Hakendover
Hakendoverwijn

17 januari is de feestdag van Sint Antonius abt en te dezer gelegenheid was er een noveen aan deze heilige toegewijd en gelegenheid tot het vieren van een winterkermis.
Iedere dag van deze noveen kwamen de inwoners van de omliggende dorpen in groepen en al biddende onder leiding van hun pastoor, naar de mis die die dag speciaal voor hun parochie werd opgedragen.
De relatie van Hakendoverwijn (of Dertienmaal) en Sint Antonius is geheel verdwenen, en is er in de individuele bedevaart of processie geen beeld van Antonius abt te bekennen.
"Hakendoverwijn", zou een verbastering zijn van "kerkwijding": via "wijing" tot "wijn". Op "Hakendoverwijn" wordt immers de kerkwijding gevierd.

Processie 1947, i.v.m. paardenommegang
En in de kerk is er alleen een klein beeldje van Antonius — maar wel heel fraai — in het retabel.
Maar vroeger werd ook hier — vernam ik — op zijn naamfeest kipkap gemaakt, net als in Meeuwen bijvoorbeeld, en dat maakt men van varkenskoppen.
In de kerk zijn een groot aantal zilveren ex-voto's die niet alleen paarden maar ook runderen (en een paar mensenbenen) voorstellen. Maar hoewel dat vaak geassocieerd wordt met Antonius, is hij natuurlijk niet de enige tot wie men zich richtte voor de genezing van mens en dier.
Deze bedevaart werd bijzonder gedaan om geluk te hebben met het vee in de stallen en op het veld. Tot in 1950 kon men in het kerkportaal nog grote getraliede kisten zien, waarin vroeger denkelijk graan werd geofferd. Volgens de website, waar ik deze informatie tegenkwam, zou het graan zijn wat in die kisten zat, maar ik denk dat het geen graan was, maar varkentjes en biggen, zoals ook op andere plaatsen, waar van "zwinerennen" gesproken werd.
Dertienmaal en Hakendoverwijn waren reeds zeer geslonken voor 1940. In 1954 waren er toch nog een dertigtal deelnemers voor de nachtelijke tocht van het Dertienmaal. Maar de noveenprocessies zijn geheel verdwenen.
Maar nu, anno 2005, is er toch weer nieuw leven te bespeuren, zij het met enige aanpassingen. Zo is er op 16 januari een processie van Hakendover naar Grimde en terug (zie hieronder).
Het Dertienmaal

Het Dertienmaal is een gebeurtenis die zich van oudsher in de nacht van 16 op 17 januari afspeelde.
Even voor middernacht verzamelden de Dertienmalers zich in de kerk van de Goddelijke Zaligmaker in Hakendover, waar de pastoor een korte toespraak hield en de gelovigen zegende met het Allerheiligste. Het was dan klokslag middenacht.
Na de zegen verlieten de gelovigen de kerk die achter hen gesloten werd en begaven zich dan op weg. Het ging bij maanlicht of wel met een stallantaarn voorop, in verschillende groepjes, die elk een voorbidder hadden, dwars door de akkers, langs besneeuwde, bevroren of modderige wegen naar het kapelletje van O.-L.-V.-ten-Steen te Grimde, een afstand van ongeveer 1200 meter. Aldaar aangekomen gingen ze rondom de eveneens gesloten kapel en keerden dan terug langs dezelfde weg naar Hakendover, weer een gang rondom de kerk en terug naar Grimde.
Deze weg moest dertienmaal heen en terug afgelegd worden (ongeveer 40 km) onder het bidden van menig vaderons, weesgegroet en litanieën en bij om het even welke weersomstandigheid.
Als de dag was ingetreden hadden de meest volhardenden hun dertien toeren gehaald en betraden de kerk, waar om negen uur een plechtige Hoogmis werd opgedragen, met nogmaals de zegen met het Allerheiligste.
Dan volgde de ondertekening van het guldenboek. Diegenen die dertien jaar hun bedevaart kwamen doen, kregen een diploma en medaille die als een kostbare relikwie bewaard werd.

Zoals het hierboven beschreven staat, gebeurt het inmiddels niet meer. Het Dertienmaal is nu verplaatst naar de dag van de 16e januari. Eén van de redenen hiervoor, zo werd mij verteld, is het gevaar om overreden te worden op de vierbaansweg die nu dwars over de pelgrimsroute loopt.
(Er blijkt trouwens ook een Dertienmaal met Pasen te worden gelopen.)
In de beschrijving hierboven wordt ook gesuggereerd dat het om een groepsgebeurtenis ging, terwijl het tegenwoordig een individuele aangelegenheid is, waar bij iedereen voor zichzelf uit kan maken op welk tijdstip hij of zij wil vertrekken.
Ik schat dat er in 2005 zo'n 50 dertienmalers deelnamen, van diverse leeftijden, hoewel de meerderheid zo rond de veertig zal zijn geweest. Sommigen daarvan deden het al meerdere jaren achtereen; de meesten kwamen uit de buurt en kenden elkaar nog van vorige Dertienmalen.
Jeugdige deelneemsters aan het Dertienmaal na de ommegang van de kapel in Grimde in 2005.
Het boek met de namen en data erin genoteerd bestaat overigens nog wel.
De correcte manier om het Dertienmaal nu uit te voeren is een kort gebed in de kerk, dan naar Grimde om de kapel heen, een kort gebed in de kapel, en dan weer terug naar Hakendover. De meesten echter tikken alleen maar de kerkmuur aan en maken een ommegang rond de kapel.
Door de pastoor werd tijdens de mis opgeroepen het Dertienmaal als een vorm van bezinning en inkeer te gebruiken, en om de ascetische inspanning, de ontbering die bij elke pelgrimage hoort, op deze koude maar prachtige zonnige dag op te voeren door een keer extra te lopen.
Het Dertienmaal in 2005

Ik zal de foto's hier tonen, zoals ik ze gemaakt heb, toen ik samen met mijn vriendin Marie-José het Dertienmaal een aantal keren gelopen heb.

De eerste keer was op 16 januari 2005.
We begonnen in Grimde, wat misschien niet het meest logisch is, maar wat zo uitkwam doordat we vanuit Tienen gestart waren.
Tijdens de conversatie met twee ervaren Dertienmalers op de Oude Heerweg, maakten zij ons duidelijk dat het oude Dertienmaalpad niet meer bestond.

Het staat op de kaart nog met stippellijnen aangegeven, maar door herverkaveling is het nu verdwenen, waardoor men de route van de processie aangepast heeft, via een stukje Meierstraat.
Enenzogoed lopen de doorgewinterde dertienmalers dwars door het veld, nog steeds volgens de oude route.
Wat nieuw was, deze keer — hoewel in feite het oppakken van een oude traditie na 30 jaar onderbreking — was een kleine processie die eerst vanuit Grimde naar Hakendover vertrok om zich daar, na de mis bijgewoond te hebben, bij de grotere processie te voegen. Aan deze groepsprocessie, die van Hakendover naar Grimde gaat en weer terug, namen in 2005 zo'n 100 mensen deel.
Deze processie staat overigens enigszins los van het Dertienmaal: de deelnemers aan deze groepsprocessie gaan maar één keer heen en weer, nogal traag lopend, en dertienmalers lopen met grote passen, in flink tempo.

Links zien we een dertienmaler, die dwars door het veld gaat.
Als extra ontbering, naast de 42 kilometer, moet hij dan ook dikke kleiklonten aan de schoenen voor lief nemen.

Twee doorgewinterde Dertienmalers op de Oude Heerweg.
Op de achtergrond is nog net het Kruisbeeld, met daarvoor de Nederlandse vlag, zichtbaar.

De heer met de stok liep het Dertienmaal voor de negende keer. Hij vertelde mij over de herverkaveling waardoor het Dertienmaalpad verdwenen was.

 

Gezicht op de kerk van Hakendover vanaf de Oude Heerweg, en een dertienmaler, die dwars door het veld gaat.

Na een eerste bezoek aan de kerk in Hakendover, liepen we weer terug naar Grimde.
In de kapel van Grimde waren we nog net op tijd voor een informatieve bijeenkomst betreffende de historie van de kapel en een korte dienst. De kapel was vrijwel geheel gevuld.

Een kleine groepsprocessie (rechts) die vanuit Grimde naar Hakendover vertrok.

Onderweg werd ik verder geïnformeerd door Gui Nijs, die de dienst leidde in Grimde en die het initiatief genomen had voor het weer beginnen met de processie vanuit Grimde.
Hij vertelde me ook over de "kipkap" die ze vroeger maakten. Hoewel het gebeuren in Hakendover en Grimde volgens hem niets met een Antoniusviering te maken had, maar eerder een gekerstende heidense vruchtbaarheidsrite zou zijn, waarvan de datum samenhing met de zonnewende.

Na de mis in de kerk van Hakendover, die goed gevuld was, vertrok de groepsprocessie, met twee voorbidders — waaronder een non (leek mij) met rozenkrans die de hele weg Weesgegroetjes uitsprak — naar Grimde.
Zo'n 100 mensen namen deel. Veel mensen van middelbare leeftijd, maar ook een aantal kinderen.
De processie op de Dertienmaalweg in Hakendover, die omzoomt is met meidoornhagen.
In de verte rechts loopt een individuele Dertienmaler door de velden.
Na de mis was er een feestelijk eetfestijn — pannekoekjes — in het gelegenheidscafé van Frees, vlak achter de kerk. Vanuit de verre omtrek komen hier ook mensen naar toe die aan de andere gebeurtenissen niet hebben deelgenomen. In die zin moet dat toch ook als een zelfstandig onderdeel van de begankenis beschouwd worden.
Het was al met al een erg lokaal festijn, hoewel zelfs in de preek de Nederlanders welkom werden geheten, en ook elders — halverwege de dertienmaalroute — bij een staatsie met Christusbeeld een Nederlandse vlag wapperde.


De kapel later op de dag. De individuele dertienmalers lopen nog steeds heen en weer.

Het Dertienmaal zou de volgende dag, 17 januari, officieel beëindigd worden, met een mis in Hakendover, maar daar zijn we niet naar toe gegaan.
Op deze dag van Antonius, waren er ook elders activiteiten, en daarvoor gingen we naar Herdersem.

Het Dertienmaal in 2006
Het was weer net zo mooi weer als verleden jaar, hoewel het later op de dag wat zou gaan bewolken.
De groep die nu uit de kapel van Grimde vertrok, o.l.v. Gui Nijs, was een stuk kleiner dan die van verleden jaar. Maar dit jaar viel het Dertienmaal op een maandag, dus dat zou het verschil kunnen verklaren.
De groep uit Grimde, o.l.v. Gui Nijs (tweede van rechts)
en mijn vriendin Marie-José (vierde van rechts).
Zo zag ik dat er aan de kerk van de Goddelijke Zaligmaker een nieuw (duur) glazen bord was aangebracht waarop staat: "17 januari Dertienmaal". Terwijl het — meer recentelijk in ieder geval — altijd op 16 januari gedaan wordt.
Die datum 17 januari vind je trouwens ook terug in het Guldenboek in de kerk — het exemplaar (hier links) is in 1910 begonnen — waar de Dertienmalers hun naam in schreven. In zekere zin, omdat die Dertienmalers in de nacht van 16 op 17 liepen, is dat ook correcter. En het is de stichtingsdatum van de kerk.
De kerkdienst in Hakendover werd door velen bijgewoond; specifiek werd een groep kinderen (die toch een wat onwennige indruk maakten) bij de gang van zaken betrokken.
Zo liepen zij vooraan in de processie naar Grimde. Ook deze leek kleiner dan die van verleden jaar.
Opvallend ook weer dat er geen toeschouwers waren (op een paar lokale persmuskieten na, die zich even bij het verlaten van de kerk opdrongen), maar alleen deelnemers. Alle processiegangers pasten in de kapel van Grimde, waar de jonge pastoor (een invaller) een inspirerende dienst hield. Hij had het over de tocht van de Zoon naar zijn Moeder, dus de Zaligmaker uit Hakendover naar O.L.V. te Grimde. En hij wees erop dat we niet de oude volkse vormen van geloof moeten minachten (zoals, impliciet gesteld, vroeger de houding van de kerk was), maar dat we blij moeten zijn met alle vormen van geloof, ook omdat het een tot het ander kan leiden.
De processie op de oude Heerweg van Hakendover naar Grimde.
Geluidsfragmenten van de processie.
Er waren ongeveer evenveel (misschien iets minder) individuele Dertienmalers als verleden jaar, en ik zag een paar bekende gezichten.
Zeer geconcentreerd en veelal in zichzelf gekeerd spoedden ze zich heen en weer. Het is tenslotte een tocht van zo'n acht uur.
Het overgebleven stukje van de Dertienmaalweg, aan de overkant van de Meierstraat. Vandaar loopt dus het modderspoor door de velden.
Het stuk Dertienmaalweg richting kerk is nog wel intact.
En tenslotte, na alle ontberingen, werd er gegeten en gedronken bij Frees.
De voorgangster van de processie (rechts).
De man (2e rechts) die het kruis in de processie droeg.
Het Dertienmaal in 2007
Het is nu totaal ander weer dan in de voorgaande twee jaar. Het is regenachtig en te warm (± 10° C) voor de tijd van het jaar.
De factie uit Grimde lijkt wat kleiner dan voorgaande jaren, en ook de processie vanuit Hakendover (rechts) lijkt minder deelnemers te tellen.

(Links) Bij Grimde, Marie-José op de voorgrond.
Het aantal individuele dertienmalers lijkt hetzelfde als de vorige keren, maar ik mis een paar bekende gezichten. Ondanks de drassigheid van de grond, gaan heel wat dertienmalers toch dwars door het veld, met klompen klei aan de schoenen.
Het Dertienmaal in 2009
Ook nu weer lijkt het aantal individuele dertienmalers hetzelfde als de vorige keren, en weer mis ik een paar bekende gezichten. Met de pannekoekjes bij Frees is het afgelopen. Dat gebeurt nu op een andere lokatie.
De kapel van Onze-Lieve-Vrouwe-ten-Steen te Grimde
De kapel staat op de plaats waar een megaliet, of zelfs 2 menhirs, restanten van een steencirkel, gestaan hebben, wat de naam van de kapel aardig verklaart.
Ook de nabijheid van drie tumuli — richting Tienen, nu enigszins verborgen achter een benzinestation — en de ligging aan een oude heerweg, de Romeinse hoofdweg Keulen-Boulogne, suggereren dat dit al in de oudheid een heilige plaats moet zijn geweest.
(Links) Twee van de drie tumuli. Wonderlijk hoe die heuveltjes van klei de tijd doorstaan hebben.

De Heilige Maurus, een leerling van Sint Benedictus, is de patroonheilige van de kapel.

De kapel van Onze-Lieve-Vrouwe-ten-Steen te Grimde
Bij de kapel staande kan je de kerktoren van Hakendover nog net over de heuvel zien uitsteken.
Bij de kapel staande kan je de kerktoren van Hakendover nog net over de heuvel zien uitsteken. Je mag aannemen dat ook de kerk (gebouwd in 690!) op een oude plaats staat, en wellicht ook op de plaats van een menhir gebouwd is.
De ommegang van het Dertienmaal die deze beide plaatsen verbind zou dan ook heel goed zijn oorsprong in die lang vervlogen tijden kunnen hebben.
Ook de andere magische objecten en activiteiten in Hakendover en Grimde, en de legende van de drie maagden die in de kapel begraven zouden liggen (zie ook beneden) wijzen op een lang verleden.De twee statige linden voor de kapel zijn het restant van de 48 linden tellende dreef vanaf de Sint-Truidensesteenweg.
IJzeren kronen
In de O.L.V.-ten-Steenkapel in Grimde zetten nog jaarlijks talrijke bedevaarders voor het altaar van de H. Maurus een van de daar liggende ijzeren kronen op het hoofd, om zich van hoofdpijnen of kopzorgen te vrijwaren of ervan bevrijd te worden.

Intussen bidden ze vijf Onze Vaders, vijf Weesgegroeten en vijf maal Glorie zij de Vader.
Hoewel de kapel qua naamgeving toegewijd is aan de Maagd Maria, is eigenlijk de Heilige Maurus, een leerling van Sint Benedictus, de patroonheilige, en zijn naamdag wordt dan ook op 15 januari gevierd.
Daarnaast komen gelovigen in de kapel bidden voor onrustige en koppige kinderen en laten dan in de offermand fopspenen, babysokjes, speelgoedjes, haarvlechten en vooral haarspeldjes achter. Iets soortgelijks gebeurt ook in de kerk van Hakendover bij het beeld van "Christus-op-de-Koude-Steen" (zie hieronder).
Een ijzeren Mariabeeldje en donatiegleuf in de zijkant van de kapel.
De kerk te Hakendover
De legende van de kerk
Volgens een legende die in 1432 voor het eerst werd opgetekend door drie kerkmeesters, werd de kerk van Hakendover gesticht op 17 januari in 690. In dat jaar zouden drie vrome maagden besloten hebben een kerk te bouwen voor de Goddelijke Zaligmaker. Nadat de kerk tweemaal bij nacht was afgebroken door engelen, gebeurde er op de dertiende dag na Driekoningen (of op 16 januari) een wonder. Een engel leidde de maagden naar een plaats waar de natuur — ondanks de wintertijd — in volle bloei stond. In een boom (een "spikkeboom") zat een vogel met een brief van God in zijn rechterpoot, waarop geschreven stond: "Op deze plaats wil ik mijn kerk bouwen." Tijdens de werkzaamheden waren er telkens dertien werklieden aanwezig, bij de uitbetaling slechts twaalf. Die dertiende werkman was God zelf.
Over de preciese oorsprong van legende en bedevaart tasten we in het duister. De kerk beschikte over geen relikwieën en de bouwlegende moest dit gebrek opvangen. Toch is de legende zeker meer dan alleen maar een "uitvinding" van middeleeuwse kerkmeesters die hun kerk aantrekkelijk wilden maken voor bedevaarders. Zowel de legende als de processie bevatten immers sporen van voor-christelijke elementen.
Vooral de cultus van de Drie Maagden of de Drie Gezusters is een motief dat in de streek veelvuldig opduikt. Wellicht moet het worden gezien als een kerstening van de drie Keltische godinnen die de 'toegang' naar de andere wereld langs een bron bewaakten.
De bouwlegende bezorgde de kerk het nodige cachet en vooral in de eerste helft van 15e eeuw steeg het belang van Hakendover als begankenisplaats. Getuigen hiervan zijn de uitbreiding van de kerk in deze periode en het 15e-eeuwse retabel dat de legende aanschouwelijk voorstelt.
Hier rechts zien we een iets modernere schildering van de Drie Maagden,
ook in de kerk aanwezig.
Gewijde aarde
Gewijde aarde (kerkgrond of grond van het kerkhof) werd verkocht doorheen de tralies van het aardehok, dat tegen de kerk aanligt. Julia Degent, vroeger woonachtig in Hakendover en een vrouw van kleine gestalte, kroop in het hok.
Voor een paar centiemen kon men van haar dan wat gewijde grond kopen.
Deze aarde wierp men op de akkers of gaf men aan het vee ter bescherming tegen allerlei onheil.
Het aardehok in 2005
Sinds een paar jaar wordt er geen water of aarde meer verkocht. Het mooie stukje volksgeloof rond hun beschermende of onheilwerende macht is natuurlijk sterk afgenomen. Tegenwoordig kan men zoveel aarde meenemen als men wil.
Heilige boom
Achter de kerk bevindt zich de spikdoorn. Voor de spikdoorn was Pasen vroeger een moeilijke tijd. Door hoevele handen werden er geen takjes of stukjes schors van hem afgeplukt en afgebroken?
Vroeger stond onder de spikdoorn een mand met takjes van de spikdoorn die men mocht meenemen. Men verwachtte wel dat men hiervoor een bedrag naar keuze in de aldaar aanwezige offerblok wierp. Alleen de stukjes tak die doornen hebben worden meegenomen. Om de een of andere reden blijven de stukjes zonder doornen steevast liggen.
Er moet toch ook een relatie zijn met de doornenkroon van Christus. Dat kan toch haast niet anders.
Deze spikdoorn wordt ook wel 'Spikboom' genoemd, een meidoorn waaraan men de kracht toeschreef de velden vruchtbaar te maken. Hiertoe moest een takje van de boom of een beetje aarde meegenomen worden naar de eigen akker.
De huidige 'Spikboom' in Hakendover werd in 1997 op zo'n 250 jaar geschat. Volgens de legende zou hij een afstammeling zijn van een meidoorn uit 690.
Deze informatie is inmiddels achterhaald: deze oude spikkeboom werd een aantal jaren geleden door de bliksem geveld, en nu staat er een nieuwe.
De nieuwe spikkeboom.
Heilige plaatsen werden vaak omringd door meidoornhagen. Zo heeft men doornhagen aangetroffen rond hunebedden, ouder Germaanse offerplaatsen en heilige bomen. Na de kerstening bleven deze plaatsen vaak drukbezocht, en heel wat van deze plekken werden dan ook gekerstend.
Interessant is dat de Dertienmaalweg in Hakendover omzoomt is met meidoornhagen.
Vergelijk dit ook met het Kapelleke van Spikdoorn in Kiezegem.
Zie ook een andere site over legendes rond de kerk en het Dertienmaal.
Nog meer magie en bedevaarten
Het hele jaar door kwamen er bedevaarders naar Hakendover. Was het niet voor de dieren of voor de oogst, dan kwam men bijvoorbeeld voor het moeilijk tanden maken bij de kinderen. Vroeger werden dan bij de "Christus-op-de-Koude-Steen" ex-voto's geofferd, voorstellende een tandengebit. Ook daarin is wijziging ingetreden: jonge moeders offeren nu 32 aaneengeregen nikkeltjes van 5 cm. Thans ziet men evengoed fopspenen, en vooral kinderkleertjes.
Tegen bedwateren bij groot en klein werden negenden gedaan voor een zeer oud Mariabeeld dat werd vereerd onder de wel zeer vulgaire naam "Marie de Bedzijker".
Voor kinderen die beginnen te huilen als men naar ze kijkt, is het "Sint Jan den Huilaard" die genezing moet brengen.
Te Grimde zeggen de mensen soms nog tegen hun schreeuwende kinderen: "Als ge zo blijft schreeuwen, zullen we met u naar Hakendover gaan en u met uw bakkes tegen de teen van Sint Jan den Huilaard duwen."
Deze beide beelden staan aan weerszijden van de "Christus-op-de-Koude-Steen".
Ook daar werden allerhande voorwerpen neergelegd zoals stukken van kinderdoeken en lakens, harklissen en breukbanden.
Vroeger prikten verkopers naalden in de voeten van "Christus-op-de-Koude-Steen". Deze werden dan als gewijd en geneeskrachtig beschouwd (o.a. voor het opensteken van blaren, gezwellen en zweren). De verkopers brachten de spelden op de kermis aan de man.
Nog meer heilige en magische handelingen en objecten in Hakendover en Grimde
Hoewel deze met Antonius niets van doen hebben, zijn ze toch wel zo interessant dat ik niet kan laten ze te vermelden.

Naast de al genoemde ijzeren kronen tegen hoofdpijn in de kapel in Grimde, zijn er in Hakendover nog een Salvatorbron met heilig water, een spikdoorn (boom) waar bedevaarders takjes van mee naar huis nemen (of namen), en gewijde aarde van het kerkhof als remedie tegen of ter voorkoming van allerlei onheil of ter bevordering van de vruchtbaarheid.
Dit is werkelijk een overvloed aan magische objecten, want normaliter tref je op de meeste bedevaartplaatsen slechts één van deze aan.
Het is duidelijk dat deze objecten niet-christelijk zijn maar heidens (of zelfs ketters), ofwel van Keltische of Germaanse oorsprong.

Op Paasmaandag was in vroeger tijd ook een levendige handel te zien. De befaamde kraampjes van Scherpenheuvel zakten af naar Hakendover. Zij deden gouden zaken met hun religieuze artikelen. Overal vond men langs de straat verkopers van paternosters, heiligenbeeldjes en "echte" relikwieën. Zij verdrongen elkaar om hun waar te kunnen slijten.

(links) De verkoop van het heilig water uit de bron

De bron
Ook de belangstelling voor de bron was eertijds veel groter. Hier was dan ook een handel in flesjes bronwater. Ondermeer de kerkmeesters verkochten deze flesjes voor een paar centen. Dit water was ondermeer goed voor het uitwassen van zieke ogen.
(links) De bron in 2007, moeilijk te fotograferen door de geparkeerde auto's ervoor.
Ter illustratie van de teloorgang van oude gebruiken: het hek en de achthoekige verdieping van de bron zijn verdwenen voor de verbreding en asfaltering van de Hakendoverstraat. Maar wat nog erger is, is dat het eens heilige water uit de bron nu zelfs niet meer drinkbaar is, volgens het gemeentebordje naast de bron.
Paardenprocessie
De tweede feestdag voor Hakendover is paasmaandag, dan gaat de Paardenprocessie eveneens dwars door de velden — zij het volgens een iets andere route dan het Dertienmaal. Op de Tiense Berg verzamelen duizenden bedevaarders (sinds eind vorige eeuw vooral Nederlanders) zich en de circa 200 (soms meer) paarden beginnen hun stormloop rond het volk.
Ook de processie bevat sporen van vroeg-middeleeuwse en zelfs voor-christelijke elementen.
De paardenprocessie is duidelijk een soort van vruchtbaarheidsritus. Zoals tot op zekere hoogte ook bepaalde aspecten van de cultus rond Antonius als een "vruchtbaarheidsritus" beschouwd kunnen worden.
De Paardenprocessie op 28 maart 2005
Tussen Duivelskuit en Oude Heerweg ligt de Tiense Berg.
De "Goddelijke Zaligmaker" zit voor de replica van de kerk van Hakendover.
Hakendovenaren staan klaar om aan de processie deel te nemen.
Na de Hoogmis om 10 uur 's morgens, vindt de processie plaats, waarin ook het retabel uit de 15de eeuw wordt uitgebeeld dat de stichtingslegende van de Kerk van de Goddelijke Zaligmaker van Hakendover verhaalt. Deelnemers hieraan zijn o.a. de apostelengroep uit de vermaarde palmprocessie van Hoegaarden en diverse schuttersgilden uit Vlaams-Brabant.
Over het Duivelskuit. De kerk van Hakendover in de achtergrond.
De processie trekt naar de één kilometer buiten het dorp gelegen Tiense Berg, over een pad de heuvel op dat Duivelskuit heet.
Ik vraag me af wat die naam voor folkloristische betekenis kan hebben.
Op de Tiense Berg.
Op de Tiense Berg, een flinke heuvel, staat een altaar op een boerenkar, waar het wijdingsritueel — het omhoog houden van de monstrans — plaats vindt.
Daarna galopperen de paarden drie maal rond een ovalen renbaan, een 'processie' die hier al in voor-christelijke tijden werd gereden. Van de oorspronkelijke zeven rondes zijn er slechts 3 rondjes overgebleven: één rondje voor God de Vader, één voor de Goddelijke Hakendoverse Bouwvakker en één voor de Heilige Geest. Maar wel met een paar honderd paarden!
Na dit heidense spektakel trekken de gelovigen in processie via de Oude Heerweg weer terug naar het dorp.
De staart van de stoet wordt gevormd door de ruiters.
De "Goddelijke Zaligmaker" zit voor de replica van de kerk van Hakendover. Het is aardig om te zien dat er zoveel aandacht is gegeven aan de 'spikkedoorn', de boom die achter de kerk staat. Het lijkt haast of de boom belangrijker is dan de kerk zelf.

Voor de kerk worden de paarden individueel gezegend, waarna de processie ten einde is.
De deelnemers aan het levende Drie-Maagdenretabel, schutterijen, en gildes bestormen de beroemde Hakendover-kermis.



Terug naar Hakendover in Plaatsen in de Lage Landen.

Contact : dolfhart@ziggo.nl