedeiht. Wie kannst du Schöpfer sein, wenn dir
In der Hand zerrinnt, was du hast?

ANTONIUS
Malen und zugleich
Die Münzen zählen; wer das könnte, wäre reich
Und tot der Arbeit.
ÜPPIGKEIT
lacht
Ein Armer, der doch jeden Tag
Das Messer aufhob, sich umzubringen.

ANTONIUS
Das Kind Hält mich hier.

ÜPPIGKEIT
Welches Leben stünde ihm und dir
Bereit! Mit höchster Kunst verbunden grösster Reichtum.
Ihr Hofstaat umringt schmeichelnd den Antonius.
Die Erde liegt dir zum Genusse offen, dienstbar sind
Dir alle.
ZESDE BEDRIJF
Odenwald. Gebied met grote bomen in het laatste avondlicht. Regina komt haastig op, Mathis kort na haar.

TWEEDE SCENE
Verzoeking van St. Antonius
Regina is volledig in slaap, ze verdwijnt ongemerkt van het podium.


MATHIS
Dat kan niet dezelfde man zijn: aan wie
Zoiets ooit ontsprong, de andere in dorre
Ellende voor de laatste afgrond. Wat is er
Van het bezit over? Wat heb ik gedaan dat het mij
Ontnomen werd?

Een deel van het toneel schijnt in een geheimzinnig licht. Mathis ligt in de gestalte van de heilige Antonius op de grond. Een middeleeuws kasteel verschijnt. De Gravin van het vierde tableau wordt weergegeven als een symbool van rijkdom en weelde; geleidelijk volgen de rijk versierde mensen van haar hof - een voorstelling naar oude Zuid-Duitse schilders.

WEELDERIGHEID (Gravin)
Je hebt ze verkwanseld. Wie
Schatten wil, die moet zich rijker sparen.
Alleen overvloed, die verdere overvloed vreet,
Gedijt. Hoe kun je een schepper zijn, als je
In de hand laat smelten, wat je hebt?

ANTONIUS Schilderen en tegelijk
De munten tellen; wie dat zou kunnen, zou rijk zijn
En het werk dood.

WEELDERIGHEID
lacht
Een arme, die toch elke dag,
Het mes opheft, om zichzelf te doden.

ANTONIUS
Het kind houdt me hier.

WEELDERIGHEID
Wat voor leven zou voor hem en jou
Klaar staan! Met de hoogste kunst verbonden aan de grootste rijkdom.
Je hofhouding omringt vleiend de grote Antonius.
De aarde ligt voor jouw genot open, allen zijn jou
Dienstvaardig.
Die Figuren treten beiseite. In einem Gewölbe sieht man einen Kaufmann mit verbrämtem Mantel.

KAUFMANN (Pommersfelden)
Ja, fauler Reichtum, faulerer Genuss.
Ist's das, was einem Manne offen lag?
Mit deinem Reichtum musst du dir Macht schaffen.

ANTONIUS
Mir
Stand noch immer frei, nach meinem Willen zu tun.

KAUFMANN
Und was wolltest du? Bis zum Überdruss
Malen. Benutze deine Mittel, um
Andere zu unterdrücken. Gibt es das, wovon
Sie schreiben: Göttlichen Geist, kann er nur in dem ruhn,
Der andere beherrscht. Sieh nur, wie dich schon
Mächtigere banden. Ein Kind entreisst den Krumen Deiner Macht dir leicht: den Beschluss über dich selbst.

ANTONIUS
Was
Ist mir Macht, wenn ich den Nächsten leiden sehe?

KAUFMANN
Nie Soll dich fremdes Leid berühren.

ÜPPIGKEIT
In den Heiligtumen
Mammons sorgt sich niemand. Ein Gran, das du ins Fass
Des Abfalls wirfst, frisst dankbar gierig ein Bettler. Die
Gute Tat beruhigt obendrein noch dein Gewissen.

De personages stappen opzij. In een gewelf ziet men een koopman in een mantel afgezet met bont.

KOOPMAN (Pommersfelden)
Ja, smerige rijkdom, nog smeriger genot.
Is dat het, wat een man onthuld is?
Met je rijkdom moet je je macht verschaffen.

ANTONIUS
Mij
Staat nog het steeds vrij, om te doen wat ik wil.

KOOPMAN
En wat zou je willen? Tot vervelens toe
Schilderen. Gebruik je middelen, om
Anderen te onderdrukken. Is dat het, waarvan
Ze schrijven: Goddelijke Geest, die kan alleen in hem rusten,
Die over anderen heerst. Zie maar, hoe je al door
Machtiger personen wordt gebonden. Een kind grist de kruimels
Van je macht gemakkelijk weg: het besluit over je zelf.

ANTONIUS Wat
Is macht voor mij, als ik mijn naaste zie lijden?

KOOPMAN
Nooit
Mag vreemd lijden je raken.

WEELDERIGHEID
In de heiligdommen van
Mammon zorgt niemand. Een korrel die je in het vuilnisvat
Gooit, vreet een bedelaar dankbaar en gretig. De
Goede daad kalmeert bovendien nog je geweten.

Kaufmann und Üppigkeit abseits. Zu Antonius Füssen liegt eine Bettlerin in zerlumptem Kittel.

BETTLERIN (Ursula)
Gibst du noch so viel, du stellst niemals den Mangel ab.
Gib mir und gib mir noch. Ich will den Bissen
Des krassen Hungers nicht zu schnell erliegen. Du
Hilfst das Gleichgewicht erhalten, bewahrst du mich vorm Grab,
Damit ich ewig heischen kann.

Sie wirft den Kittel ab und steht in verführerischer Schönheit vor ihm.

BUHLERIN (Ursula)
Ich bin zu Wenig, mache mich zu Vielem. Masslos wächst in mir
Das Begehren. Fasse, was sich dir bietet,
Da es in sich nicht Halt und Fassung findet.
Ein Leib wird einzig Sucht. So brünstig ist ein Tier,
Ein Gott so feurig. Im spröden Stoffe
Ein Kreissen, das dich und mich erspriessen [?] lässt.
Gib berstend, was im Innern siedet.
Nimm, dass Geben sich an Nehmen bindet
Und Neues zeugt.

ANTONIUS
Wie grosse Lust ich mir erhoffe,
In einem Augenblicke reift, was als schaler Rest
Sogleich verstirbt.

BUHLERIN
Für diesen Augenblick
Sollst du leben.

ANTONIUS
In uns ist so viel Edles, das im Schlund
Des Gemeinen nicht untergehn darf.

Frauen werfen der Buhlerin ein graues Tuch um. Der Platz vor einem Stadttor tut sich auf. Männer mit Stangen und Waffen schlingen Stricke um die Buhlerin und ziehen sie zum Platz.

MÄRTYRERIN (Ursula)
Über die Lust hinaus
Wächst nur der Schmerz. Jedes Wort, das mich zurück
Weist, trifft mich mit hundert Dolchen. Mein Mund
Klagt nicht. In stummer Pein trage ich aus,
Was ich an Schmerz empfing. Führt mich zur Mordstatt.
Wer leidet, muss zu Ende leiden. Du tötest mich.

ANTONIUS
Nicht ich! Uns tötet das matte Kriechen
In dumpfer Lust, in dumpfem Elend.

Koopman en Weelderigheid af. Aan de voeten van Antonius ligt een bedelares in lompen.

BEDELARES (Ursula)
Al geef je nog zoveel, het tekort zal je nooit opheffen.
Geef me en geef me nog meer. Ik wil aan de beet
Van de schrille honger niet te snel bezwijken. Je
Helpt het evenwicht in stand houden, bescherm me dan voor het graf,
Opdat ik eeuwig begeren kan.

Ze gooit haar kiel af en staat in verleidelijke schoonheid voor hem.

COURTISANE (Ursula)
Ik ben te Weinig, maak mij tot veel. Mateloos groeit in mij
Het verlangen. Grijp, wat zich aan je aanbiedt,
Opdat het zich niet inhoudt en beheersing vindt.
Een lichaam wordt louter genotzucht. Zo bronstig is een dier,
Als een god zo vurig. In de stugge stof
Een baren, dat jou en mij laat genieten [?].
Geef barstend, wat in het binnenste ziedt.
Neem, dat geven zich aan nemen bindt
En nieuw verwekt.

ANTONIUS
Naar wat voor grote lust ik ook mag hopen,
In een oogwenk rijpt, wat als onbeduidend overschot
Meteen versterft.

COURTISANE (Ursula)
Voor dit ogenblik
Moet je leven.

ANTONIUS In ons is zoveel edels, dat in de poel
Van het alledaagse niet ten onder mag gaan.

Vrouwen gooien de courtisane een grijze doek toe. Het plein voor een stadspoort wordt geopend. Mannen met stokken en wapens wikkelen touwen rond de courtisane en slepen haar naar het plein.

MARTELARES (Ursula)
Boven de lust uit
Groeit alleen de pijn. Elk woord dat mij terug
Wijst, raakt mij met honderd dolken. Mijn mond
Klaagt niet. In stille pijn draag ik uit
Wat ik aan smart ontving. Breng me naar de moordplaats.
Wie lijdt moet tot het einde lijden. Je doodt me.

ANTONIUS
Niet ik! Ons doodt het laffe kruipen
In doffe wellust, in doffe ellende.

Während man den Richtplatz bereitet, tritt Capito in Gestalt eines Gelehrten zu Antonius.

GELEHRTER (Capito)
Und dich hat
Der Tod vergessen, da du auch nur dumpf verdriesslich
Kriechst? Willst du an kranken Gedanken hinsiechen?
Hier stirbt ein Mensch. Beachte seine Atemzüge.
Vergleiche mit der Uhr, ob er nach Vorschrift stöhnt.
Die Wissenschaft hilft dir die Welt meistern. Sei kalt!

ANTONIUS
Du weisst, und was du weisst, ist Lüge.
Wer rettet mich? Wie furchtsam auch mein Arm sich anlehnt [?],
Noch tiefer falle ich.

Aus der Stadt reitet mit Gefolge der Kriegsherr (Schwalb) in glänzender Rüstung zur Richtstätte. Gewirr von Menschen und Geräten.

KRIEGSHERR (Schwalb)
Du bist zu alt
Geworden. Nur Krieg häIt ständig jung.

ANTONIUS
Stand
Ich im Kriege nicht meinen Mann?

KRIEGSHERR
So gut du
Konntest. Empfindsamkeit schwächt die Schlagkraft.

Mit einer Handbewegung bietet er den Zurüstungen Einhalt. Das Bild verwandelt sich langsam in die auf der Versuchungstafel des Isenheimer Altars dargestellte Landschaft.

KRIEGSHERR
Was uns zu Leicht ist, trägst du schwer. Blut, das fliesst, zerstörtes Land
Bricht dich entzwei. Du willst nicht sehen, dass Untergang
Auferstehung ist. Sei froh, dass man dich duldet, da du
Nicht zerstören kannst, um Neuem Platz zu
Schaffen.

In der Mitte spielt sich ab, was auf Mathis' Tafel dargestellt ist: Dämonen quälen Antonium. Die Solisten und der Chor füllen alle anderen Teile der Bühne.
Tijdens de voorbereiding van de plaats van terechtstelling, gaat Capito in de gedaante van een geleerde naar Antonius.

GELEERDE (Capito)
En jou heeft
De dood vergeten, omdat je alleen maar dof verdrietig,
Kruipt? Wil je door zieke gedachten wegkwijnen?
Hier sterft een mens. Let op zijn ademhaling.
Vergelijk met de klok of hij als voorgeschreven kreunt.
De wetenschap helpt je de wereld te overmeesteren. Wees koud!

ANTONIUS
Je weet, en wat je weet, is leugen.
Wie redt mij? Hoe angstig mijn arm ook steun zoekt [?],
Toch val ik dieper.

Vanuit de stad rijdt de krijgsheer (Schwalb), met zijn gevolg, in glanzende uitrusting naar de plaats van terechtstelling. Wirwar van mensen en apparaten.

KRIJGSHEER (Schwalb)
Je bent te oud
Geworden. Alleen oorlog houdt je permanent jong.

ANTONIUS
Sta
Ik in de oorlog niet mijn mannetje?

KRIJGSHEER
Zo goed als je
Kunt. Overgevoeligheid verzwakt de slagkracht.

Met een gebaar beveelt hij de voorbereidingen te stoppen. Het beeld verandert langzaam in het landschap dat is afgebeeld op het Verzoekingspaneel van het Isenheimer altaarstuk.

KRIJGSHEER
Wat ons te Licht is, draag je zwaar. Bloed, dat stroomt, verwoest land
Breekt je in stukken. Je wilt niet zien, dat ondergang
Wederopstanding is. Wees blij, dat men je duldt, omdat je
Niet vernietigen kan, om voor het nieuwe plaats te
Maken.

In het midden speelt zich af, wat afgebeeld is op het paneel van Mathis: Demonen kwellen Antonius. De solisten en het koor vullen de andere delen van het podium op.
CHOR
Dein ärgster Feind sitzt in dir
Selbst. Ist dir die Gabe, Dinge zu sehen, sieh
Nicht zu genau hin. Kannst du denken, denke nichts
Zu Ende. Bezwinge dich, Letztes zu erfühen [erfühlen / erfüllen ?].
Kannst du dich nicht bescheiden, stösst dich zurück
Das Leben, die Hölle nimmt dich auf.

wildes Gewühl

Wir
Plagen dich mit deines eignen Abgrunds Bildern. Wie
Schlägt der gefiederte Bruder herzhaft zu. Gebricht's
Am Pferde, kann man auch auf Kröten reiten. Die vielen
Irren Augen durchstechen dich. Stracks reisst man dir
Den Mantel fort, die Strähnen rauft man dir aus.
Man tritt dich, hört nicht dein Geschrei. Ein
Kranker wälzt aussätzig sich heran. Ein Tier
Beisst dir die Hand. Ringsum stürzt ein das Haus.
Wenn auch das Gute für dich streitet, kein
Sieg wird ihm. Mit uns im Bund ist die Natur.
Was gross ist, ist heut schrecklich gross, das Bunte
Grässlich bunt. Was tief ist, führt zum Höllengrunde.
Wald, Berg und Himmel brüllen geil im Aufruhr.
Gib auf den Widerstand, vernichtet steh!
Uns gehörst du, wir sind dir höllisch nah.

zugleich singen alle Solisten
KOOR
Je ergste vijand zit in je
Zelf. Als het je gave is, dingen te zien, zie
Niet te nauw toe. Kun je denken, denk dan niets
Ten einde. Bedwing jezelf, het laatste te vervullen [?].
Kan je niet beslissen, dan stoot het leven
Je terug, de hel neemt je op.

wild gewoel

We
Kwellen je met je eigen voorstellingen van de afgrond. Wat
Slaat de gevederde broeder hartgrondig toe. Ontbreekt het
Aan paarden, dan kan je op padden rijden. De vele
Ogen van gekken doorsteken je. Meteen rukken ze je
De mantel uit, je haren trekken ze uit.
Ze vertrappen je, horen je kreten niet. Een
Zieke melaatse komt aangerold. Een dier
Bijt je hand. Rondom stort het huis in.
Ook al strijdt het goede voor je, ze behaalt geen
Overwinning. Met ons verbonden is de natuur.
Wat groot is, is vandaag vreselijk groot, het kleurrijke
Gruwelijke kleurrijk. Wat diep is, leidt naar de diepste hel.
Bos, berg en hemel brullen geil in het getier.
Geef de weerstand op, vernietig sta! [?]
Bij ons hoor je, wij staan je hels na.

tegelijkertijd zingen alle solisten
Het rechter paneel toont een Verzoeking, of beter een Bezoeking, van Antonius door demonische wezens.
In de linkeronderhoek zien we een lijder aan het Antoniusvuur, door Hindemith aangeduid als: "Een zieke melaatse"
Op het papier (detail hieronder), in de hoek rechtsonder, staat:
Ubi eras, bone Jhesu, ubi eras, quare non affuisti ut sanares vulnera mea, wat vertaald luidt:
Waar was U, goede Jezus, waar was U, waarom kwam U niet om mijn wonden te helen?
Dit refereert duidelijk aan § 10 uit de Vita.

 

ANTONIUS
Ubi eras, Jhesu bone, ubi eras, quare
Non affuisti, ut sanares vulnera mea
ANTONIUS
"Waar was je, goede Jezus, waar was je?
Waarom ben je er niet geweest om mijn wonden te helen?"
MÄRTYRERIN
Verzichte nun, da du im Entsagen so geübt,
Auf jedes Mittel, das dir Rettung aus der Not gibt.

ÜPPIGKEIT
Wie gut, wenn man Reichtum zu schützen weiss.
Die Hölle lässt sich kaufen um einen guten Preis.

KRIEGSHERR
Das ist's, was dir jetzt fehlt: ein scharfes Schwert zur Kraft
Und blinder Mut, der dir die Plage vom Halse schafft.

GELEHRTER
Durch Wissen kannst du alle Schrecknisse besiegen.
Wer liesse sich nicht durch Formeln unterkriegen?

KAUFMANN
Macht gegen Macht, die Kräfte stünden gleich,
Wärst du der Rechte. So trifft dich der Todesstreich.

MARTELARES
Zie nu af, omdat je in de onthouding zo bedreven bent,
Van elk middel, dat je uit de nood kan redden.

WEELDERIGHEID
Hoe goed, wanneer men rijkdom weet te beschermen.
De hel laat zich kopen tegen een goede prijs.

KRIJGSHEER
Dat is het, wat je nu ontbreekt: een scherp zwaard voor kracht
En blinde moed, die je de kwelling van de hals haalt.

GELEERDE
Door kennis kan je alle verschrikkingen verslaan.
Wie laat zich niet door formules eronder krijgen?

KOOPMAN
Macht tegen macht, de krachten stonden gelijk,
Was je de juiste. Dan trof jou de doodsklap.
Es ist dunkler geworden. Auf dem Höhepunkte erlischt der Spuk. Eine neue Landschaft erstrahlt in sanftem Lichte: es ist das Bild der Begegnung zweier Heiliger, des heiligen Paulus und des heiligen Antonius, Isenheimer Altar.

Het is donkerder geworden. Op het hoogtepunt lost de spookverschijning op. Een nieuw landschap gloeit in zacht licht: het is de afbeelding van de ontmoeting van de twee heiligen, Paulus en Antonius, op het paneel van het Issenheimer altaarstuk.
DRITTER AUFTRITT
Der heilige Antonius in der Einsiedelei des heiligen Paulus
Antonius liegt am Boden. Paulus (Kardinal Albrecht), in geflochtenem Schilfkleld, hebt ihn auf.
DERDE SCENE
De heilige Antonius in de hermitage van de heilige Paulus
Antonius ligt op de grond. Paulus (Kardinaal Albrecht), in zijn mantel van gevlochten riet, heft hem op.

Op het linker paneel is Antonius op bezoek bij Paulus van Thebe, die traditiegetrouw gekleed is in een mantel van zelf gevlochten palmbladeren. De raaf met het brood in de bek vliegt naar beneden.
Tussen Antonius en Paulus zien we een iconografisch ongebruikelijk dier: een hert of hinde.
Op de voorgrond staan planten die — zo men redelijkerwijs aanneemt — gebruikt werden als medicijn tegen het Antoniusvuur.

Veelal wordt aangenomen dat de opvolger van Orlier als preceptor van Issenheim, Guido Guersi, voor Antonius model heeft gestaan.
Paulus zou dan een zelfportret van Mathias Grünewald zijn (zie hierboven).
Het volgende deel is online te beluisteren: of hier onder:
PAULUS (Albrecht)
Mein Bruder, entreisse dich der höllentiefen Qual.

ANTONIUS
Lass mich im Pfuhle untergehen, ich
Bin nicht wert, dass du ausstreckst die Hand.

PAULUS
Deines Unwerts Bewusstsein erhöht dich, all
Dein tödlicher Krampf wird gelöst, nimmst du mich
Als deinen Beichtiger.

ANTONIUS
Die heiligen Männer fand
Der Tod wie alle Menschen. Gleichwohl leben sie.
Ich, der ich lebe, bin gestorben.

PAULUS
Und wie starbst du?

ANTONIUS
Ich tötete mich selbst und weiss nicht wie.
Was ich auch trieb, ob es in Gottes Augen gut,
Ob Übel ist, mir erschien es recht.

PAULUS
Du warst zu
Eilig, hast nicht gut bedacht. Setze dich hier, bis
Ich dir klärte, was trübe scheint.

Sie sitzen sich gegenüber. Das ist ungefähr die Szene des Altarbildes.

In der Hut Deiner Arbeit lebtest du. Geborgen warst du,
Meisterschaft trug dich, der Väter Kenntnis.
Du warst, da du tiefer schaust als andre, den Kreis
Bald abgeschritten, der dir nach Überlieferung
Und Standesbrauch gesteckt war. Weil du allzu Fest standst, wanktest du. Dich berührte in Welschland leis
Fremder, süsser Kunst neue Verkündung [?].
Stürme durchtosten [durchstosten] unsre heilige Kirche, dich
Rissen sie fast aus dem Boden. Du flohst zur Armut.
Zweifel quälten dich. In Elend und Krankheit
Haustest du. Stärker bekämpften sich
In dir Wankelmut und Treue. Wo nur für Kampf und Blut
Platz ist, gedeiht nicht die Kunst. Der Zeit
Gebrechen mahnten dich, du fühltest dich mitschuldig
Und warfst dich selbst in den Streit.
PAULUS (Albrecht)
Mijn broeder, ontruk je aan de hel-diepe smart.

ANTONIUS
Laat me in de poel ondergaan, ik
Ben niet waardig, dat je je hand uitstrekt.

PAULUS
Het besef van je onwaardigheid verheft je, al
Je dodelijke kramp wordt opgelost, neem me
Als je biechtvader.

ANTONIUS
De dood vond de heilige mannen
Als alle mensen. Nochtans leven ze.
Ik, ook al leef ik, ben gestorven.

PAULUS
En hoe stierf je?

ANTONIUS
Ik doodde mezelf en weet niet hoe.
Wat mij ook dreef, of het in Gods ogen nu goed
Of kwaad is, mij leek het juist.

PAULUS
Je was te haastig, hebt niet goed overwogen. Kom hier zitten, tot
Ik je verklaar, wat troebel schijnt.

Ze gaan tegenover elkaar zitten. Dat is ongeveer de scène van het altaarstuk.

In de beschutting Van je werk leefde je. Geborgen was je,
Meesterschap droeg jou, kennis van de Vader.
Je had, omdat je dieper schouwt dan anderen, de kringloop
Spoedig doorlopen, die je door de traditie
En de gebruiken geopenbaard was. Omdat je al te Vast stond, wankelde je. Je werd in Welschland zacht geraakt door
Vreemde, zoete kunst nieuwe verkondiging [?].
Stormen doorstaken onze heilige kerk, rukten je
Bijna uit de grond Je vluchtte in de armoede.
Twijfel kwelde je. In ellende en ziekte
Woonde je. Krachtiger bevochten zich
In jou wankelmoedigheid en trouw. Waar alleen voor strijd en bloed
Plaats is, gedijt de kunst niet. Gebreken van de
Tijd vermaande je, je voelde je medeschuldig
En wierp jezelf in de strijd.
ANTONIUS
Ja, meinem Gott mich
Darzubieten, meinem Volke Blut und Geist
Zu opfern. Und warum war ich nicht würdig
Der Gnade?

PAULUS
Du bist zum Bilden übermenschlich
Begabt. Undankbar warst du, untreu, als du dreist
Göttliche Gabe verleugnetest. Dem Volke entzogst
Du dich, als du zu ihm gingst, deiner Sendung entsagtest.
Kehre zurück zu beidem: Alles, was du schaffst, sei
Opfer dem Herrn, so wird in jedem Werke er wirksam
Sein. Wenn du demütig dem Bruder dich bogst,
Ihm selbstlos dein Heiligstes zu bieten wagtest
Im eigensten Können, wirst du gebunden und frei
Ein starker Baum im Mutterboden stehen. Stumm,
Gross, ein Teil des Volkes, Volk selbst. Wenn man dir alles nahm
Und dich darob vergass: der Baum weiss nicht um seine Frucht.
Und wenn sie dich gleich erschlügen: das Schöpfertum
Mit seinem Leibe zahlen, ist das schwer? Was du gesucht,
Gelitten, deinem Wirken gebe es den Segen
Der Unsterblichkeit. Geh hin und bilde.

ANTONIUS
Mich hat in dir
Gott selbst berührt, der Mund des Volkes sprach durch dich.

Die Landschaft verwandelt sich abermals. Man sieht im hellsten Morgenlichte die Stadt Mainz und den Rhein.

BEIDE
Dem Kreis, der uns geboren hat, können wir
Nicht entrinnen, auf allen Wegen
Schreiten wir stets in ihn hinein. Über uns zeigt sich
Ein weiterer Kreis: die Kraft, die uns aufrecht
Erhält. Was wir auch beginnen: sollen wir uns echt
Bewähren, muss unser Tun nach beiden Mitten weisen.
Lasst uns dem Boden danken. Lasst uns den Himmel preisen.
Alleluja!
ANTONIUS
Ja, aan mijn God mezelf
Aan te bieden, aan mijn volk bloed en geest
Te offeren. En waarom was ik de genade
Niet waardig?

PAULUS
Je bent tot verbeelden bovenmenselijk
Begaafd. Ondankbaar was je, ontrouw, zoals je driest je
Goddelijke gave verzaakte. Aan het volk onttrok
Je je, toen je tot Hem ging [?], je missie verloochende.
Keer naar beide terug: Alles, wat je maakt, is een
Offer aan de Heer, dus zal Hij in elk werk werkzaam
Zijn. Als je nederig voor je broeder buigt,
Hem onbaatzuchtig je heiligste durft aan te bieden
In je eigen vaardigheden, zal je gebonden en vrij staan
Een sterke boom in de moederbodem. Stom,
Groot, een deel van het volk, zelf volk. Als ze je alles afnamen
En je daarop vergaten: de boom weet niet van haar vrucht.
En als ze je meteen zouden neerslaan: de creativiteit
Met zijn lichaam betalen, is dat moeilijk? Wat je gezocht,
Geleden hebt, je werken geven het de zegen
Van de onsterfelijkheid. Ga heen en creëer.

ANTONIUS
Ik ben door
God zelf geraakt door jou, de mond van het volk sprak door jou.

Het landschap verandert weer. Je kunt de stad Mainz en de Rijn in het helderste ochtendlicht zien.

BEIDEN
Uit de cirkel, die ons baarde, kunnen we
Niet ontsnappen, op alle wegen
Schrijden we steeds erbinnen. Boven ons openbaart zich
Een verdere cirkel: de kracht, die ons overeind
Houdt. Wat we ook beginnen: willen we ons echt
Bewijzen, dan moet ons handelen naar het midden van beide wijzen.
Laten we de grond danken. Laten we de hemel prijzen.
Alleluja!
In 1995 is de symfonie (niet de opera) tot ballet verwerkt door James Kudelka, en uitgevoerd door het American Ballet Theater in het Metropolitan Opera House.
Cecil Gray The Temptation of St Anthony 1935-37
Een van Gray's drie opera’s was de “Verzoeking van de heilige Antonius”, gecomponeerd in 1935-7, met een eigen libretto gebaseerd op de roman van Flaubert. Hij maakt gebruik van instrumentale ensembles en kleuren die vanuit de oude religieuze muziek van Assyrië, India, Griekenland en Israël ontwikkeld, wat een "mystieke" intentie suggereert.

Een fragment uit de opera — De koningin van Sheba — is te horen op YouTube. De artiesten zijn: Moira Harris, sopraan; en Richard Black, piano.
In 1942-3 produceerde Ayrton zijn hysterisch overspannen schilderij op het thema “De Verzoeking van de heilige Antonius", geïnspireerd door de opera van Gray.
Louis De Meester De Grote Verzoeking van Sint-Antonius 1957

De componist Louis De Meester (1904-1987) verwierf in 1954 de Italiaprijs in de categorie radio voor zijn radio-opera De Grote Verzoeking van Sint-Antonius. De tekst hiervan is van Michel de Ghelderode (zie hieronder) die het werk een ‘cantate burlesque’ noemde. Eigenlijk was het geschreven in de jaren '30 voor poppenspel.
In het werk van De Meester komen naast vocale en instrumentale ook gemanipuleerde electro-akoestische klanken aan bod.
Om een droomwereld op te roepen, al dan niet met exotisch accent, gebruikt De Meester de timbres van akoestische instrumenten. Deze verwijzing naar het exotische heeft zijn wortels in zijn verblijf in Meknès, Marokko, waar hij in het “Café de la paix” jazzmuziek speelde.

Deze ‘Verzoeking’ werd later aangepast voor het podium en werd drie seizoenen in de Koninklijke Opera van Antwerpen opgevoerd.
Verder werd ze dan ook nog uitgezonden op de Engelse radio, twee keer zelfs, en dan ook nog door de Franse radio.
De Koninklijke Vlaamse Opera van Antwerpen heeft ze in 1963 gespeeld in het Théâtre Sarah-Bernhardt en het Théâtre des Nations in Parijs. Vier foto’s van dit optreden (hier afgebeeld) zijn te vinden bij het BnF.
Er was ook een (musical) televisieversie in 1963, onder regie van Mark Liebrecht.
Er was een uitvoering in 2005 in de Singel, onder leiding van Michel Tilkin.
De cantate vertelt in 13 taferelen het verhaal van Sint-Antonius die probeert te weerstaan aan al de verleidingen die hem door de opperduivel Leonardus voorgeschoteld worden, waarbij Antonius in de duinen door zingende zeemeerminnen en duivels wordt belaagd.
De muziek is een opeenstapeling van allerlei stijlen en muziekinstrumenten. Antonius wordt bijvoorbeeld begeleid door een accordeon of een klavecimbel, Leonardus' interventies gaan vaak gepaard met trombones en tuba. Er wordt ook uitbundig gebruik gemaakt van elektronische vervormingen en klankbanden.
Een van de grappigste momenten is bijvoorbeeld het moment dat Antonius een laatste lofzang gaat zingen en de duivel hem als begeleiding voorziet van "een septuor van Amerikaanse duivelen die zich bedienen van allerzoetste instrumenten", waarna er een jazz-bandje uit de luidsprekers klinkt...
Als je het allemaal niet te serieus opvat, is het best wel een leuk en grappig werkje voor tijdens een warme zondagnamiddag. Ook de zangers schenen zich wel te amuseren.
Josep Soler i Sardà Las Tentaciones de San Antonio 1967
Las Tentaciones de San Antonio is een opera van de Catalaanse componist Josep Soler i Sardà, gecomponeerd in 1967. Muzikaal wordt het als volgt omschreven: twintigste eeuwse harmonische invloeden, aanzienlijke dissonantie en atonaliteit; ritmische complexiteit, het gebruik van spraak-lied, gezongen, chanting en gesproken woord. Heel moeilijk werk zowel vocaal als orkestraal. De productie vereist een goed uitgerust theater.
Het libretto is in het Frans, gebaseerd op de Tentation de Saint Antoine van Flaubert, of het zou de integrale tekst van Flaubert zijn. Dat laatste wordt niet zo duidelijk uit de beschikbare informatie, maar gezien de duur van de opera, 120 minuten, niet zo waarschijnlijk. Het stuk bestaat uit twee delen.

De rolverdeling (in het Frans) en stembezetting, waar wel wat uit op te maken valt betreffende de inhoud, is als volgt:

L'inspire (ten);
Saint Antoine (sp);
Tertullieu (ten — top B3);
Basilide (bs— low El);
Manes (sop— top Bb4);
Hilarion (bs-bar— Gl-sustained F3);
Le Reine de Saba (m-sop — top A4);
Le Griffon (ten);
Le Buddha, spraak-lied, chanting en gesproken woord;
Le Sadhuzag (sp);
Le Diable (bar — top G3);
Une Femme (m-sop — top Ab4);
Isis (sop — A2-05).

Van de opera heb ik geen weergave kunnen vinden, maar wel een muziekstuk van Josep Soler dat eraan gerelateerd lijkt, voor zover het wordt weergegeven in een YouTube filmpje, begeleid door afbeeldingen van een schilderij van Hieronymus Bosch, Las Tentaciones de San Antonio, dat zich bevindt in het Museum voor Oude Kunst in Lissabon.
De muziek is de Sonata IX, gecomponeerd in 1977 en uitgevoerd op piano door Diego Fernández Magdaleno.
Michel Chion La tentation de saint-Antoine 1984
De Verzoeking van de heilige Antonius is een melodrama concret in een proloog en negen tableaus, naar het werk van Gustave Flaubert.
De musique concrète is gecomponeerd door Michel Chion in 1984.
Pierre Schaeffer in de rol van Sint Antonius, Art Leroi-Bibbs (de Prediker), Korinna Rahls-Frisius (de Koningin van Sheba), Michel Chion (de Verteller) en Michèle Bokanowski (Ennoïa).
Een opsomming van de delen geeft een indruk van de inhoud van het werk: Proloog, Ennoia [De Overdenking]. De negen tableaus zijn: De Woestijn, De Prediker, De Nijl, De Mensen stad, De Vergetelheid, De Schat, De Koningin van Sheba, Aarde: Boom-Woud, De Vervoering van Sint Antonius, De Dorst.
Het is radiofonisch uitgevoerd. Een stukje soundtrack:
Luis Jaime Cortez La Tentación de San Antonio 1998
De opera van de Mexicaanse componist Luis Jaime Cortez, daterend uit 1998, is zoals alle andere opera's, gebaseerd op Gustave Flaubert's Tentation. Deze ging in 2004 aan de Universiteit van Texas in première.

Verder is er weinig informatie over beschikbaar, en geen visualia, behalve dan een foto (links) waarvan niet duidelijk is of dit de acteur als San Antonio is of de componist.


Een citaat van Cortez: "De Heilige Antonius is, in de visie van Flaubert, een soort heidens persoon die het slachtoffer van een modern probleem is: Hij weet wie niet hij is. Hij wil een andere persoon zijn — dat is zijn echte, fundamentele verzoeking. Het is belangrijk om dit te zeggen: Het is geen godsdienstig werk. Het boek van Flaubert is absoluut heidens en oneerbiedig."
In de Texas productie, toont het Theater van de Opera zowel vrome als wulpse beelden. Helder gekleurde Mexicaanse Katholieke iconografie staat naast een verleidelijke presentatie van de Koningin van Sheba, één van de vele historische figuren (met inbegrip van Helen van Troy en St. Hilarion) die de kluizenaar verleiden. De Koningin van Sheba zal een onthullende borstplaat dragen die de wenkbrauwen zal doen optrekken, volgens de kostuumontwerper: "ik wilde iets volledig sensueels en volledig bijzonders."
Cortez zegt verder nog: "Ik koos ervoor om de opera in het Spaans te schrijven omdat ik van mijn taal houd en ik Flaubert in die klanken wilde weergeven." Cortez, die ook het libretto schreef, zegt dat de muziek sporen draagt van de circusatmosfeer van de films van Fellini en het expressionisme van Alban Berg . "De constructie van een Satan-achtig personage was misschien wel het moeilijkste. Ik besloot een complexe Satan te maken, die door drie zangers gestalte wordt gegeven: een bariton, een tenor, en een contra-tenor."
Ik kwam een korte samenvatting, in het Spaans, van het libretto tegen:
Eerste Scène
Presentatie van het conflict. Antonius roept uit: "Lang geleden voelde ik dat een fontein van genade van hoog uit de hemel in mijn hart werd gegoten. Maar nu is de bron droog. Waarom?”
Tweede Scène
Antonius leest de Bijbel om te proberen troost te vinden, maar dat resulteert in verergering van de problemen. Elke willekeurige pagina vermenigvuldigt de vragen. Stemmen en visioenen achtervolgen hem.
Derde Scène
Hilarion verschijnt, een soort schaduw of herinnering die in de geest van Antonius binnendringt.
Vierde Scène
De Koningin van Sheba verschijnt, wier lichaam "een opeenvolging van mysteries" is, en zij probeert Antonius te verleiden.
Vijfde Scène
Meerdere afgezanten van de meest uiteenlopende gedachten en religies verschijnen. Het is een smeltkroes die Griekenland en het Oosten omvat: Helena, Arius, Arsenio, de mensen van de Astomi, Atis, Athanasius, Baiaam, Barbelo, Barcuf, Bardesanes, Basilides, Cerdo, Ceres, Cybele, Constantijn, Crispus, de profeet Manes, Ennoia, Erictonio, Filoiao, Harpocrates, Hermogenes, Iaarab, Kalanos, Simon Sabello, Clemens van Alexandrië, Tertullianus, Zalmoxis, etcetera.
Zesde Scène
Filosofische dialoog met de Duivel.
Vladimir Franz Pokušení svatého Antonína 2001
Pokušení svatého Antonína, de Verzoeking van Antonius, een Tsjechische productie, werd opgevoerd in 2001 in het Semafor Theater in Praag.
Het theater was in 1959 opgericht door schrijver en acteur Jiří Suchý (links). Hij schreef de tekst van het stuk, gebaseerd op Flaubert’s Tentation, en speelde ook de rol van Antonius.
De muziek was van Vladimir Franz (rechts), componist, schilder docent. De kostuums waren van Evženie Rážová, de choreografie was van Linda Stránská en het werd geregisseerd door Petr Novotny.
Bernice Johnson Reagon & Robert Wilson The Temptation of Saint Anthony 2003
Op 13 mei 2005 waren webij de opvoering van The Temptation in het Muziektheater in Amsterdam met Carl Hancock Rux en Helga Davis.
Bernice Johnson Reagon, stichtster van het a capella ensemble, Sweet Honey in the Rock schreef muziek en tekst voor de opera The Temptation of Saint Anthony.
Bernice Johnson Reagon heeft voor veel films muziek geschreven en gearrangeerd, zoals meest recentelijk voor vier films over de geschiedenis van de slavernij in de Verenigde Staten.
De vormgeving en uitvoering stond onder leiding van regisseur Robert Wilson, bekend van eerdere producties als Einstein on the Beach en Hamletmachine. De première vond plaats in juni 2003 in Duisburg.
The Temptation of Saint Anthony werd geïnspireerd door het toneelstuk van Gustave Flaubert dat, zoals Wilson zegt, lang een bron van fascinatie voor hem is geweest.

Voor Bernice Johnson Reagon was het een nieuw verhaal waar ze over zegt: “Toen ik Flaubert door zijn manuscript leerde kennen, kreeg ik steeds eerbied voor hem. Hij stond zich in de 19de eeuw en gebruikte deze reis van de Heilige Antonius als een manier om een dialoog over geest en lichaam op te zetten, over wetenschap en godsdienst, over diversiteit en de capaciteit om goddelijkheid overal te zien.”

Om een idee te krijgen van de opvattingen van de producent, regisseur, en componist over Antonius vat ik de informatie samen die op hun sites te vinden is. En ik geef commentaar op de opvoering die ik zelf heb kunnen aanschouwen.
De Heilige Antonius wordt beschreven als een kluizenaar uit de derde eeuw die gevangen zit in een wereld van godsdienstige en politieke opschudding en verdeling.
Zoekend naar waarheid door een leven van onthouding, heeft Antonius twijfels over zijn lotsbestemming en ervaart hij des te sterker de verleidingen van het vlees. Een rijk banket van voedsel verleidt hem tot gulzigheid; een visioen van de mooie Koningin van Sheba verleidt hem tot begeren; een jonge man, Adonis, kwelt hem met de genoegens van het vlees.
Dit klinkt allemaal wat mooier dan het in beeld wordt gebracht. In feite zijn deze verlokkingen (voor mij althans) nauwelijk als zodanig op te merken. Het is alleen te zien aan de stereotype gebaren van afwering die Carl Hancock Rux van tijd tot tijd maakt.
Ten slotte beginnend aan een zoektocht om zijn eigen weg te ontdekken en om uit te vinden waarom godsdienst zowel verdeelt als verenigt, komt hij er uiteindelijk toe om de diversiteit in een complexe wereld te waarderen.
Hier blijkt weinig van. Eigenlijk is het ook zo dat een toeschouwer die niets van Antonius en/of niets van Flaubert's toneelstuk afweet, na afloop van de voorstelling hoogst waarschijnlijk geen idee heeft waar het nou eigenlijk over ging.
Weet de toeschouwer wel iets van Antonius en/of Flaubert, dan zal hij zich verbazen over de wel zeer zwakke echo die in deze voorstelling daarvan terug te vinden is.

Maar waar alle toeschouwers ongetwijfeld moeite mee hadden, is simpelweg het verstaan van de teksten. Er werd slecht gezongen, met meer kwantiteit (volume) dan kwaliteit. Eigenlijk werd maar één song met enig gevoel (en ook verstaanbaar) gezongen, en dat was "I knew the carpenter's son," door 'Ebonite', d.i. Charles Williams. Hij had ook voldoende gravitas. Het zou heel wat beter geweest zijn als hij de hoofdrol had mogen spelen i.p.v. Rux die eigenlijk alleen maar een zombie-achtige act gaf met verbijsterde blik in de ogen en zware volumineuze stem (maar geen gewicht).
Wat wel vreemd is aan die song, "I knew the carpenter's son," is dat Ebonite, als we de tekst letterlijk nemen, zo'n 300 jaar oud zou moeten zijn. Zo zegt hij: "I grew up with him, We were the same age, We played together."
Zou de librettiste Reagon niet weten dat Antonius leefde van 251-356 na Christus? Of moeten we maar aannemen dat ze het overdrachtelijk bedoelde?
Een klein filmpje geeft enige indruk. De tekst van de song van dit filmpje geef ik hieronder weer:
LONG, LONG WAY TO THE RIVER
Ensemble/Band

My jug is empty and I’m thirsty and dry
It’s a long long way to the river
My hunger’s biting and all my bread is gone
It’s a long long way to the river
Somebody help me!
It’s a long way, it’s a long way
It’s a long long way to the river
Flowing streams of silver and gold
Greed’s got me hooked in its seductive fold
It doesn’t matter whether I’m sleep or I’m dreaming
Can’t get beyond my body’s lust and needing

LANGE, LANGE WEG NAAR DE RIVIER
Ensemble/Band

Mijn kruik is leeg en ik ben dorstig en droog
het is een lange lange weg naar de rivier
Mijn honger bijt en al mijn brood is op
het is een lange lange weg naar de rivier
Iemand help me!
Het is een lange weg, het is een lange weg
Het is een lange weg naar de rivier
Vloeiende stromen van zilver en goud
Hebzucht heeft me vastgehaakt in zijn verleidelijke kronkels
Het doet er niet toe of ik slaap of droom
Ik kan niet voorbijgaan aan het verlangen en de behoeften van mijn lichaam

De song hierboven is nogal 'spiritual'-achtig, zoals wel meerdere songs van deze opera. Het doet denken aan zo'n Amerikaans neger kerkje in het zuiden, met allerlei swingende en handenklappende Afrikaanse Amerikanen. Maar helaas, dit gezelschap swingde totaal niet.
Qua inhoud is van deze song overigens niets terug te vinden in Flaubert.
Hieronder heb ik nog een tekst en een paar songs opgenomen, die wel enige relatie lijken te hebben met het toneelstuk van Flaubert.
THIS LIFE APART... IS BAD

Hilarion
This life apart... is bad.

Anthony
On the contrary!
Man, being spirit, must withdraw from mortal things.
All action degrades him.
I could wish not to be attached to the earth – not even by the soles of my feet!
DIT LEVEN IN AFZONDERING... IS SLECHT

Hilarion
Dit leven in afzondering... is slecht.

Antonius
Integendeel!
De mens, omdat die geest is, moet zich van sterfelijke dingen terugtrekken.
Elke handeling haalt hem naar beneden hem.
Ik zou wensen om niet aan de aarde gebonden te zijn - niet zelfs door de zolen van mijn voeten!
(Hier zou dus moeten staan: de zolen van mijn schoenen! Zie hieronder)
Hier linksboven zien we Carl Hancock Rux als Antonius in één van zijn stereotype versteende houdingen — zonder enige betekenis.
Maar waar ik me vooral aan stoorde waren zijn leren schoenen en zijn witte pyjama. Een asceet met schoenen aan! En een broek! Op een stoel!
Je zou als excuus kunnen beweren dat het "moderne" vormgeving in het theater is, maar alle anderen droegen lange gewaden, en sommigen waren blootsvoets.
YOU’RE A HYPOCRITE!

Hilarion/Anthony/Ensemble/Band
You’re a Hypocrite!
Sinking into solitude
You’re a Hypocrite!
Making up your own rules
You’re a Hypocrite
Sinking into solitude
Torture is not the highest ground
You think that denial is the way
To reach the highest ground
You think that spirit cannot rise
When your body is earthbound
So, you don’t eat meat,
You don’t drink wine
You don’t surrender to love
You spend every day denying yourself
In service to God above
Every night when you lay down to rest
Your dreams and fantasies rise
This journey you walk in the light of the day
Is corrupted when you close your eyes
JE BENT EEN HUICHELAAR

Hilarion/Antonius/Ensemble/Band
Je bent een Huichelaar!
Verzinkend in eenzaamheid
Je bent een Huichelaar!
Je eigen regels verzinnend
Je bent een Huichelaar!
Verzinkend in eenzaamheid
Marteling is niet het hoogste goed
Je denkt dat de zelfverloochening de manier is
Om het hoogste goed te bereiken
Je denkt dat de geest niet kan opstijgen
Wanneer je lichaam aan de aarde gebonden is
Dus eet je geen vlees,
Drink je geen wijn
Geef je je niet over aan de liefde
Breng je elke dag door met zelfonthouding
In de dienst van God daarboven
Elke nacht wanneer je gaat liggen om te rusten
Komen je dromen en fantasieën op
Deze weg die je gaat in het licht van de dag
Wordt verdorven wanneer je je ogen sluit
Het lied hierboven is ontleend aan de passage uit het toneelstuk van Flaubert, waarin de leerling van Antonius hem verwijt:

Huichelaar! Je trekt je terug in de eenzaamheid om je lusten beter te kunnen botvieren! Je onthoudt je van vlees, wijn, zweetbaden, slaven en eerbetoon; maar wat laat je je door je verbeelding onthalen op banketten, geurwerken, naakte vrouwen en juichende menigten! Je kuisheid is niets dan geraffineerde zedeloosheid...

Maar in het stuk van Flaubert komt het woord 'huichelaar' slechts één keer voor, en is het verder ook ingebed in een geheel van werkelijke onthoudingen, wijsgerige en religieuze visioenen, en beschrijft het fraai de paradox van de asceet/mysticus die zich één soort genot wil onthouden — het fysieke — om een andere soort genot te bereiken — het spirituele.
Zoals het echter in deze opera wordt vormgegeven, met tientallen herhalingen van het woord 'hypocrite' (en later in het stuk komt het nog eens terug), en daarbij een tiental beschuldigende wijsvingers (het hele ensemble) jennend wijzend naar Rux, krijgt het een heel andere betekenis. Zo lijkt het of Antonius er eigenlijk op uit is om met zijn onthouding alleen maar zijn lustvolle fantasieën op te zwepen.

BRAHMAN’S SONG

Brahman/Ensemble/Band
Everything begotten will die,
Everything dead must live again;
Beings now vanished will come back to earth
To serve others in pain
Again and Again...
Over and over again
Again and again
Over and over again
Again and again
Over and over again
Again and again
Over and over again
Beings now vanished will come back to earth
To serve others in pain
Over and over Again
I once lived in the tree behind me
I fed on flowers and fruit
Since existence stems from corruption,
Corruption stems from desire,
Desire stems from sensation,
Sensation stems from contact,
I fled all action, I fled all contact.
I fled all action, I fled all contact
Everything begotten will die...
By the very fact that I know a thing
That thing ceases to existence.
For me there is now no hope
For me there is now no anxiety,
For me there is now no happiness,
For me there is no virtue,
Neither night nor day,
Nor you nor me –
Absolutely nothing.
I fled all action, I fled all contact
I fled all action, I fled all contact
HET LIED VAN DE BRAHMAAN

Brahmaan/Ensemble/Band
Alles dat geschapen is zal sterven,
Alles dat dood is moet opnieuw leven;
Wezens nu verdwenen komen op aarde terug
Om anderen in pijn te dienen
Opnieuw en opnieuw...
Weer en weer opnieuw
Opnieuw en opnieuw
Weer en weer opnieuw
Opnieuw en opnieuw
Weer en weer opnieuw
Opnieuw en opnieuw
Weer en weer opnieuw
Wezens nu verdwenen komen op aarde terug
Om anderen in pijn te dienen
Opnieuw en opnieuw
Ik leefde ooit in de boom achter me
Ik voedde me met bloemen en fruit
Aangezien het bestaan afstamt van bederf,
Bederf afstamt van verlangen,
Verlangen afstamt van sensatie,
Sensatie afstamt van contact,
Ben ik alle actie ontvlucht, alle contact ontvlucht.
Ben ik alle actie ontvlucht, alle contact ontvlucht.
Alles dat geschapen is zal sterven ...
Door het feit zelf dat ik een ding ken
Houdt dat ding op met bestaan.
Voor mij is er nu geen hoop
Voor mij is er nu geen angst,
Voor mij is er nu geen geluk,
Voor mij is er geen deugd,
Noch nacht noch dag,
Noch jullie noch mij –
Absoluut niets.
Ik ben alle actie ontvlucht, alle contact ontvlucht.
Ik ben alle actie ontvlucht, alle contact ontvlucht.
Deze song is een redelijk directe vertaling van de toespraak van de Gymnosofist (zie het citaat uit het stuk van Flaubert), die overigens Antonius aanspreekt als "Brahmaan van de Nijloevers," en niet zichzelf als zodanig betitelt.
Maar wat in deze song toch wel ontbreekt is het spirituele doel dat deze Gymnosofist ermee bereikt heeft zoals duidelijk wordt uit wat hij zegt, bijvoorbeeld:

"Tenslotte heb ik de hoogste Ziel doorgrond in alle wezens, alle wezens in de hoogste Ziel; en door de beteugeling van mijn zinnen heb ik mijn ziel in Haar doen opgaan."

De song lijkt daardoor alleen het negatieve, het wanhopige haast, te benadrukken.

Er schuilt een zekere ironie in het feit dat deze opera wordt gespeeld door African-Americans. Want in het milieu van Antonius en de woestijnvaders waren 'Ethiopiërs' of 'Ethiopische jongetjes', dat wil zeggen negers of 'zwarte jongetjes' (vertegenwoordigers van) de duivel of demonen.
Een tweede ironisch feit is dat de rol van Hilarion, de leerling van Antonius (en een man), gespeeld wordt door een vrouwelijke African-American. In het vrouwonvriendelijke milieu van de woestijnvaders waren vrouwen eveneens (afgezanten van) de duivel, maar dan in weer een andere vermomming. Dus de Hilarion die hier gespeeld wordt door een zwarte vrouw zou eigenlijk een soort duivel in het kwadraat zijn.
Heel weinig toeschouwers van deze opera zal dit zijn opgevallen, evenmin als überhaupt het feit dat deze vrouw de rol van Hilarion, de leerling van Antonius, speelde. Ze onderscheidde zich niet echt van de vrouw(en) die de verleidster — de koningin van Sheba — moest(en) voorstellen; en ook dat 'verleidelijke' was überhaupt niet waarneembaar, behalve dan dat het af te leiden was uit het stereotype gebaar van afwering dat Rux maakte.

Er waren overigens wel uitzonderingen op de neger als duivel, zoals de hiernaast afgebeelde Moses (of Moyses) de Ethiopiër, wiens levensverhaal verteld wordt in de Historia Lausiaca (hoofdstuk 22).
Hij was een zwarte Ethiopiër, en slaaf van een overheidsbeambte. Zijn meester ontsloeg hem wegens veelvuldig wangedrag en diefstal. En hij zou moorden begaan hebben.
Maar hij werd bekeerd, verrichtte lange tijd verregaande vormen van ascese, zoals alleen nog maar droog brood eten, ongeveer drie ons per dag, en hij verzette bijzonder veel werk onder het uitspreken van vijftig gebeden per dag. Hij bleef zes jaar lang rechtop staan in zijn cel en stond alle nachten midden in zijn cel te bidden zonder een oog dicht te doen. Mozes vocht met de demonen van zijn wellust, en eindelijk kreeg hij ze eronder.
Hij werd gerekend tot de groten onder de vaders. Hij stierf op 75-jarige leeftijd in Sketis waar hij priester geworden was en liet 75 leerlingen achter.
Het was een lange zit, deze opera; er was geen enkel moment dat je nou echt 'uit jezelf getild' werd. Herhaaldelijk stelde ik me voor hoe Flaubert zich van ergernis in zijn graf omkeerde en hoe de botten van Antonius verontwaardigd in zijn tombe rammelden. Maar bij het einde van het stuk verhief het publiek zich voor een staande ovatie!
Ulrich Alexander Kreppein Die Versuchung des Heiligen Antonius 2011-12
“De Verzoeking van de Heilige Antonius", een muziek-theater-project met het Staatstheater Oldenburg en het Stipendiaten Akademie Musiktheater Heute, uitgevoerd in 2012, volgt qua inhoud de schilderachtige vordering van roman van Gustave Flaubert.
Voor een uitgebreide beschrijving en kritiek, zie.
Michael Pegher, Hilarion en Paul Brady, Antonius.
Four Larks Theatre The Temptation of St Antony 2012
Four Larks Theatre gebruiken hun ''junkyard opera" stijl om Gustave Flaubert's Verzoeking van de heilige Antonius te recreëren. Ze verbeelden de verleidingen die Antonius de Grote tijdens één nacht ondergaat, terwijl hij vast zit in de Egyptische woestijn. Het stuk wordt gespeeld op een podium gevuld met gevonden en gerecycleerde materialen op een geheime locatie in Brunswick, Melbourne, Australië.
Four Larks Theatre gebruiken een avontuurlijke mix van originele muziek en theatrale bewerking, om dit beroemde niet te spelen werk vorm te geven. De alles verterende vastberadenheid van Sint Antonius wordt getest terwijl Flaubert zwoegt over zijn levenslange pogingen het verhaal te schrijven. Dit wilde en haast onhanteerbare verhaal slingert zowel auteur en karakter samen door een filosofisch labyrint van tijd en ruimte als ze op jacht gaan naar de mogelijkheid van een absolute waarheid, een flikkering van licht in een nihilistische afgrond.
The Mechanical Animal Corporation The Temptation of St Anthony 2013
Ik heb slechts een korte beschrijving gevonden van The Temptation of St Anthony, uitgevoerd door het Australische The Mechanical Animal Corporation, een opvoering uit 2013:
Religieuze visioenen, preken, liederen en goddelijke waanzin .... Deze seedling show gaat over iemand die bezocht door elke demon onder de zon. Echo's van het 19de-eeuwse Parijs ontmoeten Koptische Egyptische polyfonie en zang uit de Arabische Lente in deze first-stage reactie op het wilde meesterwerk van Flaubert, De Verzoeking van de Heilige Antonius. Een video maakt het qua inhoud (en importantie) niet veel duidelijker.
Het lijkt wel een "serieus" werk te zijn, dus heb ik het ingedeeld bij de Opera.
Ballet
G. Auvray La Tentation de Saint Antoine 1891


In februari 1891, werd het "ballet à grand spectacle" (een groots spektakel ballet), La Tentation de Saint Antoine, libretto van Jaime en G. Duval, en muziek van G. Auvray, opgevoerd in het Théâtre Lyrique, voorheen het Eden Théâtre. De directeur van dit etablissement, van 1891 tot zijn benoeming als hoofd van het Théâtre National de l'Opéra, was Eugène Bertrand.
Het ballet bestond uit 2 bedrijven en 4 tableaus. Het is opgedragen: A mon excellent ami Auguste Roisard.
Het karakter van het werk — serieus (ballet) of cabaretesk (grand spectacle) — is me niet duidelijk, maar afgaande op het theater waarin het werd opgevoerd, met 4000 stoelen, en op de andere stukken die er werden uitgevoerd, neig ik ertoe het als een “serieus” werk te zien.
Ook de inhoud, afgezien dan van de hint die de titel van het beginstuk, “Les Égyptiennes”, geeft, is me niet bekend.
Het werk, 15 pagina’s, is als e-boek te zien op de site van BnF.
Gardner Read The Temptation of Saint Anthony 1947
Dans symfonie in één deel en vier scènes, Op. 56

Prelude
Scène I Antonius’ Dans of Verlangen
Scène II Dans van de Zeven Hoofdzonden en Lucifer
Scène III Dans van de koningin van Sheba
Scène IV Antonius’ Dans van Berouw
Gardner Read componeerde dit werk tussen december 1940 en juli 1947. Het werd voor de eerste keer opgevoerd op 9 april 1953 door het Chicago Symphony Orchestra onder leiding van Rafael Kubelik.
Deze dans symfonie, oorspronkelijk bedoeld als een ballet, bestaande uit een prelude en vier opeenvolgende scènes, is geïnspireerd door de “Tentation de Saint Antoine” van Gustave Flaubert.

Het scenario voor het ballet is vrij gebaseerd op episodes uit het toneelstuk van Flaubert:
De setting — een bergtop in de buurt van het oude Thebe, een halfronde open plek omringd door onregelmatige steile rotsen. Achter de puntige rotsen is alleen de hemel te zien in het laatste stralende blauw voor de zonsondergang. Over een groot rotsachtige plateau aan één zijde zie je de langgerekte, hoekige schaduw van een ruw kruis, dat in de grond staat. Daartegenover, voor de opening naar een grot, is Antonius, onbeweeglijk.
Scène I: Verboden herinneringen bekruipen Antonius. De kwelling van de herinnering roert zijn verlangens en hij springt op in een wilde dans van verlangen. Op het hoogtepunt van zijn razernij ziet hij de schaduw van het kruis en richt een wanhopige oproep tot het kruis voor de terugkeer van zijn heilige voornemens. Terwijl hij bidt, neemt het kruis het silhouet aan van het hoofd van de gehoornde duivel. Van afschuw vervuld valt de kluizenaar languit op de grond.
Scène II: Plotseling gloeit de hemel met een intense kleur van vlammen. Lucifer staat arrogant op de rotsen, met enorme uitgespreide vleermuis-achtige vleugels, waaronder de Zeven Hoofdzonden verborgen zijn. Eén voor één verlaten deze groteske, misvormde figuren Lucifer en dansen rond het uitgestrekte lichaam van de kluizenaar. Als laatste springt Lucifer in hun midden en danst in kwaadaardige afwachting van Antonius’ overgave. De Zeven Hoofdzonden en Lucifer fladderen dan weg over de rotsen, terwijl de Duivel nog even pauzeert om de Koningin van Sheba op te roepen.
Scène III: De lucht hervat langzaam haar saffieren tint. Terwijl Antonius verwonderd op gaat staan, komt de Koningin van Sheba naderbij en danst verleidelijk voor hem. Het voornemen van de heilige verzwakt geleidelijk, en hij komt dichterbij de Koningin, die Antonius plotseling tot zich trekt voor een hartstochtelijke omhelzing. Als de Koningin zich omdraait om hem in de schaduw te trekken, confronteert een plotselinge verlichting Antonius met de enorme schaduw van het kruis. Terwijl hij op zijn knieën zinkt, wervelt de Koningin, trillend van woede, uit het zicht.
Scène IV: Antonius, vervuld van wroeging, rust even, daarna staat hij op en met langzame en plechtige stappen begint hij een expressieve dans van boetedoening. Tenslotte strekt hij zich op de grond uit onder de wijd gespreide armen van het kruis terwijl de hemel verdonkert tot een stralend blauw.
Maurice Béjart La Tentation de Saint Antoine 1967
Een bewerking van het toneelstuk van Flaubert is als ballet opgevoerd op 11 maart 1967, in het Théâtre de France-Odéon, Parijs.
Regie en choreografie van Maurice Béjart, met het toneelgezelschap Compagnie Renaud-Barrault.
Het is een nogal experimentele vermenging van toneel, mime en dans.
De tekst is me onbekend, dus hoe dicht deze bij die van Flaubert is gebleven, is onduidelijk. Ook uit het YouTube filmpje wordt dat niet duidelijk. [Oorsprong filmpje Ina.fr]

Er staan diverse fragmenten van het toneelstuk op, althans de voorbereidingen en repetities, en enkele interviews.
Enkele extracten uit de interviews:
Het drama van de negentiende-eeuwse mens die de duivel van de wetenschap ziet verschijnen. Wetenschap is de duivel, religie is niet genoeg. De God van de kinderprenten zal sterven. Er is een botsing tussen intelligentie en geest. Sint Antonius heeft zich verzet tegen zelfmoord [?] en wellust. Hij heeft geweten maar wil het verband tussen materie en gedachten kennen dat is een grote rol. Want als ik een diep geloof heb, vecht ik tegen de duivel en ben ik blij om te leven in dit lijden, deze naïviteit. Flaubert heeft een destructieve [?] geest die de fans van de nieuwe roman behaagt. Verbeeldingskracht behaagt de surrealisten. Een fantastische visie die de moderne mens bevalt.

Rashid Ahmedov Karacev The Temptations of St. Anthony 2013
Het ballet wordt genoemd: "The Temptations of St. Anthony" by Paul Hindemith.
Hier word de symfonie van Paul Hindemith bedoeld, als basis voor het ballet, niet de opera, gezien de tekst die bij het filmpje is weergegeven, wat een heel ander verhaal verteld met heel andere karakters.
Het is uitgevoerd door de Baku Music Academy in 2013, in Baku Azerbeidzjan.


Het verhaal is door Google vertaald van het Russisch naar het Engels, en het nauwelijks begrijpbare resultaat is daarna door mij, met de nodige interpolatie en fantasie, in het Nederlands vertaald, dus de betrouwbaarheid ten opzichte van het origineel is niet groot. Maar het geeft een indruk.
Proloog
Aan het eind van de dag. Antonius en zijn bewonderaars, Ursula en haar vriend, parochianen, doen een pantomime van Cupido en Psyché. Ze zijn bekende personages van de oude traditie. St. Antonius betrapt ze terwijl ze niet op hun hoede zijn. Het idee is bekendgemaakt, de verrassing mislukt. Als een grap, als verwijt aan de ongelukkige 'mimes', gaat hij weg, vergezeld van zijn favoriete engel. Met de hedendaagse Cupido en Psyché, diep in zijn fantasie.
Concert van Engelen
In de kerk van St. Antonius zijn jonge mensen. Eerbiedig rondkijkend, gaan ze diep de kathedraal in, in de stralen van de ondergaande zon. Plotseling lijken ze achter zich geluiden te horen. Schuchter rondkijkend, verbergen ze zich. Maar het is het geluid van muziek, van drie engelen ter gelegenheid van de verjaardag van hun beschermheilige. Trillende snaren van een harp en viool, panfluiten, geluiden van een onzichtbaar koor. Het eindigt met majestueuze akkoorden van een orgel.
Twee Maria’s
Gehuld in soepele sluiers, dwalen de Maagd Maria en Maria Magdalena door de woestijn. Ze ontmoeten elkaar om elkaar te steunen. Hun hartstochtelijke oproep zal niet onbeantwoord blijven. St. Antonius troost hen, fluistert woorden van hoop. Gewikkeld in hun mantels staan beide Maria’s stil, alsof ze een dierbaar kind wiegen.
De Verleiding van Antonius
St. Antonius, Maria droevig geschokt, dromen, alsof ze bezeten zijn door een boze geest. Deze rukt de hoofden van de Maria’s af, brandt een wierook brouwsel van tovenaars. In een ziekelijk visioen van de kluizenaar worden de heilige maagden getransformeerd tot hoeren, die de heilige willen verleiden. Op deze Sabbat zijn driehoofdige reptielen, vampiers, en schorpioenen. Drie engelen schieten de heilige te hulp en verlossen hem van zijn onheilige visioenen, verstrooien ze. Opnieuw klinkt het orgel. Na de nacht is de dwangvoorstelling voorbij. Vroeg in de ochtend gaan de parochianen naar de kerk.
Vaudeville, cabaret
Pierre François Adolphe Carmouche Antoine et son compagnon,
ou le Voyage à la Thébaïde
1832

Tentation,
en trois actes et en six tableaux,
mêlée de chant et à spectacle,
Par Mm. Carmouche et Xavier,
Décors de M. Dumay.
représentée, pour la première fois, a Paris,
sur le Théâtre des variétés,
le 5 Septembre 1832.

Het hele werk, 60 pagina’s, is als e-boek te zien / lezen op de site van BnF.
Deze vaudeville gaat niet echt over Sint Antonius.
De hoofdfiguur van dit stuk, Antoine Sallé, is vernoemd naar Sint Antonius. Maar impliciet. “undercover”, gaat het natuurlijk weer wel over Antonius.
Daarom, en omdat het een van de eerste kluchten is waarin Antonius op de hak wordt genomen, vermeld ik hier een samenvatting.
Overigens was er in 1832 nog een andere, wellicht wat serieuzer productie in Parijs, een opera over Antonius, de “Tentation” van Coralli, zie hierboven.

Antoine is de zoon van een rijke slager. Zijn knecht heet Duporc, “van het varken” dus.
Er is een duivelse figuur, Justin Belphégor, die woont in de Rue d'Enfer, en er is een engelachtige figuur, gespeeld door een vrouw, Saint'Ange Lebon, die woont in de rue de Paradis.
Het speelt zich af op de feestdag van Antoine, de dag van de heilige Antonius. Hij wordt 24.
Antoine is wat melancholisch en gedeprimeerd, en er is sprake van een dreigend huwelijk met een nicht, Anastasie.
Niettemin wil Saint'Ange hem aanzetten tot plezier maken en Belphégor hem stimuleren te gaan mediteren. Maar dan blijkt uit de adressen hoe het zit: Belphégor krijgt plotseling twee hoorns; Saint'Ange een vlam op de hoed. En ze merken zelf op hoe ongewoon, tegenstrijdig, "out-of-character", hun adviezen zijn.
Als men zijn verjaardag wil vieren, komt Antoine met het nieuws dat hij Sint Antonius gaat navolgen.

Antoine – Er was vroeger een man genaamd Antonius. Hij hoorde een stem die hem zijn plicht wees. Hij liet alles in de steek om zijn geluk te zoeken. Hij ging naar de woestijn ... diep in de Thébaïde... Ik zal gaan in de voetsporen van mijn beschermheilige Sint Antonius... Duporc, heb je al een koets laten komen?
Duporc
– Ja, meneer.
Allen – Wat, ga je ons verlaten! ... Wat ellendig!
Antoine – Huil niet van vriendschap, en vergiet geen tranen om de omstandigheden. Denk aan de heerlijkheid, waarmee ik me ga overladen. Nog nooit heeft de zoon van een slager zoiets gedaan. En mijn passage door een nieuwe Thébaïde zal nog mooier zijn dan de passage Vero-dodat! [Een overdekte luxe winkelgalerij in Parijs] Wat mijn fortuin betreft, ik heb mijn testament gemaakt…
Allen – Ah! dat is geweldig! Antoine – En aangezien ik broer noch zus heb...
Jobelin [oom] en neef, met zachte stem – Zullen wij alles erven…
Antoine – Zal ik met ingang van morgen, al mijn goederen geven aan mijn broeders van Saint-Simon ... [Volgelingen van Claude Henri de Saint-Simon (1760-1825), graaf de Rouvroy, een vroege socialist. Het saint-simonisme kreeg ook sektarische afdelingen.]
Allen – Hoe verschrikkelijk! ... Wat een schande! ..
Belphégor, terzijde - Ik heb hem!
Antoine – Nu, beste en lieve ouders, omhels me.
Jobelin – Loop naar de duivel!
(Antoine komt dichterbij om zijn ouders te omarmen, ze draaien hem de rug toe en duwen hem grof weg.)
Antoine
– Dank u, leden van mijn familie, mijn aardse mortificaties zijn begonnen.…
In de volgende scène, in een herberg, wordt Antoine verliefd op Estelle, de dochter van een herbergier. Er komt een officier voorbij, Adolphe, met wie Estelle al eerder een relatie had (althans dat lijkt zo), op verlof. En Antoine is jaloers.
Allerlei verwikkelingen, waarin Antoine denkt dat hij de officier tijdens een duel doodt, en waarin hij denkt te zien dat Estelle sterft.
Dan is er een scène in het huis van de ouders van Estelle, in feite een omgetoverd hol van een tovenares, waar hij Estelle weer meent te ontmoeten maar zij is een door een tovenares gecreëerde en omgetoverde dwerg.
Uiteindelijk komt Antoine aan in de Thébaïde. Belphégor gooit hem ongezien een habijt toe, en Duporc verandert in een varken. Antoine herkent hem als de trouwe metgezel van Sint Antonius, en is verbaasd dat het varken nog leeft. Antoine heeft erge honger, en roept om Duporc. Uit de nabije grot komt de dwerg naar buiten, die nu als kok fungeert. Deze hoort dat Antoine om varkensvlees [“du porc”] roept. Op het menu staan alleen maar varkensvleesproducten. Maar als Antoine de oren van het varken wil afsnijden (want zo hoeft hij het varken niet te doden), hoort hij de stem van Duporc, en doorziet hij de vermomming.
Dan ziet hij Estelle weer, in feite dus de metamorfose van de dwerg, en is nog steeds verliefd. Ze is uit de dood (de hel) herrezen na haar ziel aan de duivel verkocht te hebben. En nu meent ze recht te hebben op de ziel van Antoine; die had hij haar beloofd.
Maar Antoine valt plotseling in slaap, en wordt door Saint’Ange geteleporteerd naar de slagerij van zijn ouders. Estelle (de echte) is er ook en dan blijkt dat de jonge officier, ook aanwezig, haar broer is. Dus ze is nog vrij.
Florence Duparc La Tentation de Saint Antoine 1880
Chansonnette door Mademoiselle Duparc: Script van Gaston Villemer en Lucien Delorme; muziek van Frédéric Wachs. Een voorstelling in het Scala, in 1880.
La Tentation de Saint Antoine.
Zangspel van de voordraagster Florence Duparc voor het cabaret. Helaas heb ik de teksten van haar Tentation niet kunnen vinden, maar ik vermoed dat ze niet veel zullen verschillen van de teksten hieronder van Polin en Lidia, uit ongeveer 1904.
De affiche of boekomslag geeft zeker een hint over de inhoud: een jonge Antonius die samen met zijn varken — man met varkenskop — een jonge aantrekkelijke dame proberen te verleiden (in plaats van andersom), terwijl een duivelse bediende achter het kamerscherm toekijkt.
Polin (Pierre-Paul Marsalés) La bonne de Saint Antoine 1904
"La bonne de Saint Antoine". Chansonnette van Polin, uitgevoerd in het Alcazar d’Été. Script van Eugène Rimbault, muziek van Del-Poncin.

(Hieronder)
Een aantal coupletten van deze chansonnette, gezongen door Paul Dutreux, opname van 1904-05.
Wat krakerig en met haperingen, maar wat wonderbaarlijk dat het er nog is. Nog meer varianten van deze chansonnette zijn er op deze site.
La bonne de Saint Antoine

Premier couplet
Saint Antoine, ne pouvant plus guère
Faire' tout l'ouvrage dans sa maison,
Prit une petite bonne à tout faire
Pour lui et pour son compagnon.
— Ah ! lui dit un jour la petite bonne,
Aimez-moi, je serai folichonne.
— Non, dit saint Antoine épaté,
Par vous je ne veux pas être tenté.
Sacrédié ! dit le petit cochon,
Avec sa queue en tire-bouchon,
Si j'étais à la place du vieux,
C'est moi qui ne demanderais pas mieux.

2
La petite, malgré ce refus extrême,
Se mit sur les genoux d'son patron,
En le suppliant, à l'instant même,
De lui prendre un bécot fripon.
— Faites ça pour moi, dit la petite bonne
Votre capuchon me révolutionne.
— Non, non, dit saint Antoine tout bas,
Non, non, je ne vous bécoterai pas.
Sacrédie ! dit le petit cochon,
Avec sa queue en tire-bouchon,
Allez-y donc, si y'a moyen,
Monsieur Bérenger n'en saura rien.

3
La petite bonne était captivante,
Et, vu la chaleur qu'il faisait,
Elle se mit d'une façon charmante
A dégrafer son fin corset.
— Ah ! voyez donc, dit la petite bonne,
Ce que mon corsage emprisonne.
— Ah ! dit le saint au désespoir,
Cachez ces seins que je ne saurais voir.
Sacrédié! dit le petit cochon,
Avec sa queue en tire-bouchon,
Moi, je fourrerais bien mon nez
Dessus ses deux jolis nénés.

4
La petite, devenant moins pudique,
Fit comprendre, d'un air câlin,
Que son mollet était magnifique
Et qu'on pouvait y mettre la main.
— Tenez, tâtez, dit la petite bonne,
En levant un peu sa jupe friponne.
— Ah ! dit saint Antoine tout penaud,
Voulez vous bien baisser le rideau !
— Ah ! mais non, dit le petit cochon,
Avec sa queue en tire-bouchon,
Puisque le rideau vient de se lever,
Je pense que la pièce va commencer.

5
A saint Antoine, sans plus de manière,
La petite effrontée dit soudain :
Le soleil donne sur la rivière...
Sans costume, je vais prendre un bain.
Venez me voir, ajouta la bonne,
J'ai le bas du dos comme personne.
— Non, dit le saint, je verrai rien de pareil,
Je n'aime pas qu'on se baigne au soleil.
Sacrédié ! dit le petit cochon,
Le soleil n'est pas la raison:
Ce qui vous ferait plutôt écueil,
Ce serait d'avoir la lune dans l'œil.

6
Trouvant que la chose devenait trop forte,
Saint Antoine se mit en courroux
Et flanqua la bonne à la porte,
Puis ensuite il se mit à genoux.
— Ah! dit saint Antoine sans plus de forme,
Je vais demander qu'en bête on me transforme:
Pour qu'on ne me tente plus, je veux devenir
Comme mon compagnon de loisir.
— Sacrédié ! dit le petit cochon,
En cochon vous serez drôlichon;
Mais vous aurez beau faire, je crois,
Vous ne le serez jamais autant que moi.
Het dienstertje van Sint Antonius

Eerste couplet
Sint Antonius, die nauwelijks nog
Al het werk in zijn huis kan doen,
Nam een kleine meid voor al het werk
Voor hem en zijn metgezel.
— Ah! zei de kleine meid op een dag,
Houd van me, ik zal dartel zijn.
- Nee, zei Sint Antonius verbaasd,
Voor jou zal ik niet in de verleiding komen
Sacrédié! zei het varkentje,
Met zijn kurkentrekker-staart,
Als ik in de plaats van de oude was,
Zou ik me niets beter wensen.

2
De kleine, ondanks de extreme weigering,
Werpt zich op haar knieën voor haar baas,
En smeekt hem op hetzelfde moment,
Om het als een schalks kusje te zien.
— Doe dit voor mij, zegt het kleine dienstertje
Uw capuchon brengt mij in rep en roer.
— Nee, nee, zegt Sint Antonius fluisterend,
Nee, nee, ik ga je geen kusje geven.
Sacrédie! zei het varkentje,
Met zijn kurkentrekker-staart,
Ga toch je gang, als het even kan,
De heer Bérenger zal er niets van weten.

3
De kleine meid was boeiend,
En, gezien hoe warm ze het had,
Begon ze op een charmante manier
Haar fijne korset los te halen.
— Ah! zie dan, zei de kleine meid,
Wat mijn lijfje gevangen houdt.
— Ah! zei de heilige in wanhoop,
Verberg die borsten die ik niet wil zien.
Sacrédié! zei het varkentje,
Met zijn kurkentrekker-staart,
Ik, ik zou best mijn neus
Tussen haar twee prachtige tieten willen steken.

4
De kleine, die steeds minder verlegen werd,
Maakte op een aanhalige manier duidelijk
Dat haar kuit prachtig was
En dat je er de hand op kon leggen.
— Hier, voel, zegt de kleine meid,
Haar rok een beetje schalks optillend.
— Ah! zegt Sint Antonius schaapachtig,
Wilt u het gordijn naar beneden doen!
— Ah! maar nee, zegt het varkentje,
Met zijn kurkentrekker-staart,
Aangezien het gordijn net omhoog is gegaan,
Denk ik dat het spel gaat beginnen.

5
Tegen Sint Antonius, ongekunsteld,
Zegt de brutale kleine opeens:
De zon schijnt op de rivier...
Met mijn kleren uit ga ik een bad te nemen.
Kom naar me kijken, voegde de meid eraan toe,
Ik heb een onderrug als niemand anders.
— Nee, zei de heilige, ik zal zoiets niet gaan zien,
Ik houd er niet van dat men in de zon baadt.
— Sacrédié! zei het varkentje,
De zon is niet de reden:
Wat voor jou eerder een struikelblok zou vormen,
Zou zijn om de maan in het oog te hebben.

6
Omdat het hem een beetje te veel werd,
Ontstak Sint Antonius in woede
En bracht de meid naar de deur,
Toen knielde hij daarna.
— Ah! zei Sint Antonius zonder poespas,
Ik zal bidden dat ik in een dier wordt veranderd:
Opdat ik niet meer verleid wordt, wil ik worden
Als mijn vrijetijdsmetgezel.
— Sacrédié! zei het varkentje,
Als varken zult u erg grappig zijn;
Je kunt doen wat je wilt, denk ik,
Maar u zult het nooit zo zijn als ik.
Afbeelding van Polin
Claude Terrasse La Tentation de Saint Antoine 1901
La Tentation de Saint Antoine wordt zowel komische opera, of operette [opéra-bouffe, opéra-comique, opérette], genoemd als “heilig drama in 3 delen met muziek” [drame sacré en 3 actes avec musique].
Omdat het ook voor kinderen geschreven is, heb ik het toch maar ingedeeld bij Vaudeville (of zou het “theater van het absurde” zijn, dat ook ontstond in Le Grand-Lemps in samenwerking met Alfred Jarry, de auteur van Ubu Roy?).
Het libretto is van Claude Terrasse en Pierre Bonnard, de zwager van Claude, en de schilder van het schilderij links, van Claude en zijn twee zonen.
Het stuk is voor de eerste keer opgevoerd in het stadje Le Grand-Lemps op 20 oktober 1901.

Samenvatting
De plot van dit kleine werk, geschreven voor kinderen is zeer eenvoudig.
St. Antonius, de kluizenaar, die de verleiding van gulzigheid ondergaat en de verwerping ervan. Net als zijn goede, oude vriend die met hem de geneugten van de schommel opnieuw wil proberen te beleven.
Tenslotte komt Lucifer zelf om Antonius te verleiden, maar zijn onwankelbare geloof redt hem en God komt hem te hulp.
Paulus (Jean-Paul Habans) La Légende de Saint Antoine 1904

La Légende de Saint Antoine

Racontée par un Anglais

Créée par Paulus (Jean-Paul Habans) à Ba-Ta-Clan
Paroles de Delormel et Garnier
Musique de O. Lanart

De Legende van de Heilige Antonius

Verteld door een Engelsman

Gemaakt door Paulus (Jean-Paul Habans) in de Ba-Ta-Clan
Tekst van Delormel en Garnier
Muziek O. Lanart
Premier couplet
Quand il eut bouffé son pognon,
Saint Antoine et son compagnon
Se retirent dans la campagne,
All right ! sur un très gros montagne.
Car le saint était dégoûté
De médème [?] le société.

2
Une cocotte qui aimait les saints
Et qui avait deux jolis seins
Se dit : Je voulais rendre visite
Dedans sa grotte à cet ermite ;
Je étais sûr, nom d'un pépin,
Que c’était un bon chopin.

3
Un soir qu'avec son petit cochon
Antoine il jouait au bouchon,
Il vit rentrer l’horizontale,
Mais le saint disait à la vestale :
Si vous venez pour me tenter,
Oh ! vous pouvez calter.

4
La cocotte sous son petit smoking
Tira une bonne bouteille de gin
Et lui disait : Goût ça, pépère !
Mais le saint, détournant sa cafetière,
Lui répondit : Vous me bassinez…
Je ne voulais pas me piquer le nez.

5
La cocotte exhiba son mollet,
Un gros mollet très rondelet,
En relevant le bas de sa cotte ;
Mais le saint disait à la cocotte:
Shocking! Ôtez ça de ma vue,
Je n’aimais pas la morue.

6
Puis la cocotte lui montra
Sa taille, son jambe et cetera.
Comme ça ne tentait pas Saint Antoine,
La cocotte il dit au bon moine :
Embrasse-moi, mon gros lapin,
J’ai pour toi un pépin.

7
A ces mots Antoine succomba :
Son cochon il était baba !
Puis la cocotte quitta sa demeure,
Mais en le quittant, pour faire son beurre,
Elle lui chipa son capuchon
Et son pauvre cochon.

8
Ça prouve que ne faut rien demander à l’œil ;
L'Anglais il a bien plus d'orgueil...
Aussi les Anglais aux cocottes
Ils promettaient beaucoup de banknotes
Et, quand venait le lendemain,
Ils posaient un lapin.
Eerste couplet
Toen hij zijn poen had verbrast,
Trokken Sint Antonius en zijn metgezel
Zich terugtrekken op het platteland,
All right! op een zeer grote berg.
Want de heilige walgde
Van het “gedoe” van de samenleving.

2
Een lichtekooi die van heiligen hield
En die twee mooie borsten had
Zei tot zichzelf: ik zou op bezoek willen gaan
Binnen in de grot van die kluizenaar;
Ik was er zeker van, verdorie,
Dat het een goede mogelijkheid tot verovering zou zijn.

3
Op een avond toen Antonius
Met zijn kleine varken “bouchon” [een spel met kurken en munten] speelde,
Zag hij het meisje van plezier binnenkomen,
Maar de heilige zei tegen de Vestaalse:
Als je bent gekomen om me te verleiden,
Oh! kan je wel opkrassen.

4
De lichtekooi haalde vanonder haar kleine smoking
Een goede fles gin tevoorschijn
En zei hem: Proef dat eens, opa!
Maar de heilige, die zich van de caféhoudster afwendde,
Antwoordde haar: Je verveelt me…
Ik wil me niet bij de neus laten nemen.

5
De lichtekooi toonde haar kuit,
Een zeer grote mollige kuit,
Door de zoom van haar rok op te tillen;
Maar de heilige zei tegen de lichtekooi:
Shocking! Verwijder het uit mijn zicht,
Ik hou niet van een straathoer.

6
Toen toonde de lichtekooi hem
Haar middeltje, haar been et cetera.
Omdat dat Sint Antonius niet verleidde,
Zei de lichtekooi tegen de goede monnik:
Kus me, mijn heet konijn,
Ik heb een oogje op jou.

7
Bij deze woorden bezweek Antonius:
Zijn varken was sprakeloos!
Daarna verliet de lichtekooi zijn woning,
Maar terwijl ze wegging, om toch te incasseren,
Jatte ze van hem zijn mantel
En zijn arme varken.

8
Dat bewijst dat je niets voor niets moet vragen;
De Engelsman is veel arroganter ...
Ook de Engelsen beloofden de lichtekooien
Veel banknotes
Maar als de volgende dag kwam,
Lieten ze hen voor niets wachten.
 
Poppen, marionetten, bouwplaten
Musea Marionetten 1840-1950
Varkentje van hout. Vervaardigd door Ferry Fruit; MuCEM (Musée des civilisations de l'Europe et de la Méditerranée; 1840.
Saint Antoine et son cochon
Jean-François Brun,
Musée Comtois (Besançon). ± 1844.
Saint Antoine et son cochon. Jean-François Brun,
Musée Comtois (Besançon). ± 1844.
Les 4 diables de la Tentation de Saint-Antoine. Vervaardigd door Dulaar-Roussel, Samuel [marionnettiste]. Musées Gadagne-musée des marionnettes du monde; 19e eeuw.
Saint Antoine Pluton, roi des enfers. Proserpine
Handpoppen, Musée des civilisations de l'Europe et de la Méditerranée. 1898.
Plus nog wat bijbehorende duivels.
Théâtre forain de Monsieur et Madame Dulaar

De poppen hieronder zijn uit het "Théâtre forain de Monsieur et Madame Dulaar". MuCEM (Musée des civilisations de l'Europe et de la Méditerranée); 20e eeuw.
Zou(den) dit dezelfde Dulaar(s) zijn als hierboven al eerder vermeld, of zoon of dochter?
De pop links wordt "ermite" genoemd, maar ik neem aan dat Antonius bedoeld wordt, hoewel hij een andere is dan de pop hierboven
Proserpina, koningin van de hel
Pluto, koning van de hel
Proserpina, koningin van de hel
Pluto, koning van de hel
Een beeldengroep uit Lille; MuCEM (Musée des civilisations de l'Europe et de la Méditerranée); 19e eeuw.
Antonius is gekleed in een echte stoffen mantel met capuchon. (Zie ook hieronder)
 
Het beeldje hierboven rechts wordt beschreven als "beeldengroep uit Lille", maar het is duidelijk dat Antonius en zijn varken deel uitmaakten van het marionnetten-theater, rechts afgebeeld.
De omschrijving hiervan is: "Théâtres populaires de marionnettes (12 juillet 1952 - 4 janvier 1953)". Vitrine. Tentation de saint Antoine.
La famille Guérin Le Théatre Saint Antoine 1853
Het Théatre Saint Antoine is in 1853 opgericht.
In een YouTube filmpje zien we een voorstelling van Les Tentations de Saint Antoine in een houten theater dat toen (1960) al 110 jaar oud was. De familie Guérin is dan al meerdere generaties eigenaar en spelers van / in dit theater. Je ziet ze ook achter de schermen aan het werk met de marionetten. In de voorstelling zien en horen we Pluton en Poserpine. Helaas wordt het theaterdeel van het filmpje nogal abrupt beëindigd, voordat Antonius ten tonele komt.
Het theater speelde op de kermissen en beurzen, en niet alleen het stuk van Antonius — hoewel dat het populairst, komisch was — maar ook andere religieuze stukken, zoals de "Geboorte" of de "Passie van Christus" werden opgevoerd.
Zoals op het filmpje te zien is gebruikten ze een levend varkentje, dat Biribi genoemd werd, om het binnen publiek te lokken. Na elke show, was er altijd dezelfde vraag: "Eten jullie aan het eind van de beurs, het varken op?" Steevast antwoordde opa Guérin dan, "We eten hier niet de medewerkers op!"
Later werd dat vervangen door een houten varkentje.
Schilderingen op de wanden van het theater: Proserpina die Antonius tracht te Verleiden, terwijl een duiveltje toekijkt; en Antonius die de duivels verjaagd met crucifix en wijwaterkwast.
Proserpina Pluton
Nog een leuke anekdote:
Eens, op ‘n nacht, nam Biribi de hielen. Het is goed te beseffen dat het varkentje was vernoemd naar de beroemde held die ontsnapte uit een strafkamp in Tunesië — de Biribi gevangenis — waar ook de opstandige schrijver en journalist Georges Darien, 1862-1921, werd gevangen gehouden.
Leefde de rebelse geest van onafhankelijkheid ook in het jonge dier?
“We vonden hem op de Place de la Comédie. Hij zag zichzelf al op het podium in het Grand Theatre!", grapten de twee broers Guérin.
Uit een citaat blijkt waar de tekst van het stuk waarschijnlijk afkomstig is, namelijk de Vaudeville chansons zoals die van Michel-Jean Sedaine, 1781; Charles-François Daubigny, 1843; Lamouroux 1896.
André Guérin reciteert een fragment uit de "Verleiding van Sint Antonius": « Nous allons prendre le cochon du bienheureux saint Antoine et nous en ferons du saucisson ! » "We zullen het varken van de gezegende Sint Antonius nemen en wij zullen er worst van maken!", riepen de kleine duivels in het tumult van de bliksem en fakkels; toen kwam de apotheose waarin de engelen uit de hemel neerdaalden om Sint Antonius te zoeken. "Geef me mijn varken alsjeblieft! Hij was mijn geluk. Hij was zacht en teder," smeekte onze heilige kluizenaar … en de kinderen schreeuwde in angst, wijzend: "De Duivel!"
Pellerin & Cie Petits théâtres: Tentation de Saint-Antoine 1905

Gravure Impr. Pellerin & Cie, Imagerie d'Épinal, 1905. N° 622
Petits théâtres: grandes constructions. Tentation de Saint Antoine. Bibliothèque nationale de France.
De bouwplaten van papieren theaters of "thuis theaters" van Epinal genoten een groot succes. Dit soort speelgoed modellen werden ontwikkeld tot aan de Tweede Wereldoorlog.
Vroeger werden ze verkocht door venters. Ze worden “Afbeeldingen van Epinal” genoemd omdat Jean-Charles Pellerin, die de eerste series van dergelijke afbeeldingen publiceerde, in het stadje Epinal (Vogezen) woonde.
De beeldvorming van Epinal heeft zijn wortels in de beeldtaal, die in de vijftiende eeuw als volkskunst werd ontworpen voor analfabete publiekscampagnes.

De Duivel met vleermuisvleugels, geflankeerd door vurige draken, troont boven het toneel.
 
Een duivelse dame en een duivelse nar met een zak goud komen om Antonius te verleiden.   Duiveltjes en demonen willen het varken in brand steken.
De hemelvaart van Antonius — en zijn varkentje!
Duiveltjes, een draak en demonen hebben de hermitage van Antonius in brand gestoken.

Michel de Ghelderode La grande Tentation de Saint Antoine 1932
Michel de Ghelderode (1898 - 1962), pseudoniem van Adémar Adolphe Louis Martens, was een Franstalige auteur van Vlaamse origine.
Het boek ”Heiligen Antonius”
Michel de Ghelderode schreef het boek ”Heiligen Antonius”, een antiklerikale publicatie, die vanaf 1922 door hemzelf verboden werd. Het was blijkbaar een van de weinige werken die hij in het Vlaams schreef. Ik neem de hieronder volgende beschrijving (pdf) ervan toch op, omdat het ongetwijfeld van invloed is geweest op zijn latere wel gepubliceerde “Grande Tentation”.
Eerst bedoelde hij het als een “epos”, maar het werd later omgedoopt tot "kluchtige roman" en betekenisvol getiteld, Heiligen Antonius of de bewonderenswaardige, vreselijke en filosofische geschiedenis van Antonius, heilige van Vlaanderen en zijn verleidingen verteld in vier boeken zonder rekening te houden met de goede zeden of mooie taal voor de bevolking van België. Het was opgedragen, ook zeer betekenisvol, "aan de herinnering van mijn volk aan het genie van Hiéronymus Bosch, van Jacques Jordaens en Marnix van Ste Aldegonde."
De eerste hoofdstukken van dit werk verhalen de kindertijd en adolescentie van Antonius in "Luilekkerland" het meest welvarende deel van Vlaanderen, meer sensueel dan mystiek. Dorpen heten "Botermelkbeek", "Lekkerpot" en "Alles op gefret" en liggen aan de rivier “Smakelijk”.
In Hoofdstuk V bezoekt Antonius "het bewonderenswaardige Brabantse waarover men niet genoeg wonderen kan zeggen." In Brussel, “het sieraad van België, het koninkrijk van eerlijk plezier", is hij in het bijzonder geïnteresseerd in wat ze eten, "gezoute scholl”, “smotebollen","pateekes","rijstotjes","brood van den gracht, ook wel Grieks brood genoemd,"slaphangers", enz.. Hij drinkt met zoveel aanleg dat "de raad van de tonneklinkers" hem toejuicht met de kreten, “de koning zuipt ... le roi boit”!
Naar huis teruggekeerd, spreekt hij een prachtige "choeselade” [wat zou dat zijn?] uit, waarna een "vetlap" de Vlamingen uitnodigt tot een aanval op de beroemde Brusselse specialiteit, door te roepen (zijn accent is noch Brussels noch Leuvens): " Speltch moor â klûte vol" [wat zou dat betekenen?].
Na de festiviteiten kiest Antonius, die tot koning werd gekozen, als motto "Dik en vet" en richt een soort sekte op die slechts één waarde erkent: het instinct. Weg met de logica en de moraal, "excuus van impo†ente eunuchen of mas†urberende stiekemerds" [vrij vertaald]. Maar de geestelijkheid perforeert de maag van Antonius, die zijn toevlucht neemt in de duinen.
Vanaf Boek II (ver)wordt de roman van folkloristisch tot satirisch. De toespraken van Luppe, een uitgetreden monnik die de metgezel van Antonius wordt, zijn ongekend felle aanvallen op de geestelijkheid en de katholieke kerk. Het tweede deel van het manuscript van Boek II is verdwenen omdat het door Ghelderode werd herbewerkt om er De ware verleidingen van St. Antonius uit te halen, het laatste verhaal in de bundel La Halte Catholique van 1922, opgedragen "Aan Ensor”.
Antonius, weer alleen, wordt "soldaat van Christus", en overwint dan alle verleidingen, zelfs de "verleiding van het voer", die veel moeilijker te overwinnen is dan die van de "dochters van Babylon" en hij weet met het teken van het Kruis een eind te maken aan de helse straffen die de duivels hem zenden.
Boek III verscheen, gezoet en stilistisch bewerkt, in 1926 onder de titel Kwiebe-Kwiebus, en in 1947 onder de titel “Voyage autour de ma Flandre, tel que le fit aux anciens jours Messer Kwiebe-Kwiebus, philosophe des dunes” [Reis rond mijn Vlaanderen, die Messer Kwiebe-Kwiebus, filosoof van de duinen in vroeger dagen maakte].
Na zijn reis herwint Kwiebus, die totaal verbleekt in vergelijking met Antonius, zijn duinen, volledig gedesillusioneerd en vastbesloten nooit meer toe te geven aan de ijdele wens om de wereld te zien. Veel van zijn avonturen worden verteld in de vorm van parafrases van gezegden van de schilderijen van Breughel.
In Boek IV, vindt Antonius Luppe weer terug, cynischer en hypocrieter dan in Boek II. Na een bezoek aan een kermis waar "heel Vlaanderen boemelend en er gei/ uitziend” bijeen is, waar ze "alle hop in België" drinken, en waar "bier, bloed en sper=a stroomt", worden de twee monniken zo dronken dat ze vreselijke hallucinaties krijgen, geïnspireerd door de schilderijen van Pieter Huys en Jeroen Bosch.
La grande Tentation de Saint Antoine27  
Michel de Ghelderode typeerde La grande Tentation de Saint Antoine, dat hij in 1932 als poppenspel schreef, als een ‘cantate burlesque’ en gaf aan dat hij hiertoe geïnspireerd was door een schilderij van Jeroen Bosch.
De cantate vertelt in 13 taferelen het verhaal van Sint-Antonius die probeert te weerstaan aan al de verleidingen die hem door de opperduivel Leonardus voorgeschoteld worden. Het speelt zich af in de duinen of op een kade aan de kust, waar Antonius door zingende zeemeerminnen en duivels wordt belaagd.
Een integrale tekst van de 'cantate' ben ik nog niet tegengekomen, maar de opmerkingen bij de bewerking door van dit stuk tot opera door Louis de Meester (foto rechts, en zie hierboven) geven zeker een indruk.
Jef Contryn (1902-1991), een poppenspeler uit Mechelen, vertaalde het stuk van De Ghelderode, in het Nederlands.
Zijn kleinzoon, Paul Contryn is ook een poppenspeler, in Figurentheater De Maan, en toont hier (links) Sint Antonius en zijn varken (handpoppen).
Of hij het stuk speelde of nog speelt is me niet bekend.
José Géal, van het poesjenellentheater Toone (Toone VII) uit Brussel, heeft ook een bewerking gemaakt van "De Verzoeking van Antonius" van Ghelderode, en opgevoerd met stang-poppen (zie boven).
Anders dan de naam Toone van het theater, dat sinds 1830 bestaat, doet vermoeden, is er geen directe link naar Antonius, maar is het genoemd naar de oprichter, Antoine Genty (1804-1890), die er 45 jaar de leiding had.
Het stuk "Sint-Antonius en zijn verken" zou elk jaar weer op het repertoire staan.
Plansjet   ± 2000
Chris en Mieke Geris, twee Belgische poppenspelers, spelen met houten marionetten « marionnettes á la planchette ».
Ze gaan met hun instrumenten en poppen door heel Europa om op o.a. festivals op te treden. Ze verplaatsen zich, als onderdeel van hun act, met een oude houten kar.
De steltendans, de quadrille, de paardendans ... Al deze traditionele dansen worden door de houten poppen tot leven gebracht.
Een piraat, Sint Antonius en zijn varken, de marionetten doen gekke sprongen op de tonen van de draailier.
Het script is me niet bekend.
Het varkentjewordt meegedragen aan een haak,
Antonius zit op de kar.
Antonius en zijn varkentje wachten op hun beurt. Antonius met verleidelijke danseressen?
Keith Newstead The Temptation of St Anthony after Salvador Dali 2009
Een YouTube filmpje van mechanisch bewegende poppen, “automata”, vervaardigd door Keith Newstead.
We zien Antonius die een crucifix ophoudt tegen een naderende langpotige olifant, met daarop een ‘howdah’ met een schaars geklede jonge vrouw.
Voor wie het schilderij van Dali kent, is de ontlening evident.
Deze schaars geklede jonge vrouw wordt aangeduid als “Ammonaria”. Niet helemaal correct, want Ammonaria was de vrouw die in Alexandrië gegeseld werd; deze vrouw zou dus eerder de Kongin van Sheba zijn.
Schaduwspel, toverlantaarn
Le Théâtre Séraphin La Tentation de Saint Antoine 1785
Le Théâtre des Ombres Chinoises Nouveau Séraphin des Enfants
Recueil de Jolies Pièces Amusantes et Facile a Monter
Illustrées de gravures représentant les principales scènes par Guignolet
La Tentation de Saint Antoine; 1785.

De teksten van het tweede liedje in scène I en het liedje in scène IX zijn bij Michel-Jean Sedaine, 1781, terug te vinden. Enigszins ook de teksten in scènes VII en VIII, maar deze laatste zijn wat minder duidelijk ontleend. Elders komen we deze evenwel ook weer tegen.

Het boek is op het internet te lezen of down te loaden
De verzoeking van de Heilige Antonius
Het toneel toont de hermitage van de beroemde Egyptische kluizenaar wiens christelijke legende het geheugen gepopulariseerd heeft en aan wie de geschiedenis van het ascetisch leven de bijnaam gegeven heeft: De Grote.
Kortom, een bos.



SCÈNE I
Als het gordijn opgaat, is het theater leeg en in het donker. Lichten flitsen door de wolken. We horen in de verte een koor van demonen.

Wijsje: Bonjour, mon ami Vincent


Trotse demonen, snelt allen tezamen:
We zullen de hermitage verwoesten,
Want Lucifer is jaloers
Op Antonius, de heilige, de wijze!
Opdat de bliksem rommelt, en opdat de lichtflitsen
In zijn ogen de zonen van de hel tonen!
Opdat onze liedjes het tumult verdubbelen:
Geachte Sint Antonius, doe open zonder plichtplegingen:
Doe open voor de demonen,
Doe open of, zo niet,
Wee sint Antonius, en zijn metgezel

(Een flits wordt gevolgd door laag gerommel van de bliksem. Sint Antonius verschijnt in de deur van de hermitage.)

Sint Antonius
Melodie bekend


Mijn Hemel! Gaat het universum dan uiteen vallen?
Wat een lawaai! Wat een geschreeuw!
Wat een vreselijk geraas!

(Een flits, dan ineens een heel harde donder; Sint Antonius trekt zich terug naar zijn hermitage en blijft zingen)
Wat, voor me zie ik de bliksemstraal,
die flitst in schrille glans.

(Zijn hermitage inkijkend.)
Alles wordt stof (bis) op mijn legerstede.
Grote God! vanuit de hoge hemel,
Aanschouw mijn tegenspoed;
Maakt, door uw genade,
Dat ik de hel uit deze plaatsen jaag.


(Hij loopt zegenend rond zijn hermitage, en gaat dan weer naar binnen en sluit de deur.)
Deze prent zit niet in het boek, maar zou uitstekend bij het verhaal passen.
De los te knippen figuren zouden beter hanteerbaar zijn dan de prent die wel in het boek zit, zie hieronder.
Een exemplaar bevindt zich in het MuCEM te Marseille.
SCÈNE II
Het lawaai van de storm wordt gevolgd door een melodieuze muziek die de komst van Luciole inluidt.

Luciole.
- Hier ben ik aan de voorkant van het heiligdom van de grote kluizenaar, wiens deugden, wiens moedige onthoudingen, hem verzekeren tegen de meest krachtige verleidingen.
Lucifer, geïrriteerd door deze uitdaging aan zijn macht, heeft mij naar de aarde gestuurd, mij, Luciole, de geliefde dochter van Satan om Sint Antonius aan magische verleidingen bloot te stellen die de sterkste, de wijste mannen, niet zouden kunnen weerstaan!
Het gaat om mijn eer, mijn reputatie, mijn geluk zelfs, want Lucifer heeft gezworen op zijn gouden baard en zijn messing drietand, dat als ik erin slaag om de soberheid van de oude kluizenaar te doen bezwijken, zal ik op aarde tien hele eeuwen zal doorbrengen ... Tien eeuwen! dat wil zeggen, een duizend jaar van feesten, geneugten, zingenot!
Maar als ik in mijn poging misluk, ben ik vastbesloten om naar beneden te gaan, op hetzelfde moment, naar het verblijf in de hel, waar Satan, de gevallen hoogmoed, zijn eeuwige zittingen houdt!
Verspil geen moment; neem het kostuum en de gedaante van een bedelaar aan.
(Tromgeroffel - Luciole verdwijnt en komt meteen weer terug in de kleding van een bedelaar.)
Nu, laten we op de deur van de heilige kloppen.

De stem van Sint Antonius.
- Wie is daar? Wie klopt er op de deur van deze nederige retraite?

Luciole.
- Een ongelukkige, een bedelaar.

SCÈNE III
Luciole, Sint Antonius

Sint Antonius.

- Mijn deur staat altijd open voor hen die lijden. Als u honger hebt, zie hier mijn maaltijd: groenten gestoofd onder de as; het zoete water uit deze kruik zal uw dorst lessen.

Luciole.
- Water ... groenten ... wat een zeer grof voedsel !!

Sint Antonius.
- We kennen niet anders in deze Thebaïde. De eetlust en de beoefening [van ascese] kruiden ze.

Luciole.
- De koningen der aarde eten heerlijk eten, geserveerd in zilveren schalen, en drinken geurige wijnen, die schitteren in hun gouden kommen.

Sint Antonius.
- Wat kan mij het schelen! Ik veracht die overbodige luxe; ik laat het van ganser harte over aan de machtigen.

Luciole.
- Antonius is meer waard dan alle koningen der aarde; hij verdient het om de menselijke kudde te bevelen, om te heersen over de grootste rijken.

Sint Antonius.
- Ik probeer elke dag een beetje goed te doen, ik zoek planten die de zieken genezen, ik bied een toevlucht aan de verdwaalde reiziger; ik breng troost voor de getroffenen: mijn ambitie gaat niet verder dan dat.

Luciole.
- Volg mij en het universum zal jouw domein zijn, de mensen zullen hun hoofd buigen voor jouw aangezicht!

Sint Antonius.
- Boven al deze grandioosheden geef ik de voorkeur aan mijn nederige en verborgen leven, gewijd aan gebed en werk. Maar wie ben jij, jij die hier komt om me te verleiden? Ik snap het. Verdwijn oude man, jij bent de boodschapper van Satan. Verdwijn!
(Hij duwt Luciole weg en gaat de hermitage weer in.)


SCÈNE IV

Luciole.
- Hij heeft zich tegen mij verzet, terwijl ik de meest krachtige middelen probeerde. Ik zal mijn kostuum en mijn karaktertrekken overdoen.

(Tromgeroffel. De bedelaar verdwijnt - Luciole verschijnt weer in haar eerste kostuum.)

Aan het werk! ... Aan het werk!
(Ze klopt op de deur van de hermitage.)

De stem van Sint Antonius.

- Wie bent u?

Luciole.
- Een arme wees die komt om te bedelen!

SCÈNE V
Luciole, Sint Antonius

Sint Antonius, op de drempel.

- Wat kan ik voor u doen?

Luciole.
– Mij volgen.

Sint Antonius.
- U volgen! Wat zegt u me nou!

Luciole.
- Ik ben alleen, verdrietig, verlaten! Ik heb behoefte aan vertroosting.

Sint Antonius.
- Goed! Ik zal voor u bidden.

Luciole.
- Volg mij; u zult mijn gids, mijn steun, mijn vriend van elke dag en elk uur zijn!

Sint Antonius.
- Ik zorg voor alle ongelukkigen, ik heb het recht niet.

Luciole.
- Verveling en matheid zullen je de hele tijd begeleiden.

Sint Antonius.
- Hij die werkt verveelt zich nooit.

Luciole.
- Kom met mij: in ruil voor deze hermitage, zal ik je een paleis geven. Je leven zal verlopen in heerlijke feesten, in weelderige festijnen. De geuren van de Oriënt zullen je bedwelmen; mijn slaven zullen onophoudelijk zingen, zichzelf begeleidend op de harp met gouden snaren.

Sint Antonius.
- Als beloning voor dit tumultueuze, zinneloze bestaan, wat zou u me vragen?

Luciole.
- Niets!

Sint Antonius.
- Niets! ... U vraagt mij alleen maar mijn ziel, is het niet? Oh! Ik heb je ontmaskerd! Verdwijn jij, afgezand van de hel. Antonius weet zich tegen alle verleidingen te verzetten.

Luciole.
- Je wijst me af ... Nou, ik zal je wreed treffen. Ik zal je lichaam breken en het met gebrekkigheden overdekken: je zult je dagen eindigen in vreselijke pijn!

Sint Antonius.
- God zal me de kracht geven om het te verdragen; Zijn wil geschiede.

Luciole.
- Vervloekt! Ik ben verslagen! voor mij de vlammen van de Hel.

(Tromgeroffel. Ze wordt opgeslokt door de aarde.)

SCÈNE VI
Sint Antonius.
- Wat een afschuwelijke aanblik! Ben ik eindelijk bevrijd van die vervloekte verleidingen?
Deze plaat zit in het boek.
Antonius die door een duivel bij zijn gordel gegrepen wordt.
Er zouden toch nog wel meer van dit soort platen moeten zijn.
SCÈNE VII
Twee groepen duivels komen van rechts en links; ze omringen de heilige en beginnen te zingen en te dansen.

Koor van demonen.

Trek hem aan zijn gordel,
Laat hem dansen in het rond;
Trek hem aan zijn gordel,
Laat de heilige dansen.


Sint Antonius, pleitend.
Heren duivels,
Laat me toch, laat me toch,
Laat me toch, laat me toch.


De demonen.
Nee, je zal dansen, je zal springen,
Je zal dansen, je zal springen, je zal zingen
Trek hem aan zijn gordel,
Laat hem dansen in het rond;
Trek hem aan zijn gordel,
Laat de heilige dansen.


(Het koor wordt tweemaal herhaald, vervolgens voeren de demonen St. Antonius weg.)

SCÈNE VIII
Verschillende groepen van duivels komen terug en zingen.

Koor.
We gaan het huis afbreken
Van de gezegend Antonius,
We zullen het in de as leggen
Tot verdriet van deze monnik.
A la faridondaine de faridondaine de faridondon;
We doen eraan mee met onze vrienden, biribi,
Op de wijze van barbari, mijn vriend.


(Na het zingen, slopen de demonen het huis: ze zorgen ervoor dat ze de delen die het geraamte van de hermitage bedekken demonteren; de duivels verdwijnen met het puin en keren zingend terug.)

Koor.

We gaan het varken pakken
Van de gezegend Antonius,
Wij zullen worsten maken,
Tot verdriet van deze monnik
A la faridondaine de faridondaine de faridondon;
We doen eraan mee met onze vrienden, biribi,
Op de wijze van barbari, mijn vriend.


(Ze gaan het huis in, brengen het varken naar buiten en nemen het met ze mee. Je hoort de duivels brullen en het varken schreeuwt uit alle macht, waarna ze verdwijnen.)

SCÈNE IX
Sint Antonius, zingt.
Grote God! vanuit de hoge hemel,
Aanschouw mijn tegenspoed;
Maakt, door uw genade,
Dat ik de hel uit deze plaatsen jaag.


SCÈNE X
Een engel daalt op een wolk uit de hemel neer.
- Antonius, God op zijn hemelse troon, bewondert je deugd, eert je moed in je verzoekingen; ga je hermitage weer in, spoedig zal je de beloning die de Heer geeft aan Zijn uitverkorenen ontvangen! !

(Het varken verschijnt weer, ze gaan naar binnen.)

(Het doek valt.)
Lanterne magique La Tentation de Saint-Antoine ±1800
Op deze lantaarnplaatjes ontwaart men Sint Antonius die geconfronteerd wordt door een aantal duivels en een duivelin. De plaatjes zijn te klein om de tekst te kunnen lezen, maar op de site waar ik ze vond, staan de volgende stukken tekst, wat doet vermoeden dat fragmenten van de liederen van Michel-Jean Sedaine, 1781, zijn gebruikt:
"We zien hem op een troon ... De heilige vreest te gaan zondigen ... Op een sofa zit in een duivelin in een jurk met ruches ... Ren snel, pak de heilige ... Men ziet de demonen in alle streken … ... Sommige namen het varken ... O grote God, ik daar ben ik net aan ontsnapt ... etc."
Ik zal er zelf wat citaten uit Sedaine en uit Séraphin bij zetten.
Op de site wordt geen datum vermeld, of namen van auteurs, illustratoren, etc. Ook de volgorde van de dia’s is niet duidelijk.
Mijn Hemel! Gaat het universum dan uiteen vallen?
Wat een lawaai! Wat een geschreeuw!
Wat een vreselijk geraas! Voor me zie ik de bliksemstraal...
Je zag uit een diepe grot naar buiten komen
Duizend demonen, duizend verschillende spoken...
Sommige namen het varken Van deze goede Sint Antonius,
En zetten hem een capuchon op
Ze maakten van hem een Monnik...
Snurkend als een varken,
Zag je op een troon
Een van de Afgezanten van Pluto...
 
Op een sofa
Een duivelin in een sexy jurkje
Met guitige blikken
Onthulde twee bergen, snoezig
En rond.


Trek hem aan zijn gordel,
Laat hem dansen in het rond; Trek hem aan zijn gordel,
Laat de heilige dansen.
Ook bang voor verzoeking
Neemt onze Sint een wijwaterkwast
En zwiept heilig water over de neus
Van de verbaasde demonen.
Pierre Adolph Hennetier Misères de St. Antoine 1868
De stereokaart hieronder, "Misères de St. Antoine", uit de serie Diableriën heeft twee doorschijnende, bijna identieke foto's tussen karton. Op de achterkant van de foto's is kleur aangebracht. In de foto's zelf zijn gaatjes en sneetjes aangebracht om kleuren nog feller te laten oplichten.
In de juiste apparatuur, de stereoscoop, bekeken levert dit een 3D beeld op.
Deze stereokaart behoort tot een serie die in 1868 op de markt gebracht werd. De serie bevatte in totaal 72 kaarten en de foto’s werden gemaakt naar miniaturen die waarschijnlijk gemaakt zijn door Pierre Adolph Hennetier of Louis Alfred Habert.
Deze stereokaarten werden die uitsluitend in Frankrijk gemaakt (1860 tot 1900).
Misères de St. Antoine
Deze stereokaarten kunnen op twee manieren bekeken worden in een stereoscoop: verlicht vanaf de voorkant geeft een normale 'dag' verschijning in zwart-wit; verlicht vanop de achterkant transformeert het beeld in een 'nacht' scène, waarin verborgen kleuren verschijnen en de ogen van de skeletten bijvoorbeeld macaber rood worden.
Antonius ziet er nogal vreemd uit met die hoed!
Zou het een kardinaalshoed moeten verbeelden? Het lijkt eerder de hoed van een cowboy. Er zijn verder ook geen attributen, behalve mischien het toefje vlammen op een schaal aangeboden door een duiveltje aan de linkervoet van Antonius.
En zijn varkentje natuurlijk, liggend op zijn rug, in de linkerhoek, met een vlammetje uit zijn gat en snuit.
Een verleidelijke jonge dame, met blote borsten, hangt tegen Antonius aan.
Op de achtergrond links brandt de hermitage van Antonius.
Tentation de St. Antoine

Ook op deze stereokaart, in nacht-visie, zien we Antonius weer met die vreemde hoed.
Er is een verleiding door een jonge dame die Antonius een schaal voorhoudt. Goudstukken? En een duiveltje die vanachter Antonius een gouden flacon aanbiedt.
Zijn varkentje is op de vlucht, in de linkerhoek, met een vlammetje uit zijn gat, dat aangewakkerd wordt met de blaasbalg van een duiveltje.

Henri Rivière La Tentation de Saint-Antoine 1887
Le Chat Noir  
In 1886 is Henri Rivière een vorm van schaduwtheater in het café “Le Chat Noir” begonnen onder de naam "ombres chinoises". Dit was een opmerkelijk succes, dat tien jaar duurde, totdat het café sloot in 1897. Hij deed meerdere producties, maar misschien zijn meest succesvolle was wel “La Tentation de Saint-Antoine".
Rivière heeft speciaal voor de “Le Chat Noir”, een bijzonder complex en effectieve vorm van schaduwtheater ontwikkeld in drie niveaus. Hij gebruikte in zink uitgeknipte figuren die verscheen als silhouetten van figuren, dieren, elementen van landschappen, enzovoort, in een houten raamwerk op drie afstanden van het scherm: de figuur het dichtst bij creëerde een absoluut zwart silhouet, en de komende twee “lagen” gaven gradaties van zwart naar grijs, wat een ruimtelijk effect gaf. Silhouetten kon over het scherm worden bewogen over lopers binnen het frame.
Interieur van Le Chat Noir, met projectiescherm voor schaduwspellen.
Tekening van Caran d'Ache, 1889.
Le Chat Noir was een vermaard trefcentrum voor artiesten, intellectuelen en bohemiens.
La Tentation de Saint-Antoine  
Bij de première in “Le Chat Noir” op 28 december 1887, werd het volgende gemeld: Deze "féérie à grand spectacle" in 2 bedrijven en 40 tableaus is het werk van Henri Rivière op nieuwe muziek, gearrangeerd door Albert Tinchant en George Fragerolle.
Het bevat een aantal "verleidingen" zoals de Vraatzucht met de Hallen en de wijn, Gierigheid met het spel, het Gouden Kalf en de beurs, de Hoogmoed, de Wetenschap, de Zee, de Lucht, etc. Een groot deel van het tweede bedrijf is gewijd aan de "Parade en optocht de Koningin van Sheba" voordat die eindigt met een stoet van goden uit de hele wereld: de Noorse god Odin met Valkyries, gevolgd door Apollo, de Muzen, Egyptische goden, Vishnoe met Lakshmi gezeten op de slang Ananta, Boeddha, Japanse goden, etc.
Aan deze opsomming is Gustave Flaubert’s “Tentation” te herkennen. Maar Rivière heeft er eigentijdse elementen aan toegevoegd.
De platen op deze pagina zijn uit de eerste en enige editie van het album van het prachtige schaduwspel. Het album geeft het buitengewone effect van Rivières beelden — waaronder veel massa-scènes — indrukwekkend weer.
Overigens is het wel zo dat de figuur van Antonius er nogal bekaaid vanaf komt: uitgemergeld, wanhopig, klein; toch ook weer wat sukkelig. Niet de Grote Antonius.
Deze aquarellen werden niet gebruikt in de actuele voorstelling, maar zijn er min of meer een weergave van.
Fragmenten van een commentaar van Anatole France:

Henri Rivière heeft in een album de aquarellen van de “Verzoeking van de heilige Antonius” bijeen gebracht, een voorstelling die hij deze winter bij de Chat Noir maakte, zoals men zich herinnert, een spektakel dat zeer in de smaak viel.
Het is een chatnoiresque kunst. Deze kunst is tegelijk mystiek en goddeloos, ironisch en verdrietig, naïef en diepzinnig, altijd respectvol. Het is episch en spottend zoals Caran d'Ache
[het pseudoniem van een Franse satirische tekenaar, zie de tekening hierboven]; het is lieflijk en melancholisch verdorven met deze Willette, als de Fra Angelico van de nachtcabarets. Het is symbolisch en naturalistisch gedaan door de zeer vaardige Henri Rivière.
Wat mij betreft, ik ben verrukt van de veertig scènes van de Tentation. Ze zijn van een felle kleur, een gedurfde smaak, een mooi effect en een groot gevoel. Ik zet het ruim boven de duiveltjes van de schrale Callot. Henri Rivière wilde dat de grote Sint Antonius werd belaagd, in zijn Thébaïde, door profetische verleidingen in relatie tot hem, en eigentijdse verleidingen in relatie tot ons. Hij heeft het met wijsheid gemaakt, zoals de oude meesters, zodanig dat de goede kluizenaar ons levendiger voorkomt, zodanig dat we de grootsheid van zijn deugd beter begrijpen.
In dit opzicht, op zijn minst, is het album van Henri Rivière is een werk van grootse voorlichting.
De modernisering van de verdiensten van de vader van de kluizenaars was ongetwijfeld geen onbelangrijk werk: de meester van de Chat Noir heeft het voltooid met een gelukkige vermetelheid.
Hij ontwierp de duivel in een zwarte jas, die de heilige man ons nachtelijk Parijs toont en hem meeneemt naar de Halles, tjokvol met gevuld gevogelte, koude vlezen, meloenen, rozijnen van Fontainebleau en perziken van Montreuil.
Maar dit is slechts de eerste aanval van de Duivel. Spoedig is hij croupier en duwt Antonius een goktent in…

...dan verandert hij in een joodse bankier en sleept Antonius mee naar de Beurs, voor het beeld van het Gouden Kalf.


[Niet politiek correct tegenwoordig om de duivel een vermomming als joodse bankier te geven. In het "pièce féerique en quatre actes" van Des Tilleuls, 1874, is het tenminste een gewone bankier, als neef van de duivel, wat in deze tijden van grootgraaiers heel acceptabel is.]

 
Ik kan nooit alle moderne valkuilen beschrijven die de vijand van de mens kan graven voor de dienaar van God. Als werktuigen gebruikt hij successievelijk de verbazende toepassingen van stoom en de elektriciteit, het spektakel van de hemel, welke sinds Galilei, niet meer de christelijke lucht heeft, zoals Sully Prudhomme [Frans schrijver; in 1901 de eerste ontvanger van de Nobelprijs voor de Literatuur] beweert...
 
... de koningin van Sheba, die blijkbaar de gevaren van de verbeelding vertegenwoordigt; een ballet en de vergelijkende mythologie.
 
 
 
In een van zijn laatste beproevingen, bevindt de asceet zich face to face met de Boeddha. Het zou wetenswaardig zijn om hun gesprek te horen. Want beiden, de zoon van de koning van Kapilavistu zowel als de arme Egyptenaar, leiden uit vrije wil en keuze, hetzelfde leven van onthechting, ellende en armoede. Maar als ze zich al op een vergelijkbare wijze gedragen, hun doeleinden zijn verschillend en zelfs tegengesteld. De één wilde het eeuwige leven, de ander het absolute niets verkrijgen.
Op de plaat hierboven rechts zien we geen levende Boeddha, maar een beeld van hem, in wat lijkt op de grotten van Ajanta of Ellora. Waarschijnlijk was hij in de voorstelling wel een levende figuur. De plaat hierboven links toont Vishnoe op de slang Ananta met Lakshmi.
Hieronder links zijn de Japanse goden. Hieronder rechts de hemelvaart van Antonius?
 
Film
Georges Melies Tentation de Saint-Antoine 1898
Georges Melies - Tentation de Saint-Antoine, uit 1898. YouTube.
La Tentation de Saint Antoine is een korte zwart-wit film, geregisseerd door Georges Meliès, waarin Antonius bezocht wordt door verleidelijke vrouwen om zijn geloof en vroomheid te testen.
Antonius' devoties in een grot worden verstoord door de plotselinge verschijning van een jong meisje dat hij uitbant. Hij keert terug naar zijn gebedenboek. Twee meisjes verschijnen dan aan weerszijden van hem om ook weer snel te worden uitgebannen.
De heilige kust een schedel-relikwie die zich dan transformeert tot een derde vrouw, die en de anderen komen ook weer tevoorschijn en dansen gezamenlijk om hem heen. De heilige knielt voor een beeld van Christus aan het kruis die zich ook transformeert tot een van de meisjes. Hij wordt uiteindelijk gered door de verschijning van een van de meisjes die een engel blijkt te zijn.
De transformatie van Christus tot jonge vrouw lijkt te verwizent naar het schilderij van Felicien Rops.
Allan Friis S:t Antonius Frestelse 1966
S:t Antonius Frestelse, "de Verzoeking van Sint Antonius", van Allan Friis werd geselecteerd om Zweden te vertegenwoordigen op ket Korte Film Wereld Kampioenschap in Spanje in 1967.
De film werd door de autoriteiten gecensureerd vanwege scènes met erotische inhoud die zich in een kerk afspelen.
Hij is in zijn geheel — iets minder dan 10 minuten — te zien op YouTube.
De plot betreft een persoon — een ambtenaar of boekhouder, die hallucineert — die is onderworpen aan onverklaarbare verleiding — twee blote dames, waarvan een lijkt op zijn secretaresse — in een kerk. Dan is een nog een scène met een satanische arts met injectiespuit. In de laatste scène krijgt hij de uitleg, maar alleen hij!
De relatie met Antonius is ver te zoeken.
Karel Dobrý Pokušení sv. Antonína ±1990
Scènes uit het drieluik Pokušení sv. Antonína, the Temptation of Saint Anthony, ofwel de Verzoeking van de Heilige Antonius.
De twee filmpjes, excerpten van het drieluik, zijn in 2010 geüpload (een & twee), maar het drieluik lijkt toch van eerder datum.
Muziek, geluid, beeld, verhaal, regie zijn alle van K. Dobrý uit Tsjechië.
Aangezien Karel Dobrý in 1969 geboren is, en het drieluik ook niet op zijn website voorkomt, lijkt het me dat hij de film bewust een ouder aanzien heeft gegeven en dat het een studieobject was. Ik schat de datum van ontstaan op 1990.
Het verhaal speelt zich af in halve duisternis en is gekenmerkt door duistere symboliek.
We zien een Verleiding, en een exorcisme, zo lijkt het.
Video art
Elliot Anderson   2000
Deze video wordt omschreven als een “interactieve video, audio en computer installatie”. Maar wat zou men met “interactief” bedoelen? Wat zou men er überhaupt mee bedoelen. Het verband met Antonius is ver te zoeken.
Een citaat uit een review: “…briljante ICT psychopathologie van obsessief compulsief gedrag, compleet met 3-D spookachtige beelden van emotioneel ongemak en stotterende gebaren, als het essentiële psychische teken van digitale cultuur."
Antoine Roegiers La tentation de Saint Antoine 2008
Een animatiefilm door Antoine Roegiers met figuren / personen uit het schilderij “La tentation de Saint Antoine” van Hieronymus Bosch 1505/1506.
Een trailer van een “Video Projectie op 3 schermen” met muziek van Antoine Marroncles.
Twee maal “Antoine”! What’s in a name!
Leuk filmpje.
ScreenDrax The Temptation of Saint Anthony 2008
Kort raadselachtig filmpje,zoals de meeste eigentijdse video’s, (inmiddels van YouTube verdwenen) van een jonge man met puntmuts en een groot kruis, alles in negatief. Beierende klokken op de achtergrond.
Marina Mars La tentation de Saint Antoine 2009
Interactieve [?] installatie, gepresenteerd in Artmandat Barjols; meerdere materialen. Gefilmd door Jean-Marc Lamour.
Volkstheater hedendaags
Alcublas El Romance de Ciego sobre San Antón Het Lied van de Blinde over Sint Antonius
Het Lied van de Blinde over Sint Antonius heeft zijn oorsprong in Alcublas.
Het zou gezongen zijn door twee oude mannen die op straat rondzwierven, en van deur tot deur gingen en het zongen in ruil voor een aalmoes.
Volgens een iets andere versie van deze legende, gaat het over één blinde man die op de straat leefde, die Antonio el Ciego, “Antonius de Blinde”. werd genoemd.
Op de foto’s zien we de Grupo Alcublano De Teatro die een hedendaagse opvoering van het lied geeft.
Op het geschilderde bord, zien we diverse scènes uit het leven van Antonius.
Ik zal hier, naast het origineel, een (poging tot) vertaling van het lied geven.
Escuchad San Antonio bendito,
de este pobre ciego la humilde oración,
y escuchad de los fieles de Alcublas
su piedad sincera, su fé y devoción.
Gezegende Sint Antonius luister
naar het nederig gebed van deze arme blinde
en luister naar de gelovigen van Alcublas
hun oprechte vroomheid, hun geloof en toewijding.
Empiezo a narrar:
Las virtudes de nuestro Patrono
De Santos abades el más singular,
En Egipto de noble prosapia,
de padres piadosos Antonio nació.
Santamente educan al hijo
que la Providencia benigna les dió.
Ik begin te vertellen:
De deugden van onze beschermheilige,
de meest unieke vader der heiligen,
in Egypte, van adellijke afkomst,
was Antonius geboren uit vrome ouders.
die het kind heilig opvoedden
waar de Voorzienigheid hen mee zegende.
A la flor de su edad quedó huérfano Antonio
Y el cielo le inspira la vida de la soledad.
Su hacienda reparte a los pobres
y vuela al desierto a vivir por Dios
tras la senda de los grandes santos por vía veloz.
In de bloei van zijn leven werd Antonius wees
En de hemel inspireerde hem tot een leven van eenzaamheid.
Zijn landgoed gaf hij aan de armen
en hij vloog naar de woestijn om voor God te leven
de grote heiligen volgend op het snelle pad.
Rabioso Luzbel de la vida y ejemplos de Antonio
audaz acomete el santo doncel,
con figuras de bestias horrendas,
y fieras feroces le intenta espantar.
Mas Antonio, tranquilo y orando
a Dios se encomienda y humilla a Satán;
pues es la oración la defensa y el arma divina
que da las victorias en la tentación.
Lucifer uitzinnig door het leven en voorbeeld van Antonius
haastte zich om te proberen de jeugdige heilige
met verschijningen van gruwelijke beesten
en wilde dieren af te schrikken.
Maar Antonius, in rust en gebed,
werd door God geholpen en vernederde Satan;
zo is het gebed de verdediging en het goddelijke wapen
voor de overwinningen op de verzoeking.
Todo aquel que se sienta tentado
por el enemigo o ladrón infernal,
afligido o enfermo se hallare
logrará consuelo y alivio en su mal.
Pues tanto poder goza Antonio,
que al punto remedia
todo cuerpo y alma que lo ha menester.
Iedereen die de verzoeking voelt
door de helse vijand of dief,
die verdrietig of ziek wordt,
vindt troost en verlichting van zijn pijn.
Want zoveel macht heeft Antonius,
die onmiddellijk kan herstellen
wat elk lichaam en elke ziel nodig heeft.
Su favor en los animalitos,
en pestes y fuegos, se nota eficaz.
Si la unión en familia faltare
el Santo bendito les da dulce paz.
Zijn genade bij de dieren,
bij plagen en branden, is duidelijk werkzaam.
Als de saamhorigheid van de familie te kort schiet,
brengt de gezegende Heilige zoete vrede.
La paz del Edén concédenos Antonio glorioso,
y a Dios alabamos por siempre, amén.
Geef ons de vrede van Eden, glorieuze Antonius,
en laten we God voor eeuwig prijzen, Amen.
Overige
Antonio Bartolomeo Bruni La Tentation de Saint Antoine ± 1816
Opera; perdu.
Prosper Mérimée Théâtre de Clara Gazul : Une femme est un diable
ou la Tentation de Saint-Antoine.
± 1825
Ook al wordt het als subtitel “la Tentation de Saint-Antoine” genoemd, eigenlijk gaat dit stuk niet over Antonius, maar over een zekere Antonio, inquisiteur. Deze Antonio roept wel Antonius een paar keer aan, en er zijn wel enige parallellen met andere “Verzoekingen” van Antonius door wulpse dames, maar deze dame, Mariquita, is duidelijk niet van helse oorsprong.
E-boeken: 1 2
Ivan Turgenev La Tentation de saint Antoine ± 1842
Een toneelstuk, imitatie van Mérimée. Niet afgemaakt.
Eugène Déjazet La Tentation de Saint Antoine 1865
Opérette en un acte, paroles et musique d'Eugène Déjazet, représentée au théâtre Déjazet en mars 1865.
Miquel Utrillo La Tentation de Saint Antoine 1891
At the beginning of his career at the Auberge de Clou, Utrillo staged an adaptation of this work by Flaubert, an adaptation which was, contrary to the one before, a flat-out comedy.
Prefiguring the finale of "Simon du Désert" by Buñuel, Miquel Utrillo's hermit, instead of fleeing the Devil (incarnated as an Epicurean philosopher), chose to follow him - after having thrown his frock into the brambles.
Erik Satie Uspud 1887
It's often been said that the libretto of Uspud (of which the outrageously stark and lyrical style is in deliberate contrast to any "imperturbable" music) sounds suspiciously like a parody of Flaubert's Tentation de saint Antoine, of which he even quotes certain elements, point by point.
That this work was, as Contamine tells it, Erik Satie's bedside reading at the time is no contradiction, our composer having often practiced that exercise, salutary against the dangers of fanaticism, which consists of mocking precisely those things we hold most dear. We also know that Satie's discovery of the shadow-play took place at the Chat Noir, on the occasion of a "féerie à grand spectacle" La Tentation de saint Antoine, on December 28, 1887, a discovery that, according to his brother, made quite a strong impression.
Vincenzo Davico La Tentation de Saint Antoine 1914
Le compositeur Vincenzo Davico, de Turin, auteur d'une Tentation de Saint Antoine, d'après Flaubert, a eu son poème lyrique exécuté au « Cercle des Etrangers », à Monaco, 15 Dicembre 1921.
Raoul Brunel La Tentation de Saint Antoine 1930
Pseudonyme de Raoul Blondel comme critique musical à "L'oeuvre", à "L'écho de Paris" et compositeur. - Il fit représenter à l'Opéra de Paris sa "Tentation de saint Antoine" (1930).
Hoewel Brunel het niet expliciet vermeld is ook zijn werk gebaseerd op Flaubert’s “Tentation”.
De proloog vindt plaats in een Middeleeuwse kathedraal. De twee tableaus van het eerste bedrijf spelen zich af voor de grot van Antonius en op het centrale plein van Memphis.
Georges Hugon La Reine de Saba 1933
Poème symphonique. Au départ de la musique, titre corrigé : [le ballet de] (barré) la Reine de Saba. - Le feuillet joint présente l'argument de ce qui fut à l'origine une musique de ballet, il est inspiré de "La Tentation de Saint-Antoine" de Gustave Flaubert. - Date restituée d'après celle du cachet de dépôt à la Sacem : 22 mars 1933
Norman Demuth La Tentation de Saint Antoine 1937
Verder niets bekend.
František Brož Pokušení sv. Antonína 1937
Pokušení sv. Antonína (The Temptation of St. Anthony), Ballet-Pantomime, Op. 7 (1934, première in Ostrava 1937).
Pierre Blaise La Tentation de Saint Antoine 1981
Il fonde le Théâtre Sans Toit qui s’est d’abord orienté vers le théâtre de rue. Il y développe un art visuel fondé sur la pratique du masque.
Ses premiers rôles en tant que marionnettiste lui sont confiés par Alain Recoing dans « Le Grand–père fou » et « La Tentation de St Antoine ».
Thierry Zeno Les Tribulations de saint Antoine (Les muses diaboliques) 1984
En voix off, Claude Combet lit sa biographie de saint Antoine, dont il a écrit le texte, écrite à la première personne, tandis que la caméra de Thierry Zeno parcourt les oeuvres de peintres qui, du moyen âge à nos jours, de Bosch à Dali, ont représenté ou évoqué la vie spirituelle de l'anachorète.
Marian S. Kouzan Les tentations de Saint-Antoine 1992
Marian Kouzan, Komponist, und Frédérick Tristan, Text: Les tentations de Saint-Antoine, Oper, Uraufführung 7. Februar 1992 im Grand Théâtre de Tours.
Reiner Wiesemes Die Versuchung des Heiligen Antonius 1993
Regisseur und Bühnenbildner: Die Versuchung des Heiligen Antonius, Schauspiel (Performance) mit Sonja Breuer im Theater Das Schloß, München.
Axel Manthey Die Versuchung des Heiligen Antonius 1994
Regisseur und Bühnenbildner und Wilfried Schulz, Dramaturg: Die Versuchung des Heiligen Antonius, Theaterstück für die Bühne bearbeitet nach dem Text von Gustave Flaubert, Uraufführung 5. Mai 1994 im Deutschen Schauspielhaus Hamburg.
Synopse
Unter Ermattung durch die Askese leidend, wird Antonius, der erste mönchische Eremit, von seinen Phantasiegebilden der Versuchung ausgesetzt. In der Gestalt des heiligen Antonius erkennt Flaubert eine Analogie zu seiner eigenen Existenz: Antonius erscheint in seinem verzweifelten Kampf mit den Dämonen seiner Phantasie als Sinnbild des einsamen, in Bildern und Visionen befangenen Künstlers.
Gerard Brophy The Temptation of Saint Anthony 2000
The temptation of Saint Anthony, opera in one act / [music by] Gerard Brophy ; libretto [by] Martin Buzacott (after Gustave Flaubert).
Don Nigro The Temptation of Saint Anthony 2004
Saint Anthony (or an unfortunate impostor who believes he's Saint Anthony) is tormented in the desert by lecherous demonic female spirits who won't leave him alone. You should be so lucky. Published in Labyrinth & Other Plays. Short Play; Dark Comedy.
Rob Benn The Temptation of Saint Anthony 2007
Verder niets bekend.
Veiko Õunpuu The Temptation of St. Tony 2009
The Temptation of St. Tony (2009/10), surrealistisch beeinflusster Film.
Fragmenten een, twee en drie uit de film, maar ik zie geen relatie met Antonius.
David W. Solomons The Finding of St Anthony 2009
This mystical composition goes beyond the transsexual and the physical... The works of art included here are inspired by the story of the desert hermit Saint Anthony (ca.250-350), whose commentaries on the dual nature of man shadow light, male female, saint and demon, vividly illustrated in paintings and drawings by Sassetta, Martin Schongauer, Hieronymus Bosch, Joachim Patinir (Jerome), Niklaus Manuel, David Teniers, Félicien Rops and Henri Fantin Latour (included in this video, with thanks to Wikimedia).
The "place he found for himself" is represented here by The Garden of Eden as illustrated in the Très Riches Heures du duc de Berry The accompanying text, written by Claude Louis Combet for the film "Les Tribulations de Saint Antoine", is sung from the point of view of the saint.
The poem has been set to music (alto and guitar) by David W Solomons (who is performing this version).
Leon Cauchois The Temptation of Saint Anthony 2011

An insight into the content of my graduate film, 'The Temptation of Saint Anthony'. This was a stop-frame animated film about Saint Anthony the great overcoming the Seven Deadly Sins while in isolation in the Egyptian desert. I was greatly influenced by various artists interpretations of this concept, such as Hieronymous Bosch and Salvador Dali, as well as research into Christian demonology.
Wel een heel erg kort fragment. Het ziet er veelbelovend uit, maar is hij er ooit mee verder gegaan?

Alkaline Trio The Temptation of Saint Anthony 2013
"The Temptation of St. Anthony" by Alkaline Trio from the new album 'My Shame Is True.
Het is geüpload in 2013. Het speelt zich af in outer space, twee cosmonauten. Het gaat niet over Antonius, maar de tekst richt zich tot Antonius, als een ora pro nobis: “St Anthony, this agony is eating at my soul”.

Heeft u informatie over Antonius Abt, of vragen, neem dan contact op met mij: Dolf Hartsuiker